Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van cultuurinitiatieven (Subsidieregeling cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2019)

Geldend van 25-12-2019 t/m heden

Intitulé

Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van cultuurinitiatieven (Subsidieregeling cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2019)

Ons kenmerk: 115411

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen,

gelet op artikel(en) 2, 3 en 5 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2019;

b e s l u i t :

vast te stellen de

Regeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over het subsidiëren van cultuurinitiatieven (Subsidieregeling cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2019)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2019;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • d.

    cultureel ondernemerschap: de houding van een culturele organisatie/ instelling die erop gericht is om de afhankelijkheid van subsidies en dergelijke in haar bedrijfsvoering en activiteiten te minimaliseren. Inkomsten, eigen inkomsten of middelen uit andere bronnen zijn hierbij geen doel op zich, maar het gevolg van de impact voor de maatschappij in het algemeen en de doelgroep of ‘klant’ in het bijzonder;

  • e.

    culturele basisinstelling: Theater en Congrescentrum Hanzehof, Centrum voor de Kunsten Muzehof, Graafschap Bibliotheken, De Musea Zutphen, Filmhuis Luxor, Dat Bolwerck;

  • f.

    culturele organisatie/ instelling: een rechtspersoon die zich op grond van zijn statuten ten doel stelt culturele activiteiten te organiseren in de gemeente;

  • g.

    cultuurinitiatief: een culturele activiteit in de vorm van een voorstelling, uitvoering, of tentoonstelling die in de gemeente plaatsvindt, openbaar toegankelijk is en in de media ook als zodanig wordt aangekondigd;

  • h.

    evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke één- of meerdaagse gebeurtenis van culturele, maatschappelijke, feestelijke en/ of vermakelijke aard, met een promotioneel, wervend karakter voor de gemeente;

  • i.

    excellentie: kwalitatief hoogstaande optredens, producties en masterclasses door toptalenten, (internationale) topartiesten en/ of topgezelschappen;

  • j.

    experiment: vernieuwend cultuurinitiatief dat naar inhoud, opzet en uitvoering onderscheidend is ten opzichte van het bestaande kunst- en cultuuraanbod en/ of dat gericht is op het bereiken van een nieuw publiek;

  • k.

    festival: een reeks van onderling samenhangende activiteiten die gedurende een in de tijd beperkte periode onder een gemeenschappelijke noemer worden georganiseerd en gepresenteerd;

  • l.

    gemeente: gemeente Zutphen;

  • m.

    productie: de activiteit waarin het voortbrengen van (culturele) producten centraal staat;

  • n.

    samenwerkingspartner: culturele (basis)instellingen, professionele kunstenaars, onderwijsinstellingen, amateurgezelschappen en creatieve (commerciële) ondernemingen;

  • o.

    subsidie: een aanspraak op financiële middelen voor een cultuurinitiatief dat een bijdrage levert aan de thema’s uit de Cultuuragenda;

  • p.

    talentontwikkeling: activiteiten gericht op de identificatie, selectie, begeleiding en/ of ontwikkeling van (jong) talent;

  • q.

    thema’s van de Cultuuragenda 2016:

    • 1.

      Versterken identiteit door benutten cultureel Erfgoed;

    • 2.

      Bevorderen cultuureducatie en –participatie;

    • 3.

      Innovatie en ondernemerschap door verbindingen te leggen tussen de culturele basisinfrastructuur en andere initiatiefnemers en ondernemers;

    • 4.

      Informatie, communicatie en marketing optimaal inzetten voor het bereiken van de doelgroepen: (toekomstige) inwoners, toeristen, ondernemers.

Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling

  • 1.

    Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking cultuurinitiatieven en activiteiten die een bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities, zoals omschreven in de thema’s van de Cultuuragenda 2016.

  • 2.

    De subsidie dient ter bevordering van een actueel en gevarieerd aanbod van cultuurinitiatieven en activiteiten in de gemeente, die zichtbaar en toegankelijk zijn voor iedereen en in ieder geval (groten)deels in de gemeente plaatsvinden.

  • 3.

    De subsidie moet primair gericht zijn op het ontwikkelen en verrichten van cultuurinitiatieven en activiteiten op het gebied van festivals, evenementen en producties, waarbij de subsidie aanvullend moet zijn op andere inkomsten, die de aanvrager zelf verwerft.

Artikel 3 Subsidiecriteria, beoordeling aanvragen

  • 1.

    Het te subsidiëren cultuurinitiatief geeft uitvoering aan één of meer van de volgende criteria:

    • a.

      talentontwikkeling;

    • b.

      excellentie;

    • c.

      experiment;

    • d.

      cultureel ondernemerschap;

    • e.

      voegt een wezenlijke artistieke en/ of innovatieve waarde toe aan het bestaande aanbod;

    • f.

      verbindend: tussen kunstdisciplines, beleidsterreinen en/ of doelgroepen;

    • g.

      draagt bij aan een positieve profilering van Zutphen;

    • h.

      bevordert zowel passieve als actieve cultuurparticipatie van jeugd, nieuwkomers en/ of bezoekers van de gemeente;

    • i.

      specifiek gericht op jongeren tot 24 jaar;

    • j.

      gericht op verbreding van het publiek.

  • 2.

    Het college beoordeelt de ingediende aanvragen aan de hand van de in het eerste lid vermelde criteria, waarbij een cultuurinitiatief hoger scoort naar mate het initiatief:

    • a.

      voldoet aan meerdere van de in het eerste lid vermelde criteria;

    • b.

      een kwalitatief goede invulling geeft aan één of meer criteria.

Artikel 4 Aanvraag om subsidie, afhandeling

  • 1.

    De aanvrager moet een rechtspersoon zijn, tenzij de activiteit wordt georganiseerd in samenwerking met een samenwerkingspartner, als bedoeld in artikel 1, onder n.. In dat geval ondertekent de samenwerkingspartner de aanvraag mede.

  • 2.

    Het vast te stellen subsidiebedrag bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000,00.

  • 3.

    Een aanvraag om subsidie moet worden ingediend:

    • a.

      voor activiteiten in de periode januari tot en met juni van enig jaar: voor 1 november van het voorafgaande jaar;

    • b.

      voor activiteiten in de periode juli tot en met december van enig jaar: voor 1 mei van het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden.

  • 4.

    Een aanvraag om subsidie die niet binnen de termijn, als bedoeld in het derde lid, onder a. of b. is ingediend, wordt buiten behandeling gelaten.

  • 5.

    Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • 6.

    Als de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag om subsidie aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvulling op de aanvraag om subsidie is ontvangen.

  • 7.

    Een aanvraag om subsidie die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld, wordt buiten behandeling gelaten.

Artikel 5 Bij aanvraag om subsidie in te dienen gegevens, verplichtingen

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie moet door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend.

  • 2.

    Bij de aanvraag moeten worden ingediend:

    • a.

      een projectplan;

    • b.

      een begroting met dekkingsplan;

    • c.

      als een rechtspersoon voor de eerste maal subsidie aanvraagt:

      • i.

        een actueel exemplaar van het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel;

      • ii.

        de meest recente statuten;

      • iii.

        een actueel bankafschrift.

  • 3.

    Als de activiteit vergunningplichtig is, moet de aanvrager aantonen dat er een vergunning is aangevraagd of dat er een vergunning is verleend.

  • 4.

    Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen, voor zover dit naar het oordeel van het college de kwaliteit van het cultuurinitiatief verbetert en/ of de resultaten beter zichtbaar en verantwoord kunnen worden.

Artikel 6 Subsidieplafond, berekening en verdeling

  • 1.

    Het college kan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.

  • 2.

    Het college kan, binnen het onder het eerste lid bedoelde subsidieplafond, deelplafonds aanwijzen en per deelplafond specifieke regels vaststellen voor het verstrekken van subsidie.

  • 3.

    Bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag houdt het college rekening met:

    • a.

      de mate waarin het cultuurinitiatief een wezenlijke bijdrage levert aan de invulling van de thema’s van de Cultuuragenda 2016;

    • b.

      de hoogte van de eigen financiële bijdrage van de aanvrager;

    • c.

      de mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt of kan plaatsvinden.

  • 4.

    Het jaarlijks beschikbare bedrag voor subsidies op grond van deze regeling wordt in 2 tijdvakken verdeeld:

    • a.

      tijdvak I: januari tot en met juni van enig jaar;

    • b.

      tijdvak II: juli tot en met december van enig jaar.

Artikel 7 Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidiabel zijn die kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het organiseren van de activiteiten.

  • 2.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      de reguliere exploitatiekosten van een organisatie/ instelling;

    • b.

      kosten voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;

    • c.

      consumptieve kosten;

    • d.

      alle kosten waarvoor de aanvrager gebruik kan maken van bestaande rijks-, provinciale of gemeentelijke subsidieverordeningen of -regelingen;

    • e.

      loonkosten hoger dan € 35,00 per uur;

    • f.

      onvoorziene uitgaven (post onvoorzien).

  • 3.

    In de aanvraag om subsidie moet de aanvrager aangeven wat hij heeft gedaan om financiële ondersteuning te verwerven, anders dan eventueel te verkrijgen subsidie van de gemeente.

  • 4.

    De begroting moet reëel en sluitend zijn en bestaan uit kosten die noodzakelijk zijn om het cultuurinitiatief te laten slagen.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval, als:

  • a.

    niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling;

  • b.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten met een winstoogmerk;

  • c.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten als oprichting, beheer en onderhoud van gedenktekens of monumenten, archeologische opgravingen, herdenkingsplechtigheden of jubilea die niet openbaar toegankelijk zijn, intocht Sinterklaas, Koningsdag, de 4 mei-herdenking, Bevrijdingsdag, fondsenwerving, braderieën en circussen;

  • d.

    de subsidie bestemd is voor activiteiten in het kader van een opleiding;

  • e.

    de activiteiten ook zonder subsidie op grond van deze regeling plaats kunnen vinden;

  • f.

    de aanvraag om subsidie wordt ingediend door één van de culturele basisinstellingen;

  • g.

    de activiteiten een overwegend religieus of politiek karakter hebben;

  • h.

    de aanvrager voor de betreffende activiteiten binnen een periode van 4 jaar al 2 keer (geteld vanaf het jaar waarin voor de eerste maal subsidie is verstrekt) subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Het college kan één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van het subsidiëren van cultuurinitiatieven, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 11 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultuurinitiatieven gemeente Zutphen 2019.

Ondertekening

Aldus besloten op 17 december 2019.

Het college van burgemeester en wethouders,

De burgemeester, de secretaris,

Toelichting

Algemene toelichting

Met deze regeling wil het college ten eerste cultuurinitiatieven in Zutphen stimuleren. Kern van deze subsidieregeling is uiteraard de verdeling van het beschikbare budget voor culturele activiteiten in Zutphen. Met deze regeling worden aanvragers uitgedaagd initiatieven te ontwikkelen die inspelen op de behoeften en ontwikkelingen in Zutphen en de ambities van het cultuurbeleid.

De op grond van deze Subsidieregeling cultuurinitiatieven te subsidiëren activiteiten moeten een bijdrage leveren aan de doelstellingen en ambities zoals verwoord in de Cultuuragenda 2016 ‘De kunst van samen vernieuwen’. In het algemeen wordt de subsidie uit deze regeling ingezet om een actueel, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig aanbod aan culturele activiteiten in de stad te bewerkstelligen dat zichtbaar en toegankelijk is voor iedereen. Alle disciplines en werkvelden komen in aanmerking: podiumkunsten, beeldende kunsten, vormgeving, letteren, media en alle mogelijke mengvormen.

De subsidieregeling staat uitdrukkelijk niet open voor aanvragen door de zogeheten basisinstellingen. Zij kunnen echter wel meewerken aan de totstandkoming van activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling wordt aangevraagd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Deze omschrijvingen behoeven geen nadere toelichting.

Artikel 2 Reikwijdte subsidieregeling

Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de subsidieregeling. De eerste drie leden van dit artikel vormen de basis van deze regeling, omdat deze het doel omschrijven van deze regeling, naast de in artikel 3 neergelegde criteria waaraan voldaan moet worden.

Op basis van de algemene subsidieverordening moeten subsidies hoger dan € 5.000,- eerst verleend en vervolgens vastgesteld worden. Subsidies tot € 5000,- kunnen direct worden vastgesteld, maar ook eerst worden verleend en ambtshalve worden vastgesteld.

Artikel 3 Subsidiecriteria, beoordeling aanvragen

In dit artikel zijn in het eerste lid de criteria neergelegd op grond waarvan een te subsidiëren cultuurinitiatief voor subsidie in aanmerking komt. In het tweede lid is het tweetal criteria voor de beoordeling van de ingediende aanvragen neergelegd.

Artikel 4 Aanvraag om subsidie, afhandeling

Op grond van het eerste lid moet de aanvrager een rechtspersoon zijn. Wel kan de samenwerkingspartner, als bedoeld in artikel 1, onder n., mede organisator zijn. In dat geval moet deze samenwerkingspartner de aanvraag mede ondertekenen.

Het tweede lid geeft aan dat het vast te stellen subsidiebedrag 50% van de subsidiabele kosten (zie voor wat wel en niet subsidiabel is artikel 7) bedraagt, met evenwel een maximum van € 10.000,-.

Met het opnemen van het derde lid in dit artikel wordt een spreiding van de te subsidiëren cultuurinitiatieven en activiteiten bereikt gedurende het jaar. Het eerste deel loopt van januari tot en met juni van enig jaar; het tweede deel van juli tot en met december van enig jaar. In dit verband is ook artikel 6, vijfde lid van belang.

Het vijfde lid bepaalt dat aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Het vierde, zesde en het zevende lid behoeven geen nadere toelichting, anders dan dat als een aanvraag niet is aangevuld, ondanks een daartoe strekkend verzoek, de aanvraag altijd buiten behandeling wordt gelaten (zevende lid). Tot het buiten behandeling laten van de aanvraag moet uiteraard wel binnen vier weken nadat de gestelde termijn ongebruikt is verstreken, worden besloten op grond van artikel 4:5 Awb. Tegen een dergelijk besluit kan bezwaar worden gemaakt.

Artikel 5 Bij aanvraag om subsidie in te dienen gegevens, verplichtingen

Het aanvraagformulier is te vinden op de website van de gemeente: www.zutphen.nl. Of op te vragen via het emailadres: info@zutphen.nl.

Het overige in dit artikel bepaalde behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 6 Subsidieplafond, berekening en verdeling

Op grond van het eerste lid van dit artikel kan het college een subsidieplafond vaststellen. Op grond van het tweede lid kunnen er ook deelplafonds worden vastgesteld, mocht dat nodig of wenselijk zijn.

In het derde lid is bepaald waarmee het college rekening houdt bij het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag.

Tot slot is in het vierde lid bepaald dat het jaarlijks beschikbare bedrag voor subsidies in 2 tijdvakken wordt verdeeld. Het ligt voor de hand om het bedrag dan ook per tijdvak gelijk te laten zijn, zodat dat het uitgangspunt is. Maar dat hoeft niet. Wordt hiervan afgeweken, dan is dat iets om te bepalen bij het vaststellen van een eventueel subsidieplafond op basis van het eerste lid van dit artikel.

Artikel 7 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten

In dit artikel is aangegeven welke kosten subsidiabel zijn (eerste lid) en welke kosten niet subsidiabel zijn (tweede lid).

Het is de bedoeling dat de aanvrager financiële ondersteuning bij anderen dan enkel en alleen de gemeente verwerft. Om deze reden is het derde lid in dit artikel opgenomen.

Het bepaalde in het vierde lid spreekt voor zich.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de weigeringsgronden neergelegd. Naast de weigeringsgronden, zoals die in de Algemene subsidieverordening in artikel 10 zijn opgenomen, worden in dit artikel een achttal weigeringsgronden benoemd. Het college weigert de subsidie in ieder geval als één of meer van deze weigeringsgronden zich voordoet. Deze weigeringsgronden spreken voor zich.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van subsidiëren van cultuurinitiatieven, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Dit kan echter alleen in die gevallen die niet zijn voorzien ten tijde van het vaststellen van de regeling. Wordt een geval onder de hardheidsclausule gebracht, dan heeft dit tot gevolg dat de regeling op dit punt moet worden aangepast. Het geval is immers voorzienbaar geworden.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 11 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.