Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent de heffings- en invorderingsambtenaar (Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar)

Geldend van 15-02-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent de heffings- en invorderingsambtenaar (Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van de Concerndirecteur Dienstverlening van 4 februari 2020, kenmerk 3503000;

gelet op artikel 231 van de Gemeentewet en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ);

besluit:

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit besluit wordt onder directeur Belastingen verstaan de directeur van de Directie Burgerzaken & Belastingen.

Artikel 2 WOZ-ambtenaar

Voor de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken wordt aangewezen als WOZ ambtenaar: de directeur Belastingen.

Artikel 3 Heffingsambtenaren

  • 1. Voor de uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet, is voor elk van de in de middelste kolom van de tabel in de bijlage van dit besluit genoemde belastingen de in de rechter kolom genoemde functionaris aangewezen als heffings- en invorderingsambtenaar.

  • 2. In gevallen waarin de tabel in de bijlage van dit besluit niet voorziet, is de directeur Belastingen aangewezen als heffings- en invorderingsambtenaar.

Artikel 4 Uitzonderingen

In afwijking van artikel 3 is uitsluitend de directeur Belastingen aangewezen:

  • a.

    voor de dwanginvordering zoals geregeld in hoofdstuk III van de Invorderingswet 1990;

  • b.

    als partij bij de behandeling van beroepschriften als genoemd in Hoofdstuk V, afdeling 2 en 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Artikel 6 Intrekking oude regeling

Het Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar wordt ingetrokken met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de inwerkingtreding hebben voorgedaan.

Artikel 7 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit heffings- en invorderingsambtenaar.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 februari 2020.

De secretaris,

V.J.M. Roozen

De burgemeester,

A. Aboutaleb

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 7 februari 2020 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch) 

Ondertekening

Bijlage: Tabel aanwijzing heffings- en invorderingsambtenaren

Gemeentelijke belastingen

Heffings- en invorderingsambtenaren

a.

Afvalstoffenheffing

  • -

    directeur Belastingen.

b.

Bedrijfsreinigingsrecht

  • -

    directeur Belastingen.

c.

BIZ-bijdrage

  • -

    directeur Belastingen.

d.

Leges aanvragen voor ontheffingen van de Milieuzone in Rotterdam

  • -

    hoofd Bouw- en Woningtoezicht cluster Stadsontwikkeling.

e.

Leges in de zin van de Algemene Legesverordening

  • -

    indien de desbetreffende aanvraag voor een vergunning, verstrekking of dienst in behandeling is genomen door een cluster en in een van de overige onderdelen van dit aanwijzingsbesluit geen aanwijzing van een heffingsambtenaar heeft plaatsgevonden, de concerndirecteur van het cluster.

f.

Leges Publiekszaken in de zin van de Legesverordening Publiekszaken

  • -

    directeur Belastingen.

g.

Leges wet omgevingsvergunning (WABO)

  • -

    hoofd Bouw- en Woningtoezicht cluster Stadsontwikkeling.

h.

Lijkbezorgingsrechten

  • -

    concerndirecteur Stadsbeheer.

i.

Logiesbelasting

  • -

    directeur Belastingen.

j.

Onroerende-zaakbelastingen

  • -

    directeur Belastingen.

k.

Parkeerbelasting

  • -

    directeur Belastingen;

  • -

    directeur Toezicht en Handhaving cluster Stadsbeheer, voor zover de betreffende aanvraag voor een vergunning, in de zin van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen door deze in behandeling is genomen.

l.

Precariobelasting

  • -

    directeur Belastingen.

m.

Precariobelasting standplaatsen

  • -

    hoofd Bouw- en Woningtoezicht cluster Stadsontwikkeling.

n.

Rechten markten

  • -

    directeur Toezicht en Handhaving cluster Stadsbeheer.

o.

Rechten openbare werken

  • -

    concerndirecteur Stadsbeheer.

p.

Reclamebelasting

  • -

    directeur Belastingen.

q.

Rioolheffing

  • -

    directeur Belastingen.

r.

Roerende woon- en bedrijfsruimteheffing

  • -

    directeur Belastingen.

s.

Liggeld woonschepen

  • -

    Concerndirecteur Stadsontwikkeling.

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na de datum van verzending ervan een bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten:

  • -

    naam en het adres van de indiener;

  • -

    datum bezwaarschrift;

  • -

    de gronden van het bezwaar;

  • -

    een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.

U wordt verzocht een kopie van dit besluit mee te zenden. Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit en de betaling niet op.

Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar:

het college van burgemeester en wethouders

t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie,

Postbus 1011

3000 BA Rotterdam.

U kunt, indien u een bezwaarschrift heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij: Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te Rotterdam. Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.