Gedragscode integriteit statenleden en burgerleden 2019 provincie Overijssel

Geldend van 19-02-2020 t/m heden

Intitulé

Gedragscode integriteit statenleden en burgerleden 2019 provincie Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel,

gelezen het voorstel van het Presidium d.d. 2 oktober 2019

besluiten:

  • 1.

    De Gedragscode integriteit statenleden en burgerleden 2019 provincie Overijssel, met de Appendix vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode politieke ambtsdragers Overijssel 2015.

Inleiding

Provinciale Staten van Overijssel stellen op grond van de Provinciewet een gedragscode voor haarzelf, de Burgerleden, de Commissaris van de Koning en Gedeputeerde Staten vast.

Doel van de gedragscode is hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Goed bestuur is integer bestuur. Integriteit ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen Staten- en Burgerleden onderling en tussen Staten- en Burgerleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang. Vertrekpunt voor de Staten- en Burgerleden is dan ook de eed of gelofte die zij bij de ambtsaanvaarding afleggen.

Integriteit en openheid zijn kernwaarden van goed openbaar bestuur. Wetgeving en ook de gedragscode in aanvulling hierop, bevat diverse voorschriften inzake openheid met het oog op de integriteit. Zoals bij openbaarmaking van nevenfuncties en/of neveninkomsten, van geschenken en buitenlandse reizen. Registratie bevordert transparantie die belangenverstrengeling en onverantwoord en/of onjuist gebruik van publieke middelen moeten tegengaan.

De gedragscode is een interne regeling een regeling die door PS wordt vastgesteld waarmee sprake is van zelfbinding. Het bevat gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen, van de besluitvorming over en de naleving van normen vergroten. Een nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. Een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

PS, Burgerleden, GS en de Commissaris zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun integriteit en zullen zich daar in alle openheid over moeten kunnen verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen, maar is ook niet vrijblijvend. Zij kunnen wel worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving van de gedragscode te verantwoorden. Het niet naleven kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben.

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Wettelijke grondslag

Provinciale Staten stellen een gedragscode vast voor hun leden [artikel 15, derde lid, Provinciewet]. De gedragscode is ook van toepassing op Burgerleden. Daar waar in deze Gedragscode “Statenlid” staat moet zoveel als mogelijk tevens/respectievelijk “Burgerlid” worden gelezen.

Artikel 1.1

Deze gedragscode geldt voor de Statenleden, Burgerleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

Artikel 1.2

Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Paragraaf 2

Voorkomen van belangenverstrengeling

Wettelijk kader

Afleggen eed of belofte [artikel 14 Provinciewet]

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de Statenleden en Burgerleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot Statenlid/Burgerlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als Statenlid/Burgerlid naar eer en geweten zal vervullen.”

Persoonlijke belangen

Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over:

  • -

    een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

  • -

    de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort [artikel 28 Provinciewet].

Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Incompatibiliteiten en nevenfuncties

  • -

    Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend [artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet].

Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet).

  • -

    Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit [13 Provinciewet]. Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet).

  • -

    Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het provinciehuis [11 Provinciewet].

Artikel 2
  • 1. Het Statenlid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het Statenlidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier.

  • 2. De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de (neven)functie;

    • b.

      de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht;

    • c.

      of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het Statenlidmaatschap; en

    • d.

      of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Toelichting

Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register, namelijk wordt geplaatst op de website van de Provincie Overijssel, pagina PS. Het Statenlid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Nevenfuncties kunnen via Youforce worden opgegeven en gewijzigd.

Paragraaf 3

Informatie

Wettelijk kader

Informatieplicht

Gedeputeerde Staten en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang [167 Provinciewet].

Het Reglement van Orde voor provinciale staten kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.

Geheimhouding

  • -

    Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

  • -

    Gedeputeerde staten kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook provinciale staten onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan/kunnen geheimhouding opleggen [artikelen 25, 55 en 91 Provinciewet].

  • -

    Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Artikel 3.1

Het Statenlid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.

Artikel 3.2

Het Statenlid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.

Toelichting

Artikel 3.1

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

Paragraaf 4

Omgang met geschenken en uitnodigingen

Wettelijk kader Afleggen eed of belofte

De eed of belofte die het Statenlid op grond van artikel 14 van de Provinciewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Artikel 4.1
  • 1. Een Statenlid accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2. Onverminderd het eerste lid kan het Statenlid incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden.

  • 3. Geschenken die het Statenlid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de provincie Overijssel.

  • 4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de provincie Overijssel hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.

Artikel 4.2
  • 1. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de provincie Overijssel maakt het Statenlid binnen één week na deelname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen.

  • 2. De informatie is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 4.3
  • 1. Een Statenlid meldt de griffier de ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de provincie Overijssel binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren.

  • 2. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Toelichting

Artikel 4.1

In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het Statenlid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het Statenlid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de provincie die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de provincie heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.

Artikelen 4.2 en 4.3

Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als Statenlid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.

De Statenleden en Burgerleden zijn zelf primair verantwoordelijk om ontvangen geschenken tijdig door te geven aan de Griffier. De Griffier registreert de ontvangen meldingen. Op de website van de provincie zal een overzicht van de ontvangen geschenken vanaf 28 maart 2019 worden bijgehouden (=register).

Paragraaf 5

Gebruik van voorzieningen van de provincie

Wettelijk kader Procedure van declaratie:

Er zijn voor Statenleden voorschriften opgenomen in de provinciale verordening Rechtspositie over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.

Buitenlandse excursie of reis voor Statenleden: Provinciale staten kunnen een statencommissie (of een delegatie daaruit) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de provincie Overijssel. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de provincie Overijssel.

Provinciale Staten kunnen aan de toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 5.1
  • 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de provincie Overijssel.

  • 2. Het Statenlid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

Artikel 5.2

Een Statenlid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

Artikel 5.3

Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de provincie Overijssel ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn.

Toelichting

Artikel 5.1

Aan Statenleden worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken.

Het Statenlid zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden.

Artikel 5.3

Stelregel is dat privégebruik van provinciale voorzieningen niet is toegestaan.

Declaraties kunnen worden ingediend via het Youforce systeem, waar alle Statenleden en Burgerleden een account van hebben.

Paragraaf 6

Uitvoering gedragscode

Artikel 6.1

Provinciale Staten bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin.

Artikel 6.2
  • 1. Op voorstel van de Commissaris van de Koning maken Provinciale Staten in ieder geval afspraken over:

    • a.

      de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder;

    • b.

      de aanwijzing van de Griffier als contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;

    • c.

      de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een lid van PS, Burgerlid van de provincie Overijssel.

  • 2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode (zie appendix: afspraken).

Toelichting

Artikel 6.2

De Provinciewet verplicht Provinciale Staten om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor Statenleden, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de Statenleden zich committeren.

De Commissaris van de Koning krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar provincie te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.

De Commissaris van de Koning hoeft hier niet alleen voor te staan. Daartoe is de Griffier aangewezen als contactpersoon of aanspreekpunt.

Goed denkbaar is ook dat Provinciale Staten met de Commissaris van de Koning nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden.

Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend.

Paragraaf 7

Artikel 7.1 Intrekkingsbesluit

Voorts besluiten Provinciale Staten de Gedragscode politieke ambtsdragers Overijssel 2015 in te trekken.

Artikel 7.2 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Gedragscode integriteit Statenleden en Burgerleden 2019 provincie Overijssel.

Artikel 7.3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Provinciale Staten van Overijssel van 16 oktober 2019,

Voorzitter,

Griffier,

Appendix

Afspraken als bedoeld in artikel 6.2 van de Gedragscode integriteit Statenleden en Burgerleden 2019 provincie Overijssel

Uitwerking art 6.2 lid 1, sub c (de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending)

Bij een vermoeden van of indien een intern onderzoek gaande is naar mogelijk niet integer handelen, dient de kring van hen die hiervan op de hoogte zijn, zo klein mogelijk te blijven.

Ingeval van een vermoeden van een integriteitsschending kunnen de volgende stappen worden doorlopen:

  • -

    er kan een gesprek plaatsvinden met de melder, de Commissaris en de Griffier;

  • -

    de Commissaris en Griffier bespreken welke vervolgstappen ev worden genomen, afhankelijk van de aard en ernst de vermeende integriteitsschending (zoals een gesprek met het betreffende Statenlid);

  • -

    ingeval van een gesprek beslist de Commissaris of er een verslag van wordt gemaakt en het verslag wordt ter goedkeuring aan het betreffende Statenlid voorgelegd;

  • -

    ingeval van een ernstige integriteitsschending besluit de Commissaris of het Presidium hierover wordt geïnformeerd;

  • -

    indien de melding over de Commissaris gaat, dan wordt de melding bij de Griffier gedaan, die daarover contact opneemt met de minister van BZK;

  • -

    periodiek worden Provinciale Staten geïnformeerd over de ontvangen meldingen en de afhandeling daarvan.