Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling Kadernota cultuur 2021-2028)

Geldend van 20-12-2019 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling Kadernota cultuur 2021-2028)

Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 17 december 2019, nr. A. 14, afdeling ECP, dossiernummer K5477 het volgende besluit hebben genomen:

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:

Overwegende dat:

  • -

    Provinciale Staten van de provincie Groningen op 13 november 2019 het Strategische beleidskader cultuur 2021-2028 'Wij zijn cultuur' hebben vastgesteld;

  • -

    In dit beleidskader criteria zijn opgenomen waaraan structurele subsidieaanvragen van culturele instellingen kunnen worden getoetst.

Gelet op:

  • -

    Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018.

Besluiten vast te stellen de subsidieregeling Kadernota cultuur 2021-2028 provincie Groningen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Strategisch beleidskader cultuur 2021-2028: het kader waarin het provinciaal cultuurbeleid is geformuleerd voor de jaren 2021-2028.

  • b.

    Uitvoeringsplan cultuur 2021-2024: het plan waarin de provincie aangeeft op welke manier ambities waargemaakt gaan worden en welke instrumenten daarop worden ingezet.

  • c.

    Kunstraad Groningen: een zelfstandig adviesorgaan ingesteld door de Provincie en de Gemeente Groningen met onder andere de opdracht een deskundig oordeel te geven over subsidieaanvragen kunst en cultuur.

  • d.

    Cultuurpijlers: instellingen met een landelijke uitstraling en cofinanciering vanuit het Rijk (met uitzondering van Groninger Museum). Deze instellingen zijn een belangrijke pijler binnen hun sector en bieden ondersteuning aan andere instellingen door bijvoorbeeld samenwerking.

  • e.

    Professionele kunstinstelling: een organisatie in de cultuursector werkend met beroepskrachten of kunstprofessionals.

  • f.

    Kunstprofessional; vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring.

  • g.

    Amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende kunst of audiovisuele kunst of literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert.

  • h.

    Uitvoerende amateurkunstinstelling of lesaanbieder: een instelling of vereniging waar men les kan volgen of uitvoering geeft aan de in lid g genoemde activiteiten.

  • i.

    Erfgoedinstelling: een instelling die zich bezighoudt met collectievorming, presentatie en educatie van cultuurhistorisch erfgoed.

  • j.

    Steunfuncties: een functie die bij een instelling wordt belegd met de opdracht om andere instellingen te ondersteunen met expertise, informatie en advies. Het gaat om ondersteuning op de functies: amateurkunst, cultuuronderwijs, bibliotheekwerk, Groninger taal en cultuur of Monumentenzorg en erfgoed.

  • k.

    Bewezen kwaliteit: de organisatie kan aantonen dat zij zowel inhoudelijk als organisatorisch goede resultaten heeft geboekt zodat er vertrouwen in haar toekomstbestendigheid.

  • l.

    Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie.

  • m.

    Governance code: een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties

  • n.

    Code culturele diversiteit: instrument om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren.

  • o.

    Kaderverordening: Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017.

  • p.

    Procedureregeling: Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018.

Artikel 2 Doel

Doel van de regeling is het versterken en uitdragen van de culturele kwaliteit en identiteit van de provincie Groningen, waarbij wordt ingezet op de volgende ambities: cultuur voor iedereen, stimuleren van een bruisend en vernieuwend aanbod in Stad en Ommeland en ontwikkeling, behoud en versterking van de kwaliteit van het erfgoed, landschap en de leefomgeving.

Artikel 3 Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

    • a.

      professionele kunstinstellingen werkzaam in de provincie Groningen;

    • b.

      erfgoedinstellingen uit de provincie Groningen;

    • c.

      instellingen die een steunfunctie vervullen en die deel uitmaken van het culturele netwerk in de provincie Groningen.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.

Artikel 4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 5 De aanvraag

Op grond van en in aanvulling op artikel 2.1 van de Procedureregeling bevat een aanvraag de volgende onderdelen:

  • a.

    een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, inclusief start- en einddatum (activiteitenplan);

  • b.

    een beschrijving van de doelstellingen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan de provinciale beleidsdoelstellingen bijdragen;

  • c.

    een begroting van de kosten en bijbehorend dekkingsplan, voorzien van een toelichting en waarbij een opgave wordt gedaan van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • -

      uit het dekkingsplan dient te blijken dat minimaal 21,5% van de totale inkomsten door eigen inkomsten wordt gefinancierd.

    • -

      wanneer de activiteiten in meerdere provincies worden uitgevoerd dan dient in de begroting een duidelijk onderscheid aan te brengen in de beschrijving van de activiteiten en kosten gerelateerd aan de Provincie Groningen.

  • d.

    indien de aanvrager een rechtspersoon is die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt hij een afschrift van de oprichtingsakte, dan wel de laatst gewijzigde statuten, het jaarverslag, de jaarrekening dan wel de balans van het vorige jaar als bijlagen toe aan de aanvraag.

Artikel 6 Algemene Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan onderstaande toelatingscriteria. Deze criteria zijn bij de weging van alle aanvragen van toepassing:

  • 1.

    Artistiek en inhoudelijke kwaliteit

    • a.

      Indien de aanvrager een professionele kunstinstelling betreft beoordeelt de Kunstraad de artistieke en inhoudelijke kwaliteit op basis van zeggingskracht, vernieuwing, vakmanschap en authenticiteit.

    • b.

      Indien de aanvrager een erfgoedinstelling betreft beoordeelt de Kunstraad de artistieke en inhoudelijke kwaliteit op de aspecten cultuurhistorische waarde, collectiebeheer, presentatie en educatie.

    • c.

      Indien de aanvrager een steuninstelling betreft beoordeelt de Kunstraad de inhoudelijke kwaliteit aan de hand van de wijze waarop de aanvragende steuninstelling op professionele wijze ondersteuning biedt aan de sector als expertisecentrum met een netwerkfunctie. De aanvragende steuninstelling moet deel uitmaken van het culturele netwerk in de provincie Groningen.

  • 2.

    Typen organisatie, de aanvragende organisatie dient te voldoen aan onderstaande punten:

    • a.

      de organisatie ontplooit bovenlokale of regionale activiteiten in de Provincie Groningen;

    • b.

      de organisatie heeft als doel het uitvoeren van professionele kunsten en/of erfgoed of de steunfunctie cultuureducatie, amateurkunst, erfgoed, monumentenzorg, Groninger taal en cultuur of bibliotheekwerk. Er kan maximaal één aanvraag per steunfunctie worden gehonoreerd;

    • c.

      de organisatie heeft hierbij geen winstoogmerk;

    • d.

      de activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, kunnen niet zonder subsidie worden gerealiseerd en de markt kan er niet in voorzien;

    • e.

      de organisatie heeft bewezen kwaliteit.

  • 3.

    Kwaliteit van de organisatie

    • a.

      Toepassing landelijke codes

      • -

        de aanvrager past de Code Cultural Governance toe en geeft aan op welke manier dat gebeurt (pas toe én leg uit);

      • -

        de aanvrager past de Fair Practice Code toe of legt uit op welke manier deze wordt toegepast. Wanneer de aanvrager de Fair Practice code niet toepast, wordt uitgelegd waarom dat (nog) niet gebeurd;

      • -

        de aanvrager past de Code Culturele diversiteit toe of legt uit op welke manier deze wordt toegepast. Wanneer de aanvrager de Code Culturele diversiteit niet toepast, wordt uitgelegd waarom dat (nog) niet gebeurd.

    • b.

      Plaats in de culturele infrastructuur

      • -

        De aanvrager geeft aan op welke manier wordt samengewerkt met anderen binnen de culturele sector.

    • c.

      Publieksbereik, toegankelijkheid en educatie

      • -

        De aanvrager geeft een visie op welke doelgroepen de organisatie wil bereiken en op welke manier(en) dit gebeurt (bijvoorbeeld marketing, educatie, prijsbeleid, toegankelijkheid voor mensen met een beperking).

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen moet ook worden bijgedragen aan één of meerdere van de strategieën op het gebied van kunst en cultuur zoals benoemd in de Kadernota cultuur 2021-2028, waarbij een bijdrage aan de strategie 'een sterke basis' minimaal vereist is:

    • a.

      Een sterke basis en ruimte voor vernieuwing, hieraan wordt voldaan indien:

      • -

        de aanvrager heeft een hoogwaardig aanbod waarin ruimte wordt geboden aan experiment;

      • -

        de aanvrager kent een hoge mate van eigenheid in de culturele uitingen en draagt zowel in de eigen organisatie als in de programmering bij aan diversiteit van het culturele aanbod.

    • b.

      Samenleven met cultuur, hieraan wordt voldaan indien:

      • -

        de aanvrager heeft programma’s die bewoners aanzetten tot deelname aan cultuur, waarbij extra aandacht voor inwoners die nu niet of nauwelijks in aanraking komen met cultuur;

      • -

        de aanvrager heeft programma’s die bijdragen aan het versterken van de leefkwaliteit in de provincie Groningen en inspelen op actuele maatschappelijke opgaves, zoals krimp, gevolgen gaswinning, eenzaamheid en laaggeletterdheid.

    • c.

      Overal cultuur, hieraan wordt voldaan indien:

      • -

        de aanvrager ontwikkelt een bruisend cultureel aanbod in stad en regio;

      • -

        de aanvrager verbindt het cultureel aanbod van stad en regio in de marketing en promotie.

    • d.

      Thuis in Groningen, hieraan wordt voldaan indien:

      • -

        de aanvrager zorgt voor behoud, educatie en presentatie van de Collectie Groningen;

      • -

        de aanvrager presenteert de Collectie Groningen op vernieuwende wijze aan een breed publiek, waarbij een visie en programma op digitalisering wordt gevraagd;

      • -

        de aanvrager werkt bij de presentatie van de collectie Groningen, samen met andere disciplines of sectoren.

Artikel 7 Subsidievereisten voor specifieke steunfuncties

Om voor subsidie voor specifieke steunfuncties in aanmerking te komen, dient te worden voldaan aan de onderstaande vereisten. Deze vereisten zijn bij de weging van alle aanvragen voor specifieke steunfuncties van toepassing:

  • 1.

    Een aanvraag voor de steunfunctie amateurkunst voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager vervult een steunfunctie op het gebied van de amateurkunst in de gehele provincie Groningen;

    • b.

      de aanvrager heeft samen met de steunfunctie cultuuronderwijs een gezamenlijke visie op de keten cultuureducatie, amateurkunst en talentontwikkeling;

    • c.

      de aanvrager heeft een visie op de versterking van het amateurkunstveld en hanteert een werkwijze waarin zij de inzet afstemt op de vraag en samenwerkt met lokale netwerken, gemeenten en overige stakeholders;

    • d.

      de aanvrager heeft een visie op het stimuleren van actieve deelname (cultuurparticipatie) van inwoners aan cultuur en op welke wijze hieraan een wezenlijke bijdrage kan worden geleverd, waarbij de focus ligt op het stimuleren van inwoners die nu niet of nauwelijks in aanraking komen met cultuur.

  • 2.

    Een aanvraag voor de steunfunctie cultuuronderwijs voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager vervult de steunfunctie op het gebied van cultuuronderwijs in de gehele provincie Groningen;

    • b.

      de aanvrager heeft samen met de steunfunctie amateurkunst een gezamenlijke visie op de keten cultuureducatie, amateurkunst en talentontwikkeling;

    • c.

      de aanvrager sluit met haar beleid aan op het Bestuurlijk Kader Cultuur en Onderwijs;

    • d.

      de aanvrager heeft een visie op de ondersteuning en facilitering van de scholen in het primair onderwijs bij de implementatie van cultuureducatieplannen, het stimuleren van de scholen tot (verdere) ontwikkeling en implementatie van doorgaande leerlijnen cultuur met horizontale en verticale samenhang en de aansluiting bij het Voortgezet Onderwijs;

    • e.

      de aanvrager hanteert een werkwijze waarin zij de inzet afstemt op de vraag en samenwerkt met scholen, lokale netwerken, gemeenten en overige stakeholders;

    • f.

      de aanvrager vervult de rol van penvoerder en programmaleider van (CMK) Groningen en levert een visie op het optimaal continueren van Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK) in de provincie Groningen.

  • 3.

    Een aanvraag voor de steunfunctie bibliotheekvoorziening voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager vervult de steunfunctie op het gebied van het bibliotheekwerk in de gehele provincie Groningen;

    • b.

      de aanvrager heeft een visie op het bibliotheekwerk en op een concrete aanpak (ondersteunende taken) van de bibliotheekfuncties in de provincie Groningen en in het gehele bestel, waarbij effectief en toekomstbestendig wordt ingespeeld op de ontwikkelingen en transitie van het bibliotheekwezen;

    • c.

      de aanvrager ondersteunt bij de innovatie van de lokale bibliotheken en werkt nauw samen met gemeenten en andere stakeholders.

  • 4.

    Een aanvraag voor de steunfunctie gebouwd erfgoed en archeologie voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager vervult de steunfunctie op het gebied van gebouwd erfgoed en archeologie in de gehele provincie Groningen;

    • b.

      de aanvrager heeft een integrale visie en expertise op het gebied van monumenten, gebouwd erfgoed, archeologie, landschap en ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop zij gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van haar wettelijke taken op het gebied van de gebouwd erfgoed en archeologie en de uitvoeringspraktijk;

    • c.

      de aanvrager ondersteunt eigenaren van erfgoedpanden bij de instandhouding van hun pand;

    • d.

      de aanvrager organiseert afstemming tussen partijen in de provincie Groningen die actief zijn op het gebied van gebouwd erfgoed en archeologie;

    • e.

      de instelling draagt op proactieve wijze bij aan het verbinden, vernieuwen en versterken van het beleid op het gebied van Erfgoed, Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap.

  • 5.

    Een aanvraag voor de steunfunctie materieel erfgoed voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager vervult de steunfunctie op het gebied van materieel erfgoed in de gehele provincie Groningen;

    • b.

      de aanvrager heeft een integrale visie op de ondersteuning van erfgoedinstellingen (musea, molens, archeologie en orgels) in de provincie Groningen passend bij de vragen en behoeften vanuit deze sector en passend bij nieuwe ontwikkelingen in de sector, zoals digitalisering;

    • c.

      de aanvrager geeft in haar visie aan hoe ondersteuning wordt gegeven aan de ontwikkeling van een educatief aanbod passend bij de vraag van de scholen;

    • d.

      de instelling draagt op proactieve wijze bij aan het verbinden, vernieuwen en versterken van het beleid op het gebied van Erfgoed, Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap.

  • 6.

    Een aanvraag voor de steunfunctie immaterieel erfgoed voldoet naast het genoemde in artikel 6 aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager heeft een visie op het belang van het immaterieel erfgoed passend bij de vragen en behoeften van initiatiefnemers en organisaties;

    • b.

      de aanvrager heeft een visie op de promotie van het Nedersaksisch met daarbij speciale aandacht voor het betrekken van kinderen en jongeren bij de taal.

  • 7.

    Er kan maximaal één organisatie per steunfunctie voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 8 Verdeelsystematiek

  • 1. Op de aanvragen wordt gelijktijdig beslist.

  • 2. De beschikbare gelden worden verdeeld over de aanvragen die kwalitatief het meeste voldoen aan de gestelde criteria zoals genoemd in de artikelen 6 en 7.

  • 3. De Kunstraad beoordeelt de kwaliteit van de aanvragen en adviseert Gedeputeerde Staten over de verdeling van de gelden.

Artikel 9 Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de kosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van deze regeling.

Artikel 10 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling, wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • 1.

    Niet is voldaan aan de toelatingscriteria zoals benoemd in de artikelen 6 en 7.

  • 2.

    De aanvraag betrekking heeft op activiteiten van uitvoerende amateurkunstorganisaties en lesaanbieders.

Artikel 11 Aanvraagtermijn en wijze van indiening

  • 1. Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van tot en met 5 januari 2020.

  • 2. Wanneer een instelling ook een structurele subsidie bij het Ministerie van Onderwijs, cultuur en wetenschappen of bij één van de Landelijke cultuurfondsen voor cultuur aanvraagt, moet de aanvraag uiterlijk 1 februari 2020 worden ingediend.

  • 3. Voor de indiening van een aanvraag voor subsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekend gemaakt op de website www.cultuurnotagroningen.nl.

Artikel 12 Beslistermijn

Het college van Gedeputeerde Staten beslist uiterlijk op 15 oktober 2020.

Artikel 13 Adviescommissie

  • 1. De Kunstraad Groningen adviseert het College van GS over de individuele aanvragen op basis van de criteria en het provinciale financiële kader (het subsidieplafond). Daarbij hanteert de Kunstraad de volgende categorieën.

    • a.

      subsidiabel met prioriteit;

    • b.

      subsidiabel indien voldoende budget; of

    • c.

      niet subsidiabel.

  • 2. De Kunstraad Groningen beoordeelt naast de individuele aanvragen, ook de samenstelling van de totale culturele infrastructuur waarbij de aspecten regionale spreiding, diversiteit van het aanbod en spreiding van het aanbod over de verschillende strategieën criteria zijn.

  • 3. Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om gemotiveerd van het advies van de Kunstraad af te wijken.

Artikel 14 Subsidieplafond

  • 1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor activiteiten die plaatsvinden in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024 een subsidieplafond van € 6.018.000,- per kalenderjaar.

  • 2. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om de hoogte van het subsidieplafond binnen de in het eerste lid genoemde periode wijzigen.

  • 3. Wanneer het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, komen die aanvragen voor subsidie aanmerking welke in meerdere mate voldoen aan de criteria zoals genoemd in artikel 6 en 7.

Artikel 15 Inwerkingtreding en duur

Deze Subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad en eindigt van rechtswege op 1 februari 2028.

Artikel 16 Citeertitel

Deze Subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Kadernota cultuur 2021-2028.

Ondertekening

Groningen, 17 december 2019.

Gedeputeerde Staten voornoemd:

F.J. Paas, voorzitter.

H. Schrikkema, secretaris.

Toelichting

Artikel 1 begripsbepaling

Cultuurpijlers:

In de vorige periode ging het om de volgende instellingen:

  • -

    Eurosonic Noorderslag, popmuziek

  • -

    Groninger Museum, musea

  • -

    SLAG/ Noordwoord, letteren

  • -

    Noorderzon, festivals

  • -

    NNO, klassieke muziek

  • -

    Het Houten Huis, jeugdtheater

  • -

    Club Guy&Roni (NNT), dans en toneel.

Steuninstellingen:

In de vorige nota ging het om de volgende steuninstellingen:

  • -

    Libau: monumentenzorg

  • -

    K&C: cultuureducatie, ondersteuning scholen en instellingen.

  • -

    Erfgoedpartners: erfgoed zoals musea, molens en orgels.

  • -

    Vrijdag: amateurkunst

  • -

    Biblionet; bibliotheekwerk

  • -

    Huis van de Groninger Cultuur; Nedersaksisch

Artikel 5 De aanvraag

Onder eigen inkomsten wordt verstaan:

  • -

    directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten;

  • -

    indirecte opbrengsten;

  • -

    subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;

  • -

    overige bijdragen uit publieke middelen;

  • -

    rentebaten;

  • -

    overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.