Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels over de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2020 (Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020)

Geldend van 20-12-2019 t/m 01-01-2021

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels over de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2020 (Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020)

raadsbesluit

Bijlage van gemeentebladnummer 2019.145a.

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2019, gemeentebladnummer 2019.145a;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

a. een afvalstoffenheffing;

b. reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening en bijbehorende tarieventabel wordt verstaan onder:

  • a.

    ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • b.

    Minicontainer: een door de gemeente aangewezen inzamelmiddel, welke gebruikt wordt voor de inzameling van kunststofverpakkingen;

  • c.

    Grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke in¬zameldienst te worden aangeboden;

  • d.

    Restafvalzak: Een speciaal door de gemeente uitgegeven plastic zak welke gebruikt wordt voor de inzameling van rest- en bedrijfsafval;

  • e.

    Restafval: huishoudelijk afval niet zijnde tuinafval, grof huishoudelijk afval, keukenafval, klein chemisch afval, glasverpakkingen, kunststof verpakkingen, drankpakken, papier/karton, textiel en schoeisel, elektrische en elektronische apparatuur, blik, metaal/oud ijzer, asbest, steenpuin, herbruikbare goederen, luier- en incontinentiemateriaal en bouw- en sloopafval;

  • f.

    Bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven, kantoren en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling door de gemeente gelijk worden gesteld aan huishoudelijk restafval.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit
  • 1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing
  • 1. De belasting bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 1.2 van de bij deze verordening horende tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge danwel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, danwel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1. De belasting bedoeld in artikel 1.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 9 Termijnen van betaling
  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 gelden de volgende betalingstermijnen:

    • a.

      bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later;

    • b.

      bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand later.

  • 2. Met betrekking tot een als gevolg van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking betreffende een bestuurlijke boete, is het voorgaande lid van toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de aanslag.

  • 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7 tweede lid van deze verordening,

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 11 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van

wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belastingtarief
  • 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 14 Wijze van heffing
  • 1. De rechten bedoeld in artikel 2.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag, met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

  • 2. De rechten bedoeld in artikel 2.2 en hoofdstuk 3 van de bij deze verordening horende tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge danwel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, danwel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  • 1. De rechten bedoeld in artikel 2.1 van de bij deze verordening horende tarieventabel, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

  • 5. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening horende tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 16 Vrijstellingen

Rechten ter zake van diensten die door gemeente Horst aan de Maas zijn aangevraagd worden niet opgelegd.

Artikel 17 Termijnen van betaling
  • 1. Voor de reinigingsrechten is geen automatische incasso mogelijk.

  • 2. Het is niet mogelijk het in rekening gebrachte bedrag in termijnen te betalen. De vervaldatum is twee maanden na dagtekening.

  • 3. De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 14 tweede lid van deze verordening,

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 18 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1. De “Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2019”, vastgesteld bij raadsbesluit van 4 december 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Horst aan de Maas, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking;

  • 3. In afwijking van het in het voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van reinigingsheffingen in die periode plaatsvindt.

  • 4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 5. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 10 december 2019.

De raad voornoemd,

De voorzitter,

drs. R.F.I. Palmen

De griffier,

mr. R.J.M. Poels

Tarieventabel Reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020

behorende bij de Verordening reinigingsheffingen gemeente Horst aan de Maas 2020.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van

het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar

bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door:

1.1.1 één persoon: € 144,10

1.1.2 meer dan één persoon: € 195,23

1.2 De belasting voor het ter beschikking stellen van restafvalzakken bedraagt per 10 restafvalzakken: € 12,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten

2.1 De rechten voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval exclusief BTW bedragen per bedrijfspand per belastingjaar: € 195,23

2.2 De rechten voor het ter beschikking stellen van restafvalzakken bedragen per 10 restafvalzakken: € 12,00

Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten

De rechten bedragen onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 van deze tarieventabel

3.1 voor het aanbieden van:

3.1.1 maximaal 25 kg losse stukken asbest, niet zijnde gehele asbestplaten, in een kleine zak (mini bag): € 20,35

3.1.2 maximaal 1.000 kg asbest, zijnde losse stukken of gehele platen van maximaal 3 meter, in een grote zak (big bag oftewel platenbag): € 163,90

3.1.3 maximaal ¼ m³ bouw- en sloopafval of steenpuin in een kleine zak (mini bag) € 17,55

3.1.4 maximaal 1 m³ bouw- en sloopafval of steenpuin in een grote zak (big bag) € 58,60

3.2 voor het op afroep aan huis inzamelen van:

3.2.1 maximaal 3 m³ tuinafval € 20,35

3.2.2 meer dan 3 m³ tuinafval, per 5 m³ of gedeelte daarvan € 33,00

Behorend bij raadsbesluit van 10 december 2019.

De griffier,