Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020

Geldend van 28-12-2019 t/m 01-01-2021

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020

De raad van de gemeente Baarn – gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2019 – behandeld in het debat in de raad d.d. 11 december 2019

b e s l u i t:

1. De volgende gemeentelijke belastingverordeningen vast te stellen:

A. Legesverordening 2020 + tarieventabel 2020;

B. Verordening reinigingsheffingen 2020 + tarieventabel 2020;

C. Verordening begraafplaatsrechten 2020 + tarieventabel 2020;

D. Verordening forensenbelasting 2020;

E. Verordening hondenbelasting 2020;

F. Verordening onroerendezaakbelastingen 2020;

G. Verordening precariobelasting 2020 + tarieventabel 2020;

H. Verordening reclamebelasting Centrumgebied 2020;

I. Verordening rioolheffing 2020;

J. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020;

K. Verordening toeristenbelasting 2020.

Vastgesteld in de vergadering,

op 18 december 2019

N.C. Both

Griffier

M.A. Röell

voorzitter

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020(Verordening toeristenbelasting 2020).

Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 2. Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

3. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

4. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.

Artikel 4. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 5 n.v.t.

Artikel 6. Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting, op of in een:

a. camping of trekkershut € 1,20

b. hotel, pension of bed and breakfast-accommodatie € 1,66

c. andere vorm van overnachten € 0,92

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9. Aanslaggrens

Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan 40 zal of heeft belopen.

Artikel 10. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 12. Overgangsrecht

De 'Verordening toeristenbelasting 2019' van 28 november 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting 2020.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2019.

griffier, voorzitter,