Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent fruitstallen en fruitautomaten

Geldend van 24-03-2020 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent fruitstallen en fruitautomaten

Inleiding

De gemeente Neder-Betuwe hanteert als beleid dat verkoop van eigen producten door agrarische bedrijven mogelijk is op het agrarisch bouwperceel. Hiertoe is in de betreffende bestemmingsplannen voor het buitengebied door de gemeenteraad ook een regeling opgenomen.

In de praktijk wordt echter ook (sinds jaar en dag) incidenteel fruit verkocht vanuit de boomgaard / het productiegebied via de inrichting van fruitstalletjes tijdens het seizoen. Ook worden steeds vaker fruitautomaten geplaatst. Fruitautomaten worden gezien als een permanente en ondergeschikte nevenactiviteit van het productiebedrijf.

De verkoop vanuit fruitstalletjes en fruitautomaten, wordt gezien als “gebieds-eigen” en de gemeente wenst hiermee in eerste instantie de fruitsector maar ook de recreatief-toeristische sector te ondersteunen. Om dit op uniforme wijze te kunnen reguleren zijn onderstaande beleidsregels opgesteld. De bevoegdheid van het college om beleidsregels vast te stellen vindt grondslag in art. 4.81 Awb.

De beleidsregels hebben naast de bestaande locaties ook betrekking op eventuele nieuwe locaties.

Mits verkoop vanuit fruitstalletjes en/of -automaten op een goede en ordentelijke manier plaatsvindt, is dit onder concrete criteria/voorwaarden mogelijk.

Criteria/voorwaarden:

Verkoop
  • 1. Verkoop vanuit een fruitstalletje of fruitautomaat vindt plaats als ondergeschikte nevenactiviteit binnen de hoofdbedrijfsvoering. Verkoop vanuit een fruitstalletje en/of fruitautomaat is daarom uitsluitend toegestaan op een agrarisch bouwperceel en/of een perceel dat is aangemeld bij Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) voor de gecombineerde opgave.

  • 2. Het fruitstalletje mag worden geplaatst in/bij de boomgaard, op het perceel van waaruit het fruit geoogst wordt en dus niet op de openbare weg.

    Een fruitautomaat mag alleen worden geplaatst op het bedrijfsperceel van het bedrijf ter plaatse waar het fruit opgeslagen en gesorteerd wordt.

  • 3. In fruitstalletjes en fruitautomaten mag alleen het streekgebonden fruit en daarvan afgeleide producten (zoals vruchtensappen, -jams en dergelijke) worden verkocht. Streekgebonden betekent dat fruit, behorende bij de Betuwe en geproduceerd op een regionaal gebonden bedrijf (Betuwe), aangeboden mag worden. De verkoop van producten zoals alcohol, ijs, snoep, koffie, thee e.d., is derhalve niet toegestaan.

  • 4. De verkoop van fruit vanuit fruitstalletjes mag uitsluitend plaatsvinden tijdens het oogstseizoen van de betreffende teelt, zijnde van 1 mei tot 1 oktober. De verkoop vanuit een fruitautomaat is gedurende het gehele jaar toegestaan.

  • 5. Horeca, zijnde de verkoop en het ter plaatse nuttigen van verkochte versnaperingen (of aanverwante activiteiten, waaronder terrasvorming) is niet toegestaan.

Voorzieningen
  • 6. Ten behoeve van de verkoop van fruit mag een tijdelijke of permanente voorziening worden geplaatst. Permanente voorzieningen zijn altijd vergunningplichtig.

  • 7. Fruitautomaten hebben een permanent karakter. Een vergunde fruitstal met een permanent karakter mag, gezien de vereiste locatie (zie onder punt 2), niet worden vervangen door een fruitautomaat.

    Fruitstalletjes hebben een tijdelijke dan wel permanent karakter. Deze keuze voor de vormgeving betreft een eigen afweging van de fruitstalhouder.

    Permanent: vergunningplicht

    In het geval de fruitstal een permanent karakter heeft, dient een (wabo)-vergunning bij de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) te worden aangevraagd. De aanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan en de eisen van welstand.

    Tijdelijk: meldingsplicht

    Voor de plaatsing van een (nieuwe) tijdelijke voorziening (denk aan een marktkraam, tafel(s) met luifel of een vent-kar of vergelijkbare niet vergunning-plichtige voorziening), geldt geen vergunningplicht maar moet wel uiterlijk twee weken voorafgaand aan het oogstseizoen, worden gemeld bij de ODR. Een dergelijke tijdelijke voorziening mag uitsluitend in het oogstseizoen aanwezig zijn.

  • 8. Een tijdelijke voorziening dient na het oogstseizoen (1 oktober) binnen twee weken te worden verwijderd. Het raamwerk of frame van het jaarlijks terugkerend fruitstalletje mag blijven staan.

  • 9. Zowel voor tijdelijke als voor permanente voorzieningen geldt een maximale omvang van 30 m2. Ten behoeve van een stabiele plaatsing van de voorziening, mag een verharding worden aangebracht van maximaal 30 m2.

  • 10. Naast de fruitstal is ter plekke de plaatsing van zitgelegenheid (bijv. door middel van enkele houten banken) toegestaan.

Ontsluiting/parkeren
  • 11. De verkoopactiviteiten en parkeersituatie mogen geen verkeersonveilige situaties opleveren.

  • 12. Parkeren van bezoekers moet in de boomgaard en/of op het eigen (bedrijfs-)perceel plaatsvinden. De fruitstalhouder zorgt daarom voor voldoende parkeerplaatsen in de gaard.

  • 13. In het geval toch aanvullend parkeren in de gemeentelijke berm plaats vindt, zal de gemeente hiertegen alleen optreden wanneer dit verkeersonveilige en/of hinderlijke situaties oplevert. Dit heeft met name aandacht bij stalletjes die zijn gesitueerd aan gebiedsontsluitingswegen.

    Voor parkeren in bermen langs provinciale wegen (N320, N233 en N323) geldt de provinciale Wegenverordening.

  • 14. Het parkeerterrein moet aangegeven worden met bebording. Voor de tijdelijke plaatsing wordt een (wabo)-vergunning aangevraagd op basis van de “’Beleidsregel Tijdelijke Reclame” of diens opvolger. Zie onder 16 en volgende.

Reclame/bebording
  • 15. Op het eigen terrein mogen maximaal twee reclameborden of andere vormen van reclame-uiting worden geplaatst.

  • 16. Er mogen tijdens het seizoen maximaal twee “nette” (verwijzings-)borden worden geplaatst langs de openbare weg voor de aankondiging van de verkoop van het fruit vanuit een fruitstal. De borden moeten voldoen aan de gestelde eisen en afmetingen (deugdelijk materiaal en maximaal 100 (h) x 75 (b) centimeter). Verwijzingsborden naar een fruitautomaat zijn niet toegestaan.

  • 17. Er mag tijdens het seizoen maximaal één bord worden geplaatst voor de duiding van het parkeerterrein.

  • 18. Voor de plaatsing van (overige) bebording en ander vormen van reclame-uitingen is een separate vergunning van de gemeente nodig op basis van de “Beleidsregel Tijdelijke Reclame” of diens opvolger.

  • 19. De borden mogen geen gevaar opleveren voor het verkeer en de verkeersveiligheid in zijn algemeenheid. De borden die langs de openbare weg worden geplaatst, moeten (net als alle andere verkeersborden) tenminste 60 cm uit de rand van de rijbaan worden geplaatst.

  • 20. Alle borden moeten direct na afloop van het oogstseizoen worden verwijderd. Ook borden en vlaggen die in de eigen boomgaard zijn aangebracht, moeten direct na afloop van het oogstseizoen worden verwijderd. Het frame-werk voor jaarlijks terugkerende bebording op eigen terrein, hoeft niet te worden verwijderd.

Procedure bij definitieve beëindiging
  • 21. Wanneer verkoop vanuit een fruitstalletje of fruitautomaat definitief wordt gestaakt, wordt dit gemeld aan de ODR. Het fruitstalletje of –automaat incl. alle bijbehorende voorzieningen worden aansluitend, binnen uiterlijk twee weken, verwijderd.

Algemene afwijkingsbevoegdheid
  • 22. Het college kan, omwille van de verkeersveiligheid, afwijken van de regels in deze beleidsnota.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 11 februari 2020