Subsidieregeling Leefbaarheid & bewonersparticipatie Den Haag 2020

Geldend van 21-12-2020 t/m 31-12-2023

Intitulé

Subsidieregeling Leefbaarheid & bewonersparticipatie Den Haag 2020

Toelichting:

Het doel van deze subsidieregeling is het versterken van de positie van de stadsdelen voor het oplossen van kleine leefbaarheidsproblemen en het stimuleren van sociale verantwoordelijkheid in de wijken. Deze regeling maakt het mogelijk voor de stadsdeelorganisatie initiatieven van bewoners ten behoeve van de leefbaarheid en participatie financieel te ondersteunen.

Besluitvorming:

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014,

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Leefbaarheid & Bewonersparticipatie Den Haag 2020:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

- college:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

- gemeentelijk vastgoed:

bebouwde en onbebouwde onroerende zaken in eigendom van of in gebruik door de gemeente Den Haag;

- uitvoeringsplan:

het door het college vastgestelde jaarlijkse uitvoeringsplan per wijk, gebaseerd op de vierjaarlijkse door de Raad vastgestelde wijkagenda;

- verordening:

de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014;

- wet:

de Algemene wet bestuursrecht;

- wijk:

geografische indeling conform de wijkprogramma’s van de gemeente Den Haag;

- wijkagenda:

de door de raad vastgestelde vierjaarlijkse wijkagenda.

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:1 bedoelde activiteiten.

Hoofdstuk 2 De activiteiten en de doelgroep

Artikel 2:1 Activiteiten

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor kleinschalige initiatieven van bewoners uit het betreffende stadsdeel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, die bijdragen aan de bevordering van cultuur, welzijn, participatie, leefbaarheid en veiligheid in buurt, wijk of stadsdeel in de gemeente Den Haag.

  • 2.

    Het doel dat met de verstrekte subsidie wordt nagestreefd is, moet worden benoemd in een activiteitenplan en bijbehorende begroting, waarin staat omschreven wie de activiteit gaat uitvoeren, wie de doelgroep is en waar het plaats vindt, dat bijgevoegd wordt bij de aanvraag.

  • 3.

    De koppeling met het na te streven achterliggende maatschappelijke doel is omschreven in de wijkagenda en/of uitvoeringsplan van de wijk waar de activiteit plaatsvindt.

Artikel 2:2 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen en natuurlijke personen, met een maximum van € 750,- indien dit een natuurlijke persoon betreft.

Hoofdstuk 3 De kosten en de subsidie

Artikel 3:1 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden.

  • 2.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 2:1.

  • 3.

    De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

    a. de kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    b. kosten van eten of drinken, die meer dan 5% van het totaal gesubsidieerde bedrag betreffen.

    c. vrijwilligersvergoedingen;

    d. salariskosten, tenzij professionele ondersteuning noodzakelijk wordt geacht. Deze kosten bedragen echter nooit meer dan 15% van het totaal te subsidiëren bedrag;

    e. kosten attentie vrijwilligers, die meer dan €25 per vrijwilliger bedragen.

  • 4.

    De eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur maakt geen deel uit van de subsidiabele kosten, behalve als de apparatuur ingezet kan blijven worden voor toekomstige activiteiten in de desbetreffende wijk, en derhalve in het bezit komt van een rechtspersoon aangewezen door de stadsdeelorganisatie.

  • 5.

    De BTW over de gesubsidieerde kosten komt alleen voor vergoeding in aanmerking als die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht. Deze BTW moet zichtbaar in de financiële verantwoording worden opgenomen en voor zover een accountantsverklaring moet worden afgegeven, moet dit expliciet uit de verklaring blijken.

Artikel 3:2 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt voor een activiteit op straatniveau maximaal € 750,-, voor een activiteit op buurtniveau maximaal € 1.500,- en voor een activiteit op wijkniveau maximaal € 5.000,-

  • 2.

    Cofinanciering is gewenst. Deze is in de bijgevoegde begroting van de subsidieaanvraag opgenomen.

  • 3.

    Voor evenementen met een stedelijke uitstraling bedraagt de subsidie nooit meer dan 10% van de totale begroting van de activiteit, er moet een duidelijke link zijn met het betreffende stadsdeel.

  • 4.

    Er mag gemotiveerd worden afgeweken van de bedragen benoemd in artikel 3:2,eerste lid indien daar dringende reden toe zijn.

Hoofdstuk 4 Subsidieplafond en verdeling

Artikel 4:1 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode van 1 januari tot en met 31 december een subsidieplafond gelijk aan 40% van het jaarlijkse beschikbare bedrag voor Leefbaarheid- en bewonersparticipatie in de begroting van het betreffende stadsdeel

  • 2.

    Het college kan de hoogte van het subsidieplafond binnen de in het eerste lid genoemde periode wijzigen.

Artikel 4:2 Wijze van verdeling

  • 1.

    Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij het college, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de wet de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3.

    Indien het college op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt, meer dan één aanvraag ontvangt, stelt het de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Hoofdstuk 5 Besluitvorming subsidie

Artikel 5:1 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 9, derde lid, van de verordening, ingediend uiterlijk 6 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 5:2 Beslistermijn

Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de verordening, binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend.

Artikel 5:3 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet en artikel 11, eerste, tweede lid en derde lid, van verordening kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • a. de aanvraag niet tijdig is ingediend en deze niet reeds op grond daarvan buiten behandeling is gesteld;

  • b. de activiteiten een structureel of besloten karakter hebben;

  • c. de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een langere looptijd hebben dan 12 maanden;

  • d. de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten die naar het oordeel van het college reeds in voldoende mate uitgevoerd worden.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen, verantwoording, vaststelling en voorschot

Artikel 6:1 Verplichtingen

Onverminderd de artikelen 4:37 van de wet en artikel 15 tot en met 18 van de verordening, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • a. indien een voorschot wordt verleend, kan de subsidieontvanger worden verplicht om een zakelijk zekerheidsrecht aan de gemeente te verlenen of een andere vorm van zekerheidsstelling voor de vorderingen die ontstaan uit vorderingen op grond van 4:57 van de wet;

  • b. indien de subsidieontvanger voor het uitoefenen van zijn activiteiten huisvesting behoeft en de huisvestingslasten onderdeel uit maken van de te verstrekken subsidie, kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting worden verbonden om de activiteiten van de subsidieontvanger te laten plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, voor zover het gemeentelijk vastgoed geschikt is om deze activiteiten uit te oefenen, dan wel daartoe redelijkerwijs geschikt te maken is;

  • c. indien aan een beschikking tot subsidieverlening de verplichting is verbonden dat de activiteiten van de subsidieontvanger plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, kunnen daarbij verplichtingen worden opgelegd inzake meervoudig of gezamenlijk gebruik van het betreffende gemeentelijke vastgoed;

  • d. indien de uitoefening van de activiteiten van de subsidieontvanger niet plaatsvindt in of op gemeentelijk vastgoed kan aan de beschikking tot subsidieverlening de verplichting worden verbonden dat de subsidieontvanger de huisvesting waarin de activiteiten plaatsvinden, in medegebruik geeft of verhuurt aan andere subsidieontvangers van de gemeente teneinde meervoudig of gezamenlijk gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren.

Artikel 6:2 Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 100.000

In aanvulling van de op grond van artikel 20, tweede lid, van de verordening over te leggen gegevens, legt de aanvrager van een vaststellingsbeschikking de volgende gegevens over:

  • a. een bestuursverklaring volgens het door het college vastgestelde model;

  • b. een inhoudelijk en financieel voor openbaarmaking geschikt verslag door middel van het door het college vastgestelde verantwoordingsformulier Stimuleren verbinding tussen Hagenaars 2019, waarbij op voor het algemene publiek toegankelijke wijze wordt beschreven wat het resultaat is van de doelstellingen waarvoor de subsidie is aangevraagd.

Artikel 6:3 Bevoorschotting

Voor subsidies van meer dan € 10.000 geldt een bevoorschotting van 90% van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7:1 Hardheidsclausule

Het college kan een artikel of artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zo ver van toepassing, gelet op het belang van deze regeling, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7:2 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling eind 2024.

Artikel 7:3 Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieregeling Leefbaarheid en Bewonersparticipatie Den Haag 2016 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 en vervalt met ingang van 1 januari 2024.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Leefbaarheid en Bewonersparticipatie Den Haag 2020.

Den Haag, 17 december 2019,

Het college van burgemeester en wethouders,

de wnd. secretaris,

Dineke ten Hoorn Boer

de wnd. burgemeester,

Johan Remkes

Artikelsgewijze toelichting:

Artikel 3.1 lid 3

Professionele ondersteuning kan worden gesubsidieerd als duidelijk kan worden aangetoond dat de activiteit anders geen doorgang kan vinden. Daarbij kan worden gedacht aan inhuren van deskundigheid, of begeleiding bij het opzetten van een activiteit.

Ondertekening