Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR629909
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR629909/2
Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân
Geldend van 28-11-2025 t/m heden
Intitulé
Gemeenschappelijke Regeling SW FryslânDE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ACHTKARSPELEN, HEERENVEEN, LEEUWARDEN, OOSTSTELLINGWERF, OPSTERLAND, SMALLINGERLAND, TYTSJERKSTERADIEL EN WESTSTELLINGWERF,
- -
ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
- -
gelet op artikel 1, tweede lid, van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw);
- -
gelet op artikel 1 en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);
OVERWEGENDE DAT:
- •
de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf verenigd zijn in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) SW Fryslân, aan wie de gemeenten taken voortvloeiende uit de Wsw hebben overgedragen;
- •
de GR SW Fryslân een openbaar lichaam is in de zin van de Wgr;
- •
de naamloze vennootschap Caparis N.V. door de GR SW Fryslân is aangewezen als uitvoeringsorganisatie in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wsw;
- •
de Wsw geen nieuwe instroom meer toelaat en op termijn (uitsterfconstructie) volledig wordt vervangen door de Participatiewet 2015;
- •
de gemeenten voortaan de beleidskeuzes voor de Wsw op gemeentelijk niveau willen gaan invullen;
- •
de gemeenten de dienstbetrekkingen met tussen de sw-medewerkers en de GR SW Fryslân in stand laten;
- •
de gemeenten een bedrijfsvoeringsorganisatie daarvoor het meest geschikt achten;
- •
de gemeenten derhalve de GR SW Fryslân gewijzigd wensen vast te stellen;
BESLUITEN:
- 1.
de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân gewijzigd vast te stellen;
- 2.
deze regeling in werking te laten treden op de in artikel 10.1 genoemde datum;
- 3.
deze regeling bekend te maken op www.overheid.nl en te publiceren in de Staatscourant.
Tekst van de regeling
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Definities
In de regeling wordt verstaan onder:
- a)
regeling: de Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân;
- b)
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- c)
Wsw: de Wet sociale werkvoorziening;
- d)
gemeente: de gemeente wier ingezetenen in dienst zijn bij de bedrijfsvoeringsorganisatie;
- e)
gemeenten: de gemeente Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf;
- f)
raden: de gemeenteraden van de gemeenten;
- g)
deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
- h)
gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Fryslân;
- i)
ambtenaren: werknemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtenarenwet;
- j)
werknemers: werknemers, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening en op 1 juli 2019 in dienst zijn van de regeling;
- k)
bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet;
- l)
uitvoeringsorganisatie: Caparis N.V. of iedere andere privaatrechtelijke rechtspersoon die door de gemeente is aangewezen als uitvoeringsorganisatie in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Wsw, of, in het geval die aanwijzing ontbreekt, de gemeente die het aangaat;
- m)
formeel werkgeverschap: het optreden als contractspartij voor werknemers en het sluiten en beëindigen van arbeidsovereenkomst op instructie van de uitvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 2. De Bedrijfsvoeringsorganisatie
Artikel 2.1 Naam en zetel
-
1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân.
-
2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd in Drachten, gemeente Smallingerland.
Hoofdstuk 3. Belang en bevoegdheden
Artikel 3.1 Taak
De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft uitsluitend tot taak om op te treden als formeel werkgever voor werknemers met een dienstbetrekking.
Artikel 3.2 Bevoegdheden
-
1. Ten behoeve van de taak voorvloeiende uit artikel 3.1 dragen de deelnemers de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden over aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie.
-
2. De bevoegdheden van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie bestaan uit het continueren, aanpassen, onderhouden en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de werknemers. Daarnaast is het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie bevoegd detacheringsovereenkomsten en dienstverleningsovereenkomsten te sluiten namens de bedrijfsvoeringsorganisatie met de uitvoeringsorganisatie.
-
3. Aan de directeur van de uitvoeringsorganisatie kan mandaat worden verleend om namens het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te besluiten en stukken te ondertekenen. De directeur kan deze bevoegdheid ondermandateren.
-
4. Aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie worden geen verordenende bevoegdheden ingevolge de Wsw en de uit de Wsw voortvloeiende wettelijke voorschriften toegekend.
Hoofdstuk 4. Bestuur
Artikel 4.1 Benoeming en ontslag van bestuurders
-
1. De deelnemers wijzen ieder één lid uit hun midden aan als lid van het bestuur.
-
2. Het lidmaatschap van het bestuur is in ieder geval onverenigbaar met het werknemerschap bij de bedrijfsvoeringsorganisatie.
-
3. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt, zodra men ophoudt lid te zijn van de deelnemer uit wiens midden men is aangewezen.
Artikel 4.2 Samenstelling bestuur
-
1. Het bestuur bestaat uit acht leden.
-
2. Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
-
3. Het bestuur benoemt uit zijn midden een secretaris en een plaatsvervangend secretaris.
Artikel 4.3 Vergaderingen van het bestuur
Voor de vergaderingen van het bestuur wordt de directeur van Caparis uitgenodigd. De directeur van Caparis heeft een adviserende stem.
Artikel 4.4 Invulling tussentijdse vacatures in het bestuur
-
1. Indien tussentijds een plaats in het bestuur vrijvalt, wijst de deelnemer wiens bestuurder is weggevallen binnen twee maanden een nieuw lid aan uit zijn midden.
-
2. Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het bestuur verwacht wordt, kan de deelnemer die het aangaat op eigen initiatief of op verzoek van het bestuur in zijn of haar tijdelijke vervanging voorzien.
-
3. Het tijdelijk benoemde lid treedt als zodanig af zodra degene die hij of zij vervangt, de uitoefening van zijn taak hervat.
Artikel 4.5 Ontslag bestuurders
-
1. De deelnemer kan een door hem aangewezen lid van het bestuur ontslag verlenen als deze het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit.
-
2. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop het ontslagbesluit als bedoeld in het vorige lid is genomen en bekendgemaakt.
Artikel 4.6 Werkwijze van het bestuur
-
1. Het bestuur vergadert zo vaak als tenminste twee leden van het bestuur dit nodig achten, maar in ieder geval één keer per jaar.
-
2. In het bestuur heeft ieder lid één stem.
-
3. Besluiten in een vergadering van het bestuur worden genomen met algemene stemmen. Niet uitgebrachte stemmen worden hierbij niet meegeteld.
-
4. Besluiten in een vergadering kunnen slechts genomen worden indien tenminste vijf bestuurders in de vergadering aanwezig zijn.
-
5. Besluiten buiten vergadering kunnen slechts genomen worden indien tenminste vijf leden schriftelijk hebben medegedeeld in te kunnen stemmen met het voorgestelde besluit.
Artikel 4.7 Zittingsduur
De zittingsduur van de leden van het bestuur is gelijk aan die van de leden van de deelnemers.
Artikel 4.8 Ondertekening stukken
De stukken die van het bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
Artikel 4.9 Informatie- en verantwoordingsplichten
-
1. Elk lid van het bestuur is aan de deelnemer van de gemeente die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem of haar in het bestuur gevoerde bestuur.
-
2. Hij of zij geeft de deelnemer de door een of meer leden van die deelnemer gevraagde inlichtingen.
-
3. Bij het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen aan een raad of een lid van een raad, is het reglement van orde van die raad van toepassing.
-
4. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
-
5. Het bestuur zendt in ieder geval het verslag van de bestuursvergadering aan de raden.
Hoofdstuk 5. Voorzitter
Artikel 5.1 Taken van de voorzitter
-
1. De voorzitter is belast met het leiden van de vergaderingen van het bestuur. Hij of zij zorgt voor de handhaving van de orde in de vergaderingen.
-
2. De voorzitter vertegenwoordigt de bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte.
Artikel 5.2 Vervanging voorzitter
Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer of gemeente die partij is in een geding waarbij de bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, vertegenwoordigt de plaatsvervangend voorzitter de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 6. Financiële bepalingen
Artikel 6.1 kadernota
Het bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 6.2 Begroting
-
1. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting tenminste twaalf weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt vastgesteld toe aan de raden van de gemeenten.
-
2. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
-
3. Het bestuur stelt de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede over eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
-
4. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
-
5. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
-
6. Het bestuur kan de begroting gedurende het jaar wijzigen, zonder dat daarvoor om een zienswijze aan de raden wordt gevraagd, indien de mutatie in de deelnemersbijdrage ten gevolge van deze wijziging binnen de 5% blijft.
Artikel 6.3 Jaarrekening
-
1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.
-
2. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.
Artikel 6.4 Bijdrage aan de bedrijfsvoeringsorganisatie
-
1. De bedrijfsvoeringsorganisatie verwerft in beginsel al haar middelen van de uitvoeringsorganisatie als tegenprestatie voor het ter beschikking stellen van haar werknemers.
-
2. Tekorten worden gedragen door de gemeenten gezamenlijk en verdeeld naar rato van de onderlinge verhouding van beschikbaar gestelde werknemers.
-
3. De gemeenten dragen er zorg voor dat de bedrijfsvoeringsorganisatie over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
Hoofdstuk 7. Archief
Artikel 7.1 Archiefzorg
-
1. Het bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie in overeenstemming met een door het bestuur, met inachtneming van de Archiefwet, vast te stellen regeling.
-
2. Bij opheffing van de bedrijfsvoeringsorganisatie worden de archiefbescheiden in een door het bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats geplaatst.
Hoofdstuk 8. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 8.1 Procedure
-
1. Op de procedures uit dit hoofdstuk gelden de volgende bepalingen.
-
2. Een procedure tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing wordt ingeleid door een voorstel van de deelnemers aan de raden.
-
3. De raden kunnen gedurende acht weken na ontvangst desgewenst een zienswijze indienen.
-
4. Na ontvangst van alle zienswijzen passen de deelnemers zo nodig het voorstel aan en leggen dat opnieuw ieder voor zich voor aan de raad voor, nu voor toestemming. De raad besluit binnen maximaal 13 weken na verzending door de deelnemer of binnen 26 weken als de raad besluit de beslistermijn te verlengen. Beslist de raad niet binnen de termijn, dan is de toestemming van rechtswege verleend.
-
5. Na ontvangst van toestemming van de raad besluit iedere individuele deelnemer tot toetreding, uittreding, wijziging of opheffing en maken dat besluit bekend door publicatie in het gemeenteblad.
-
6. Nadat alle deelnemers besloten hebben over toetreding, uittreding, wijziging of opheffing, wordt het besluit bekend gemaakt in het gemeenteblad van Smallingerland.”
Artikel 8.2 Toetreding
-
1. Toetreding door een deelnemer die niet aan de regeling deelneemt kan plaatsvinden nadat de deelnemers zich unaniem akkoord hebben verklaard.
-
2. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden.
-
3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de toetreding wordt gepubliceerd in het gemeenteblad van Smallingerland, zoals bedoeld in artikel 8.1, zesde lid.
-
4. Na toetreding wijst de toetredende gemeente het nieuwe deelnemer uit zijn midden een lid van het bestuur aan.
Artikel 8.3 Uittreding
-
1. Iedere deelnemer kan een verzoek tot uittreding richten aan de overige deelnemers.
-
2. Het bestuur regelt binnen een periode van 6 maanden de financiële gevolgen en de overige gevolgen van de uittreding.
-
3. Uittreding kan niet plaatsvinden gedurende de eerste vijf jaren na toetreding.
-
4. Uittreding vindt plaats op 1 januari na de datum waarop de uitschrijving uit de registers als bedoeld in artikel 27 van de wet heeft plaatsgevonden, doch niet eerder dan een jaar nadat het college van de betreffende gemeente, na verkregen toestemming van de raad, het besluit heeft genomen en dit besluit is gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 8.4 Wijziging
-
1. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de deelnemers daar, na verkregen toestemming van de raden, met drie-vierde meerderheid toe besluiten.
-
2. De wijziging gaat in op de eerste dag na de publicatie in het gemeenteblad van Smallingerland, zoals bedoeld in artikel 8.1, zesde lid of op een in de regeling aangegeven ander tijdstip.
Artikel 8.5 Opheffing
-
1. De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van drie-vierde meerderheid van de deelnemers.
-
2. In geval van opheffing van de regeling regelen de deelnemers de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen daarvan bij een liquidatieplan. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel als mogelijk is, van kracht.
-
3. Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld daarover een zienswijze naar voren te brengen en het bestuur schriftelijk en gemotiveerd daarop heeft gereageerd aan de raden.
-
4. In het liquidatieplan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de gevolgen die de opheffing heeft voor de werknemers en de archieven.
-
5. De organen van de bedrijfsvoeringsorganisatie blijven zo nodig na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie totdat de liquidatie is voltooid.
Hoofdstuk 9. Geschillen
Artikel 9.1 Een geschil
-
1. In geval van een geschil tussen de bedrijfsvoeringsorganisatie en een of meer van de gemeenten over de uitvoering van de taken, treden het bestuur en het betreffende deelnemer of de betreffende deelnemers terstond met elkaar in overleg, teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past.
-
2. Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers en/of het bestuur van de regeling onderling over de toepassing van de regeling beslissen, conform artikel 28 van de wet, gedeputeerde staten.
-
3. In geval van een geschil dat niet ziet de toepassing van de regeling zoals bedoeld in het tweede lid, kan een der partijen het geschil aan een door de deelnemers aangewezen onafhankelijke arbiter voorleggen, nadat minnelijk overleg niet tot een bevredigend resultaat heeft geleid. Het bestuur en de deelnemers zullen de uitkomst van de arbitrage respecteren. De arbiter doet ook een uitspraak over de verdeling van de kosten van de arbitrage.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 10.1 Inwerkingtreding
-
1. Deze regeling treedt nadat zij is bekendgemaakt in werking op 1 januari 2020 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
-
2. De eerste wijzigingsregeling treedt, nadat zij bekend is gemaakt, in werking op 28 november 2025.
Artikel 10.2 Citeertitel
De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling SW Fryslân".
Artikel 10.3 Overige bepalingen
-
1. Evaluatie vindt niet periodiek plaats, maar in incidentele gevallen kan daartoe besloten worden, indien een meerderheid van de deelnemers daartoe aanleiding ziet.
-
2. Inspraak vindt plaats via de raden van de deelnemers.
-
3. Het bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, voor zover dat geval valt binnen de in artikel 3 genoemde taak.
Artikel 10.4 Toezending aan gedeputeerde staten
De in artikel 26 van de wet voorgeschreven toezending van de regeling aan gedeputeerde staten zal geschieden door het college van Smallingerland.
Ondertekening
ONDERTEKENING
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Opsterland
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf
d.d. [•]
de secretaris, de burgemeester.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl