Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Montferland 2019

Geldend van 26-11-2019 t/m heden

Intitulé

Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Montferland 2019

De raad van de gemeente Montferland; gelezen het voorstel van het presidium van 1 augustus 2019;

gelet op Hoofdstuk IVa en IVb, artikel 81oa van de Gemeentewet;

Besluit:

vast te stellen de Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Montferland 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. commissie: de gemeentelijke rekenkamercommissie;

b. voorzitter: de voorzitter van de rekenkamercommissie;

c. gemeentebestuur: de gemeenteraad, college en de burgemeester;

d. college: het college van burgemeester en wethouders;

e. raad: de raad van de gemeente Montferland;

f. wet: Gemeentewet.

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  • 1. Er is een door de raad ingestelde commissie voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet.

  • 2. De commissie bestaat uit 3 externe leden, waarvan 1 lid fungeert als voorzitter en twee interne leden, waarvan 1 uit de oppositie en 1 uit de coalitie.

Artikel 3 Taken rekenkamercommissie

De commissie onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.

Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur, bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.

Artikel 4 Benoeming leden en zittingsduur

  • 1. De raad benoemt de leden van de commissie uit zijn midden en uit externen.

  • 2. De raad benoemt de voorzitter uit de drie externen.

  • 3. De leden van de commissie die tevens raadslid zijn, worden voor een periode gelijk aan de (resterende) zittingsduur van de raad benoemd.

  • 4. Externe leden van de commissie worden voor een periode van twee jaar benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van maximaal vier jaar. De eerste termijn vangt aan met het eerste benoemingsbesluit van de externe leden.

  • 5. Bij de benoeming kan de raad een rooster van aftreden vaststellen.

Artikel 5 Openbaar maken nevenfuncties

Voor de leden van de rekenkamercommissie is artikel 12 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Eed

Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Einde lidmaatschap

  • 1. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief.

  • 2. Het lidmaatschap van een intern lid eindigt:

    • a.

      bij beëindiging van het raadslidmaatschap;

    • b.

      op eigen verzoek;

    • c.

      indien het lid een functie aanvaardt die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;

    • d.

      indien een lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

  • 3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

    • a.

      aan het eind van een benoemingsperiode;

    • b.

      op eigen verzoek;

    • c.

      bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;

    • d.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • e.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    • f.

      indien het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

Artikel 8 Vergoeding

  • 1. De vergoeding voor de voorzitter bedraagt € 300,- netto per maand en voor de overige twee externe leden € 250,- netto per maand, exclusief reiskosten.

  • 2. Een intern lid, zijnde raadslid, ontvangt een maandelijkse toelage op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie.

  • 3.

    • a.

      De in het eerste lid genoemde vergoeding komt ten laste van het budget van de commissie.

    • b.

      De in het tweede lid genoemde vergoeding komt ten laste van het budget van de raad.

  • 4. Als het onderzoek in eigen beheer wordt uitgevoerd zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, dan ontvangt het lid van de rekenkamercommissie een uurvergoeding. Dit gebeurt op basis van een expliciet besluit van de commissie. De uurvergoeding voor onderzoek bedraagt € 50. Dit bedrag wordt vanaf 2020 jaarlijks geïndexeerd op basis van de loonindexcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Artikel 9 De voorzitter

De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt een door de commissie aan te wijzen lid op als voorzitter.

Artikel 10 Ambtelijk secretaris

  • 1. De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris.

  • 2. De griffier wijst de secretaris aan na overleg met de rekenkamercommissie.

  • 3. De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken terzijde.

  • 4. De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

Artikel 11 Reglement van orde

De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming aan de raad.

Artikel 12 Vergaderingen

  • 1. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht voor een goede uitoefening van haar taak.

  • 2. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt.

  • 3. De rapporten van de commissie zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie bijlagen en andere documenten als geheim aanmerken.

  • 4. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

Artikel 13 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

  • 1. De commissie bepaalt zelfstandig de onderwerpen die zij op grond van haar taak onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. Dit wordt jaarlijks vastgelegd in een onderzoeksplan met daarin een tijdsplanning.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

  • 3. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, voert zij daarvoor goede gronden aan.

Artikel 14 Uitvoering van het onderzoek

  • 1. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen dan wel in voorkomend geval onderzoek in eigen beheer uitvoeren.

  • 3. De commissie is bevoegd alle documenten en andere informatiedragers die bij het gemeentebestuur berusten te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van het onderzoek.

  • 5. De commissie heeft de in de leden 6 en 7 vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode:

    • a.

      openbare lichamen en gemeenschappelijke organen, ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling;

    • b.

      privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste 50 % van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.

  • 6. De commissie is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de commissie van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen.

  • 7. De commissie kan, indien de documenten bedoeld in het zesde lid daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. De commissie stelt het college en de raad in kennis van haar voornemen om een dergelijk onderzoek te stellen.

  • 8. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

Artikel 15 Onderzoeksrapporten

  • 1. De commissie legt de resultaten van haar onderzoek vast in een concept-onderzoeksrapport.

  • 2. Betrokkenen worden in de gelegenheid gesteld om binnen een door de commissie te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, aan de commissie kenbaar te maken of en zo ja, welke feitelijke onjuistheden in het concept-onderzoeksrapport staan vermeld. Betrokkenen zijn zij van wie de taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is geweest. De commissie bepaalt verder wie nog meer als betrokkenen worden aangemerkt.

    Na het verstrijken van deze termijn worden gebleken feitelijke onjuistheden in het conceptonderzoeksrapport gecorrigeerd. Vervolgens wordt het definitieve onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan het college voorgelegd voor een bestuurlijke reactie, onder gelijktijdige aanbieding van het onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan de raad.

  • 3. Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie kan de commissie een nawoord opstellen. De bestuurlijke reactie en het nawoord worden zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden, onder toezending van de betreffende afschriften aan het college en betrokkenen.

Artikel 16 Budget van de commissie

  • 1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen aan de externe leden;

    • b.

      externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    • c.

      de overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3. De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

  • 4. Wanneer de commissie dit nodig acht kan zij aan de raad een gemotiveerd verzoek doen om een aanvullend budget beschikbaar te stellen.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2019. Met de inwerkingtreding komt de op 27 september 2018 vastgestelde ‘Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Montferland 2018’ te vervallen.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Montferland 2019’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Montferland d.d. 12 september 2019.

De griffier,

De voorzitter,

Toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven

Artikel 2 Rekenkamercommissie

Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel 81oa van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In Montferland heeft de gemeenteraad gekozen voor een rekenkamercommissie met raadsleden en externen, voor zolang dit door de wetgever wordt toegestaan.

Artikel 3 Taken rekenkamercommissie

Met de begrippen wordt het volgende verstaan: doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering mogelijke kosten worden bereikt. Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.

Artikel 4 Benoeming leden en zittingsduur

Recent is een wijziging van de Gemeentewet aanhangig gemaakt in verband met het afschaffen van de rekenkamerfunctie. Het wetsvoorstel schaft de keuzemogelijkheid in de Gemeentewet af om zelf regels te stellen over de rekenkamerfunctie, waardoor elke gemeente een onafhankelijke (eventueel gemeenschappelijke rekenkamer moet instellen. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat de raad een of meer van zijn leden als adviseur aan de rekenkamer toevoegt. In afwachting van het wetsvoorstel worden de externe leden van de rekenkamercommissie vooralsnog voor twee jaar benoemd. Alsdan wordt de actualiteit nader beschouwd.

Artikel 5 Openbaar maken nevenfuncties

Openbaarmaking van deze informatie is nodig met het oog op mogelijke strijdigheid van belangen.

Artikel 6 Eed

De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de externe leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 7 Einde lidmaatschap

Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.

Artikel 8 Vergoeding

In dit artikel is de vergoeding die externe leden voor hun werkzaamheden ontvangen vastgelegd.

Een intern lid, zijnde raadslid, ontvangt een maandelijkse toelage (€ 122,40) op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie

Als het onderzoek in eigen beheer wordt uitgevoerd zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, dan ontvangt het lid van de rekenkamercommissie een uurvergoeding, maar alleen op basis van een expliciet besluit van de commissie.

Artikel 9 De voorzitter

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 10 Ambtelijk secretaris

De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.

Artikel 11 Reglement van orde

Artikel 81i Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie.

Artikel 12 Vergaderingen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 13 Onderwerpselectie en opdrachtverlening

De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid van uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaalde gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.

Artikel 14 Uitvoering van het onderzoek

Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. In voorkomend geval kan de rekenkamercommissie onderzoek in eigen beheer uitvoeren.

Artikel 15 Onderzoeksrapporten

Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Bij amendement heeft de raad besloten dat na het verstrijken van deze termijn gebleken feitelijke onjuistheden in het concept-onderzoeksrapport worden gecorrigeerd. Vervolgens wordt het definitieve onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan het college voorgelegd voor een bestuurlijke reactie, onder gelijktijdige aanbieding van het onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan de raad. De rekenkamercommissie kan naar aanleiding van de bestuurlijke reactie een nawoord opstellen.

Artikel 16 Budget van de commissie

De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak, binnen de daarvoor geldende regelgeving. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 18 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.