Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lopik houdende regels omtrent kinderopvang (Verordening Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang Lopik 2020)

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lopik houdende regels omtrent kinderopvang (Verordening Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang Lopik 2020)

De raad van de gemeente Lopik;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 18a en 58 tot en met 60 van de Participatiewet;

gelet op de Beleidsregels terugvordering en invordering Werk en Inkomen Lekstroom;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.12 november 2019;

besluit vast te stellen de:

Verordening Sociaal Medische Indicatie

Kinderopvang Lopik 2020

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen
  • 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet kinderopvang (Wko) of de overige in deze verordening aangehaalde wetten en regelingen;

  • 2. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL).

    • b.

      ouder: de bloed-of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, overeenkomstig artikel 1.1 Wko en woonachtig is in één van de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom;

    • c.

      partner: de gehuwden, de geregistreerde partners en de ongehuwden die met een ander een gezamenlijke huishouding voeren (tenzij het gaat om een bloedverwant in de eerste graad);

    • d.

      toeslagpartner: de gehuwden, de gereregistreerde partners en de ongehuwden die met een ander een gezamenlijke huishouding voeren; Dan wel de medebewoner die voldoet aan één van de voorwaarden van de Belastingdienst om de toeslagpartner te (kunnen) zijn;

    • e.

      kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan kostenvrij verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; De kinderopvangorganisatie dient ingeschreven te staan in het Landelijk Register Kinderopvang;

    • f.

      tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van sociaal-medische gronden;

    • g.

      voorliggende voorziening: elke mogelijkheid om in kinderopvang te voorzien waarvan door de aanvragende ouder gebruik kan worden gemaakt, waaronder een andere financiële tegemoetkoming (zoals onder andere via de aanvullende ziektekostenverzekering, een voorziening op grond van de Wko of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)) of adequate kinderopvang in de informele sfeer;

    • h.

      VVE: Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is voor peuters en kleuters met een taal- of onderwijsachterstand. VVE is bedoeld om kinderen op een speelse manier hun achterstand te laten inhalen, voordat ze aan groep 3 beginnen.

Artikel 2. Gemeentelijke doelgroep
  • 1. Deze regeling is van toepassing op de ouder of ouder met partner die behoort tot de doelgroep ‘sociaal medische indicatie’.

  • 2. Van een sociaal medische indicatie is sprake als de ouder of ouder met partner:

    • a.

      een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking heeft, waardoor de ouder niet in staat is de (volledige) verzorging van het kind op zich te nemen of;

    • b.

      een kind heeft dat op grond van sociaal medische problematiek kinderopvang nodig heeft om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen.

  • 3. Bij het beoordelen of sprake is van een sociaal medische indicatie zoals bedoeld in dit artikel, wordt voorafgaande aan een eventuele toekenning van enige tegemoetkoming advies ingewonnen over de noodzaak, alsmede de duur en de omvang van de kinderopvang bij een onafhankelijke en voldoende professionele organisatie met voldoende adequate deskundigheid.

  • Of deze organisatie in voldoende mate voldoet aan deze randvoorwaarden is ter beoordeling van het dagelijks bestuur.

Artikel 3. Afwijzingsgronden

Het dagelijks bestuur wijst een aanvraag voor een tegemoetkoming af, indien:

  • a.

    de ouder of ouder met partner niet voldoet aan het gestelde in artikel 2 van deze verordening;

  • b.

    de ouder of de partner aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening;

  • c.

    de ouder of de partner niet voldoet aan hetgeen bepaald is in artikel 5 van deze verordening.

Artikel 4. Kosten voor kinderopvang

De aanspraak op een tegemoetkoming wordt bepaald door:

  • a.

    het aantal uren kinderopvang per kind per berekeningsjaar en;

  • b.

    de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van de maximum uurprijs en het maximaal aantal opvanguren als bedoeld in artikel 10 en 11 van deze verordening en;

  • c.

    het soort kinderopvang.

Artikel 5. Verplichtingen
  • 1. Belanghebbende doet aan het dagelijks bestuur op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet kunnen zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de tegemoetkoming.

  • 2. Belanghebbende is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om het recht op de tegemoetkoming te kunnen vaststellen.

  • 3. Ter bevordering van een correcte en adequate uitvoering van deze verordening, kunnen aan belanghebbende aanvullende verplichtingen opgelegd worden.

  • 4. Alvorens tot afwijzing dan wel beëindiging over te gaan, wordt belanghebbende eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.

  • 5. Onverminderd de overige bepalingen in deze verordening, kan het dagelijks bestuur besluiten om het recht op een tegemoetkoming te beëindigen indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt.

Artikel 6. Beperking noodzaak
  • 1. De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn.

  • 2. De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn.

Artikel 7. Herziening, intrekking en terugvordering
  • 1. Het dagelijks bestuur herziet een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming, dan wel trekt een besluit tot toekenning van de tegemoetkoming in, en vordert de tegemoetkoming terug wanneer het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening, geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog toegekende tegemoetkoming. Daarbij dient het opleggen van een bestuurlijke boete te worden bezien.

  • 2. Tevens kan het recht op een tegemoetkoming worden herzien of ingetrokken en de tegemoetkoming worden teruggevorderd wanneer anderszins een tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag toegekend is.

Hoofdstuk 2. Kosten van kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI)

Artikel 8. Aanvraag tegemoetkoming SMI
  • 1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat ten minste:

    • a.

      naam, adres en burgerservicenummer van de ouder;

    • b.

      indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de toeslagpartner;

    • c.

      naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;

    • d.

      een offerte of contract van het geregistreerde kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang;

    • e.

      overige gegevens die het dagelijks bestuur nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.

  • 2. De aanvraag vindt plaats met behulp van een door het dagelijks bestuur vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.

Artikel 9. Toekenning tegemoetkoming SMI
  • 1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het dagelijks bestuur in ontvangst is genomen.

  • 2. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.

  • 3. De tegemoetkoming kan worden verleend tot maximaal één maand na de beëindiging van het recht op de tegemoetkoming voor de kinderopvang, voor zover de opvang noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 10. Maximum uurprijs kinderopvang SMI

De maximum uurprijs is het uurtarief zoals beschreven in het Besluit kinderopvangtoeslag en wordt gehanteerd door de Belastingdienst.

Artikel 11. Maximum aantal uren kinderopvang SMI

Het maximum aantal uren kinderopvang waarvoor een tegemoetkoming SMI wordt verstrekt, bedraagt niet meer dan het maximum aantal uren zoals gehanteerd wordt door de Belastingdienst en beschreven staat in het Besluit kinderopvangtoeslag.

Artikel 12. Omvang en duur van de tegemoetkoming SMI
  • 1. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische gronden naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk is.

  • 2. De tegemoetkoming wordt vastgesteld voor maximaal 6 maanden.

  • 3. Indien het dagelijks bestuur dit noodzakelijk acht vindt verlenging van de tegemoetkoming plaats. Verlenging vindt alleen plaats indien de ouder(s) heeft meegewerkt of in voldoende mate meewerkt aan hulpverlening om de situatie te verbeteren en de noodzaak van kinderopvang weg te nemen. De verlenging van de tegemoetkoming kan eenmalig worden verleend voor ten hoogste 6 maanden.

  • 4. Alleen bij een nieuwe, andere oorzaak die ten grondslag ligt aan de noodzaak, kan nogmaals een tegemoetkoming worden verleend voor maximaal 6 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging voor ten hoogste 6 maanden.

Artikel 13. Tegemoetkoming kosten kinderopvang SMI

De tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang SMI wordt als volgt vastgesteld:

  • a.

    bij een inkomen tot 100% van de geldende bijstandsnorm bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming maximaal de noodzakelijke kosten; Dit met inachtneming van de artikelen 10 en 11 van deze verordening;

  • b.

    als het inkomen meer bedraagt dan 100% van de geldende bijstandsnorm, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming maximaal de hoogte zoals die berekend wordt met de berekeningsmethode van de belastingdienst;

  • c.

    indien de ouders al een vergoeding ontvangen voor de peuteropvang of VVE, worden deze uren afgetrokken van de maximaal vastgestelde uren per week op basis van de sociaal medische noodzaak.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2020.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als “ Verordening Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang Lopik 2020“.

Artikel 16. Intrekking oude verordening

De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang WIL, vastgesteld op 30 januari 2014, vervalt gelijktijdig met de inwerkingtreding van onderhavige verordening.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2019.

de griffier,

MW. MR. G.M.G. DOLDERS

de voorzitter,

DR. L.J. DE GRAAF