Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent uitvoeren van subsidie voor herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen (HIRB+ Uitvoeringsregeling subsidie Herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen Noord-Holland 2020)

Geldend van 03-06-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent uitvoeren van subsidie voor herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen (HIRB+ Uitvoeringsregeling subsidie Herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen Noord-Holland 2020)

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

Overwegende dat uit oogpunt van waarborging van de kwaliteit van bedrijven- en haventerreinen regels worden gesteld voor subsidieverstrekking voor herstructurering van bedrijven- en haventerreinen in Noord-Holland;

Besluiten vast te stellen:

HIRB+ Uitvoeringsregeling subsidie herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen Noord-Holland 2020

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijventerrein: een bedrijventerrein als bedoeld in de Provinciale Ruimtelijke Verordening;

  • b.

    fysieke maatregelen: eenmalige, duurzame ingrepen op een bedrijventerrein bij technische, economische, maatschappelijke en ruimtelijke veroudering;

  • c.

    procesmaatregelen: maatregelen ter voorbereiding op en begeleiding bij de uitvoering van fysieke maatregelen;

  • d.

    transformatielocatie: een bedrijventerrein dat door wijziging van de functie voor meer dan 33% een niet-economische functie verkrijgt;

  • e.

    ruimtewinst: de extra ruimte die voor bedrijfsmatige activiteiten ter beschikking komt als gevolg van herstructurering ten opzichte van het huidige ruimtebeslag op een bestaand bedrijventerrein;

  • f.

    regulier of achterstallig onderhoud: noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden, die geen wijzigingen in het ontwerp of profiel in zich hebben en niet bijdragen aan vernieuwing of herstructurering;

  • g.

    A-B-C-D lijst: de A-B-C-D lijst behorend bij het Uitvoeringsprogramma toekomstbestendige werklocaties zoals door Gedeputeerde Staten vastgesteld;

  • h.

    aanzicht bedrijfspand: het vooraanzicht van een bedrijfspand inclusief gevel en voorterrein;

  • i.

    haventerrein: bedrijventerrein behorende tot een zee- of binnenhaven als bedoeld in artikel 2, punt 155 en 156 en de artikelen 56 ter en quater van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 2

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke maatregelen ten behoeve van de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in Noord-Holland die zijn opgenomen in de A-B-C-D lijsten, niet zijnde ingrepen met betrekking tot het aanzicht van bedrijfspanden.

  • 2. Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke maatregelen ten behoeve van de herstructurering van bestaande haventerreinen in Noord-Holland die zijn opgenomen in de A-B-C-D lijsten, niet zijnde ingrepen met betrekking tot het aanzicht van bedrijfspanden.

  • 3. Subsidie kan worden verstrekt voor met fysieke maatregelen verband houdende procesmaatregelen ten behoeve van de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en haventerreinen in Noord-Holland die zijn opgenomen in de A-B-C-D lijsten, niet zijnde ingrepen met betrekking tot het aanzicht van bedrijfspanden.

  • 4. Ten behoeve van een bedrijventerrein waar subsidie voor wordt verstrekt als bedoeld in het eerste lid, of waarvoor in het kader van een eerdere uitvoeringsregeling van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland in de afgelopen 5 jaren subsidie is verstrekt voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, kan ook subsidie worden verstrekt indien de subsidieontvanger één of meer subsidies aan natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen verstrekt, uitsluitend ten behoeve van fysieke maatregelen ter verbetering van het aanzicht van bedrijfspanden of voor duurzaamheidsmaatregelen voor bedrijfspanden.

  • 5. Voor de activiteiten, genoemd in de leden 1 tot en met 3 wordt per terrein één aanvraag in behandeling genomen.

Artikel 3

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste en vierde lid wordt verstrekt aan gemeenten.

  • 2. Subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, die een zee- of binnenhaven beheren of exploiteren.

  • 3. Subsidie als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt verstrekt aan gemeenten en aan privaatrechtelijke rechtspersonen die een zee- of binnenhaven beheren of exploiteren.

Artikel 4

  • 1. Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:

    • a.

      een begroting van de kosten van de activiteit;

    • b.

      een financieringsplan van de kosten van de activiteit;

    • c.

      een inhoudelijke beschrijving van de activiteit inclusief een analyse van de uitvoeringsrisico’s en een toelichting op de investeringsbereidheid van de betrokken ondernemers voor zover het betreft subsidieaanvragen voor fysieke maatregelen.

    • d.

      een onderbouwing waaruit blijkt hoe de met behulp van de subsidie gerealiseerde herstructurering, middels een organisatie voor beheer, in stand gehouden wordt.

  • 2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend door middel van het voor deze uitvoeringsregeling op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies beschikbaar gesteld formulier.

Artikel 5

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 6

  • 1. Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een periode vast, waarbinnen aanvragen om subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend.

  • 2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend op een door Gedeputeerde Staten beschikbaar gesteld formulier en is tijdig ingediend indien deze in het openstellingsbesluit genoemde periode is ontvangen.

  • 3. Een aanvraag om subsidie die buiten de in het openstellingsbesluit genoemde periode wordt ontvangen, wordt geweigerd.

  • 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 16 weken na afloop van de in lid 1 genoemde periode op de ingediende aanvragen.

Artikel 7

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit niet financieel haalbaar is;

  • b.

    met de uitvoering is gestart voordat de aanvraag is ontvangen;

  • c.

    de activiteit betrekking heeft op een kantoor-, horeca-, detailhandel- of transformatielocatie;

  • d.

    de activiteit betrekking heeft op regulier of achterstallig onderhoud;

  • e.

    in het kader van deze regeling of een eerdere uitvoeringsregeling gericht op herstructurering en intelligent ruimtegebruik voor bedrijven- en haventerreinen voor dezelfde activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid, al subsidie is verstrekt.

Artikel 8

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      de naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijke, rechtstreeks aan de activiteit toe te rekenen kosten;

    • b.

      VAT kosten op de uitvoering van de activiteiten tot maximaal 7% van de kosten genoemd onder a;

    • c.

      onvoorziene kosten tot maximaal 10% van de kosten genoemd onder a.

  • 2. Subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt verstrekt voor de volgende kosten, met inbegrip van planningskosten:

    • a.

      investeringen ten behoeve van de bouw, vervanging of modernisering van haveninfrastructuur;

    • b.

      investeringen ten behoeve van de bouw, vervanging of modernisering van toegangsinfrastructuur.

  • 3. Subsidie als bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt verstrekt voor de kosten van inhuur van externe expertise bij het uitvoeren van procesmaatregelen.

  • 4. Subsidie wordt niet verstrekt voor de kosten van:

    • a.

      bodemsanering;

    • b.

      van eigen personeel en het eigen apparaat van de aanvrager.

Artikel 9

  • 1. De subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 2, eerste lid, bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 500.000,-;

  • 2. De subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 2, tweede lid, bedraagt 25% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 500.000,-;

  • 3. De subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 2, derde lid, bedraagt 25% van de subsidiabele kosten voor procesmaatregelen tot maximaal € 50.000,-;

  • 4. De subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 2, vierde lid, bedraagt 25% van het door de aanvrager te besteden budget ten behoeve van de verbetering van het aanzicht van bedrijfspanden of duurzaamheidsmaatregelen tot maximaal € 50.000,-;

  • 5. De totale op grond van lid 1 in samenhang met lid 4 te verlenen subsidie bedraagt maximaal € 500.000,-.

  • 6. Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

  • 7. Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen beschikking omtrent subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf.

  • 8. Indien toepassing van deze regeling naar het oordeel van Gedeputeerde Staten zou leiden tot het overtreden van het verbod op het geven van staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt het subsidiebedrag in afwijking van het eerste lid zodanig vastgesteld dat het totaal van alle subsidies voor de activiteiten niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de artikelen 56 ter en quater van de Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187) (Algemene groepsvrijstellingsverordening) of op grond van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van 18 december 2013 (de-minimissteun) verstrekt mag worden.

Artikel 10

Indien de subsidieontvanger voor dezelfde activiteit bijdragen of subsidie van derden ontvangt, wordt de subsidie zodanig berekend dat het totale bedrag niet meer bedraagt dan 100% van de kosten van de activiteit.

Artikel 11

  • 1. Tijdig ingediende en volledige aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden gerangschikt op een prioriteitenlijst waarbij aanvragen met een hoger aantal punten voorgaan op aanvragen met een lager aantal punten.

  • 2. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende criteria:

    • a.

      het effect van de ingreep ten opzichte van de investering;

    • b.

      de urgentie van de herstructurering op basis van de A-B-C-D lijsten;

    • c.

      de uitvoeringsperiode en uitvoerbaarheid van het project;

    • d.

      de mate waarin het project bijdraagt aan beheer op het bedrijventerrein;

    • e.

      de mate waarin praktische maatregelen in de fysieke uitvoering van het project zijn meegenomen met betrekking tot de aspecten duurzaamheid, circulariteit en leefbaarheid.

  • 3. Per criterium kunnen maximaal 10 punten worden behaald;

  • 4. Aan de in het vorige lid genoemde criteria worden de volgende wegingsfactoren toegekend:

    • a.

      onderdeel a heeft een wegingsfactor van 2;

    • b.

      onderdeel b heeft een wegingsfactor van 1;

    • c.

      onderdeel c heeft een wegingsfactor van 1;

    • d.

      onderdeel d heeft een wegingsfactor van 1,5;

    • e.

      onderdeel e heeft een wegingsfactor van 2.

  • 5. Aanvragen die na de rangschikking minder dan 12 punten behalen, worden geweigerd.

  • 6. Indien meerdere aanvragen op dezelfde plaats op de prioriteitenlijst worden gerangschikt en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste gehonoreerd.

Artikel 12

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht om uiterlijk één jaar na subsidieverlening met de activiteit te starten.

  • 2. Gedeputeerde Staten kunnen in verband met de uitbraak van COVID-19 afwijken van het eerste lid.

Artikel 13

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit.

  • 2. Indien de subsidieontvanger een gemeente is, wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie ingediend uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid.

  • 3. Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.

  • 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 14

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als HIRB+ Uitvoeringsregeling subsidie Herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen Noord-Holland 2020.

Ondertekening

Haarlem, 11 februari 2020.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland

A.Th.H. van Dijk,

voorzitter.

R.M. Bergkamp,

provinciesecretaris

Uitgegeven op *

Namens Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

R.M. Bergkamp,

provinciesecretaris.