Beleidsregels bijstandverlening zelfstandigen Asten 2020

Geldend van 29-02-2020 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels bijstandverlening zelfstandigen Asten 2020

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten;

gelet op artikel 4:81 lid 1 algemene wet bestuursrecht, Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna genoemd: Bbz 2004) en artikel 53 en 58 van de Participatiewet;

besluit:

vast te stellen de Beleidsregels bijstandverlening zelfstandigen Asten 2020

Artikel 1 Periodieke herbeoordeling beginnende zelfstandigen

Het college onderzoekt de levensvatbaarheid van het bedrijf van de beginnende zelfstandige iedere 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening.

Het gaat hierbij om de beginnende zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 23, eerste lid Bbz 2004.

Artikel 2 Verstrekking en onderzoek gegevens

  • 1.

    Gelet op het bepaalde in artikel 53a zesde lid van de Participatiewet vraagt het college de zelfstandige om gegevens aan te leveren die nodig zijn om het recht op bijstand te beoordelen. Deze gegevens worden onderzocht op juistheid en volledigheid voordat er bijstand verleend wordt.

  • 2.

    Als het nodig is worden er nadere gegevens gebruikt die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het recht op bijstand.

  • 3.

    Als uit het onderzoek blijkt dat er teveel of te weinig bijstand is verstrekt dan bekijkt het college het recht op bijstand en de hoogte hiervan opnieuw.

Artikel 3 Ten onrechte verleende bijstand

  • 1.

    Het college vordert de bijstand van de zelfstandige terug als de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is betaald doordat:

    • a.

      de zelfstandige de inlichtingenplicht zoals die beschreven staat in artikel 17 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt.

    • b.

      de zelfstandige de verplichtingen tot het houden en overleggen van een kloppende administratie zoals die beschreven staat in artikel 38, eerste en tweede lid Bbz 2004 niet of onvoldoende nakomt.

    • c.

      de zelfstandige niet genoeg verantwoordelijkheid heeft genomen om zelf voor inkomen te zorgen, als het bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten betreft.

    • d.

      er op een andere manier bijstand is betaald waar de zelfstandige geen recht op heeft. Dit gebeurt alleen als het begrijpelijk is voor de zelfstandige dat er geen recht was op dit bedrag.

  • 2.

    Als bijstand voor levensonderhoud terugbetaald moet worden laat het college dit maximaal 2 jaar na de ontvangst weten met een beschikking.

Artikel 4 Terugvordering van bijstand achteraf

Kosten van bijstand worden gelet op het bepaalde in artikel 58, tweede lid onder f Participatiewet van de zelfstandige teruggevorderd als:

  • a.

    de zelfstandige achteraf inkomen of vermogen heeft of kan hebben over de periode waarover de bijstand is verleend zoals die beschreven staat in artikel 31 van de Participatiewet.

  • b.

    de zelfstandige achteraf vergoedingen of tegemoetkomingen krijgt voor een bestemming waarvoor de zelfstandige al bijstand heeft gekregen.

Artikel 5 Terugvordering van bijstand in de vorm van een geldlening

De kosten van bijstand in de vorm van een geldlening worden van de zelfstandige teruggevorderd als hij de hierbij horende verplichtingen niet of niet voldoende nakomt.

Artikel 6 Rente- en aflossingsverplichtingen/aanmaning

Als de zelfstandige niet op tijd betaald krijgt hij twee aanmaningen om aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen.

Als de zelfstandige ook na de twee aanmaningen niet aan de verplichtingen voldoet wordt het geleende bedrag teruggevorderd.

Artikel 7 Terugvordering van een geldlening bij een verwijtbare bedrijfsbeëindiging

De terugvordering van een geldlening is in principe renteloos. Het college kan een zelfstandige wel houden aan de renteverplichtingen van de bijstand in de vorm van een geldlening. Dit staat in artikel 43 lid 2 van de Bbz. Een geldlening terugvorderen met rente doet het college alleen bij een verwijtbare bedrijfsbeëindiging.

Er is in ieder geval sprake van verwijtbare bedrijfsbeëindiging als er sprake is van:

  • a.

    bestuurdersaansprakelijkheid;

  • b.

    privébestedingen die niet passen bij de inkomsten en een inkomen op bijstandsniveau;

  • c.

    een zelfstandige die stopt met een levensvatbaar bedrijf en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen.

De lening wordt voortgezet tegen dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die ten aanzien van het bedrijfskapitaal zijn verstrekt. Dat betekent met hetzelfde aflossingsbedrag en rentetarief.

Artikel 8 Geen terugvordering bij kruimelbedragen

In afwijking van artikel 3, 4, en 5 vorderen we niet terug als:

  • a.

    het terug te vorderen bedrag lager is dan € 150,- en het bedrag niet verrekend kan worden met een lopende uitkering op grond van de BBZ Of

  • b.

    Er een restantvordering onder de € 150,00 is en is vastgesteld dat een minnelijk traject niet meer tot betalingen leidt.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na publicatie.

Artikel 10 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels bijstandverlening zelfstandigen Asten 2020’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten van 11 februari 2020.

College van burgemeester en wethouders van Asten,

mr. W.M.A. Verberkt

secretaris

mr. H.G. Vos

burgemeester

Toelichting bij Beleidsregels bijstandverlening zelfstandigen Asten 2020 (januari 2020)

Het Besluit Bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is per 1 januari 2020 gewijzigd.

Naast de wijziging van de financiering zijn een aantal verplichtingen in het Bbz omgezet in bevoegdheden. Deze wijziging geeft de gemeenten meer beleidsruimte en meer eigen verantwoordelijkheden in de uitvoering van het Bbz.

In deze notitie staat welke beleidsruimte ontstaan is, welke keuzes de gemeente Asten maakt en wat dit betekent voor de dienstverlening aan de zelfstandigen.

Verandering regelgeving

1.Financieringssystematiek: Deze wijziging was nodig om de financieringssystematiek te vereenvoudigen en transparanter te maken. Deze ligt nu in lijn met de Participatiewet.

De financiering had deels het karakter van een declaratieregeling en is nu een budgetregeling. Deze wijziging vraagt géén aanpassing in de gemeentelijke beleidsregels.

2 . De terugvorderingsbevoegdheid: De terugvorderingsverplichting is veranderd in een terugvorderingsbevoegdheid. Er is een uitzondering voor vorderingen ontstaan uit fraude; hiervoor blijft de verplichting gelden. Dit betekent dat er beleidsvrijheid is om te bepalen wanneer en hoe we terugvorderen.

3. De bevoegdheden rondom rechtmatigheidsonderzoek: Een aantal verplichtingen rondom rechtmatigheidsonderzoek verandert: Er ontstaat beleidsruimte om te regelen hoe de rechtmatigheid van de uitkeringsverstrekking geborgd wordt. Deze ruimte geldt voor onderzoeken naar de juistheid en volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens en voor de periodieke herbeoordeling van de levensvatbaarheid van het bedrijf van beginnende zelfstandigen.

Beoogd effect en/of resultaat

De beleidsruimte wordt benut door regels op te stellen die passen bij de huidige tijd: De dienstverlening moet efficiënt, transparant en persoonlijk zijn.

Met deze beleidsregels ontstaat een evenwichtige balans tussen de belangen van de ondernemer en de belangen van de gemeente.

De wijziging van de Bbz regelgeving is voor Senzer en de gemeenten een aanleiding geweest om de dienstverlening aan zelfstandigen bespreekbaar te maken.

Uit deze gesprekken bleek dat de dienstverlening aan de zelfstandigen goed loopt. Er is voldoende vrijheid om maatwerk te leveren. Er wordt zo veel als mogelijk gezocht naar een oplossing met de zelfstandige.

Er is dus geen aanleiding om uitgebreid onderzoek te doen naar alternatieve manieren om de ontstane beleidsvrijheid in te vullen.

Onderdelen die zijn vastgelegd in de beleidsregels

1. De terugvorderingsbevoegdheid

1.1 De regels die in het Bbz stonden staan nu in de beleidsregels.

We gaan op dezelfde wijze om met terugvordering als er in het Bbz stond. Dit betekent het volgende:

  • -

    We vorderen terug als de zelfstandige na 2 aanmaningen niet aan de betalingsverplichtingen voldoet.

  • -

    We vorderen terug als de zelfstandige zijn verplichtingen niet of niet voldoende nakomt.

  • -

    We vorderen terug als de zelfstandige een betaling heeft ontvangen waarvan de zelfstandige kan begrijpen dat hij hier geen recht op heeft.

  • -

    We vorderen terug als de zelfstandige achteraf inkomen of vermogen heeft die bedoeld is voor de periode waarover de zelfstandige bijstand heeft gekregen.

  • -

    We vorderen terug als de zelfstandige achteraf vergoedingen of tegemoetkomingen krijgt voor een bestemming waarvoor de zelfstandige al bijstand heeft gekregen.

  • -

    We vorderen niet meer terug als de betaling van bijstand voor levensonderhoud langer dan 2 jaar geleden is.

1.2 Toegevoegde regels:

  • -

    We vorderen niet terug bij een kruimelbedrag. Dit is een bedrag tot € 150,00. Dit is hetzelfde kruimelbedrag bij andere terugvorderingen vanuit de Participatiewet. Dit staat in de ‘Beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Asten 2018’.

  • -

    We gaan onderscheid maken tussen verwijtbare en niet verwijtbare bedrijfsbeëindigingen.

    Dit betekent dat als iemand onvoldoende inzet toont of moedwillig het bedrijf beëindigt we dan een verstrekte lening met rente terug gaan vorderen. Dit doen we omdat we misbruik van de regeling niet willen belonen. In de beleidsregels leggen we uit wanneer iemand verwijtbaar het bedrijf beëindigd heeft. De beoordeling hiervan blijft maatwerk.

2. De bevoegdheden rondom rechtmatigheidsonderzoek

We gaan op dezelfde wijze om met heronderzoeken als al in het Bbz stond. Deze verplichtingen zetten we in de beleidsregels. Dit betekent het volgende:

  • -

    We onderzoeken de levensvatbaarheid van de beginnende zelfstandige iedere zes maanden na aanvang van de bijstandsverlening. Dit doen we om te voorkomen dat er met te weinig controle problemen kunnen ontstaan die de beginnende zelfstandige zelf niet meer te boven kan komen.

  • -

    We onderzoeken de gegevens die de zelfstandige ons geeft op juistheid en volledigheid. Als het nodig is gebruiken we nadere gegevens. Deze gegevens gebruiken we alleen als deze nodig zijn om het recht op bijstand vast te stellen. Als uit het onderzoek blijkt dat de zelfstandige bijstand heeft gekregen waar geen recht op was bekijken we het recht op uitkering opnieuw.

De omgekeerde toets en het Bbz

De Bbz regelgeving en uitvoering is altijd op maatwerk. De uitvoering past perfect binnen de omgekeerde toets: Uitgangspunt is wat de zelfstandige nodig heeft.

Hierbij wordt niet gekozen voor een ‘quick win’ maar voor een duurzame oplossing.

De beleidsregels geven voldoende ruimte om tot de juiste oplossingen te komen. Anderzijds geven de beleidsregels richting waar dit nodig is.

Verbetering toegang zelfstandigen

Met de vorming van het ondernemerspunt heeft Senzer de eerste stap gezet om een duidelijke ingang voor zelfstandigen te creëren. Uiterlijk 1 januari 2020 zal ook de zelfstandige de mogelijkheid hebben om digitaal een aanvraag te doen. We sluiten hierbij aan bij het landelijk initiatief www.bbzaanvraag.nl om de vindbaarheid van de regeling voor zelfstandigen te vergroten.