Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade

Geldend van 04-10-2008 t/m heden

Intitulé

SUBSIDIEVERORDENING PROFESSIONELE INSTELLINGEN GEMEENTE KERKRADE

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijving

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Accountantsrapport

Een rapportage omtrent het onderzoek van een registeraccountant of een accountant administratie consulent naar de juistheid, tijdigheid, volledigheid en getrouwheid van de verstrekte informatie over de verleende subsidie;

b. Activiteit

De activiteit die door de instelling zal worden uitgevoerd en die door het college kan worden gesubsidieerd. De prestaties worden in meetbare termen gedefinieerd, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.

c. Activiteitenplan

Naast het genoemde in artikel 4:62 Awb bevat het plan een overzicht van voorgenomen activiteiten, zo mogelijk vertaald naar meetbare prestaties en beoogde effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met het gemeentelijk beleid.

d. Afkoopsom

Het bedrag waarop een subsidie (jaarlijks) wordt vastgesteld.

e. Awb

Algemene wet bestuursrecht

f. Begroting

Een raming van baten en lasten

g. Beleidsregel

Zoals bedoeld in artikel 1:3 lid 4 Awb

h. Bestuursorgaan

De raad dan wel het college van de gemeente Kerkrade.

i. Boekjaar

Een boekjaar is gelijk aan een kalenderjaar.

j. Budgetsubsidie

Een vooraf voor een bepaalde periode toegekende subsidie ten behoeve van de uitvoering van één of meer activiteiten die het college van belang acht. Dit kan in de vorm van een afkoopsom, vastgelegd in een beschikking en eventueel een uitvoeringsovereenkomst.

k. College

Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade.

l. Eigen vermogen

Het verschil tussen bezittingen en schulden.

m. Incidentele subsidie

Een eenmalig (waarderings)subsidie die het college verstrekt voor een activiteit met een eenmalig of experimenteel karakter.

n. Prestatie

In meetbare eenheden omschreven resultaten.

o. Professionele instelling

Een instelling, wier taken voornamelijk uitgevoerd worden door één of meer personen in dienst op grond van een landelijke CAO of een anderszins gereguleerde arbeids- overeenkomst, en als zodanig door het college aangewezen.

p. Raad

De gemeenteraad van Kerkrade.

q. Rechtspersoon

Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek, Boek 2; titel 6 (stichtingen), die zich de behartiging van de belangen van ideële en/of materiële aard van de inwoners van Kerkrade ten doel stelt.

r. Rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid

Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid conform artikel 2:27 BW en artikel 2:289 BW.

s. Reserves

Vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die, bedrijfseconomisch gezien, vrij besteedbaar zijn. De egalisatiereserve is bedoeld om fluctuaties in de kosten op te vangen, de bestemmingsreserve is gericht op een bepaalde bestemming.

t. Subsidie

Zoals bedoeld in artikel 4:21 Awb lid 1.

u. Subsidiebeschikking

Een door het college genomen besluit tot:

• het verlenen van een subsidie;

• het afwijzen van een verzoek om subsidie;

• het definitief vaststellen van een subsidie;

• het intrekken of wijzigen van een besluit tot subsidieverlening of subsidievaststelling;

• het verlenen van voorschotten.

v. Subsidieperiode

Het in de subsidiebeschikking en/of uitvoeringsovereenkomst bepaalde respectievelijk overeengekomen tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidies van structurele aard kunnen voor één boekjaar of voor een aantal boekjaren worden verstrekt.

w. Subsidieplafond

Zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb.

x. Subsidievaststelling

De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en dat een onvoorwaardelijke aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag.

y. Subsidieverlening

De beschikking die voorafgaand aan de subsidiabele activiteit wordt gegeven, waarbij een omschrijving van te leveren prestaties, de maximale hoogte van het subsidiebedrag en de aan de subsidie verbonden verplichtingen worden meegedeeld.

z. Subsidieverstrekking

De verzamelterm voor het toekennen van subsidie wat zowel subsidieverlening als subsidievaststelling omvat.

aa. Uitvoeringsovereenkomst (subsidieovereenkomst)

De overeenkomst die door de subsidieontvanger en het college kan worden gesloten ter uitwerking van de subsidiebeschikking. Daarin wordt in elk geval aangegeven:

• de looptijd van de subsidie;

• de maximale hoogte van het subsidiebedrag;

• de te verrichten activiteiten;

• de doelgroep met betrekking tot de te leveren activiteiten en

• de wijze waarop deze verantwoord moeten worden.

bb. Voorziening

Een voorziening als bedoeld in artikel 374, lid 1 Boek 2 BW, voorzover deze als zodanig door het college als redelijk is aangemerkt. Het college kan terzake beleidsregels vaststellen.

Artikel 2 Reikwijdte verordening
  • 1. Deze verordening is van toepassing op alle subsidiebesluiten voor activiteiten verricht op alle gemeentelijke beleidsterreinen door professionele instellingen werkzaam binnen de gemeente Kerkrade.

  • 2. Als soorten subsidies onderscheidt deze verordening: budgetsubsidies en incidentele subsidies.

  • 3. Bij budgetsubsidies kan het college direct tot subsidievaststelling besluiten, tenzij de raad anders bepaalt.

  • 4. Het college bepaalt welke professionele instellingen in aanmerking komen voor subsidieverlening op grond van budgetsubsidiëring.

  • 5. Bij incidentele subsidies vindt eerst subsidieverlening plaats. Pas na goedkeuring van de overgelegde financiële verantwoording vindt de subsidievaststelling plaats.

Artikel 3 Bevoegdheidsverdeling
  • 1. Binnen de door de raad vastgestelde begroting kan het college een of meer subsidieplafonds vaststellen en bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 2. Het college, belast met de uitvoering van deze verordening, is bevoegd te beschikken omtrent subsidies.

  • 3. Het college kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens aanvraagformulieren vaststellen ten behoeve van de subsidieverlening en subsidie- vaststelling.

Artikel 4 Subsidiesoorten/vormen
  • 1. Subsidies worden in de vorm van een budgetsubsidie of in de vorm van een incidentele subsidie verstrekt.

  • 2. Een budgetsubsidie wordt verstrekt voor jaarlijks terugkerende activiteiten.

  • 3. Een incidentele subsidie wordt verstrekt voor:

    a. activiteiten met een eenmalig of bijzonder karakter. Deze subsidie kan voor ten hoogste vier aaneensluitende kalenderjaren worden verstrekt;

    b. buitengewone kosten ten aanzien van huisvestingskosten.

  • 4. Het college kan voor incidentele subsidies één of meer beleidsregels vaststellen.

  • 5. Subsidies kunnen voor één kalenderjaar of voor meerdere jaren worden verstrekt.

Artikel 5 Subsidiegerechtigden
  • 1. Subsidie wordt alleen verstrekt ten behoeve van activiteiten georganiseerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich ten doel stelt activiteiten te verrichten die passen binnen het beleid van de gemeente Kerkrade.

  • 2. Het college is bevoegd een subsidie te verstrekken, indien de aard van de te verrichten activiteiten daartoe aanleiding geeft, aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid in oprichting. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Maximale subsidieduur
  • 1. Subsidie wordt in beginsel verstrekt voor een tijdvak van maximaal één boek jaar.

  • 2. Het college kan een meerjarige subsidie verstrekken, doch de maximale duur van een subsidieperiode is vier boekjaren.

  • 3. Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de beschikking aangegeven op welk bedrag de subsidieaanvrager elk boekjaar recht heeft.

  • 4. Indien een meerjarige subsidie wordt verstrekt, kan aan de subsidie de verplichting verbonden worden tot het periodiek aan het college verstrekken van gegevens.

  • 5. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar tenzij bij de beschikking anders is bepaald.

Artikel 7 Criteria voor subsidieverstrekking
  • 1. Subsidie wordt slechts verstrekt indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in voldoende mate overeenstemmen met de door de raad en het college geformuleerde beleidsdoelstellingen en prioriteiten.

  • 2. De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting gerechtvaardigd is, dat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd met de ter beschikking staande financiële middelen met inbegrip van de te verstrekken subsidie en dat er een effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast.

  • 3. Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten waarvan niemand op grond van ras, godsdienst, geslacht, afkomst, seksuele voorkeur of anderszins wordt uitgesloten, tenzij dit geschiedt met het doel een bestaande achterstand te verminderen.

  • 4. Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare orde.

Artikel 8 Weigeringsgronden
  • 1. Een subsidie wordt, naast het in artikel 4:25 Awb genoemde geval, geweigerd indien de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang en/of de openbare orde.

  • 2. Een subsidieverlening kan worden geweigerd indien:

    a. de activiteiten reeds plaatsgevonden hebben alvorens een aanvraag om subsidie is ingediend;

    b. de aanvrager niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel gedurende een bepaalde periode, voor zover dat door het college is bepaald.

  • 3. Een subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen, geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:

    a. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op het gemeentelijk belang of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente Kerkrade;

    b. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

    c. de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden om de kosten van de activiteiten te dekken. Onder eigen middelen wordt verstaan: deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen, legaten en gelden in reserves en voorzieningen;

    d. het subsidieverzoek niet past binnen het beleid van de gemeente Kerkrade.

Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling
  • 1. Conform het bepaalde in artikel 4:48 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een beschikking tot subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.

  • 2. Conform het bepaalde in artikel 4:49 Awb kan het college een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen.

  • 3. Naast het bepaalde in artikel 4:50 Awb kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een lopende subsidieverlening tevens intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien de werkelijke kosten voor uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag bijgevoegde begroting.

  • 4. Conform het bepaalde in artikel 4:51 Awb kan het college de voortzetting van de subsidie weigeren.

Artikel 10 Betaling, bevoorschotting en terugvordering
  • 1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

  • 2. Het subsidiebedrag wordt binnen 4 weken na de subsidievaststelling betaald.

  • 3. Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.

  • 4. De beschikking vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de voorschotten worden betaald.

  • 5. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, bedraagt het voorschot bij incidentele subsidies 90% van het te verstrekken subsidiebedrag.

  • 6. Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of —voorschot kan worden teruggevorderd.

Artikel 11 Begrotingsvoorwaarde

Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd kan in de beschikking tot verstrekking van de subsidie het voorbehoud worden gemaakt dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld.

Artikel 12 Andere financiële bepalingen
  • 1. Reserves en voorzieningen, voor zover niet genoemd in deze verordening, kunnen alleen gevormd worden op verzoek van of met toestemming van het college.

  • 2. Voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding verschuldigd overeenkomstig artikel 4:41 Awb.

  • 3. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.

  • 4. Als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.

Hoofdstuk 2 Budgetsubsidies

Artikel 13 Afdeling 4.2.8 Awb

Op de verstrekking van budgetsubsidies is afdeling 4.2.8 Awb van toepassing. Het college kan bepalingen uit afdeling 4.2.8 Awb ook op incidentele subsidies van toepassing verklaren.

Artikel 14 Aanvraag tot subsidieverlening
  • 1. In afwijking van artikel 4:60 Awb wordt een schriftelijke aanvraag voor een budgetsubsidie ingediend bij het college vóór 1 mei van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 Awb kan het college besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten indien een aanvraag niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip is ingediend, mits de aanvrager in de gelegenheid is gesteld, binnen een door het college gestelde termijn, de aanvraag alsnog in te dienen.

Artikel 15 Vereisten aanvraag
  • 1. Het college kan bepalen dat een aanvraag voor een budgetsubsidie naast de formele vereisten conform artikel 4:2 Awb en gegevens conform de artikelen 4:61 tot en met 4:63 Awb en artikel 4:65 Awb de volgende gegevens bevat:

    a. een beschrijving van de doelgroep en het beoogde resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, indien mogelijk, uitgedrukt in meetbare resultaten;

    b. voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van het bestuur c.q. van de statuten;

    c. een opgave van de met de instelling gelieerde rechtspersonen en de aard van de betrekking met die rechtspersoon;

    d. een overzicht van de ruimtelijke voorziening(en), waar de activiteit(en word(t)(en) uitgevoerd.

  • 2. Bij een eerste aanvraag worden door de aanvrager, naast het bepaalde in het eerste lid en artikel 4:64 Awb de volgende gegevens verschaft: a. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    b. een opgave van de bestuurssamenstelling;

Artikel 16 Beschikking tot subsidieverlening
  • 1. De beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening wordt gegeven uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd

  • 2. De beschikking tot subsidieverlening bevat naast het bepaalde in de artikelen 4:30 tot en met 4:32 Awb: de subsidieverplichtingen.

    In de beschikking tot subsidieverlening kunnen de volgende zaken worden opgenomen:

  • 3. een begrotingsvoorwaarde conform artikel 4:34 Awb;

  • 4. dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten conform artikel 4:36 Awb;

  • 5. een vergoedingsplicht bij vermogensvorming conform artikel 4:41 Awb, waarin tevens wordt aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald;

  • 6. de wijze van (tussentijdse) rapportage: de gegevensverstrekking over de voortgang van de realisering van de activiteiten, indien mogelijk, geformuleerd in prestatie-indicatoren;

  • 7. de betalingstermijn;

  • 8. de wijze van bevoorschotting;

  • 9. de vereiste reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole.

Artikel 17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1. Onverminderd de uit de wet voortvloeiende verplichtingen in artikel 4:69 en artikel 4:70 Awb kan het college de subsidieontvanger een toestemmingsvereiste opleggen voor de in artikel 4:71 lid 1 Awb genoemde (rechts)handelingen.

  • 2. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op:

    a. de kennis en ervaring van personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten;

    b. de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger;

    c. aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen.

  • 3. Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog op onder meer: a. milieubelangen;

    b. bescherming van minderheden;

    c. emancipatorische aangelegenheden;

    d. publicatie van de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidie.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder, die belast wordt met het houden van toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen conform artikel 4:59 Awb en mee te werken aan eventuele onderzoeken van de rekenkamercommissie.

Artikel 18 Subsidievaststelling
  • 1. De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.

  • 2. Indien geen beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 17 lid 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Het college kan direct tot vaststelling besluiten.

  • 4. In afwijking van artikel 4:74 Awb dient de subsidieontvanger die een beschikking tot verlening van een budgetsubsidie heeft ontvangen vóór 1 juli volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.

  • 5. Indien de aanvraag na afloop van genoemde termijn niet is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger een termijn van vier weken binnen welke de aanvraag alsnog moet zijn ingediend.

  • 6. Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.

Artikel 19 Jaarrapportage
  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 en 4:76 Awb bevat het financieel verslag een specificatie ter verantwoording hoe de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter verwezenlijking van de gestelde doelen ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of financiële middelen ontvangt van respectievelijk bestuursorganen van andere overheden en/of additionele financiers.

  • 2. Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie.

  • 3. De gecontroleerde jaarrekening dient uiterlijk op 1 juli te worden overlegd. Het college bepaalt per professionele instelling in de subsidiebeschikking of de gecontroleerde jaarrekening van een accountantsrapport dan wel enige andere beoordeling moet zijn voorzien. In de subsidiebeschikking dan wel de uitwerkingsovereenkomst bij de subsidiebeschikking kan het college de nadere verplichtingen opnemen waaraan de accountantscontrole moet voldoen.

  • 4. Het college legt per instelling de verplichting op om een (jaar-)rapportage in te dienen. Bij uitwerkingsovereenkomst of subsidiebeschikking kunnen nadere regels worden gesteld.

Artikel 20 Beschikking tot subsidievaststelling
  • 1. De beschikking tot subsidievaststelling wordt binnen 3 maanden na ontvangst van alle vereiste bescheiden, doch uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarvoor subsidie is verleend, gegeven, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening zoals bedoeld in artikel 16 anders is bepaald.

  • 2. Indien de beschikking niet binnen 3 maanden gegeven kan worden, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 3. Indien géén beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, is op de beschikking tot vaststelling het bepaalde in artikel 16 lid 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 21 Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 22 Bijzondere gevallen

In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

Artikel 23 Overgangsbepalingen
  • 1. Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld blijven de bepalingen zoals die zijn opgenomen in de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en in de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” van toepassing.

  • 2. Vaststelling van voor de inwerkingtreding van deze verordening verleende incidentele subsidies vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005”.

  • 3. Beslissingen op aanvragen voor budgetsubsidies, welke zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening, worden genomen overeenkomstig de bepalingen van de nieuwe verordening te weten de Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade.

Artikel 24 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt drie dagen na bekendmaking in werking onder gelijktijdige intrekking van de “Algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005” en de “Deelverordening professionele welzijnsinstellingen gemeente Kerkrade 2005”.

Artikel 25 Citeertitel

Deze verordening kan aangehaald worden als “Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade, in zijn openbare vergadering d.d. 24 september 2008.
De voorzitter, De griffier,
J.J.M. Som plv. J. Schrijnemaekers

Nota-toelichting Toelichting Subsidieverordening professionele instellingen gemeente Kerkrade

Inleiding

In het kader van het vereenvoudigen, het creëren van helderheid en eenduidigheid en het terugbrengen van het aantal subsidiebepalingen was het noodzakelijk om in de bestaande verordeningen, te weten “De algemene subsidieverordening welzijnsinstellingen Gemeente Kerkrade 2005” en de daaraan gekoppelde deelverordeningen met betrekking tot de professionele en niet-professionele welzijnsinstellingen, wijzigingen aan te brengen.

Gekozen werd om de systematiek van een algemene subsidieverordening plus een of meer deelverordeningen niet langer te handhaven en in de plaats daarvan een subsidieverordening voor professionele instellingen en een subsidieverordening voor vrijwilligersorganisaties op te stellen.

In deze verordening zijn de subsidiebepalingen voor professionele instellingen in Kerkrade opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen budgetsubsidiëring en incidentele subsidiëring. Voor het stellen van nadere inhoudelijke en financiële criteria kan het college beleidsregels opstellen.

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toelichting op de begrippen die in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn opgenomen zijn de titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht bij deze verordening bijgevoegd.

Budgetsubsidie

Budgetsubsidiëring houdt in, dat een bepaalde prestatie wordt geboden voor een bepaald beschikbaar gesteld budget. Kenmerkend voor deze vorm van subsidiëring is dat zij betrekking heeft op bepaalde activiteiten en leidt tot minder administratief werk. Budgetsubsidiëring kan in de vorm van een jaarlijkse afkoopsom plaatsvinden.

Incidentele subsidie

Als voorbeelden gelden onder andere waarderingssubsidies, projectsubsidies, startsubsidies of subsidies voor eenmalige activiteiten. Waarderingssubsidies zijn subsidies die het college verstrekt als waardering indien het bepaalde activiteiten van belang acht zonder deze naar aard en omvang te willen beïnvloeden.

Reserve

In de praktijk bestaat nogal eens onduidelijkheid welke regels er gelden met betrekking tot reservevorming en —besteding. Het verdient aanbeveling ter zake nadere afspraken met de afzonderlijke instellingen te maken. Het systeem van budgetsubsidiëring gaat ervan uit dat een eenmaal toegekend subsidie in principe niet meer wordt teruggevorderd. Dit betekent dat een eventueel batig exploitatiesaldo behouden blijft voor de instelling. Wel wordt bij de bepaling van de subsidie voor het daaropvolgend begrotingsjaar c.q. begrotingsperiode rekening gehouden met de opgebouwde reserves, welke oorsprong deze ook hebben. In principe zal de instelling voor de bekostiging van de voorgestelde activiteiten allereerst een beroep moeten doen op deze reserves. De gemeente zal dan hooguit aanvullend subsidiëren. Het deel van de reserves dat het afgesproken reservepercentage niet te boven gaat, blijft hier echter buiten; hierdoor krijgt de instelling de (financiële) prikkel om naar een gunstig exploitatieresultaat te streven.

Subsidie

Het subsidiebegrip is exact vastgelegd in artikel 4:21 Awb. De Awb zondert een aantal subsidies uit van titel 4.2. Niet als Awb-subsidies zijn aan te merken:

1. de uitgaven gebaseerd op gemeenschappelijke regelingen;

2. contributies en lidmaatschappen;

3. deelnemingen als aandeelhouder in n.v./b.v. en dergelijke; 4. bestuurscompensatie (schadevergoeding).

Uitvoeringsovereenkomst

Deze overeenkomst dient ter uitwerking van de subsidiebeschikking. Voorzover niet in de subsidiebeschikking vermeld, wordt in de uitwerkingsovereenkomst in ieder geval aangegeven: de looptijd van het subsidie, de maximale hoogte van het subsidiebedrag, de te verrichten activiteiten, de doelgroepen in relatie tot de te verrichten activiteiten, de wijze waarop daarover verantwoording wordt afgelegd. Daarnaast kunnen ook nog andere, inhoudelijk gerelateerde zaken in de uitwerkingsovereenkomst worden opgenomen. Te denken valt aan kwaliteitseisen, voorwaarden ten aanzien van samenwerking, et cetera. Het college kan ter zake nadere regels vaststellen. De uitvoeringsovereenkomst komt tot stand in overleg tussen de instelling en het college. Het kader voor dit overleg vormt het gemeentelijk beleid en het beschikbare budgetsubsidie in relatie tot het door de instelling ingediende activiteitenplan met bijbehorende begroting.

Artikel 2 Reikwijdte

De subsidieverordening heeft betrekking op alle subsidies aan professionele instellingen werkzaam binnen de gemeente Kerkrade. Deze verordening biedt de in artikel 4:23 lid1 Awb vereiste wettelijke grondslag voor het verstrekken van subsidies door de gemeente. Artikel 4:23 lid 3 Awb bevat de uitzonderingen op de eis van een wettelijke grondslag. Deze wettelijke grondslag is niet van toepassing:

1. in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;

2. bij subsidies die verstrekt worden op grond van Europese regelgeving; 3. subsidies die vermeld zijn in de begroting of de toelichting daarop;

4. bij incidentele subsidies voor maximaal 4 jaar.

Artikel 8 Weigeringsgronden  

Indien door een toewijzing van een subsidieaanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden, dan moet het college de subsidie op grond van artikel 4:25 lid 2 Awb weigeren. Het college kan voorts subsidie weigeren op grond van de in artikel 4:35 Awb geregelde gronden, dan wel zelf bij beleidsregel andere weigeringsgronden vaststellen.

Artikel 9 Intrekking en wijziging subsidieverlening/vaststelling Zolang een verleend subsidie nog niet is vastgesteld kan het college op grond van de vijf in artikel 4:48 Awb opgenomen gronden de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Een reeds vastgesteld subsidie kan op grond van de in artikel 4:49 Awb opgenomen gronden worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd.

Artikel 4:50 Awb is van toepassing als het college gedurende het tijdvak een lopende subsidieverlening wil intrekken of wijzigen. Intrekking of wijziging op grond van genoemd artikel heeft alleen effect voor de toekomst. Het college zal bij intrekking of wijziging een redelijke termijn in acht moeten nemen. De redelijke termijn start als de intrekkings- of wijzigingsbeschikking aan de subsidieontvanger bekend is gemaakt. De subsidieontvanger moet de tijd gegund worden om de verplichtingen jegens derden op zorgvuldige wijze af te wikkelen.

Artikel 4:51 Awb betreft het niet afgeven van een nieuwe beschikking voor een aansluitende periode wegens veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten. Subsidieontvangers, die tenminste drie jaar achtereen subsidie hebben ontvangen worden door artikel 4:51 Awb beschermd. Van de in de Awb vermelde termijn van drie of meer achtereenvolgende jaren kan niet worden afgeweken.

Artikel 4:12 lid 2 Awb regelt dat het college in de onder sub a — c genoemde gevallen een hoorplicht overeenkomstig de bepalingen van artikel 4:7 en 4:8 Awb heeft.

Artikel 10  Betaling, bevoorschotting en terugvordering

Een besluit tot vaststelling van een subsidie heeft een betalingsplicht tot gevolg. Budget subsidies worden overeenkomstig de vaststelling uitbetaald in twaalf maandelijkse termijnen. Als regel vindt bevoorschotting plaats op basis van de beschikking tot subsidieverlening. Daarin wordt, behoudens de te stellen andere voorwaarden, bepaald: de hoogte van de voorschotten, de wijze waarop de bevoorschotting plaats vindt en voor welke datum de verantwoording en financiële afrekening moet worden ingediend. Na het indienen van de afrekening volgt de beschikking tot subsidievaststelling, waarin de betaalde voorschotten verrekend worden met het bedrag van de vastgestelde subsidie.

Artikel 11  Begrotingsvoorwaarde

Bij de subsidieverlening kan een begrotingsvoorbehoud worden gemaakt. Om rechtsverwerking te voorkomen, moet binnen vier weken na vaststelling of goedkeuring van de begroting op dit voorbehoud een beroep worden gedaan.

Hoofdstuk 2 Budgetsubsidies

Algemeen

Gelet op de nodige deskundigheid en de continuïteit van het professionele werk binnen de gemeente Kerkrade komen in beginsel slechts door het college erkende professionele instellingen voor subsidiëring van activiteiten en taken in aanmerking. Hiermee wordt enerzijds beoogd, dat genoemde instellingen zich blijven richten op hun kernactiviteiten en dat ondoelmatige overlappingen worden tegengegaan. Met behulp van dit beginsel wordt tevens afgeremd, dat externe of commerciële instellingen zich ten koste van wachtgeldverplichtingen ten aanzien van de erkende instellingen selectief richten op deelactiviteiten, die met het oog op de te verwerven inkomsten aantrekkelijk zouden zijn.

Voorop staat dat de nodige flexibiliteit aanwezig moet zijn om op maatschappelijke ontwikkelingen alert en doelmatig te kunnen reageren. Het is dan ook van eminent belang dat er regelmatig afstemming plaatsvindt tussen de subsidieontvanger, de gemeente en mogelijk andere partijen. Het gemeentelijk beleid en het maatschappelijk belang staan daarbij voorop.

Om de professionele organisatie in de gelegenheid te stellen een meerjarenbeleid op te stellen, waarbij ook zekerheid over de financiële onderbouwing bestaat, kan het college besluiten meerjarige subsidies te verstrekken. De jaarlijkse afrekeningen en tussentijdse voortgangsrapportages zorgen voor een nauwe aansluiting bij de per kalenderjaar verstrekte subsidies.  

Artikel 15  Vereisten aanvraag

Naast de wettelijke verplichtingen kan het college bepalen welke aanvullende gegevens bij de subsidieaanvraag bijgevoegd dienen te worden.

Artikel 17  Verplichtingen

Het doelmatig en rechtmatig besteden van subsidiegelden wordt bevorderd door het opleggen van verplichtingen aan de subsidieontvanger. Sommige verplichtingen vloeien rechtstreeks voort uit de bepalingen van subsidietitel 4.2 Awb. Het college kan de subsidieontvanger ook andere, doelgebonden en niet-doelgebonden verplichtingen op-leggen.

Artikel 22  Bijzondere gevallen

Dit artikel is bedoeld om het college de bevoegdheid te geven in bijzondere gevallen waarin deze subsidieverordening niet voorziet, een beslissing te nemen. Deze bijzondere gevallen moeten wel passen in de geest van deze verordening.

De overige in deze toelichting niet opgenomen artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.