“Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen”

Geldend van 01-01-2020 t/m 31-12-2020

Intitulé

“Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen”

DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2019;

besluit:

vast te stellen de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2020 gemeente Harlingen.

Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 13 november 2019

, de voorzitter

, de raadsgriffier

Gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen

Artikel 1 Verlenen van kwijtschelding

  • 1.

    Voor de belastingaanslagen van de volgende belastingen en heffingen kan, met in achtneming van het hierna in deze verordening bepaalde, (gedeeltelijk) kwijtschelding worden verleend:

  • a.

    onroerende zaakbelasting eigenaar woning;

  • b.

    afvalstoffenheffing;

  • c.

    rioolheffing eigenaar woning.

  • 2.

    Voor alle andere belastingen en heffingen, waaronder begrepen alle rechten en leges, wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 2 Beperkte kwijtschelding afvalstoffenheffing

Onder de naam afvalstoffenheffing wordt binnen de gemeente belasting geheven van de gebruiker van een perceel ten aanzien waarvan een verplichting tot het inzamelen van afvalstoffen bestaat als bedoeld in de Wet Milieubeheer. Er wordt uitsluitend kwijtschelding verleend bij de invordering van de afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 en 1.2 van de tarieventabel behorende bij de geldende verordening afvalstoffenheffing.

Artikel 3 Kwijtschelding aan ondernemers

Met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel 4 Regeling en kwijtschelding

  • 1.

    In afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid van de Uitvoeringsregeling Invordering 1990 wordt het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100%;

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid worden de kosten van bestaan van de in artikel 1a van de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen bedoelde AOW-gerechtigde personen gesteld op 100% van de toepasselijke, in genoemd artikel 1a bedoelde netto AOW-bedragen;

  • 3.

    Voor invorderingskosten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 5 Netto kosten kinderopvang

Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang.

Artikel 6 Overgangsrecht

De “Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen” van 12 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 7, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van deze verordening is 1 januari 2020.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen”.

Ondertekening

Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 13 november 2019

, de voorzitter

, de raadsgriffier