Nadere regels voor graven, asbezorging, gedenkplaatsen en grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam

Geldend van 24-12-2019 t/m heden

Intitulé

Nadere regels voor graven, asbezorging, gedenkplaatsen en grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam

Het college van de gemeente Veendam;

gelet op de artikelen 11, tweede lid en 19, derde lid van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Veendam;

gelet op artikel 35 Wet op de lijkbezorging;

gelet op artikel 149 Gemeentewet;

B e s l u i t :

vast te stellen de

”Nadere regels voor graven, asbezorging, gedenkplaatsen en grafbedekkingen gemeente Veendam”

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

Het uitvoeringsbesluit verstaat onder:

1. graf: een zandgraf of keldergraf;

2. grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

3. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

a. het doen begraven en begraven houden van lijken;

b. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

4. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

5. asbus of aszak: een voorwerp ter berging van as van een overledene;

6. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

7. particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

8. algemeen urnengraf: (gereserveerd);

9. particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

10. dubbel graf: een graf ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen begraven en begraven houden van ten hoogste twee lijken. Bij een dubbelgraf worden beide graven tegelijkertijd uitgegeven.

11. dubbeldiep graf: een graf ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen begraven en begraven houden van ten hoogste twee lijken. Bij dubbeldiep wordt een enkelgraf uitgegeven, waarin twee lijken boven elkaar begraven worden.

12. gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht is verleend om overledenen te gedenken.

13. grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

14. gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken voor het aanbrengen van opschriften of figuren;

15. grafbeplanting: éénjarige- vaste- en winterharde beplanting.

16. duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, beton, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal, welke van nature of middels een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en welke bestaan uit één geheel en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen, e.d. gewaarborgd is.

17. betonsloof: betonnen balk aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld, waarop het gedenkteken dient te worden aangebracht.

18. bestuursorgaan: Het college van burgemeester en wethouders.

BEZORGING EN UITGIFTE

Artikel 2. Mogelijkheden tot begraven, bijzetten of verstrooien

1. Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden de volgende mogelijkheden tot lijkbezorging geboden:

a. begraven of bijzetten in een particulier graf;

b. begraven of bijzetten in een particulier kindergraf;

c. bijzetten in een particuliere urnennis;

d. bijzetten in een particulier urnengraf;

e. begraven of bijzetten in een familiegraf;

2. Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ worden naast hetgeen genoemd is in lid 1 van dit artikel de volgende mogelijkheden geboden:

a. begraven in een algemeen graf;

b. het verstrooien van as op een verstrooiingsplaats.

Artikel 3. Indeling en uitgifte der graven

1. Op de begraafplaats Buitenwoelhof worden algemene graven uitgegeven, waarin gelegenheid wordt gegeven lijken te begraven voor de tijd van 10 jaren; Voor de algemene graven geldt dat deze bij de gemeente in beheer blijven, er geen grafbedekking op geplaatst mag worden en er niet verlengd kan worden.

2. De particuliere graven worden onderverdeeld in:

a. graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of een combinatie ervan, mits er per begraaflaag maximaal één lijk of twee asbussen worden begraven of bijgezet;

b. graven uitgegeven voor de tijd van 40 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of een combinatie ervan, mits er per begraaflaag maximaal één lijk of twee asbussen worden begraven of bijgezet;

c. graven uitgegeven voor eeuwigdurend, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken dan wel het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of een combinatie ervan, mits er per begraaflaag maximaal één lijk of twee asbussen worden begraven of bijgezet;

d. particuliere familiegraven uitgegeven voor eeuwigdurend, bestemd voor het begraven van ten hoogste 6 lijken dan wel het plaatsen van 6(x2) asbussen met of zonder urnen of een combinatie ervan, mits er per begraaflaag maximaal één lijk of twee asbussen worden begraven of bijgezet.

Het college kan, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, toestemming verlenen voor het bijzetten van een asbus in een grafruimte met één lijk, mits hier gewichtige redenen voor zijn en dit technisch uitvoerbaar is.

Een bijzetting van een asbus bij een lijk moet per geval worden beoordeeld door de begraafplaatsmedewerker waarbij gekeken wordt of en op welke wijze de bijzetting technisch uitvoerbaar is.

Artikel 4. De bezorging van as

1. De particuliere urnengraven worden onderverdeeld in:

a. urnengraven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 2 asbussen met of zonder urnen;

b. urnengraven uitgegeven voor de tijd van 40 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 2 asbussen met of zonder urnen;

c. urnengraven uitgegeven voor onbepaalde tijd, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 2 asbussen met of zonder urnen.

2. De particuliere urnennissen worden onderverdeeld in:

a. urnennissen uitgegeven voor de tijd van 10 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen met urnen.

b. urnennissen uitgegeven voor de tijd van 15 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen met urnen.

c. urnennissen uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen met urnen.

Artikel 5. Gedenkplaatsen (gereserveerd)

WIJZE VAN BEGRAVEN

Artikel 6. Wijze van begraven

1. Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Dalweg 36' wordt dubbeldiep begraven met uitzondering van kindergraven.

2. Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ wordt dubbeldiep begraven, met uitzondering van de algemene graven, de particuliere kindergraven en de particuliere familiegraven.

3. Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ en ‘Dalweg 36’ wordt de mogelijkheid geboden tot enkeldiep begraven in een bestaand dubbelgraf.

4. Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ is een daartoe aangewezen gedeelte beschikbaar voor het begraven van levenloos geboren kinderen. Het plaatsen van een gedenkteken of beplanting op dit gedeelte is niet toegestaan.

AANVRAAG VERGUNNING

Artikel 7. De vergunning

1. Een vergunning voor het hebben van een gedenkteken dient schriftelijk bij het bestuursorgaan te worden aangevraagd middels een aanvraagformulier grafmonument, onder overlegging van een ontwerptekening schaal 1:10 en een duidelijke omschrijving van de toe te passen materialen.

2. Op deze ontwerptekening dienen tenminste vermeld te worden:

a. een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

b. het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

c. de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

d. de tekst en woordindeling van het opschrift en eventueel de plaats van figuratie(s);

e. de handtekening van de rechthebbende.

3. Bij afwijkingen van de in deze verordening genoemde maten en materialen beslist het college van burgemeester en wethouders.

4. Bij elke verandering of vervanging van het bestaande gedenkteken geldt een meldingsplicht waarbij gebruikt gemaakt dient te worden van het meldingsformulier voor grafbedekkingen.

5. Een vergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel dient te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 19, 21 en 23 van de ’Beheersverordening gemeentelijk begraafplaatsen gemeente Veendam'.

Artikel 8. Beslissing

De beslissing op de aanvraag of melding wordt door het bestuursorgaan schriftelijk medegedeeld.

OPPERVLAKTE GRAVEN, GEDENKTEKENS EN MATERIAAL

Artikel 9. Afmetingen grafoppervlak

De afmetingen van het grafoppervlak is het uitgangspunt voor de afmetingen van een eigen graftuin inrichting of een gedenkteken:

Soort graf

Lengte

Breedte

a. Particulier graf

2.00 m

1.00 m

b. Kindergraf

1.50 m

1.00 m

c. Familiegraf

6.00 m

6.00 m

d. Urnengraf

0.70 m

0.70 m

e. Particulier graf veld 7

2.00 m

Variabel per strekkende meter

Afmetingen van bestaande graven kunnen afwijken van deze afmetingen.

Artikel 10. Gedenkteken en materiaal

1. Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt.

1a. Voor een afsluitplaat in de urnenmuur geldt dat deze uitsluitend door een steenhouwer aangebracht mag worden middels verlijming met kit. Schroeven zijn niet toegestaan.

2. De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

3. Het bestuursorgaan kan in uitzonderingsgevallen ontheffing verlenen voor de toepassing van andere materialen.

Artikel 11. Toegestane gedenktekens per locatie

1. Op begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ mogen de gedenktekens in de velden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en K bestaan uit liggende of staande gedenktekens. Dit is afhankelijk van de rij.

2. Op begraafplaats ‘Dalweg 36’ mogen de gedenktekens bestaan uit liggende of staande gedenktekens.

Artikel 12. Afmetingen gedenktekens graven

De lengte en breedte van het gedenkteken mag die van het grafoppervlak niet overschrijden.

1. Particuliere graven:

- dikte staand gedenkteken: minimaal 0.06 meter en maximaal 0.12 meter;

- dikte liggend gedenkteken: maximaal 0.20 meter;

- hoogte: maximaal 1.00 meter (gemeten vanaf het maaiveld).

2. Kindergraven:

- dikte: minimaal 0.06 meter en maximaal 0.12 meter;

- dikte liggend gedenkteken: maximaal 0.20 meter;

- hoogte: maximaal 1.00 meter (gemeten vanaf het maaiveld).

3. Indien er staande monumenten worden toegepast, dienen deze zoveel mogelijk in de rij met de andere staande monumenten te worden geplaatst.

4. Het is toegestaan, indien het graf een dubbelgraf betreft, ten behoeve van de twee naast elkaar liggende graven, één gedenkteken op te richten. Dit gedenkteken dient te voldoen aan de afmetingen genoemd in dit artikel. Het gedenkteken dient zodanig geplaatst te worden dat:

a. In geval van ingebruikname van het eerste graf en de toepassing van een gedenkteken voor een enkel graf, het hart van het gedenkteken correspondeert met het hart van de eerste grafruimte;

b. In geval van ingebruikname van het eerste graf en de toepassing van een gedenkteken voor een dubbel graf, het hart van het gedenkteken correspondeert met het hart van beide grafruimtes;

c. In geval van ingebruikname van het tweede graf en de toepassing van een gedenkteken voor een dubbel graf, het hart van het gedenkteken correspondeert met het hart van beide grafruimtes.

5. Het bestuursorgaan kan in uitzonderingsgevallen ontheffing verlenen voor de toepassing van andere afmetingen.

6. In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel, biedt Veld 7 op de begraafplaats ‘Buitenwoelhof’, ruimere mogelijkheden aangaande afmetingen en de vorm van een gedenkteken. Dit heeft betrekking op de breedte, de vorm en de hoogte van het gedenkteken.

De lengte dient, net als andere particuliere graven, maximaal 2.00 meter te zijn. Hiertoe kan conform artikel 7 van dit Uitvoeringsbesluit een aanvraag worden gedaan.

Artikel 13. Afmetingen gedenktekens urnengraven

1. De lengte en breedte van het gedenkteken op een urnengraf in de urnentuin mag die van het grafoppervlak niet overschrijden.

Urnengraven:

- dikte: minimaal 0.08 meter en maximaal 0.10 meter;

- hoogte: maximaal 0.50 meter (gemeten vanaf het maaiveld);

- een staand gedenkteken mag uitsluitend aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld worden aangebracht. Over de overige oppervlakte van het graf zijn uitsluitend liggende gedenktekens toegestaan.

2. De afmetingen van de dekplaten in de urnennissen zijn:

- lengte: 0,385 meter;

- breedte: 0,55 meter;

- dikte: 0,03 meter.

3. De dekplaten voor de urnennissen kunnen slechts worden toegepast na goedkeuring door het bestuursorgaan.

4. Het bestuursorgaan kan in uitzonderingsgevallen ontheffing verlenen voor de toepassing van andere afmetingen.

Artikel 14. Voorschriften plaatsing gedenkteken

1. Het plaatsen of ophalen van het gedenkteken dient vooraf te worden afgestemd met de begraafplaatsmedewerker. De begraafplaatsmedewerker bepaalt of het voorgestelde moment past. Het plaatsen of ophalen van de gedenktekens dient plaats te vinden op werkdagen van maandag t/m vrijdag van 08:00 uur tot 15:00 uur.

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

1a. Bij het ophalen van een gedenkteken op de begraafplaats door een steenhouwer mag de gemeente ervan uitgaan dat dit met toestemming van de rechthebbende van het graf gebeurt.

Gevolgen voorvloeiend uit het door de steenhouwer onrechtmatig ophalen van een gedenkteken van de begraafplaats, komen voor rekening van de steenhouwer.

2. Men is verplicht, bij plaatsing, het staande gedenkteken aan te brengen op de betonsloof (indien deze aanwezig is).

3. Het is verboden de betonsloof, indien aanwezig, te bewerken zodat deze in zijn functionaliteit wordt beschadigd.

4. Gedenktekens op een urnengraf dienen op het deksel van de urnenkelder te worden bevestigd.

5 Het is niet toegestaan om, door de rechthebbende of nabestaande, in eigen beheer

funderingsconstructies aan te brengen.

6. De fundering van een grafmonument dient deugdelijk te worden aangebracht.

7. Het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken, is voor rekening en risico van de rechthebbende.

8. Alle sporen van afval, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de gedenkteken, dienen van de begraafplaats te worden meegenomen.

9. Beschadigingen, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de gedenktekens, moeten worden hersteld door of namens de verantwoordelijke voor de beschadiging(en).

Artikel 15. Plaatsing gedenkteken

1. Bij het (terug)plaatsen van een gedenkteken dient de steenhouwer altijd in het bezit te zijn van een vergunning voor het desbetreffende monument óf een akkoord op de melding die middels een meldingsformulier voorafgaand is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van deze nadere regels.

2. Ter plaatse kan de begraafplaatsmedewerker aan de steenhouwer vragen om het bewijs van akkoord van de gemeente te laten zien.

3. Het (terug)plaatsen of ophalen van een gedenkteken dient altijd plaats te vinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van deze nadere regels.

4. Indien de steenhouwer bij het plaatsen van een gedenkteken niet in het bezit is van een geldige vergunning of akkoord op een meldingsformulier, óf wanneer niet is voldaan aan het gestelde in artikel 14 van deze nadere regels, dan kan de gemeente de steenhouwer weigeren het gedenkteken op te halen, te plaatsen of binnen een redelijk gestelde termijn te verzoeken het gedenkteken te (laten) verwijderen al dan niet op kosten van de steenhouwer.

Artikel 16. Overige voorschriften

1. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te leggen.

2. Het aanbrengen van kettingen en hekwerken is niet toegestaan.

3. Het is niet toegestaan om:

a. dozen met bloemen of kunstbloemen op de graven aan te brengen of te hebben;

Hiervoor zijn er prikvazen op de begraafplaats beschikbaar.

b. betonnen roeven hoger dan 20 cm op de graven aan te brengen of te hebben;

c. voorwerpen, welke zijn geverfd, dan wel vervaardigd van hout of metaal, met uitzondering van verguldsel voor verduidelijking van de opschriften en uit brons vervaardigde letters, vazen (hoger dan 20 cm) en stangen van omrasteringen of hagen op de graven aan te brengen of te hebben;

d. urnennissen te verven;

e. brandende voorwerpen met open vuur in urnennissen te plaatsen.

4. Het vermelden van een firmanaam of enige andere reclame op een gedenkteken of onderdeel daarvan is niet toegestaan. Gedeelten van graftekenen, welke hiervan zijn voorzien worden niet tot plaatsing toegelaten.

VOORSCHRIFTEN GRAFBEPLANTINGEN EN VOORWERPEN

Artikel 17. Bloemen en planten

1. De oppervlakte van het particuliere graf moet door de rechthebbende of gebruiker binnen de afmetingen zoals genoemd in artikel 9 worden beplant met éénjarige planten of winterharde gewassen, die de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag niet meer zijn dan de maximale hoogte van het gedenkteken op het graf.

2. De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. Gewassen die buiten bovengenoemde ruimte geplant worden, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

3. Indien gekozen wordt voor alleen een staand gedenkteken, kan in overleg met de beheerder een graftuin-inrichting worden gekozen. In dat geval is de rechthebbende zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van deze graftuin-inrichting.

Artikel 18. Verstrooiingsplaats

Op de verstrooiingsplaats is het toegestaan om eenmalig, direct na verstrooiing, bloemen neer te leggen. Na verwelking worden deze van gemeentewege verwijderd. Daarna is er de mogelijkheid bloemen neer te leggen op de daarvoor bestemde bloementafel.

Artikel 19. Tijdelijke verwijdering

Op een graf aangebrachte beplanting of ander materiaal wordt verwijderd indien in een graf bijgezet moet worden. Deze materialen worden, indien mogelijk, weer teruggeplaatst na de ter aarde bestelling. Een en ander conform het bepaalde in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam.

ONDERHOUD

Artikel 20. Onderhoud door gemeente

Overeenkomstig het bepaalde in de Beheersverordening Begraafplaatsen artikel 20 lid 1, voorziet het bestuursorgaan in het schoonhouden van de begraafplaats en in de zorg voor de winterharde beplantingen, exclusief de grafbedekkingen.

Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbenden of gebruikers

1a. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt verstaan: het uitvoeren van herstellingen van de graftekenen en losse voorwerpen, het verven of het vergulden van de opschriften, het aanbrengen, onderhouden, vernieuwen van losse planten en één- of meerjarige gewassen en het verwijderen van uitgebloeide en dode gewassen. Het afval dat vrijkomt bij het onderhoud dient door eenieder in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.

1b. Het gebruiken van chemische middelen voor het onderhouden van de grafbedekking is niet toegestaan.

2. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het bestuursorgaan de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding.

3. De verwijdering van de grafbedekking, zoals bedoeld is in lid 2 van dit artikel, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende per aangetekende brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. Als het adres van de rechthebbende niet bekend is, geschiedt de oproeping door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats; bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Intrekking oude regeling

Het Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 22 mei 2012, nummer 201208381 wordt ingetrokken.

Artikel 23. Overgangsbepaling

1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens het Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 22 mei 2012, gelden als besluiten genomen krachtens de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam.

2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam afspraken dan wel activiteiten plaatsvinden op grond van het Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 22 mei 2012 en voor het tijdstip van inwerkingtreding van de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam niet is besloten, worden daarop de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam toegepast.

Artikel 24. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 25. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de besloten vergadering van burgemeester en wethouders van Veendam,

10 december 2019

De secretaris,

M. Schomper

De voorzitter,

S. Swierstra