Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent vaststelling van de Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020 (Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020)

Geldend van 20-08-2020 t/m 31-12-2020 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2020

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent vaststelling van de Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020 (Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020)

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

Overwegende dat het gewenst is om een nieuwe regeling vast te stellen voor de subsidiering van kleine infrastructuur;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Holland 2011;

Besluiten vast te stellen:

Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanbesteden: het gehele aanbestedingsproces inclusief de gunning of de voorlopige gunning;

  • b.

    bushalte-infrastructuur: het perron, het toegangspad, de haltehaven en de hierbij behorende verhardingen en funderingen behorende bij een bushalte met meer dan 20 instappers per dag;

  • c.

    bushaltevoorzieningen: reizigersvoorzieningen zoals abri’s, afvalbakken, (elektronische) reisinformatiesystemen, zitgelegenheden en andere toebehoren bij bushaltes met meer dan 20 instappers per dag;

  • d.

    bus-infrastructuur: de fundering en de verhardingen van busbanen met de daarbij behorende kunstwerken, zoals bruggen, duikers, viaducten, aquaducten en tunnels, en verkeersvoorzieningen;

  • e.

    fiets-infrastructuur: de fundering en de verhardingen van fietspaden met de daarbij behorende kunstwerken, zoals bruggen, duikers, viaducten, aquaducten en tunnels en verkeersvoorzieningen;

  • f.

    fietsparkeervoorzieningen: openbaar toegankelijke fietsenstallingen, fietskluizen, fietsenrekken, fietsstandaards en de daarbij behorende ICT- voorzieningen;

  • g.

    fietsstraat: een straat met gemengd verkeer die volgens de aanbevelingen van Fietsberaadnotitie Aanbevelingen Fietsstraten 2019 1 wordt vormgegeven;

  • h.

    openbare voorzieningen: voor iedereen toegankelijke voorzieningen;

  • i.

    parkeervoorzieningen: parkeergelegenheden voor personenauto’s op publiek terrein;

  • j.

    project: geheel van activiteiten die samenhangen met een infrastructureel project;

  • k.

    regio: de regio’s Gooi en Vechtstreek, Haarlem-IJmond, Kop van Noord-Holland, regio Alkmaar en West-Friesland;

  • l.

    verkeersregelinstallaties: verkeerslichten met de daarbij behorende techniek;

  • m.

    verkeersvoorziening: fysieke voorziening, bestemd voor de geleiding van het verkeer, zoals betonning, geleiderail en verkeersborden conform het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en borden waaruit positief verkeersveiligheidseffect vanuit wetenschappelijke onderbouwing verwacht mag worden.

  • n.

    voetpad-infrastructuur: de fundering en de verhardingen van voetpaden met de daarbij behorende kunstwerken, zoals bruggen, duikers, viaducten, aquaducten en tunnels en verkeersvoorzieningen;

  • o.

    weg-infrastructuur: de fundering en de verhardingen van rijbanen voor het autoverkeer met de daarbij bijbehorende kunstwerken, zoals bruggen, duikers, viaducten, aquaducten, verkeersvoorzieningen en bussluizen;

Artikel 2

Subsidie wordt verstrekt aan beheerders of eigenaren van openbare wegen als bedoeld in de Wegenwet.

Artikel 3

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van activiteiten die samenhangen met een klein infrastructureel project in de provincie Noord-Holland, maar buiten de Vervoerregio Amsterdam, waarvan de subsidiabele kosten maximaal € 3.000.000,- per project bedragen.

  • 2. De activiteiten dienen de bevordering van de verkeersveiligheid overwegend als doelstelling te hebben.

  • 3. De te subsidiëren activiteiten, als bedoeld in het eerste lid, omvatten de aanleg, plaatsing of uitbreiding van:

    • a.

      Fiets-infrastructuur;

    • b.

      fietsstraten;

    • c.

      bus-infrastructuur;

    • d.

      voetpad-infrastructuur;

    • e.

      weg-infrastructuur;

    • f.

      verkeersvoorzieningen.

  • 4. Voorts komen de volgende activiteiten voor subsidie in aanmerking, voor zover deze worden gerealiseerd als onderdeel van of in samenhang met de in het derde lid genoemde activiteiten:

    • a.

      fietsparkeervoorzieningen;

    • b.

      bushaltevoorzieningen;

    • c.

      bushalte-infrastructuur;

    • d.

      verkeersregelinstallaties;

    • e.

      parkeervoorzieningen;

    • f.

      bewegwijzering;

    • g.

      openbare verlichting.

Artikel 4

Een aanvraag om subsidie bevat in elk geval:

  • a.

    een begroting van de kosten van het project, conform het begrotingsformat dat is vermeld op het digitale loket van de provincie (www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies);

  • b.

    een specificatie van de onder a. genoemde kosten;

  • c.

    een financieringsplan van de kosten van het project;

  • d.

    een inhoudelijke beschrijving van het project, waarin is omschreven:

    • i.

      de doelstelling van het project;

    • ii.

      de huidige situatie;

    • iii.

      de maatregelen benodigd voor het realiseren van de nieuwe situatie;

    • iv.

      de nieuwe situatie;

    • iv.

      de effecten van het project op de verkeersveiligheid.

  • e.

    een voor uitvoering gereed ontwerp, en;

  • f.

    de uitvoeringsplanning.

Artikel 5

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie is tijdig ingediend indien de aanvraag in de periode van 1 januari 2020 tot en met 1 oktober 2020, vóór 17:00 uur, is ontvangen.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten beslissen uiterlijk 13 weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

Artikel 6

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor het jaar 2020 vast op € 8.000.000,-.

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt als volgt verdeeld:

    • a.

      Haarlem-IJmond 2.536.000,-;

    • b.

      Gooi en Vechtstreek € 1.488.000,-;

    • c.

      Noord-Holland Noord € 3.976.000,-;

  • 2.

    Noord-Holland Noord wordt uitgesplitst in drie subregio’s:

    • a.

      Kop van Noord-Holland € 970.000,-;

    • b.

      West-Friesland € 1.153.000,-;

    • c.

      Regio Alkmaar € 1.853.000,-.

Artikel 7

  • 1. Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.

  • 4. Indien toepassing van het vorige lid er toe leidt dat aanvragen gelijk eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag om subsidie is ontvangen buiten de in artikel 5, eerste lid, genoemde periode;

  • b.

    een project al is aanbesteed;

  • c.

    een project financieel niet haalbaar is;

  • d.

    een project uitsluitend dient ter ontsluiting van een woonwijk, bedrijventerrein of openbare voorziening;

  • e.

    een project uitsluitend dient voor comfort of verfraaiing;

  • f.

    een project uitsluitend dient voor de aanleg van een noodvoorziening;

  • g.

    een project wordt uitgevoerd door de provincie Noord-Holland, waaraan de subsidieaanvrager een financiële bijdrage dient te leveren;

  • h.

    een project naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een maatregel omvat met negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid;

  • i.

    een project naar het oordeel van Gedeputeerde Staten een maatregel omvat die onevenredig grote negatieve gevolgen heeft voor de doorstroming van het openbaar vervoer of het provinciaal wegennet.

Artikel 9

  • 1. Subsidie wordt verstrekt voor de kosten die noodzakelijk zijn voor de aanleg, plaatsing of uitbreiding van de in artikel 3 genoemde voorzieningen of infrastructuur.

  • 2. Subsidie wordt niet verstrekt voor de kosten van:

    • a.

      vervanging, beheer of onderhoud;

    • b.

      grondverwerving;

    • c.

      voorbereiding, administratie en toezicht;

    • d.

      saneringskosten;

    • e.

      aanleg, verbetering of aanpassing van een gelijkvloerse of ongelijkvloerse kruising met een spoorweg.

Artikel 10

  • 1. De subsidie bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten voor de aanleg, plaatsing of uitbreiding van de activiteiten genoemd in artikel 3, derde lid, met uitzondering van de activiteiten genoemd onder artikel 3, derde lid, onder a en b.

  • 2. Indien de kosten bedoeld in het vorige lid gedeeltelijk anderszins worden gesubsidieerd, wordt een zodanig subsidiebedrag vastgesteld, dat het totaal van alle subsidies niet meer bedraagt dan 90% van de subsidiabele projectkosten.

  • 3. De subsidie bedraagt 70 % van de subsidiabele kosten voor projecten die uitsluitend de aanleg, plaatsing of uitbreiding van fietsinfrastructuur en fietsstraten als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a en b betreffen.

  • 4. Indien de kosten bedoeld in het vorige lid gedeeltelijk anderszins worden gesubsidieerd, wordt een zodanig subsidiebedrag vastgesteld, dat het totaal van alle subsidies niet meer bedraagt dan 90% van de subsidiabele projectkosten.

Artikel 11

Aan de subsidieontvanger worden in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de subsidieontvanger is in ieder geval verplicht om het project aan te besteden binnen een jaar na het besluit genoemd in artikel 5, tweede lid;

  • b.

    de subsidieontvanger is voorts verplicht om binnen 3 weken na aanbesteding van het project hiervan schriftelijk melding te maken bij Gedeputeerde Staten.

Artikel 12

Gedeputeerde Staten verstrekken geen subsidies van minder dan € 5.000,-.

Artikel 13

  • 1. Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf.

  • 2. Bij de in het eerste lid genoemde subsidies is artikel 11 niet van toepassing.

Artikel 14

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 11, onder b, een voorschot verlenen van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Gedeputeerde Staten kunnen het in het eerste lid bedoelde voorschot gespreid betalen door betalingen te koppelen aan de uitvoeringsplanning.

Artikel 15

  • 1. Indien de subsidieontvanger een gemeente is wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, ingediend.

  • 2. In de overige gevallen wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend binnen 13 weken na het tijdstip, waarop het project overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening moet zijn voltooid.

  • 3. Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een formulier beschikbaar op www.noord-holland.nl/Loket/Subsidies.

  • 4. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 16

  • 1. Deze uitvoeringsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij is geplaatst.

  • 2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als de Uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2020.

Ondertekening

Haarlem, 4 december 2019,

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

A.Th.H. van Dijk, voorzitter.

R.M. Bergkamp, provinciesecretaris.