Subsidieregeling Cultuur Nijmegen

Geldend van 01-02-2020 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Cultuur Nijmegen

Op 25 september 2019 heeft de gemeenteraad de cultuurvisie Groei. vastgesteld. In deze cultuurvisie zijn de uitgangspunten voor de Nijmeegse culturele sector in de aankomende jaren benoemd. Centraal in het nieuwe beleid staat de betekenis van cultuur voor de ontwikkeling van Nijmegen: cultuur is van belang voor de vitaliteit van de leefgemeenschap in onze stad en regio. We plaatsen cultuur in het perspectief van deze betekenis, waarbij cultuurbeleid wordt gelinkt aan het ruimtelijke, economische en sociale domein en de opgaven die de stad daarin heeft. Door een subsidiehuis wordt uitvoering gegeven aan de cultuurvisie. Dit subsidiehuis kent zes categorieën. In deze Subsidieregeling Cultuur Nijmegen worden vier van deze categorieën omgezet in onderstaande vier deelregelingen:

Culturele Projecten

Meerjarige Culturele Programma’s

De Basis

Infrastructuur & Overige

De overige twee categorieën worden door andere regelingen ingevuld namelijk via de Subsidieregeling Amateurkunst Nijmegen en de Groeispurt.

Het college van burgemeester en wethouders

gelet op artikel 3 lid 5 Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019

BESLUIT

vast te stellen de Subsidieregeling Cultuur Nijmegen

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen voor verstrekking van subsidies Cultuur

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1. NKS: Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019.

  • 2. Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich ten doel stelt activiteiten zonder winstoogmerk te verrichten ten behoeve van de burgers van de gemeente Nijmegen.

  • 3. Subsidie: een financiële tegemoetkoming voor culturele activiteiten die een bijdrage leveren aan één van de drie programmalijnen uit de cultuurvisie.

  • 4. Cultureel project: een eenmalige culturele activiteit/project.

  • 5. Cultureel programma: een samenhangend geheel van culturele activiteiten.

  • 6. Adviescommissie Groei.: een door het college ingestelde onafhankelijke commissie van externe deskundigen die de aanvragen beoordeelt en het college adviseert over het wel of niet subsidiëren van een aanvraag en de hoogte van de subsidie.

  • 7. De Basis: de zes culturele basisinstellingen van de gemeente Nijmegen, namelijk: Doornroosje, De Lindenberg, LUX, Museum Het Valkhof-Kam, Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid en Stadsschouwburg Nijmegen & Concertgebouw De Vereeniging.

  • 8. Code Diversiteit & Inclusie: instrument om culturele diversiteit in de instellingen te verankeren.

  • 9. Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie.

  • 10. Governance Code Cultuur: instrument voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector.

Artikel 2 Beleidsdoelstelling

De gemeente stelt in verschillende subsidies beschikbaar die bijdragen aan onderstaande programmalijnen uit de cultuurvisie Groei:

  • 1. Kunst en Cultuur voor en door iedereen.

  • 2. Aantrekkingskracht van Nijmegen vergroten door middel van cultuur.

  • 3. Ruimte voor innovatie en creativiteit.

Artikel 3 De aanvraag
  • 1. Subsidie kan worden aangevraagd door instellingen, die actief en aantoonbaar bijdragen aan cultuur in Nijmegen.

  • 2. De activiteiten vinden (grotendeels) in Nijmegen plaats.

  • 3. Per deelregeling mag een instelling één aanvraag per ronde indienen.

  • 4. De subsidieaanvraag wordt ingediend volgens onderstaand schema:

Deelregeling

Aanvraagtermijn

Verwijzing

Culturele Projecten

1 oktober (ieder jaar)

Hoofdstuk 2

Meerjarige Culturele Programma’s

1 april 2020 (1 keer per 2 jaar)

Hoofdstuk 3

De Basis

1 mei 2020

Hoofdstuk 4

Infrastructuur & Overige

n.v.t.

Hoofdstuk 5

Artikel 4 Indieningsvereisten aanvraag
  • 1. De aanvragen voor de deelregeling Culturele Projecten en deelregeling Meerjarige Culturele Programma’s dienen digitaal ingevuld te worden via het webformulier op www.nijmegen.nl/subsidies.

  • 2. De aanvragen voor de deelregelingen De Basis en deelregeling Infrastructuur & Overige dienen digitaal ingeleverd te worden via cultuursubsidies@nijmegen.nl.

  • 3. Onverminderd het bepaalde in de NKS, dienen de volgende gegevens ingediend te worden:

  • Een projectplan of meerjarenbeleidsplan met aandacht voor de geformuleerde criteria per deelregeling, volgens de handleiding.

  • Een sluitende, realistische begroting met dekkingsplan aansluitend op de looptijd van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en een uitgebreide toelichting daarop.

  • Als een aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt bij de gemeente Nijmegen, voegt de aanvrager ook de volgende documenten als bijlage toe:

    • Een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel.

    • De meest recente statuten.

    • Een actueel rekeningafschrift.

Artikel 5 Subsidieplafond

Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad is jaarlijks €20 miljoen (prijsniveau 2020) beschikbaar voor de uitvoering van de Cultuurvisie Groei.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van de NKS, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd voor activiteiten:

  • 1. Met een overwegend politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter.

  • 2. Met een fondsenwervende doelsteling.

  • 3. In het kader van een opleiding of studie (stage-opdracht, schoolvoorstelling).

  • 4. Die tijdens de Vierdaagse feesten in Nijmegen plaatsvinden.

  • 5. Die ook zonder financiële steun van de gemeente kunnen plaatsvinden.

  • 6. Die een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben, indien dat blijkt uit de begroting.

Artikel 7 Niet-subsidiabele kosten

Als niet-subsidiabele kosten gelden:

  • 1. De kosten voor de oprichting en de vervaardiging van gedenktekens.

  • 2. Onvoorziene kosten (post onvoorzien).

Artikel 8 Adviescommissies
  • 1. De beoordeling van de subsidieaanvragen voor de regelingen Culturele Projecten, Meerjarige Culturele Programma’s en De Basis, geschiedt door de externe adviescommissie Groei. De beoordeling van de subsidieaanvragen voor de regeling Infrastructuur en Overige, geschiedt door een ambtelijke commissie.

  • 2. De adviescommissie Groei. beoordeelt de aanvraag aan de hand van de gestelde criteria en programmalijnen (zie toelichting). De adviescommissie beoordeelt vervolgens in samenhang het geheel van alle aanvragen.

  • 3. De adviescommissie Groei. adviseert het college zowel over de inhoud als over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag.

  • 4. De adviescommissie Groei. formuleert naast het advies over de subsidieaanvragen een overkoepelend perspectief op het geheel van de aanvragen.

Artikel 9 Procedure en besluitvorming

Bij de besluitvorming van de regelingen Culturele Projecten, Meerjarige Culturele Programma’s en De Basis wordt de volgende procedure gevolgd:

  • 1. De aanvrager krijgt een digitale bevestiging van ontvangst van de subsidieaanvraag.

  • 2. Alle aanvragen worden ambtelijk getoetst aan de formele vereisten zoals deze zijn opgenomen in de geldende NKS en de Subsidieregeling Cultuur Nijmegen.

  • 3. Wanneer de aanvraag niet volledig blijkt te zijn, krijgt de aanvrager het verzoek om de gegevens binnen een week aan te vullen. Gebeurt dit niet, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

  • 4. Als de aanvraag voldoet aan de formele voorwaarden wordt deze ter beoordeling voorgelegd aan de adviescommissie Groei. Tijdens de behandeling van de aanvraag wordt geen informatie gegeven over de voortgang.

  • 5. De adviescommissie Groei. beoordeelt de aanvragen en stelt een adviesrapport op voor het college van burgemeester en wethouders. Dit rapport wordt openbaar.

  • 6. Het college besluit op basis van dit adviesrapport over de verstrekking van de subsidie aan de aanvragers.

Artikel 10 Evaluatie

De adviescommissie Groei. voert een visitatie uit bij de subsidieaanvragen die voor vier jaar worden verstrekt op basis van de deelregelingen De Basis en Meerjarige Culturele Programma’s.

Hoofdstuk 2: Subsidie Culturele Projecten

De deelregeling Culturele Projecten is bedoeld om de cultuur in Nijmegen te versterken door spannende en veelzijdige projecten te stimuleren. De subsidie is zowel gericht op participatieve- als artistieke kunstprojecten.

Artikel 11 Subsidiecriteria

Het College verstrekt jaarlijks op basis van het advies van de subcommissie Groei. subsidie aan een instelling voor culturele projecten, indien het project uitvoering geeft aan één of meerdere van onderstaande criteria (zie toelichting):

  • 1. Artistieke kwaliteit

  • 2. Participatie

  • 3. Veelzijdig/aanvullend aanbod

  • 4. Innovatie, creativiteit en experiment

  • 5. Publieksbereik

Artikel 12 Aanvullende voorwaarden voor subsidieverstrekking
  • 1. Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt per jaar minimaal €1.000 en maximaal €20.000.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale projectkosten.

  • 3. Het culturele project vindt plaats tussen 1 januari en 31 december van het jaar volgend op de subsidieaanvraag.

  • 4. Het culturele project wordt met minimaal één samenwerkingspartner uitgevoerd.

  • 5. Er kan maximaal vier keer subsidie voor eenzelfde cultureel project worden verstrekt.

  • 6. De reguliere exploitatiekosten van de instelling gelden als niet-subsidiabele kosten.

  • 7. Indien het totale bedrag van de ingediende subsidiabele aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen die door de adviescommissie Groei. als best worden beoordeeld als eerste voor subsidiëring in aanmerking.

Artikel 13 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd voor projecten, die door een instelling worden georganiseerd die reeds subsidie ontvangt vanuit de deelregelingen Meerjarige Culturele Programma’s of De Basis. Deze instellingen mogen wel fungeren als samenwerkingspartner.

Artikel 14 Subsidieplafond

Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad is jaarlijks ten hoogste €200.000 beschikbaar voor de uitvoering van de deelregeling Culturele Projecten.

Artikel 15 Beoordeling

De beoordeling geschiedt door een subcommissie van de adviescommissie Groei.

Hoofdstuk 3: Meerjarige Culturele Programma’s

De deelregeling Meerjarige Culturele Programma’s is bedoeld om de cultuur in Nijmegen te versterken door de artistieke kwaliteit te verhogen en een divers publiek te bereiken. Deze programma’s zijn mede bepalend voor de identiteit van de stad. Deze regeling stimuleert het experiment met andere domeinen waarbij de artistieke kwaliteit het uitgangspunt blijft.

Artikel 16 Subsidiecriteria

Het College verstrekt, op basis van het advies van de adviescommissie Groei. subsidie aan een instelling voor een cultureel programma als het te subsidiëren culturele programma uitvoering geeft aan één of meerdere van onderstaande criteria (zie toelichting):

  • 1. Artistieke kwaliteit

  • 2. Innovatie, creativiteit, experiment

  • 3. Educatie en/of participatie

  • 4. (inter)Nationale uitstraling en bereik

  • 5. Meerwaarde voor de stad

  • 6. Verbinding met andere domeinen

  • 7. Ondernemerschap

Artikel 17 Aanvullende voorwaarden voor subsidieverstrekking
  • 1. Het aangevraagde subsidiebedrag bedraagt minimaal €5.000 per jaar.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale programmakosten.

  • 3. Subsidie kan worden verstrekt voor een periode van twee of vier jaar. Aanvragers onderbouwen de noodzaak indien zij voor vier jaar aanvragen. De adviescommissie Groei. adviseert over de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verstrekt.

  • 4. Indien subsidie voor vier jaar wordt aangevraagd, dient de aanvrager aan te kunnen tonen dat hij minimaal twee edities van het betreffende programma heeft georganiseerd.

  • 5. Vanwege de overlappende periode voor een aanvraag bij de BIS (Basis InfraStructuur van het Rijk) en/of landelijke fondsen kunnen de instellingen die bij deze landelijke regelingen een aanvraag hebben ingediend, een kopie van deze aanvraag overleggen in plaats van het meerjarenbeleidsplan. De kopie van de aanvraag voor de BIS en/of landelijke fondsen omvat een onderschrijving van de codes Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit en Inclusie. Aanvullend geven de instellingen aan op welke manier invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke criteria:

    • Meerwaarde voor de stad

    • Verbinding met andere domeinen

  • 6. Bij de aanvraag worden aanvullend op artikel 4, de volgende gegevens ingediend:

    • Bij subsidie vanaf €5.000 het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar.

    • Bij subsidie vanaf €20.000 het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van de voorgaande twee jaren.

  • 7. Indien het totale bedrag van de ingediende subsidiabele aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, komen de aanvragen die door de adviescommissie Groei. als best worden beoordeeld als eerste voor subsidiëring in aanmerking.

  • 8. Subsidie wordt geweigerd voor programma’s, die door een instelling worden georganiseerd die reeds subsidie ontvangt vanuit de deelregeling De Basis.

Artikel 18 Subsidieplafond

Onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad is jaarlijks ten hoogste €1.500.000 beschikbaar voor de uitvoering van de deelregeling Meerjarige Culturele Programma’s.

Hoofdstuk 4: De Basis

De deelregeling voor De Basis is bedoeld om het culturele ecosysteem in Nijmegen, waarvan de zes grote, culturele instellingen de basis vormen, te behouden en te versterken.

Artikel 19 Subsidiecriteria

Het College verstrekt op basis van het advies van de adviescommissie Groei. subsidie aan een instelling voor de jaarlijkse programmering indien deze uitvoering geeft aan één of meerdere van onderstaande criteria (zie toelichting):

  • 1. Artistieke kwaliteit

  • 2. Veelzijdig aanbod

  • 3. Innovatie, creativiteit en experiment

  • 4. Verbinding met de andere domeinen

  • 5. Educatie en/of participatie

  • 6. Publieksbereik

  • 7. Meerwaarde voor de stad

  • 8. Ondernemerschap

  • 9. Verbinding met andere domeinen

  • 10. Positie in het culturele netwerk

Artikel 20 Aanvullende voorwaarden voor subsidieverstrekking
  • 1. Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

  • 2. Subsidie kan alleen aangevraagd worden door de 6 basisinstellingen zijnde Doornroosje, De Lindenberg, LUX, Museum Het Valkhof-Kam, Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid en Stadsschouwburg Nijmegen & Concertgebouw de Vereeniging.

  • 3. In aanvulling op artikel 4, levert de aanvrager de volgende gegevens aan:

    • Het jaarverslag, de jaarrekening inclusief balans van de voorgaande twee jaren.

    • Een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de waarden die ten grondslag liggen aan de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit vertaald worden in beleid, begroting en/of dagelijks handelen.

Hoofdstuk 5: Infrastructuur & Overige

De deelregeling Infrastructuur & Overige is bedoeld ter ondersteuning, facilitering en ontwikkeling van de gehele culturele sector. Deze regeling biedt de gemeente de kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en actualiteiten.

Artikel 21 Subsidiecriteria

Het College verstrekt subsidie aan een instelling voor culturele activiteiten indien deze uitvoering geven aan één of meerdere van onderstaande criteria (zie toelichting):

  • 1. Ondersteuning cultureel netwerk

  • 2. Meerwaarde voor de stad

Artikel 22 Beoordeling
  • 1. Aanvragen voor deze deelregeling worden beoordeeld door een ambtelijke commissie.

  • 2. De subsidie kan eenjarig of meerjarig verleend worden.

Artikel 23 Procedure en Besluitvorming

De beoordeling geschiedt door een ambtelijke commissie.

Hoofdstuk 6: Overige bepalingen

Artikel 24 Verplichtingen en Verantwoording
  • 1. Bij een besluit tot subsidieverstrekking worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

    • De subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring.

    • De subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overlegd.

  • 2. Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.

Artikel 25 Citeerartikel – Inwerkingtreding
  • 1. Deze regeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling Cultuur Nijmegen”.

  • 2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 28 januari 2020.

Ondertekening

De secretaris,

mr. drs. A.H. van Hout

De burgemeester,

drs. H.M.F. Bruls

Toelichting

In onderstaand overzicht is weergegeven welke soorten subsidie op basis van deze regeling aangevraagd kunnen worden en hun aanvraagtermijn.

Subsidie

Subsidieperiode

Subsidiebedrag

Aanvraagtermijn

Culturele Projecten

1 jaar

Minimaal €1.000 maximaal €20.000

Voor 1 oktober (ieder jaar)

Meerjarige Culturele Programma’s

2 of 4 jaar

Minimaal €5.000

Voor 1 april (1 keer per 2 jaar)

De Basis

4 jaar

Voor 1 mei 2020

Infrastructuur & Overige

1 of meerjarig

n.v.t.

Toelichting bij artikel 8 Adviescommissies

De diversiteit in de cultuursector vraagt om een manier van beoordelen waar het niet alleen draait om tellen, maar om wegen. De gemeente vindt het belangrijk dat subsidieaanvragen worden beoordeeld tegen de achtergrond en het profiel dat een instelling heeft. Dat betekent dat bij sommige instellingen het ene criterium zwaarder kan wegen dan het andere criterium.

Toelichting Subsidiecriteria

De commissies beoordelen aan de hand van de volgende criteria:

Artistieke Kwaliteit

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiele kwaliteit.

Vakmanschap heeft betrekking op de vaardigheden van de bij de instelling betrokken makers. Zeggingskracht gaat over de impact van de activiteiten op het publiek. Dat wil zeggen dat de activiteiten aansprekend zijn voor de publieksgroepen die de instelling wil bereiken. De oorspronkelijkheid van de activiteiten heeft betrekking op de herkenbare (artistieke) signatuur die onlosmakelijk is verbonden met de betreffende instelling waardoor een bijzondere of zelfs unieke bijdrage aan de sector wordt geleverd.

Innovatie, creativiteit en experiment

Innovatie, creativiteit en experiment heeft betrekking op vernieuwing en het innoverende karakter van het aanbod van een instelling. Dit kan op twee manieren namelijk door innovatie van de kunsten zelf en door innovatie in de samenleving te creëren. Innovatie van de kunsten zelf kan bijvoorbeeld door nieuw werk te presenteren of uit te voeren of door te experimenteren met nieuwe manieren waarop een discipline zich artistiek kan uitdrukken. Innovatie in de samenleving wordt bereikt door verbindingen aan te gaan met andere domeinen en thema’s, zoals wetenschap, zorg, duurzaamheid, economie, etc.

Meerwaarde voor de stad

De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande aanbod; zij dragen bij aan de pluriformiteit en diversiteit van het totale aanbod in de stad. De activiteiten dragen bij aan de aantrekkelijkheid van Nijmegen. Dit blijkt uit de wijze waarop de instelling aangeeft hoe de activiteiten zich verhouden tot de lokale omgeving, het lokale aanbod en de impact daarvan.

(inter)Nationale uitstraling en bereik

Hierbij gaat het om instellingen die belangrijk zijn voor de stad en een (inter)nationale uitstraling hebben. Dit blijkt onder andere uit financiering vanuit de BIS, landelijke fondsen en/of provincie. De instelling streeft een bovenregionale en/of (inter)nationale ambitie en uitstraling na.

Ondernemerschap

Ondernemerschap draait om het creëren van draagvlak voor het aanbod en het vinden van het juiste publiek (in aard en omvang). Het succes wordt mede bepaald door het beheren, organiseren en vermarkten van het culturele ‘product’. De financiële en bedrijfsmatige gezondheid van een instelling spelen daarbij een belangrijke rol.

Er wordt gekeken in hoeverre de instelling vanuit financieel, bedrijfsmatig en organisatorisch perspectief in staat is om de activiteiten uit te voeren.

Publieksbereik

Bij publieksbereik draait het om de visie en de rol van de instelling op het publiek. Het gaat over de publieksdoelgroepen die de instelling bereikt en de wijze waarop dat gebeurt. Hierbij staat de wijze waarop een instelling nieuw en meer divers publiek bereikt en interactie heeft met dit publiek centraal. Nieuw publiek gaat over een grotere diversiteit van het publiek. Het gaat over het versterken van de relatie tussen de instelling en het (toekomstig) publiek en de manier waarop dit zich vertaalt in de activiteiten.

Educatie & participatie

Educatie is het beleid dat een instelling voert op het gebied van cultuureducatie, zoals schoolgebonden activiteiten. Het aanbod en bereik van de educatieve activiteiten moeten in evenwicht zijn met de vraag van de scholen. Daarnaast heeft cultuureducatie ook betrekking op aanvullende activiteiten voor niet-schoolgebonden publiek, zoals nagesprekken en publiekscursussen.

Participatie gaat enerzijds om het bezoek van nieuw en bestaand publiek aan de activiteiten van de culturele instelling. Anderzijds gaat het over het actief betrekken van bezoekers bij de activiteiten, zodat het publiek ook zelf aan de activiteit meewerkt. Het gaat dus over het kijken en luisteren naar cultuur, cultuur beleven en/of het zelf actief beoefenen van kunst en cultuur.

Verbinding met andere domeinen

De verbinding met andere domeinen draait om de betekenis die cultuur kan hebben voor andere domeinen, zoals zorg en welzijn, duurzaamheid, economie, etc. Het gaat om de rol die een instelling heeft in zijn omgeving en het beoogde effect van deze verbinding.

Positie in het culturele netwerk

Dit draait om de mate waarin samenwerking wordt gezocht binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten. Dit kan om zowel inhoudelijke als bedrijfsmatige samenwerking gaan. Centraal staat de rol die de instelling speelt in zijn directe omgeving.

Veelzijdig & aanvullend aanbod

Veelzijdig en aanvullend aanbod is aanbod dat relevant en actueel is, meegaat met de tijd en aansprekend is voor (nieuwe) doelgroepen. Voor de pluriformiteit en dynamiek van het aanbod is een grote variatie aan disciplines, genres en mengvormen essentieel.

Ondersteuning cultureel netwerk

Relevant bij dit criterium is de wijze waarop de activiteiten van de instelling bijdragen aan het realiseren, faciliteren en professionaliseren van het culturele netwerk in Nijmegen.