Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent armoede (Armoedebeleid Gemeente Maasgouw 2020-2024)

Geldend van 28-12-2019 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent armoede (Armoedebeleid Gemeente Maasgouw 2020-2024)

De raad van de gemeente Maasgouw,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

B E S L U I T :

  • 1.

    De beleidsnotitie Armoedebeleid Gemeente Maasgouw 2020-2024 vast te stellen.

  • 2.

    Structureel een bedrag van € 10.000 toe te voegen aan het budget voor het gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid voor innovatie en ontwikkeling.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maasgouw,

d.d. 17-12-2019.

De raad voornoemd;

De griffier,

H.M.L. van Soest

De voorzitter,

S.H.M. Strous

1. Inleiding

Voor u ligt het armoedebeleid van de gemeente Maasgouw voor de periode 2020 tot 2024. Dit beleid is een vervolg op het huidige beleidsplan “De cirkel doorbroken” dat in 2019 afloopt. De actualisatie van het huidige beleid wordt mede ingegeven door recente nieuwe inzichten over de oorzaken en gevolgen van armoede en schulden. Hierover leest u meer in paragraaf 2.

Dit beleidsplan is gericht op het voorkomen, verlichten en bestrijden van armoede en schulden in de gemeente Maasgouw. Het gaat daarbij niet alleen om mensen die vallen onder de participatiewet, ook werkende inwoners met een laag inkomen en inwoners die kampen met schulden behoren tot de doelgroep.

In de aanloop naar dit beleidsplan is het bestaande beleid geëvalueerd met ketenpartners, waaronder het Centrum voor Jeugd en Gezin, Stichting MEE, Algemeen Maatschappelijk Werk Limburg Oost, de Voedselbank, de Kledingbank, Stichting Schuldhulp Maasgouw, PLANgroep, Stichting Leergeld, Vluchtelingenwerk en medewerkers van de SD MER. Uit deze evaluatie bleek dat het huidige armoedebeleid de doelgroep al in behoorlijke mate bedient. Verbeterslagen zijn in de toekomst vooral te maken op het gebied van preventie en vroegsignalering.

De resultaten van deze evaluatie zijn 2 juli 2019 besproken in de gemeenteraad (zie bijlage 1 voor de presentatie van de evaluatie). In deze raadsvergadering heeft de raad ingestemd met vijf speerpunten voor het nieuwe armoedebeleid en is opdracht gegeven om een variant uit te werken waarmee het budget voor het armoedebeleid met circa € 40.000 wordt verhoogd (zie voor de financiële consequenties van het hier voorgestelde armoedebeleid paragraaf 10).

De vijf speerpunten zijn:

  • 1.

    Participatie bevorderen, verminderen van het aantal werkende armen.

  • 2.

    Minder stress door minder (geld)zorgen.

  • 3.

    Bijdragen aan de positieve ontwikkeling van kinderen doordat ieder kind kan meedoen en opgroeien in een gezond opvoedklimaat .

  • 4.

    Passende ondersteuning bij verandering in levensfase.

  • 5.

    Taboe doorbreken en eigen kracht bevorderen.

Bovenstaande heeft het kader gevormd voor het voorliggend armoedebeleid. Het gaat hierbij om beleid op hoofdlijnen. Als er één ding de afgelopen jaren duidelijk is geworden, dan is het wel dat er voortdurend sprake is van voortschrijdend inzicht als het om armoede en schulden gaat. En dat leidt vaak tot nieuwe aanpakken, voorzieningen en activiteiten. Een succesvol beleid voor meerdere jaren moet hier ruimte aan geven.

Leeswijzer

Voorliggende notitie heeft de volgende opbouw.

Allereerst komt in paragraaf 2 aan de orde wat in het kader van deze notitie verstaan wordt onder armoede. Vervolgens wordt ingegaan op de jongste inzichten met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Daarna volgen twee paragrafen die de kaders schetsen van het hier beschreven beleid. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de gemeentelijke verantwoordelijkheid en de reikwijdte daarvan. En in paragraaf 4 worden de relevante wettelijke kaders voor dit beleid genoemd.

In paragraaf 5 wordt ingegaan de specifieke Maasgouwse situatie wat betreft inkomens, armoede en schulden. In paragraaf 6 worden de eerder genoemde speerpunten verder uitgewerkt en geconcretiseerd.

Paragraaf 7 gaat in op de manier waarop het beleid geïmplementeerd gaat worden en in paragraaf 8 wordt ingegaan op de monitoring van het beleid.

Paragraaf 9 tenslotte geeft een eerste inzicht in de financiële randvoorwaarden om dit beleid te kunnen uitvoeren.

2. (Nieuwe) inzichten

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bracht in 2018 het rapport Armoede en sociale uitsluiting 2018 uit. Armoede wordt hierbij in een breed maatschappelijk perspectief geplaatst. Het CBS stelt hierin het volgende: “Armoede in Nederland is veeleer een kwestie van te geringe inkomsten dan van fysiek overleven. Iedere inwoner heeft in principe immers onderdak en toegang tot medische zorg en niemand hoeft honger of kou te lijden.” (CBS, 2018)

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) spreekt van armoede wanneer iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (SCP, 2018). Wanneer iemand (langdurig) in armoede leeft, ontstaan er achterstanden in gezondheid, werken, wonen, opleiding, sociale vaardigheden, maatschappelijke deelname en vrijetijdsbesteding. Armoede kan een persoon beperken in zijn welbevinden in zowel lichamelijk als geestelijk opzicht en kan leiden tot sociale uitsluiting.

De afgelopen jaren zijn er met name vanuit de gedragswetenschappen nieuwe inzichten ontstaan over de gevolgen van armoede en wat dat betekent voor het voorkomen en bestrijden ervan. Nadja Jungman, lector Schulden en Incasso bij Hogelschool Utrecht, pleitte tijdens een Limburgs armoedecongres op 4 september 2018 voor een stress-sensitieve benadering van mensen met een schuldenproblematiek: eerst moeten de geldzaken in een huishouden stabiel zijn en dan pas staat de hulpvrager open voor overige hulp (zie bijlage 2). Zij refereerde hierbij aan onderzoek dat duidelijk maakt dat het leven in een financieel onzekere situatie blokkeert dat iemand kan nadenken over het wegnemen van de oorzaken daarvan. Zo lieten Mullainathan en Shafir zien dat een gevoel van schaarste effect heeft op vaardigheden, belastbaarheid, motivatie, vasthoudendheid en zelfs intelligentie van mensen (Mullainathan & Shafir, 2013).

Een ander relevant inzicht in deze komt van Will Tiemeijer. In opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verscheen van zijn hand het rapport Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden. Hierin concludeert hij dat de overheid de financiële redzaamheid van de burger overschat. Voor veel mensen zijn de regels te ingewikkeld en bovendien wordt er te weinig rekening gehouden met het al eerder genoemde gegeven dat stress rond schulden mensen niet slimmer maakt in hun beslissingen (Tiemeijer, 2016). Daarbij kwam in 2017 nog een ander rapport van de WRR met de titel Weten is nog geen doen. Hierin wordt onderbouwd dat er een verschil is tussen het denk- en het doe-vermogen van mensen. Sommige mensen hebben - aangeboren en/of door omgevingsfactoren – minder doe-vermogen dan anderen. Zij ervaren barrières bij het omzetten van kennis in acties. Daardoor zijn zij er minder goed op toegerust om in die mate redzaam te zijn die de maatschappij van hen verwacht (WRR, 2017).

De gemeente Maasgouw neemt bij het opstellen van haar nieuwe armoedebeleid bovenstaande inzichten ter harte.

3. Gemeentelijke verantwoordelijkheid en de reikwijdte daarvan

In het Coalitieakkoord 2018-2022 stelt de gemeente: “We streven naar een samenleving die een goede sociale cohesie en verbondenheid kent, waar zorg voor elkaar met inzet van familie, buurt, mantelzorgers, vrijwilligers en professionals geregeld wordt in een hecht netwerk. We gaan uit van persoonlijke kracht en waardigheid van mensen. Natuurlijk houden we rekening met wat mensen niet kunnen, maar ons vertrekpunt is wat mensen wél kunnen. Wij gaan uit van "positieve gezondheid": het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan (en daarover zoveel mogelijk eigen regie te voeren).”

Een vertaalslag hiervan is te zien in het concept beleidskader Sociaal Domein met de bekende driehoek.

De nadruk ligt hier op burgerkracht en de zelfredzame samenleving waarbij de gemeente een ondersteunende rol heeft. Hulp van de gemeente komt in beeld waar inwoners zelf niet in staat blijken om hun leven op een positief gezonde manier vorm te geven. Maar ook daarbij wordt aangesloten op de eigen kracht, mogelijkheden en motivatie van die burger zelf.

Overigens kent een armoedebeleid van een gemeente ook een aantal stevige grenzen. Een gemeente kan bijvoorbeeld geen inkomensbeleid voeren. Ook kan een gemeente niet direct ingrijpen op werkwijzen van landelijke diensten als de belastingdienst of op landelijke wet- en regelgeving die belemmerend werken op het voorkomen en aanpakken van schulden. VNG en Divosa luidden hierover begin 2018 al de noodklok. (VNG en Divosa, 2018)

In het Coalitieakkoord 2018-2022 heeft het college ten aanzien van armoedebestrijding de volgende ambitie opgenomen:

Armoede is niet alleen een financieel probleem, maar vooral ook een zaak van niet kunnen meedoen in de samenleving. Ook voor ons armoedebeleid geldt dat de inwoner eerst zelf verantwoordelijk is. Goed toegankelijke en begrijpelijke informatie over de minimaregelingen zowel van de gemeente als het rijk is een basisvoorwaarde. Mensen die afhankelijk zijn van een uitkering, hebben daar over het algemeen niet voor gekozen. Mensen moeten goede ondersteuning én begeleiding krijgen om uit de armoede te komen. Ook is het nodig om verborgen armoede tijdig te signaleren.

4. Relevante wettelijke kaders

Voor het armoedebeleid zijn de volgende wettelijke kaders relevant: de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Hieronder worden ze elk kort toegelicht.

4.1. Participatiewet

Iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. Doel van de wet is dat meer mensen werk vinden. De Participatiewet regelt ook de verstrekking van (bijzondere) bijstand. De Participatiewet schrijft voor dat gemeenten geen ‘generiek of categoriaal inkomensbeleid’ mogen voeren, dat is voorbehouden aan het Rijk. Dat betekent dat gemeenten inwoners alleen een uitkering kunnen geven als zij voldoen aan de wettelijke criteria die hiervoor zijn opgesteld én dat zij bij het toekennen van een bedrag voor een voorziening of activiteit moet controleren of het geld ook daadwerkelijk hieraan is uitgegeven.

4.2. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)

Sinds 1 juli 2012 is de Wgs van kracht. De wet verplicht gemeenten om inwoners met schulden te helpen. Het uiteindelijke doel is het bereiken van een ‘selectieve, gerichte en efficiënte schuldhulpverlening’. De wet verplicht de gemeenteraad om een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners van de gemeente. De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast. Het beleidsplan schuldhulpverlening voor de gemeente Maasgouw, Een passend verhaal, loopt tot en met 2020.

Een aanpassing van de wet is in voorbereiding. De bedoeling van deze aanpassing is dat het voor gemeenten makkelijker wordt om inwoners met schulden sneller te helpen. Op dit moment (najaar 2019) is nog niet duidelijk wanneer de wet in werking treedt en hoe de wet er op inhoud uitziet. De aanpassingen in de Wgs zullen worden verwerkt in het nieuwe beleidsplan schuldhulpverlening voor de gemeente Maasgouw in 2020.

5. Stand van zaken in Maasgouw

Verschillende organisaties bieden cijfers over de armoede- en schuldenproblematiek in Maasgouw. Ook al zijn er kleine verschillen, zij geven allemaal hetzelfde beeld: Maasgouw doet het ‘redelijk goed’.

5.1. Armoedeproblematiek in Maasgouw

Stimulansz geeft in de Minimascan 2019 aan dat Maasgouw in totaal 950 huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum1 telt. Het betreft 1485 unieke personen die leven in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Er zijn in Maasgouw 205 kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum.

Kanttekening hierbij is dat de minimascan uit gaat van inkomen en het vermogen van mensen buiten beschouwing laat. Om die reden zal de groep die feitelijk op het sociaal minimum leeft kleiner zijn dan hier aangegeven.

Uit gegevens van het CBS uit 2017 blijkt dat het aantal inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum in Maasgouw met 3,6% fors lager is dan het landelijk gemiddelde (6,6%). Ook het percentage kinderen dat opgroeit in een gezin met kans op armoede is in 2017 met 4,5% flink lager dan het landelijke percentage van 8,5%. Onderstaande tabel van het CBS voor de periode 2013 tot en met 2017 illustreert dit2.

5.2. Schuldenproblematiek

Op de website www.waarstaatjegemeente.nl is te vinden dat de nettoschuld van de gemiddelde Maasgouwer in 2017 € 1.035 was (exclusief hypotheekschuld). Dat is bijna de helft van het gemiddelde in Nederland (= € 1.970). Cijfers over problematische schulden in Maasgouw zijn op deze site niet te vinden.

Wel is duidelijk hoeveel mensen er gebruik maken van de gemeentelijke schuldhulpverlening zoals deze in onze gemeente uitgevoerd wordt door de PLANgroep en hoeveel er gebruik maken van een Schuldhulpmaatje.

Onderstaande tabel geeft de cijfers zijn voor 2018.

PLANgroep

Aantal klanten

Aanmeldingen

24

Minnelijke schuldhulptrajecten

2

Gestarte schuldregelingen

12

Doorverwijzing naar de WSNP

6

Stichting Schuldhulp Maasgouw

Schuldhulpmaatje

9

N.B. De Stichting Schuldhulp Maasgouw is pas in 2018 gestart. In de eerste helft van 2019 had zij 12 klanten.

6. Doelstellingen, doelgroep, speerpunten en pijlers

Zoals beschreven in het coalitieakkoord 2018-2022 hebben mensen goede ondersteuning en begeleiding nodig om uit de armoede te komen. Daarnaast willen we verborgen armoede en schuldenproblematiek tijdig signaleren.

6.1. Doelstelling

Doelstelling van het gemeentelijk armoedebeleid is dat de financiële, c.q. materiële situatie van haar inwoners voldoende stabiel en toereikend is om hen de kans te geven hun positieve gezondheid te handhaven en – waar nodig – te ontwikkelen.

6.2. Doelgroep

Voor het armoedebeleid van de gemeente Maasgouw sluiten we onder andere aan bij het uitgangspunt van het SCP waarbij beschikbare middelen als maatstaf worden genomen. Er wordt in dat geval gesproken over armoede wanneer iemand onvoldoende inkomen heeft voor voeding of een goede woning. Daarbij wordt niet gekeken of hij deze goederen en voorzieningen ook werkelijk bezit. Oftewel: ‘Als een persoon wel de middelen heeft, maar ervoor kiest het geld aan andere zaken te besteden, is er geen sprake van armoede.’ (SCP, 2018)

Een andere definiëring waar we bij aansluiten is die van het CBS. Dit spreekt van huishoudens met een laag inkomen en risico op armoede bij een lage inkomensgrens van € 1.040 per maand voor alleenstaanden en € 1.960 voor een gezin met twee kinderen. Of er daadwerkelijk sprake is van armoede hangt volgens het CBS af van persoonlijke omstandigheden, zoals woonlasten, zorgkosten, belastingvoordelen. (CBS, 2019) Een belangrijke notie komt hierbij van Stimulansz. Zij stelt op haar website dat armoede in brede zin ook over sociale uitsluiting gaat. (Stimulansz, 2019) Voor Maasgouw gaat het nog een slag verder, namelijk over de mogelijkheden van onze inwoners om hun gehele positieve gezondheid te ontwikkelen en te behouden.

Dit alles in ogenschouw nemend benoemen we voor Maasgouw als doelgroep van ons armoedebeleid huishoudens met een inkomen tot 120% van het minimuminkomen die door hun financiële omstandigheden belemmerd worden om zich te ontwikkelen op de verschillende pijlers van positieve gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Hiermee gaat het armoedebeleid ook over het voorkomen en bestrijden van schulden.

Van de website www.iph.nl

6.3. Speerpunten

Zoals al in de inleiding van dit beleidsplan beschreven richt het armoedebeleid zich op de volgende vijf speerpunten:

  • 1.

    Participatie bevorderen, verminderen van werkende armen: iedere inwoner van Maasgouw participeert naar vermogen en heeft voldoende middelen om rond te komen. Indien nodig krijgt de inwoner hulp bij het voorkomen van schulden of het op orde brengen van de administratie. Daarnaast biedt de gemeente schuldhulpverlening.

  • 2.

    Minder stress door minder (geld)zorgen: in de gemeente Maasgouw stimuleren we een gezonde leefstijl van alle inwoners. Hierbij wordt stress door armoede en schulden problematiek gesignaleerd door alle professionals en wordt ingezet op het wegnemen van deze stress voordat er gewerkt wordt aan andere doelen.

  • 3.

    Bijdragen aan de positieve ontwikkeling van kinderen doordat ieder kind kan meedoen en opgroeit in een gezond opvoedklimaat; alle kinderen krijgen de kans om mee te doen ongeacht de financiële opvoedsituatie.

  • 4.

    Passende ondersteuning bij verandering in levensfase: bij kritieke levensfases, zoals bij scheiding of overlijden partner, ziekte, verval van werk, armoedeval (bij uitstroom uit de uitkering) is er aandacht voor de financiële positie en waar nodig zorgen we, in samenwerking met de inwoner voor passende ondersteuning.

  • 5.

    Taboe doorbreken en eigen kracht bevorderen: ieder inwoner van Maasgouw kan op een simpele wijze die hulp vinden die hij of zij nodig heeft. Het aanbod is beschreven in begrijpelijke taal en is makkelijk toegankelijk.

6.4. Pijlers

In de uitvoering richt het beleid zich op drie pijlers: preventie, ondersteuning en wegnemen van oorzaken. Om dit te bereiken is er een breed scala aan instrumenten beschikbaar.

Preventie

Het tijdig onderkennen van het risico op armoede en schulden kan erger voorkomen. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar kinderen die opgroeien in situaties die het risico van armoede in zich dragen. De consequenties in de vorm van sociale uitsluiting drukken bij hen extra zwaar.

Preventie gaat zowel om tijdig bereiken van de betreffende bewoners, als om het nemen van effectieve maatregelen wanneer zich de eerste tekenen van risico op armoede aandienen. Ook algemene voorlichting en toegankelijke informatievoorziening zijn preventieve maatregelen. De noties van Weten is nog geen doen ter harte nemend gaat het ook om het praktisch ondersteunen van inwoners bij het nemen van preventieve stappen (WRR, 2017). Zelfredzaamheid en eigen regie blijft het uitgangspunt, maar daar waar inwoners daarbij ondersteuning nodig hebben, moet die gegeven worden.

Preventie vraagt extra aandacht wanneer er sprake is van een verandering van levensfase. Denk aan de overgang van 18-min naar 18-plus, de overgang van uitkeringssituatie naar een werkend bestaan, geboorte van kinderen, verlies van een partner, verlies van werk, pensionering.

Ondersteuning

Belangrijke notie bij ondersteuning is dat mensen die in armoede leven vaak achterstanden op verschillende gebieden hebben. Zij verrichten minder vaak vrijwilligerswerk, hebben hogere zorgkosten, lopen meer kans om zowel slachtoffer als dader van criminaliteit te worden, hebben een minder goede gezondheid, een ongezondere levensstijl, hebben een lagere levensverwachting en beoordelen hun woning en woonomgeving lager dan mensen met een hoger inkomen. Oftewel: ze scoren lager op de verschillende dimensies van positieve gezondheid. Dit betekent dat elke aanpak vraagt om maatwerk en integraliteit. Het vraagt ook een manier van werken die het eigenaarschap voor het oplossen van de problemen in principe bij de inwoner zelf laat. Wel ondersteunen dus, maar alleen dan overnemen wanneer duidelijk is dat de inwoner het op eigen kracht niet redt.

Aanpak - wegnemen oorzaken

Het wegnemen van oorzaken heeft betrekking op de vele andere terreinen waarop de gemeente actief is: participatie, onderwijs, laaggeletterdheid, Wmo, statushouders, jeugd en jongeren, gemeentelijke belastingen, woningbouw. Bij de vormgeving en uitvoering van het beleid op al deze gebieden is alertheid op hoe hierbij armoede kan worden voorkomen of bestreden van belang.

7. Werkwijze

In het nieuwe armoedebeleid staan integraliteit en maatwerk centraal. Het gaat om een goede mix van instrumenten gericht op preventie, ondersteuning en bestrijding. Een veelheid aan voorzieningen, activiteiten en methoden staan ter beschikking bij de uitvoering van deze speerpunten. Deze zijn te onderscheiden in de eerder genoemde pijlers preventie, ondersteuning en aanpak.

De uitvoering van het armoedebeleid bouwt voort op wat er de afgelopen jaren ontwikkeld is. Per pijler wordt kort aangegeven welke instrumenten ons nu al te beschikking staan en welke werkwijze wij daarbij in het kader van het armoedebeleid voorstaan. Vervolgens wordt met name aandacht besteed aan nieuw te initiëren activiteiten en werkwijzen. Deze laatste zijn slechts indicatief. Nieuwe inzichten en aanpakken, dan wel onverwachte hindernissen in de hier voorgestelde vernieuwingen kunnen maken dat in de concrete uitvoering toch een iets andere koers gevaren wordt. De in dit beleidsplan voorgestelde doelstellingen en uitgangspunten blijven echter leidend.

7.1. Preventie

De volgende organisaties en voorzieningen spelen op dit moment een rol bij preventie en het voorkomen van armoede.

  • -

    Stichting Schuldhulp Maasgouw

  • -

    Algemeen Maatschappelijk Werk

  • -

    Centrum voor Jeugd en Gezin

  • -

    Schuldhulpverlening

  • -

    Sociaal Wijkteam

  • -

    Vluchtelingenwerk Maasgouw

  • -

    GGD Limburg Noord – Jeugdgezondheidszorg

Van deze organisaties wordt verwacht dat zij nog meer aandacht dan voorheen hebben voor de financiële problemen van inwoners en de negatieve gevolgen van armoede en schulden. Zij zijn goed toegerust voor signalering, ondersteuning en, waar nodig, verwijzing. Speciale aandacht vraagt hierbij de vindbaarheid en toegankelijkheid van het Sociaal Wijkteam als voorziening waar al deze organisaties in samenwerken. Ook inwoners met vragen op financieel gebied moeten het Sociaal Wijkteam makkelijk weten te vinden en zich daar ondersteund weten.

Daarnaast wordt de komende jaren ingezet op de ontwikkeling van de volgende projecten en activiteiten:

  • -

    Project Vroeg Eropaf

  • -

    SUN

  • -

    Betaling vaste lasten via de bijstand

  • -

    Project schulden voorkomen bij jongeren

Deze laatsten worden hieronder nader toegelicht.

7.1.1. Project Vroeg Eropaf

Met het Project Vroeg Eropaf gaan we regionaal afspraken maken met nutsbedrijven (gas, water en licht), zorgverzekeraars (zorgpremie) en woningcorporaties over het doorgeven van betalingsachterstanden. Dit wordt in convenanten vastgelegd. Inwoners met betalingsachterstanden worden in een vroeg stadium, bijvoorbeeld bij twee maanden huurachterstand, benaderd door een medewerker van het algemeen maatschappelijk werk. Afhankelijk van de problematiek die wordt aangetroffen, wordt hulp bij thuisadministratie en/of het inhouden van betalingen op de bijstand en/of andere hulpverlening, zoals schuldhulpverlening aangeboden. Implementatie van dit project zal in 2020 plaatsvinden.

7.1.2. SUN Nederland

Ondanks alle voorzieningen die Nederland rijk is, hebben sommige mensen toch acute financiële problemen, waarvan de oplossing geen uitstel duldt. Bijvoorbeeld omdat zij anders uit huis geplaatst worden of geen leefgeld meer hebben. Deze mensen kunnen via dienst- en hulpverleners noodhulp aanvragen bij Stichting Urgente Noden (SUN). SUN kan in bepaalde gevallen binnen 24 uur beslissen over een spoedaanvraag. Hierdoor kan veel persoonlijk leed voorkomen worden en maatschappelijke kosten bespaard. Zo zorgt SUN Nederland er samen met gemeenten, donateurs, dienst- en hulpverleners voor dat niemand meer tussen wal en schip hoeft te vallen.

SUN functioneert nog niet in onze regio. In deze nieuwe beleidsperiode zal samen met de andere gemeenten in onze regio onderzocht worden hoe een dergelijke voorziening ingericht kan worden.

Indien SUN niet haalbaar blijkt te zijn wegens onvoldoende samenwerking in de regio wordt geïnvesteerd in het opzetten van een soortgelijk noodfonds dat hetzelfde doel dient.

7.1.4. Betaling vaste lasten via de bijstand

Voor inwoners die zich onbekwaam voelen om hun financiën zelf op orde te houden, wordt het mogelijk gemaakt dat hun vaste lasten direct vanuit hun bijstandsuitkering betaald worden aan de betreffende instanties. Deze praktijk wordt in voorkomende gevallen al gehanteerd bij statushouders. Het gaat om een tijdelijke maatregel. De betreffende inwoners zullen uiteindelijk moeten leren zelf hun financiën op orde te houden. De gemeente wil niet als budgethouder gaan functioneren.

7.1. 5. Project schulden voorkomen bij jongeren

In de overgang 18 min-18 plus zijn jongeren extra gevoelig voor het maken van schulden. Door goede, aansprekende voorlichting kunnen veel van deze problemen voorkomen worden. Bij de uitvoering van dit onderdeel zal aangesloten worden bij het project JONG (Jongeren op Nieuwe Gedachten). Binnen deze in 2017 opgerichte werkgroep worden alle preventie-activiteiten voor jongeren in kaart gebracht, op elkaar afgestemd en gebundeld. De werkgroep bestaat uit: CJG Midden-Limburg, Vincent van Gogh, Menswel, Halt, JOGG Maasgouw, gemeente Maasgouw en GGD Limburg-Noord.

7.2. Ondersteuning

De volgende voorzieningen en activiteiten kunnen op dit moment al ingezet worden ter ondersteuning van mensen met een laag inkomen en bij schulden.

  • -

    Individuele Inkomenstoeslag

  • -

    Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden

  • -

    Bijzondere bijstand

  • -

    Collectieve ziektekostenverzekering minima

  • -

    Individuele studietoeslag

  • -

    Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

  • -

    Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport, Jeugdfonds Cultuur

  • -

    Voedselbank en Kledingbank

Deze voorzieningen worden ook in de toekomst in stand gehouden. Door ervoor te zorgen dat zij beter bekend bij en toegankelijk worden voor de doelgroep wordt verwacht dat er vaker een beroep op gedaan zal worden.

Daarnaast wordt de komende jaren ingezet op de ontwikkeling van de volgende projecten en activiteiten:

  • -

    Huiswerkbegeleiding

  • -

    Voorzieningenwijzer

  • -

    Dagje uit in de vakantie

Deze laatsten worden hieronder toegelicht.

7.2.1. Huiswerkbegeleiding

Inwoners kunnen voor hun kinderen in het kader van de bijzondere bijstand huiswerkbegeleiding aanvragen. Maasgouw koopt daarvoor een aantal plaatsen in bij Studiekern. In het kader van het nieuwe armoedebeleid worden maximaal 6 plaatsen gereserveerd voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen die door de gemeente zijn aangemerkt voor begeleiding of coaching. Iedere 3 maanden wordt elke leerling geëvalueerd en gekeken of voortzetting van de begeleiding noodzakelijk is.

In 2019 zijn al twee kinderen uit Maasgouw op deze wijze ondersteund op basis van een pilot overeenkomst. Streven is om dit structureel te implementeren in het armoedebeleid.

7.2.2. Voorzieningenwijzer

Goede ervaringen zijn er in de regio met de Voorzieningenwijzer. De Voorzieningenwijzer ondersteunt inwoners met een laag inkomen bij het maken van bewuste keuzes en het beter benutten van beschikbare voorzieningen. Het gaat om een applicatie die een consulent samen met de betreffende inwoner kan gebruiken om de situatie van de inwoner inzichtelijk te maken en te analyseren welke financiële verbeterslagen er mogelijk zijn.

De voorzieningenwijzer geeft bijvoorbeeld een advies over gebruik van minimaregelingen, recht op toeslagen en of het zinvol is om aangifte inkomstenbelasting te doen. Gekeken wordt ook wat een passende zorgverzekering en energieleverancier zou zijn. Per huishouden kan dit tot een besparing van enkele honderden euro’s per jaar leiden.

7.2.3. Dagje-uit in de vakantie

De schoolvakanties zijn lang voor kinderen en gezinnen in armoede. Dat kan leiden tot verveling, apathie en spanningen. Een dagje-uit doorbreekt dan de sleur en kan weer een positieve impuls geven. Ondernemers en voorzieningen die binnen de gemeente te vinden zijn, zal worden gevraagd naar hun mogelijkheden om hieraan bij te dragen.

7.3. Aanpak – wegnemen oorzaken

Verschillende beleidsterreinen en projecten haken aan op het bestrijden van de oorzaak van armoede en schulden. Genoemd kunnen hier worden:

  • -

    Participatiebeleid

  • -

    Onderwijsbeleid

  • -

    Aanpak laaggeletterdheid

  • -

    Wmo-beleid

  • -

    Beleid rond statushouders

  • -

    Project rond bijstandsgerechtigden met 30- tot 70% loonwaarde

  • -

    Maatschappelijk Actief Bonus

  • -

    Fietsenproject

Voor al deze terreinen en projecten geldt dat zij inwoners kunnen ondersteunen bij het voorkomen van armoede of om uit de armoede te raken. Op het gebied van bijvoorbeeld re-integratie zijn in de afgelopen periode regionaal en lokaal leer-werkprojecten vormgegeven. Daarbij moet op regionaal niveau gedacht worden aan zorg- en welzijnsmensen 2.0, bouwmensen en trajecten in het groen. Lokale voorbeelden zijn trajecten bij de Kledingbank en Linssen bijStox. Ook sluit de gemeente aan bij het initiatief ‘Door Limburg’ waarbij bedrijven en inwoners van Limburg op een laagdrempelige en ongedwongen manier bij elkaar worden gebracht.

Deze koers zal in de komende jaren onverminderd voortgezet worden.

Daarnaast wordt de komende jaren ingezet op:

  • -

    Uitstroompremie en budgetcoaching in het kader van re-integratie en preventie schulden

Deze laatste wordt hieronder toegelicht.

7.3.1. Uitstroompremie en budgetcoaching in het kader van re-integratie

Veel bijstandsgerechtigden zijn bang voor de ‘armoedeval’. Zij vrezen dat hun fragiele financiële stabiliteit de overgang naar betaald werk niet aan kan door bijvoorbeeld het verlies van toeslagen en kwijtscheldingen. Deze armoedeval staat al jaren in de politieke belangstelling. In de miljoenennota van 2019 zijn een aantal acties genoteerd die het Rijk gaat ondernemen om dit risico te verminderen. Nog in 2019 komen er aanpassingen in de arbeidskorting, de huurtoeslag en het kindgebonden budget, waardoor werken voor deze inkomensgroep gaat lonen. Daarmee neemt het Rijk haar verantwoordelijkheid op het gebied van inkomenspolitiek, een terrein dat uitdrukkelijk niet behoort tot de bevoegdheid van een gemeente.

Ook het landelijke project ‘Simpel switchen in de Participatieketen’ is erop gericht om de overgangen in de participatieketen te versoepelen. Het kan dan gaan om inkomstenonzekerheid bij het aanvaarden van werk, of overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en regulier werk. Bij de verdere uitwerking van dit onderdeel zal worden aangesloten bij dit landelijke project.

Tegenover deze landelijke ontwikkelingen staat de verantwoordelijkheid van de gemeente om de re-integratie van haar bijstandsgerechtigden te bevorderen. Bij de herijking van het re-intergratiebeleid en de evaluatie van het schuldhulpverleningsbeleid zal nadrukkelijk aandacht gegeven worden aan de rol die financiële waardering en het leren omgaan met financiële uitdagingen kunnen spelen bij re-integratie. Daarbij zal specifiek aandacht worden geschonken aan:

  • -

    Een uitstroompremie

  • -

    Het aanbieden van budgetcoaching, waarbij onder andere de Voorzieningenwijzer (paragraaf 7.2.2.) ook behulpzaam kan zijn.

De uitstroompremie wordt in 2020 op MER-niveau afgestemd. Vooruitlopend daarop zal Maasgouw hier in de vorm van beleidsregels vast met ingang van 1 januari 2020 een voorschot op nemen. De werkwijze in Maasgouw kan daarmee als pilot dienen voor de rest van de regio waarbij onderzocht wordt in hoeverre de maatregelen leiden tot een grotere uitstroom. Budgetcoaching volgt later bij het opstellen van nieuw schuldhulpverleningsbeleid.

8. Bewaken voortgang implementatie

Bij de uitvoering van het armoedebeleid zal steeds gemonitord worden in hoeverre de beoogde doelstelling bereikt wordt. Dit gebeurt jaarlijks zowel aan de hand van de analyse van concrete data als door het regelmatig bevragen van inwoners en professionals. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen en trends tijdig worden onderkend en kan de uitvoering van het armoedebeleid waar nodig worden bijgesteld.

Ten behoeve van deze monitoring van de voortgang van de implementatie van het nieuwe beleid wordt een denktank ingericht van professionals die actief zijn bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Deze denktank komt twee keer per jaar bij elkaar om de actuele stand van zaken te bespreken en elkaar op de hoogte te houden van de jongste ontwikkelingen. Daarmee heeft deze denktank tevens een rol bij de ontwikkeling en innovatie van beleid en uitvoering.

9. Communicatie

Om er zorg voor te dragen dat inwoners op simpele wijze de ondersteuning kunnen vinden die ze nodig hebben, zijn een aantal aspecten van belang:

  • -

    Taboedoorbreking

  • -

    Toegankelijkheid van informatie

  • -

    Ondersteuning bij de stap van weten naar doen

Alle maatschappelijke partners hebben hierin een rol te spelen. Op de weg van de gemeente ligt het goed ontsluiten van de betreffende voorzieningen door zowel heldere informatie als eenvoudige procedures. Voor een belangrijk deel valt dit onder de kwaliteitsontwikkeling van MER en Sociaal Wijkteam. Daarnaast zal ook de website van de gemeente hierop getoetst worden.

Om aan de informatievoorziening een extra stimulans te geven zal de gemeente in 2020 huis-aan-huis een brochure verspreiden waarin op een toegankelijke manier de beschikbare voorzieningen worden beschreven en in heldere stappen wordt uitgelegd hoe hier een beroep op gedaan kan worden. Ook zal hierin verwezen worden naar de ondersteuning die inwoners kunnen krijgen bij bijvoorbeeld Sociaal Wijkteam, Algemeen Maatschappelijk Werk en Centrum voor Jeugd en Gezin.

10. Financiële vertaling armoedebeleid

Voor het jaar 2019 staat er € 800.600 op de begroting voor armoedebeleid. Hieronder vallen: bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en schuldhulpverlening. Met het nieuwe armoedebeleid zoals hier voorgesteld wordt de begroting voor 2020 minimaal € 840.920. Daarnaast wordt € 10.000 gereserveerd om te kunnen investeren in nieuwe aanpakken en ontwikkelingen en om te borgen dat oog voor armoede ook in flankerende beleidsterreinen als participatie, Wmo en jeugd geborgd is, bijvoorbeeld door bij te dragen aan de implementatie van het instrument voorzieningenwijzer bij het Sociaal Wijkteam.

Begroting 2020

Preventie

Schuldhulpverlening

€ 58.200

Algemeen Maatschappelijk Werk

Basisvoorziening sociaal domein

Centrum voor Jeugd en Gezin

Basisvoorziening sociaal domein

Sociaal Wijkteam

Basisvoorziening sociaal domein

Vluchtelingenwerk Maasgouw

Basisvoorziening sociaal domein

GGD Limburg Noord – Jeugdgezondheidszorg

Basisvoorziening sociaal domein

Nieuw preventief

Project Vroeg Eropaf

€ 10.000

Ontwikkeling en implementatie in samenwerking met Plangroep

SUN

€ 3.000

Inrichtingskosten excl. projectleiderschap - projectleiderschap aanvullend of uit bestaande formatie – moet regionaal georganiseerd worden

Betaling vaste lasten via de bijstand

€ 5.320

€ 80,-- voor 1 uur per klant - excl. inrichting werkprocessen - voor 25% van 266 uitkeringspartijen

Project schulden voorkomen bij jongeren

Past in basisaanbod jeugd en jongerenwerk

Ondersteuning

Bijzondere bijstand:

  • Bijzondere bijstand o.b.v. individuele behoefte

  • Individuele Inkomenstoeslag

  • Persoonlijk Participatiebudget Pensioengerechtigden

  • Collectieve ziektekostenverzekering minima

  • Individuele studietoeslag

€ 575.000

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

€ 95.000

Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport, Jeugdfonds Cultuur

€ 63.300

Voedselbank en Kledingbank

€ 15.000

Nieuw ondersteunend

Huiswerkbegeleiding

€ 11.100

Max 6 studieplaatsen per maand, 2 dagen per week

Voorzieningenwijzer

P.M.

Doorontwikkeling sociaal wijkteam richting informatie en advies

Dagje-uit

P.M.

Lokale ondernemers en voorzieningen worden gevraagd hier een bijdrage aan te leveren

Aanpak

Participatiebeleid

Zelfstandig beleidsterrein

Onderwijsbeleid

Zelfstandig beleidsterrein

Aanpak laaggeletterdheid

Zelfstandig beleidsterrein

Wmo-beleid

Zelfstandig beleidsterrein

Beleid rond statushouders

Zelfstandig beleidsterrein

Project rond bijstandsgerechtigden met 30- tot 70% loonwaarde

Zelfstandig beleidsterrein

Maatschappelijk Actief Bonus

Valt onder uitkeringen bijzondere bijstand

Fietsenproject

Valt onder uitkeringen bijzondere bijstand

Nieuwe aanpak

Uitstroompremie + budgetcoaching bij re-integratie.

P.M.

Onderdeel re-integratiebeleid

Communicatie

Huis-aan-huis informatie

€ 5.000

Subtotaal

€ 840.920

Budget ontwikkeling en innovatie

€ 10.000

Totaal

€ 850.920

Toelichting

Bij alle nieuwe projecten en voorzieningen speelt dat tijdelijk extra inzet nodig is van een projectleider om een en ander te realiseren. De vraag is of deze geleverd kan worden vanuit vrijgespeelde ambtelijke capaciteit of dat hier een externe voor ingehuurd moet worden of dat een externe partner deze opdracht moet krijgen. Deze kosten zijn alleen opgenomen bij het project Vroeg Eropaf.

De begrotingsposten bijzondere bijstand en kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn iets opgehoogd ten opzichte van 2019 omdat in 2019 al een overschrijding te zien is en het bovendien te verwachten is dat zij iets beter gebruikt gaan worden wanneer inwoners door een goede uitvoering van het armoedebeleid de betreffende voorzieningen beter weten te vinden.

De voorzieningenwijzer is pro memorie gezet, omdat het in de lijn van de ontwikkeling van het sociaal wijkteam ligt dat zij de hier bedoelde functie gaan uitoefenen. Eventueel kan besloten worden hen hier extra voor toe te rusten.

Ook de uitstroompremie is pro memorie gezet. Dit wordt op het niveau van de regio verder uitgewerkt in 2020 in het kader van het re-integratiebeleid.

Ondertekening

Literatuurlijst

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2019). Welvaart in Nederland 2019. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2018). Armoede en soicale uitsluiting 2018. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Mullainathan, S., & Shafir, E. (2013). Schaarste, Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Maven Publishing.

Sociaal Cultureel Planbureau. (2018, november). Armoede in kaart 2018. Opgeroepen op september 2019, van digitaal.scp.nl: https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2018/wat-is-armoede/

Stimulansz. (2019). Armoedebeleid in uw gemeente. Opgeroepen op september 2019, van www.stimulansz.nl: https://www.stimulansz.nl/armoedebeleid-in-uw-gemeente/

Tiemeijer, W. (2016). Eigen Schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op probelmatische schulden. Amsterdam: Amsterdam University Press.

VNG en Divosa. (2018, januari). Voorkomen en aanpakken van problematische schulden. Opgeroepen op september 2019, van www.vng.nl: https://vng.nl/files/vng/publicaties/2018/20170212_position_paper_schulden_vng_divosa_rondetafelgesprek_12_februari.pdf

WRR. (2017). Weten is nog geen doen. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Bijlage 1 – Raadsvergadering 2 juli 2019

Presentatie

Bijlage 2 - Lezing Nadja Jongmann – 3 september 2018

Minimabeleid 2020 - 2025, preventie van schulden en versterken positie van minima in Maasgouw

Oplegger bij Armoedebeleid Maasgouw 2020-2024

In deze oplegger wordt ingegaan op het proces dat heeft geleid tot het voorliggende Armoedebeleid Maasgouw 2020-2024. Deze oplegger is een aanvulling op het beleidsplan en het raadsvoorstel en moet in samenhang hiermee gelezen worden.

In de aanloop naar het nieuwe Armoedebeleid van de gemeente Maasgouw voor de periode van 2020-2024 zijn er twee belangrijke bijeenkomsten geweest. Allereerst was daar de themavergadering van 11 juni 2019 waar het huidige armoedebeleid geëvalueerd werd en een voorzet gegeven voor het nieuwe beleid. Op 2 juli 2019 volgde de commissievergadering.

Tijdens de eerste vergadering is een schema met 3 varianten voorgelegd. De instrumenten die opgenomen zijn in het nieuwe beleidsplan, zijn geel gearceerd in onderstaande versie.

Hierbij was zwart het huidige aanbod. Daarnaast werden drie varianten gepresenteerd.

Variant 1: het huidige aanbod plus het groene aanbod.

Variant 2: het huidige aanbod plus het groene en het oranje aanbod.

Variant 3: het huidige aanbod plus het groene, het oranje en het blauwe aanbod.

Aan elke variant was – indicatief - een prijskaartje gekoppeld.

Varianten

Extra kosten armoedebeleid

Variant 1

Plus € 25.000

Variant 2

Plus € 35.000

Variant 3

Plus € 45.000

Uit de bijeenkomsten met de raad kon destijds de conclusie worden getrokken dat er draagvlak was voor een variant die iets verder zou gaan dan optie 2, hetgeen neer zou komen op een uitbreiding van het budget voor het voorkomen en bestrijden van armoede van € 40.000.

In de periode daarna is gestart met het uitwerken van de drie varianten. Gaandeweg werd daarbij duidelijk dat kosten er per variant heel anders uitzagen. Zie de tabel hieronder.

Varianten

Extra kosten armoedebeleid

Variant 1

Plus € 45.755

Variant 2

Plus € 45.755 plus P.M.

Variant 3

Plus € 236.255 plus P.M.

Voor een onderbouwing van de kosten van deze drie varianten wordt verwezen naar bijlage 1.

Op grond hiervan drongen zich – mede gevoed door voortschrijdend inzicht - bij de uitwerking van het definitieve armoedebeleid de volgende keuzes, noties en uitgangspunten op:

  • -

    Variant 3 is onderzocht en de instrumenten zijn overwogen, maar om financiële redenen niet opgenomen. De focus kwam te liggen op varianten 1 en 2.

  • -

    Vanuit de notie dat armoedebestrijding een sociaal domein brede aanpak vraagt, bleek bij de uitwerking dat een aantal instrumenten bekostigd worden uit andere budgetten. De effecten van deze instrumenten hebben naar verwachting een positief effect op de positie van mensen die kampen met armoede- en schuldenproblematiek.

  • -

    Een goede communicatie is belangrijk om ervoor te zorgen dat beschikbare instrumenten ook werkelijk door de doelgroep gebruikt gaan worden. Dit was in geen van de varianten opgenomen. In het beleidsplan is dit toegevoegd.

  • -

    Armoedebestrijding is een dynamisch veld waarin zich voortdurend nieuwe inzichten en nieuwe instrumenten aandienen. Om hierop in te kunnen spelen is een budget nodig voor nieuwe instrumenten.

Bij het uitwerken van de definitieve beleidsnotitie is de richting die de raad in juli had uitgesproken vertaald in een kader stellend budget van € 40.000. Vervolgens zijn alle instrumenten uit varianten 1 en 2 opgenomen met uitzondering van het gratis lidmaatschap van de bibliotheek. Overwegingen hierbij waren dat er veel boeken gratis in omloop zijn en dat de bibliotheek toegankelijk is voor iedereen, ongeacht of iemand lid is of niet.

Samenvattend leidde bovenstaande tot de uitwerking in het voorliggend beleidsplan, waarbij de extra kosten voor het armoedebeleid € 40.320 plus € 10.000 bedragen. Dit is vertaald in 2 beslispunten. Beslispunt 2 (€ 10.000) is bedoeld voor instrumenten die ingezet kunnen worden op basis van nieuwe inzichten of om flexibel in te kunnen spelen op instrumenten die bijvoorbeeld in MER verband opgepakt kunnen worden.

In onderstaand schema zijn de nieuwe instrumenten die in het beleidsplan zijn opgenomen, geel gearceerd. De totale kosten hiervan bedragen € 29.420 plus P.M. Daaraan is toegevoegd een bedrag van € 5.000 voor een huis-aan-huis krant, € 5.900 ophoging bijzondere bijstand en kwijtschelding gemeentelijke belastingen en €10.000 om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen en inzichten. Dat leidt tot een totaalbedrag van € 50.320.

Bijlage 1 bij oplegger

Variant 1

Preventie

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten armoedebeleid

 

Project vroeg er op af 

 

Vroegsignalering en tijdige aanpak van schulden door outreachende, integrale aanpak waarbij in de keten wordt samengewerkt op basis van convenanten.

 

Werkwijze

Een extern projectleider en een beleidsambtenaar van de gemeente werken gezamenlijk aan de implementatie van het project aan de hand van een stappenplan.

 

 

Kosten projectleider

   

€ 10.000

 

Abonnement Bibliotheek

 

Inwoners met een inkomen tot 120% van het bijstandsniveau kunnen gebruik maken van een abonnement op de bibliotheek. Er wordt vanuit gegaan dat 25% van de doelgroep hier belangstelling voor heeft.

 

 

25% van 1485 inwoners met een minimuminkomen x € 44,--

 

€ 16.335

 

SUNN

 

Noodfonds waar inwoners met urgente financiële problemen terecht kunnen en waar binnen 24 uur een besluit genomen wordt over toekenning van een bedrag.

 

Werkwijze

Een dergelijk noodfonds vraagt een regionale aanpak. Samenwerking zal in eerste instantie gezocht worden met Echt-Susteren en Roerdalen. Gekeken zal daarbij worden naar de aanpak van SUNN.

 

 

Ontwikkelkosten: extern advies, fondsenwerving, extra inzet ambtelijke capaciteit

 

€ 3.000 (stelpost)

 

Betaling vaste lasten via bijstand

 

 

Tijdelijke maatregel waarbij de vaste lasten van cliënten in de bijstand die daarbij gebaat zijn, worden betaald door gemeente.

 

Werkwijze

Binnen de MER worden werkprocessen ingericht die dit mogelijk maken. De extra dienst zal voor een klantmanager per cliënt 1 uur inzet vragen.

Er wordt vanuit gegaan dat 25% van de 266 uitkeringsgerechtigden in aanmerking komt voor deze dienst.

 

 

25% van 266 cliënten x € 80,--

 

€ 5.320

 

 

 

 

Ondersteuning

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

 

Huiswerkbegeleiding 

 

Jongeren die opgroeien in een huishouden waar het inkomen lager is dan 120 % van het bijstandsniveau krijgen 2 keer per week gedurende 3 uur na school huiswerkbegeleiding en coaching. Uitgaande van 4-8 deelnemers.

 

Offerte van Studiekern

 

€ 11.100

 

 

 

 

Wegnemen van oorzaken

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

 

Fietsenproject

 

Project is in 2017 als pilot gestart. Alleenstaande vrouwen krijgen indoor fietsles. Bij het behalen van een ‘fietsdiploma’ geeft de gemeente voor de duur van 1 jaar een (gebruikte) fiets ter beschikking. Na een jaar kan de fiets gekocht worden voor € 25,-.

   

 

Financiering uit re-integratiebudget

 

Nihil

 

Uitstroompremie

 

Bij re-integratietrajecten wordt gesignaleerd dat angst voor de armoedeval voor bijstandsgerechtigden een belemmering vormt bij het aanvaarden van werk. Een uitstroompremie aan mensen die door het aanvaarden van werk geen beroep meer op een uitkering doen, kan het aanvaarden van werk stimuleren en deze angst voor de armoedeval deels wegnemen. Deze uitstroompremie zal in beleidsregels verder uitgewerkt worden en toegepast worden met ingang van 1 januari 2020.

 

 

Financiering uit participatiebudget

 

Nihil

Totaal extra kosten Variant 1

 

 

€ 45.755

Variant 2

Variant 2 bestaat uit de instrumenten uit variant 1 plus de volgende instrumenten.

Preventie

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

 

Project schulden bij jongeren voorkomen

 

 

Voorlichtingsactiviteiten gericht op jongeren om te voorkomen dat zij schulden ontwikkelen.

 

Onderdeel regulier aanbod jongerenwerk Menswel

 

Nihil

 

 

 

 

Ondersteuning

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

 

Voorzieningenwijzer

 

De voorzieningenwijzer helpt armoede en problematische schulden te voorkomen dan wel te bestrijden  door inwoners te ondersteunen bij het efficiënter gebruik maken van beschikbare voorzieningen. Onderzoek wijst uit dat toepassing van dit instrument per huishouden enkele honderden euro’s structurele jaarlijkse besparing oplevert. Op termijn levert dit een besparing op voor de gemeente op het gebied van onder meer kosten voor schuldhulpverlening en bijzondere bijstand.

       

Toepassing van de voorzieningenwijzer kost bij benadering € 250 per huishouden.

De voorzieningenwijzer wordt op termijn geïmplementeerd in de werkwijze van het sociaal wijkteam.

Vergt nader onderzoek op welke termijn en tegen welke kosten dit mogelijk is.

P.M.

 

 

 

 

Wegnemen van oorzaken

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

Overgangsregeling ondersteuningsinstrumenten

De armoedeval staat al jaren in de politieke belangstelling. In de miljoenennota van 2019 zijn een aantal acties genoteerd die het Rijk gaat ondernemen om de armoedeval te verminderen. Daarmee neemt het rijk haar verantwoordelijkheid op het gebied van inkomenspolitiek, een terrein dat uitdrukkelijk niet behoort tot de bevoegdheid van een gemeente.

 

Nihil

Totaal extra kosten variant 2

 

 

€ 45.755  plus P.M.

Variant 3

Preventie

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

 

Project Meedoen (openbaar vervoer)

 

Inwoners met een inkomen tot 120% van het bijstandsniveau kunnen met minder kosten gebruik maken van het openbaar vervoer, waardoor zij meer mogelijkheden hebben om te participeren in de samenleving.

 

Afkoopsom voor busvervoer van Arriva in daluren voor groep van 500 minima. Het betreft een 3-sterren abonnement waarbij alle kernen en een gebied hieromheen tot Roermond-Centrum aan de ene kant en Echt aan de andere kant bereikt wordt.

 

 

€ 100.000

 

 

 

 

Ondersteuning

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten armoedebeleid

 

Extra kledingdag of fashioncheque

 

Tijdens de extra kledingdag krijgen kinderen uit de doelgroep nieuwe kleding uitgereikt. Per kind kost dit € 80 per keer en geschatte aantal kinderen in Maasgouw dat hiervoor in aanmerking komt is 100.

 

 

1x per jaar x 100 kinderen x € 80

   

 

€ 8.000

   

 

Vakantieweek/ dagje uit

 

Te realiseren in samenwerking met lokale ondernemers en lokale recreatieve initiatieven door middel van sponsoring/ gratis entree of gereduceerde prijzen.

 

Inzet ambtelijke capaciteit voor het mobiliseren lokale ondernemers

 

P.M.

 

Ontbijtbox minimagezinnen

 

Kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 120% van bijstandsniveau die hier behoefte aan hebben krijgen dagelijks een ontbijtbox met een lekker en voedzaam ontbijt.

 

 

20 kinderen krijgen wekelijks een gratis box met 7 ontbijten, kosten:

€ 1.500 voor 10 weken

 

€ 7.500

 

Gemeentepas

 

Inwoners met een inkomen tot 120% van het bijstandsniveau ontvangen een pas waarmee zij verschillende kortingen en voordelen kunnen krijgen.

Een vorm is het vrij ter beschikking stellen van een budget van € 100,= per volwassene om vrij te besteden aan activiteiten in het kader van sport, cultuur en vrije tijd in de breedste zin van het woord. Daarnaast hebben inwoners met een gemeentepas recht op kortingen en ander voordeel. Hiervoor wordt samenwerking gezocht met lokale ondernemers en eventuele fondsen en lokale initiatieven.

 

 

Er vanuit gaande dat 50% van de doelgroep van deze pas gebruik gaat maken

 

Ambtelijke capaciteit voor het mobiliseren van lokale ondernemers

 

€ 75.000

     

P.M.

Wegnemen van oorzaken

 

 

 

Instrument

Omschrijving

Opbouw kosten

Kosten

armoedebeleid

Hier zijn geen extra instrumenten genoemd

 

 

 

Totaal extra kosten variant 3

 

 

€ 236.255 plus P.M.

 


Noot
1

Volgens de cijfers van het UWV bedraagt het sociaal minimum per 1 juli 2019 voor een alleenstaande € 1203,43 per maand. Wanneer er sprake is van een huwelijk of samenwoning bedraagt dit € 1635,60 per maand. Dit zijn bruto bedragen.

Noot
2

Bron cbs.nl/statline