Besluit van de burgemeester van de gemeente Westland houdende regels omtrent artikel 13b van de Opiumwet (Damoclesbeleid Gemeente Westland 2020)

Geldend van 29-07-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van de burgemeester van de gemeente Westland houdende regels omtrent artikel 13b van de Opiumwet (Damoclesbeleid Gemeente Westland 2020)

0. Drugscriminaliteit tast het woon- en leefklimaat aan

De gemeente Westland wordt geconfronteerd met drugscriminaliteit. Drugscriminaliteit vindt (mede) plaats in of wordt georganiseerd vanuit woningen en (niet) openbare gelegenheden. Afgezien van de strafbaarheid betekent drugscriminaliteit een aantasting van het woon- en leefklimaat en de sociale en/of fysieke veiligheid van burgers.

0.1. Inleiding

Voor de bestuurlijke handhaving op artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) is op 1 september 2016 het Damoclesbeleid gemeente Westland vastgesteld. Op basis van artikel 13b Opiumwet kan de burgemeester woningen, lokalen en daarbij behorende erven sluiten als er drugs wordt aangetroffen.

 

Op 1 januari 2019 is artikel 13b Opiumwet uitgebreid. Sinds deze wetswijzing heeft de burgemeester ook een sluitingsbevoegdheid wanneer er in een pand voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Hierbij kan worden gedacht aan bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen. Dit zijn de zogenoemde voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs.

 

Met het sluiten van een drugspand of daarbij behorend erf wordt een barrière opgeworpen in de aanpak van drugscriminaliteit en daarmee wordt het criminele ondernemingsproces verstoord. Ook geeft de gemeente met een sluiting niet alleen een sterk signaal af richting criminelen, maar ook richting burgers. Het laat zien dat de gemeente de aanpak van drugscriminaliteit serieus neemt en heeft een preventieve werking op bijvoorbeeld verhuurders van panden, die goed op moeten letten aan wie ze een pand verhuren.

De uitbreiding van de sluitingsbevoegdheid bij de Wet van 12 december 2018 (Staatsblad 2018, 481), is de aanleiding om het Damoclesbeleid van de gemeente Westland te wijzigen. Met de wijziging van artikel 13b van de Opiumwet is de gemeente Westland beter in staat om de drugsproblematiek aan te pakken.

0.2. Overlast en risico’s

De bestuurlijke aanpak van drugscriminaliteit richt zich op de beëindiging van overlast en gevaarzetting in woningen en lokalen. Drugscriminaliteit zorgt voor verloedering en overlast in woonwijken, kan leiden tot brandgevaar in panden en gaat regelmatig gepaard met andere vormen van criminaliteit, zoals uitkeringsfraude, ripdeals, belastingontduiking en energiediefstal. Met name als het gaat om hennepkwekerijen is er al snel sprake van brandgevaar met alle risico's van dien voor de omgeving. Ook in de gemeente Westland zijn er branden geweest die (mogelijk) veroorzaakt zijn doordat er in panden hennepkwekerij zijn aangelegd.

0.3. Waarom vaststellen in beleid

Bij toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet moet vooral gedacht worden aan het sluiten van een pand wegens geconstateerde drugshandel (zie hierna in hoofdstuk 5). De toepassing van bestuursdwang kan zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkenen, vooral als het betreffende pand bewoond wordt. Om die reden is voor de toepassing van bestuursdwang vereist dat het belang van daadwerkelijk optreden zorgvuldig wordt gemotiveerd, dat de op te leggen maatregel in redelijke verhouding staat tot de overtreding en dat een lichtere maatregel geen uitkomst biedt.

Gelet hierop is het gewenst om de aanpak van illegale verkooppunten van drugs in beleid vast te leggen. Zonder vastgesteld beleid is handhaven weliswaar mogelijk, maar worden (veel) hogere eisen gesteld aan de motivering van het besluit. Daarnaast weten burgers, door publicatie van het beleid, welke uitgangspunten gelden voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties als drugshandel in of vanuit een pand wordt geconstateerd.

0.4. Bestuursrechtelijk optreden

De burgemeester of het college van burgemeester en wethouders kunnen bestuurlijk optreden tegen drugsmisdrijven die in of vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven plaatsvinden. Beide bestuursorganen hebben op basis van diverse wetten, AMvB’s en verordeningen specifieke bevoegdheden die ze hiervoor in kunnen zetten. De (gebruiks)functie van de locatie en de ernst van de situatie zijn mede bepalend voor de in te zetten maatregel. Bestuursrechtelijk kan worden opgetreden:

  • a.

    Als burgemeester door uitvoering te geven aan artikel 13b Opiumwet/Wet Damocles.

  • b.

    Als college van B&W door uitvoering te geven aan de bouw- en woonregelgeving in

combinatie met hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).0.5. Verband met bouw- en woonregelgeving

Het college van B&W is belast met de handhaving van de bouw- en woonregelgeving en beschikt over diverse middelen om een ongewenste situatie te beëindigen / herstellen, te voorkomen en/of te bestraffen. Het college heeft daarmee de bevoegdheid om op basis van de bouw- en woonregelgeving drugscriminaliteit bestuurlijk aan te pakken. Om uitvoering te kunnen geven aan de verschillende bestuurlijke maatregelen is het van belang dat het college hiervoor beleidsregels vaststelt. Wanneer beleidsregel ontbreken worden er hogere eisen gesteld aan de motiveringsplicht.

0.6. Verband met nulbeleid ten aanzien van coffeeshops

Het is in de gemeente Westland niet toegestaan om een coffeeshop te vestigen. In het bijgevoegde burgemeesterbesluit (bijlage 1) is dit geregeld.

1. Definitie- en begrippenlijst

  • a.

    Harddrugs Alle middelen die vermeld worden op de lijst I bij de Opiumwet.

  • b.

    Softdrugs Alle middelen die vermeld worden op de lijst II bij de Opiumwet.

  • c.

    Handel in drugs De verkoop, aflevering of verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van soft- en/of harddrugs, hennepteelt, hennep drogen of hoe dan ook houden of voorhanden hebben van hennepplanten, welke niet enkel is gericht op eigen gebruik.

  • d.

    Voorbereidingshandelingen het voorhanden hebben van voorwerpen en of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid en onder 3, en artikel 11a van de Opiumwet bestemd om de strafbare feiten als bedoeld in artikel 10 en 11 van de Opiumwet te plegen;

  • e.

    Woning Een pand dat in hoofdzaak dient tot bewoning dan wel dienstbaar is aan het wonen. Zowel koop-als huurwoningen vallen onder deze definitie. Onder woning wordt tevens verstaan het bij een woning behorende erf.

  • f.

    Lokaal Een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal en het daarbij behorend erf (omvat zowel coffeeshops, cafés en winkels als  loodsen en/of bedrijfsruimten), alsmede een woning die niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt.

  • g.

    Gebruik als woning  Bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM).

  • h.

    in het kader van deze beleidsregels is sprake van een handelshoeveelheid als aangetoond/voldoende aannemelijk is dat:

    • -

      meer dan 0,5 gram harddrugs en/of meer dan 5 milliliter vloeistof harddrugs in het gebouw aanwezig is (geweest), zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet;

    • -

      meer dan 5 gram softdrugs en/of meer dan 5 hennepplanten in het gebouw aanwezig is (geweest), zoals genoemd in lijst II van de Opiumwet;

    • -

      in het gebouw sprake is (geweest) van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt, als bedoeld in de meest recente ‘Aanwijzing Opium wet’ van het Openbaar Ministerie.

2. Opiumwet

Drugscriminaliteit in/vanuit woningen of (niet-) openbare lokalen, moet naast strafrechtelijke middelen, ook met bestuursrechtelijke middelen bestreden kunnen worden. Op basis van artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang als er in woningen of lokalen en daarbij behorende erven soft- en/of harddrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Per 1 januari 2019 geldt dit ook voor het aantreffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs.

3. Juridisch kader

Artikel 13b is in de Opiumwet opgenomen voor de bestuurlijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, lijst l) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, lijst ll) Opiumwet.

Daarnaast is sinds 1 januari 2019 artikel 13b Opiumwet verruimd met het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3o, of artikel 11a Opiumwet.

Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

    • a.

      een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

    • b.

      een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoelt in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunde of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Eveneens is de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 27 februari 2015 van kracht (inwerking getreden per 1 maart 2015; Staatscourant 2015, nr. 5391) waarop het beleid is afgestemd.

4. Doel

Blijkens de Memorie van Toelichting bij artikel 13b Opiumwet heeft Damoclesbeleid tot doel: preventie en beheersing van de uit drugsproblematiek voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden.

Dit betekent dat door toepassing van Damoclesbeleid het pand niet meer voor druggerelateerde activiteiten gebruikt kan worden en daarmee de uit de drugsproblematiek voorvloeiende risico’s een halt wordt toegeroepen. Het pand dat wordt gesloten staat dan niet langer meer bekend als drugspand en de rust in de directe omgeving keert terug en een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat wordt voorkomen. Tevens wordt een signaal afgegeven naar de omgeving dat de geconstateerde feiten onacceptabel zijn.

Daarnaast maakt dit beleid het mogelijk om een snel, eenduidig en zorgvuldig handhavingsbesluit te motiveren. Ook worden door vaststelling van dit beleid alle betrokken partijen (gemeente, politie, bewoners, ondernemers en pandeigenaren) op de hoogte gesteld van de uitgangspunten die gelden voor het opleggen van bestuursrechtelijke sancties wanneer drugsproblematiek in of vanuit een pand wordt geconstateerd.

5. Uitgangspunten optreden

  • 1.

    Handel in drugs en het plegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs worden in het geheel niet gedoogd;

  • 2.

    Er wordt bestuursrechtelijk handhavend opgetreden indien in een woning of lokaal handel in drugs of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs plaatsvinden of hebben plaatsgevonden;

  • 3.

    Het bestuursrechtelijk handhavend optreden bestaat in de regel uit de last aan de eigenaar en/of gebruikers van een woning en/of het lokaal om de woning en/of het lokaal waar handel in drugs of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs heeft plaatsgevonden binnen een bepaalde termijn te sluiten en een bepaalde periode gesloten te houden, bij gebreke waarvan bestuursdwang (sluiting) wordt toegepast;

  • 4.

    Indien er sprake is van een ernstige situatie kan er voor worden gekozen spoedeisende bestuursdwang toe te passen en derhalve geen termijn voor de tenuitvoerlegging van de sluiting te stellen.

5.1. Bestuursrechtelijke handhaving, keuze van sanctiemiddel

Artikel 13b Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen. Een last onder bestuursdwang houdt in de last tot het herstellen in de normale toestand door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding. Bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet houdt het opleggen van een last onder bestuursdwang in dat het pand feitelijk gesloten wordt.

 

In plaats van een last onder bestuursdwang kan ook een last onder dwangsom worden opgelegd aan betrokkene(n). De last onder dwangsom dient als een stok achter de deur. Bij toepassing van artikel 13b Opiumwet houdt het opleggen van een last onder dwangsom in, dat bij een volgende overtreding een dwangsom wordt verbeurd, wat feitelijk betekent dat betrokkene een ‘boete’ moet betalen.

 

Gezien de effecten die de handel in drugs vanuit een woning of lokaal heeft op het openbare leven, geniet feitelijk handelen de voorkeur boven het opleggen van een last onder dwangsom. Het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van een pand wordt daarom als de meest effectieve maatregel beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Om die reden wordt voor de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet in principe gekozen voor directe sluiting van het betreffende pand. Gelet op de aantasting van het woonrecht is ten aanzien van bewoonde panden de marge ingebouwd om eerst te volstaan met een waarschuwing.

6. Handhaving drugshandel en voorbereidingshandelingen

Woningen, lokalen en daarbij behorende erven komen steeds vaker in beeld als verkooplocaties van drugs of locaties waar voorbereidingshandelingen plaatsvinden met betrekking tot handel in en productie van drugs. Daarnaast worden veelvuldig hennepkwekerijen in woningen en lokalen aangetroffen. Om de handel in drugs en de voorbereidingshandelingen in of vanuit woningen, lokalen en daarbij behorende erven tegen te gaan, is daarom strikte handhaving gewenst en noodzakelijk.

In het algemeen belang wordt daarom met de uitvoering van het sluitingsbeleid beoogd om de handel in drugs en voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs in of vanuit woningen, lokalen en daarbij behorende erven te beëindigen en hierdoor tevens de veroorzaakte negatieve effecten terug te dringen. Erkend wordt dat het sluiten van een woning/lokaalingrijpende (financiële) gevolgen heeft of kan hebben voor zowel de gebruikers als de eigenaren van het pand. Er is echter door de gebruikers en mogelijk tevens door de eigenaren van de woningen, lokalen en daarbij behorende erven ook financieel voordeel behaald uit de illegale verkoop van drugs en/of de voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs. Daar komt nog bij dat volgens jurisprudentie de financiële gevolgen minder zwaar wegen dan het belang dat wordt gediend met sluiting.

Sluiting van woningen, lokalen en daartoe behorende erven voor een bepaalde periode is noodzakelijk om te bewerkstelligen dat de illegale drugshandel daadwerkelijk en structureel eindigt van uit de betreffende locatie. Daarnaast wordt met de sluiting de bekendheid van een drugspand tegen gegaan en schikt het criminelen af om de locatie weer in gebruik te nemen voor de handel in drugs.

6.1. Sanctiematrix

De sanctiematrix is uitgewerkt ten behoeve van lokalen en woningen.

 

Tabel 1: Sanctiematrix

Soort pand

Overtreding

1e overtreding

2e overtreding (binnen 3 jaar na 1e overtreding)

3e overtreding

(binnen 3 jaar na 2e overtreding)

Ernstige situatie

Lokaal

Handel in harddrugs

Sluiting 12 maanden

Sluiting 24 maanden

Sluiting 48 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 24 maanden

Lokaal

Handel in softdrugs

Sluiting 6 maanden

Sluiting 12 maanden

Sluiting 24 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 12 maanden

Lokaal

Voorbereidingshandelingen

tot handel in en productie van harddrugs

 

Ontmanteling en sluiting 6/12 maanden

 

Ontmanteling en sluiting 12/24 maanden

Ontmanteling en sluiting 24/48 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 24 maanden

Lokaal

Voorbereidingshandelingen

tot handel in en productie van softdrugs

 

Ontmanteling en sluiting 3/6 maanden

 

Ontmanteling en sluiting 6/12 maanden

Ontmanteling en sluiting 12/24 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 12 maanden

Lokaal

Hennepkwekerij

Drugslaboratorium

 

Ontmanteling en sluiting  

6/12 maanden

Ontmanteling en sluiting

12/24 maanden

Ontmanteling en sluiting

24/48 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 6/12 maanden

Woning

Handel in harddrugs

Sluiting 3 maanden

Sluiting 6 maanden

Sluiting 12 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 6 maanden

Woning

Handel in

Softdrugs

Bestuurlijke waarschuwing

Sluiting 3 maanden

Sluiting 6 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 3 maanden

Woning

Voorbereidingshandelingen

tot handel in en productie van harddrugs

Ontmanteling en sluiting 3 maanden

Ontmanteling en sluiting 3/6 maanden

Ontmanteling en sluiting 6/12 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 6 maanden

Woning

Voorbereidingshandelingen

tot handel in en productie van softdrugs

Bestuurlijke waarschuwing

Ontmanteling en sluiting 3 maanden

Ontmanteling en sluiting 6 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 3 maanden

Woning

Hennepkwekerij

Drugslaboratorium

 

Ontmanteling en sluiting 3/12 maanden

Ontmanteling en sluiting 12/24 maanden

Ontmanteling en sluiting 24/48 maanden

Spoedsluiting

Sluiting 6/12 maanden

 

6.1.1. Toelichting sluitingstermijnen

  • In beginsel sluit de zwaarte van de verschillende sancties (sluitingsduur) aan op de ernst van de geconstateerde overtreding, De duur van de sluiting is in de eerste plaats afhankelijk van de soort overtreding, in die zin dat de sluitingsduur bij handel of voorbereidingshandelingen in harddrugs in beginsel langer is dan de sluitingsduur bij handel of voorbereidingshandelingen in softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs (lijst I en lI Opiumwet), het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet en de onaanvaardbare risico's van harddrugs.

  • De duur van de sluiting is verder afhankelijk van de vraag of de handel in drugs heeft plaatsgevonden in een woning of in een lokaal, in die zin dat de sluitingsduur bij handel in drugs en/of de voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs in lokalen in beginsel langer is dan de sluitingsduur van woningen. Dit hangt samen met het uitgangspunt dat de sluiting van een woning zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen. Gelet op vorenstaand onderscheid tussen enerzijds soft- en harddrugs en anderzijds tussen woningen en lokalen is er, mede met het oog op artikel 8 EVRM, gekozen om bij de eerste constatering van handel in softdrugs en/of van de voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van softdrugs in een woning te volstaan met een schriftelijke waarschuwing. Er wordt niet direct over gegaan tot sluiting van de woning.

  • De sluitingsduur is voorts bij zowel softdrugs als harddrugs alsmede bij zowel woningen als lokalen langer indien eerder al een bestuurlijke maatregel is opgelegd voor handel in drugs en/of de voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs op de betreffende locatie.

  • Tot slot is bij de vaststelling van de verschillende sluitingstermijnen uitgegaan van de benodigde tijd die verwacht wordt om de bekendheid van een locatie als drugsadres teniet te doen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.

6.2. Rechtvaardiging van de inbreuk op het woonrecht (artikel 8 EVRM) 

Toepassing van artikel 13b Opiumwet tast het recht op ongestoord genot van een bewoond pand aan, zoals dat is neergelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Artikel 13b Opiumwet voorziet echter in een wettelijke grondslag in het nationale recht voor een beperking van de persoonlijke levenssfeer. Het doel dat wordt gediend met artikel 13b Opiumwet sluit aan bij het doelcriterium “voorkoming van strafbare feiten” zoals opgesomd in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. Daarnaast worden ook rechten van anderen, in dit geval omwonenden, beschermd: overlast en/of gevaar wordt weggenomen en aan eventuele intimidatiepraktijken wordt een einde gemaakt. Artikel 13b Opiumwet dient dus de door het EVRM genoemde, gerechtvaardigde belangen.

6.3.  Minderjarigen en overige bewoners

Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen.

 

Gelet op het bepaalde in artikel 8 van het EVRM (recht op ongestoord woongenot) zal er, indien tot een sluiting wordt besloten, tevens aandacht dienen te zijn voor de vraag of voor een bewoner vervangende woonruimte aangeboden dient te worden. Gelet op het Verdrag van de rechten van het kind behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij betrokken zijn. Het is tenslotte ook in verband met dit fundamentele recht dat -indien de situatie daartoe aanleiding geeft- er kan worden afgeweken van het overige gemeentelijke beleid inzake artikel 13b Opiumwet door bij een eerste overtreding te volstaan met een waarschuwing.

 

Indien er sprake is van minderjarige bewoner(s)/betrokkene(n) wordt er een zorgmelding bij Veilig Thuis gedaan.

6.4. Opvang huisdieren

Betrokkenen dienen in beginsel zelf voor hun huisraad, huisdieren of alternatieve huisvesting te zorgen. Als onderdeel van de toepassing van de bestuursdwang kunnen eventueel aangetroffen huisdieren op kosten van de overtreder worden overgebracht naar een asiel.

7. Ernstige situatie/spoedsluiting

Indien zich een spoedeisende situatie voordoet, kan de burgemeester besluiten bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last, zie hiervoor artikel 5:31, eerste lid, van de Awb. Artikel 5:31, tweede lid, van de Awb geeft het geval dat zelfs een situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht. Deze maatregel is bedoeld om bij zeer ernstige gevallen direct de openbare orde en veiligheid te herstellen.

Van een ernstige situatie is sprake als het aannemelijk is dat drugshandel en/of de voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs vanuit een woning of een lokaal in georganiseerd (crimineel) verband plaatsvindt. Hiervan kan sprake zijn als naast de aangetroffen drugs er verpakkingsmaterialen, vuurwapens, grote contante geldbedragen, weegschalen, versnijdingsmaterialen etc. aanwezig zijn.

Om een inschatting te maken of er sprake is van drugshandel en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs in georganiseerd verband, is als hulpmiddel onderstaande indicatorenlijst opgesteld. Deze lijst heeft een alternatief en een niet limitatief karakter. Op basis van enkele indicatoren kan aannemelijkheid al aan de orde zijn.

Indicatorenlijst ernstige situatie:

  • a.

    De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik. Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij “aanwijzing Opiumwet” van het College van procureurs-generaal). Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men)(handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.);

  • b.

    Het aantreffen van voorwerpen of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet, die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel of productie in drugs.

  • c.

    Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

  • d.

    Er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

  • e.

    Er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);

  • f.

    Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten(hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

  • g.

    Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

  • h.

    De mate van gevaar voor de sociaal-maatschappelijke omgeving, mate van risico voor omwonenden;

  • i.

    Aannemelijkheid dat behalve de woning, het lokaal of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;

  • j.

    Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. Dit kunnen bijvoorbeeld: verklaringen of meldingen zijn van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren e.d.

8. Procedure tot sluiting

Bij de procedure tot sluiting van een woning of lokaal worden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Alvorens over te gaan tot het daadwerkelijk sluiten van een woning of lokaal wordt aan belanghebbenden in beginsel de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit. Als de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven (bijvoorbeeld gelet op de omvang of de frequentie van de overtredingen en/of de veroorzaakte dan wel terug te dringen overlast) kan er voor worden gekozen spoedeisende bestuursdwang toe te passen en derhalve geen zienswijzemogelijkheid te bieden. Bij de toepassing van spoedeisende bestuursdwang dient de woning of het lokaal immers direct te worden gesloten (artikel 5:31 Algemene wel bestuursrecht)..

8.1. Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen (WKPB)

Het besluit tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet moet op grond van de WKPB onroerende zaken worden geregistreerd en gepubliceerd in het WKPB-register. Het doel van deze wet is om eenvoudig inzicht te krijgen in de door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw.

9. Samenloop

Indien er sprake is van handel in zowel soft- als harddrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van soft- als harddrugs, wordt de sanctie opgelegd die geldt bij de constatering van handel in harddrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van harddrugs

Indien handel in softdrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van softdrugs wordt geconstateerd nadat er al een sanctie is opgelegd voor de handel in harddrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van harddrugs, dan wordt de sanctie opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering van handel in softdrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van softdrugs.

Indien handel in harddrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van harddrugs wordt geconstateerd nadat er al een sanctie is opgelegd voor handel in softdrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van softdrugs, dan wordt de sanctie opgelegd die hoort bij de tweede of volgende constatering van handel in harddrugs en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van harddrugs.

10. Betreden gesloten verklaard pand 

Het is op grond van artikel 2.54, tweede lid, Algemene Plaatselijke Verordening een ieder verboden om een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten pand te betreden. Het pand mag alleen worden betreden indien de burgemeester daartoe ontheffing verleend. In de regel wordt slechts ontheffing van het verbod verleend ingeval van een dringende en/of zwaarwichtige reden. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen moet een schriftelijk en gedetailleerd verzoek om ontheffing worden ingediend, waaruit in ieder geval duidelijk blijkt voor wie de ontheffing moet gelden, voor welk doel en voor welke periode (tijdsduur).

10.1. Opheffing sluiting gesloten verklaard pand

De burgemeester is bevoegd een sluiting van een pand tussentijds op te heffen. Het uitgangspunt is echter dat een sluiting die is opgelegd ook wordt geëffectueerd en alleen bij wijze van uitzondering tussentijds kan worden opgeheven. Er kan alleen tot opheffing van een sluiting worden besloten indien er sprake is van een verzoek van een belanghebbenden. Hierin moet gemotiveerd worden aangegeven dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet gepleegd worden in of bij het betreffende pand. Er dienen voldoende maatregelen te zijn getroffen om te voorkomen dat er in of vanuit een woning of lokaal opnieuw drugshandel en/of voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs plaatsvinden. In dit verband gelden de volgende sub vereisten:

 

  • a.

    De (nieuwe) eigenaar van de woning of het lokaal heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan.

  • b.

    De nieuwe huurder/gebruiker van de woning of het lokaal heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan.

  • c.

    De nieuwe huurder/gebruiker van de woning of het lokaal mag niet dezelfde zijn als degene tegen wie het sluitingsbevel was gericht en mag niet in de woning woonachtig zijn geweest ten tijde van de sluiting of op enige manier (bijvoorbeeld als leidinggevende/werknemer) betrokken zijn geweest bij de exploitatie van het gesloten lokaal.

  • d.

    Bij het verzoek dient een plan te worden overlegd waaruit blijkt op welke wijze zal worden voorkomen dat er opnieuw overtredingen van de Opiumwet plaatsvinden.

  • e.

    Voor zover het een lokaal betreft, betekent hetgeen gesteld onder d, dat ook wordt aangegeven welke invulling aan het gebruik van het lokaal zal worden gegeven.

11. Betreden gesloten verklaard pand

Het onderbrengen van (een) andere huurder(s) in een pand of de eigendomsoverdracht van een pand nadat een bestuursdwangmaatregel is opgelegd betekent niet dat er van bestuursdwang wordt afgezien. Bij een wisseling van huurder(s)/verandering van eigenaar wordt, vanwege de bekendheid van het betreffende pand als drugspand, toepassing van bestuursdwang onverminderd noodzakelijk geacht, behalve als de omstandigheden in een bepaalde situatie tot een andere conclusie leiden.

12. Afwijkingsbevoegdheid

In bijzondere omstandigheden kan de burgemeester conform artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht afwijken van deze beleidsregels. Afhankelijk van de omstandigheden kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een langere of kortere sluitingsduur. Bij de beoordeling van de vraag welke alternatieve sluitingsduur in een betreffende situatie passend is, zal rekening worden gehouden met de bekendheid van een woning of lokaal als drugsadres, de noodzaak om de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van een ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.

13. lnwerkingtreding en bekendmaking

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking (artikel 3:40 en artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht). De beleidsregels Damoclesbeleid Gemeente Westland 2016 worden ingetrokken.

14. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Damoclesbeleid Gemeente Westland 2020'.

Ondertekening

Aldus op 7 januari 2020  

vastgesteld door:

de burgemeester van Westland,

B.R. Arends