Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017

Geldend van 01-01-2017 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2017

Intitulé

Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017

Agendapunt 15.

Vergadering

d.d. 18 december 2017.

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;

gezien het voorstel, genummerd RS17.00238, van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en in het Besluit begroting en verantwoording provincies

en gemeenten;

b e s l u i t :

vast te stellen de Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2017

1 Begroting en verantwoording

Artikel 1 Programma-indeling

1. De raad stelt de programma-indeling en de taakvelden per programma vast.

2. De raad stelt per programma resultaten/doelstellingen vast. De resultaten/doelstellingen dienen

voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van

goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid.

3. De raad stelt, indien gewenst, vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen van de

begroting en jaarstukken kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden.

4. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het

voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,

tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Artikel 2 Inrichting begroting en jaarstukken

1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s en het overzicht van

algemene dekkingsmiddelen de baten en lasten per taakveld weergegeven.

2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt:

a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet

weergegeven;

b. van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de

uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.

3. In de jaarrekening wordt van de investeringen opgenomen:

a. de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten;

b. de actuele raming van de totale uitgaven.

Artikel 3 Kaders begroting

1. Het college legt vóór 15 juli een perspectiefnota ter besluitvorming voor aan de raad met daarin

de financiële kaders en speerpunten van beleid die het college bij het voorbereiden van de

programmabegroting van het volgende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren dient te

hanteren.

2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.

Artikel 4 Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en baten per programma, het

overzicht algemene dekkingsmiddelen, het bedrag voor overhead, het bedrag aan te betalen

vennootschapsbelasting, het bedrag voor onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan

de reserves per programma.

2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen van het

meerjareninvesteringsplan hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het

investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de

begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

3. Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden

overschreden, meldt het college dit via een tussentijdse rapportage aan de raad. Het college

voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een

voorstel voor bijstelling van het beleid.

4. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar groter dan € 40.000, die niet in de

begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een

investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de

raad voor. Investeringen kleiner dan € 40.000,--, inclusief eventuele dekking uit een

bestemmingsreserve, worden geautoriseerd door het college. Deze worden vervolgens gemeld

aan de gemeenteraad in de reguliere P&C producten.

5. Lopende kredieten (eenmalige uitgaven, verspreid over meerdere begrotingsjaren, die niet

geactiveerd worden) en investeringskredieten (eenmalige uitgaven die geactiveerd worden)

worden voor zover deze niet zijn aangewend, overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar.

Voor het nog niet aangewende deel van lopende kredieten, die gedekt worden door structurele

baten, vindt in het begrotingsjaar een dotatie aan de bestemmingsreserve “kredieten” plaats,

zodat deze in het volgende begrotingsjaar als dekking ingezet kan worden. Voor het nog niet

aangewende deel van lopende kredieten, die gedekt worden door middel van een onttrekking

aan een reserve, wordt betreffende reserve ook in het volgende jaar als dekking ingezet.

Artikel 5 Tussentijdse rapportages

1. Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel van tussentijdse rapportages

over de realisatie van de begroting van de gemeente.

2. De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid,

de financiële afwijkingen op de programma's en investeringskredieten en het effect hiervan op

het rekeningresultaat.

3. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in

de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen

indien de begrotingspost onvoorziene uitgaven wordt overschreden. Bij raadsvoorstellen met als

dekking de begrotingspost onvoorziene uitgaven dient ook altijd het saldo van deze post

vermeld te worden.

2 Financieel beleid

Artikel 7 Waardering en afschrijving vaste activa

1. Voor regelgeving ten aanzien van de waardering en afschrijving van vaste activa is de vigerende

nota waarderings- en afschrijvingsbeleid van toepassing.

2. Het college biedt de raad periodiek een nota waarderings- en afschrijvingsbeleid aan. De raad

stelt de nota vast.

Artikel 8 Reserves en voorzieningen

1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen

toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.

2. Het college biedt de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de

nota vast.

Artikel 9 Kostprijsberekening

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in

rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan

overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening

gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en

de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van

de in gebruik zijnde activa betrokken.

2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen

voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in

gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden

gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW)

en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

3. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de

in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de

begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende

leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding

over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het vierde en vijfde lid. De

uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.

4. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de

omslagrente voor de kostprijsberekening wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De

hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen

wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van

de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit

rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt op een half

procent afgerond.

5. Als het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen zoals

berekend overeenkomstig het vierde lid een percentage oplevert dat lager of gelijk is aan 2,5%,

dan bedraagt het rentepercentage voor deze rentevergoeding 3%.

Artikel 10 Vaststelling tarieven belastingen, rechten, heffingen en diensten

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven

voor belastingen, rechten en heffingen en geleverde diensten. De raad stelt de tarieven vast.

Artikel 11 Lokale heffingen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte

onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 12 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf weerstandsvermogen en

risicobeheersing de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording

provincies en gemeenten op.

Artikel 13 Onderhoud kapitaalgoederen

1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud

kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en

verantwoording provincies en gemeenten op.

2. Het college stelt periodiek onderhoudsplannen voor de kapitaalgoederen vast.

Artikel 14 Financiering

1. In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de

verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en

gemeenten in ieder geval op:

a. de kasgeldlimiet;

b. de renterisiconorm.

2. Het college biedt de raad periodiek een treasurystatuut aan. De raad stelt het statuut vast.

Artikel 15 Bedrijfsvoering

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf bedrijfsvoering de verplichte

onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 16 Verbonden partijen

1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de

verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en

gemeenten op.

2. Het college biedt de raad periodiek een nota verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast.

Artikel 17 Grondbeleid

1. In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte

onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

2. Het college biedt de raad periodiek een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast.

Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 18 Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor:

a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen

b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden,

vorderingen, schulden, contracten

c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en

investeringskredieten

d. het maken van kostencalculaties

e. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie

van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid

f. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid

van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de budgetten en relevante

wet- en regelgeving.

g. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie,

alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van

het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en

regelgeving.

Artikel 19 Financiële organisatie

Het college draagt het bestuur van de uitvoeringsorganisatie op om te zorgen voor en vast te leggen:

a. een eenduidige indeling van de uitvoeringsorganisatie en een eenduidige toewijzing van de

gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;

b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkhedenverlening

van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende

budgetten en investeringskredieten;

c. regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende

informatievoorziening van de financieringsfunctie;

d. de te maken afspraken met de uitvoeringsorganisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor

beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de

activiteiten en uitputting van middelen;

e. kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden;

f. regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

g. regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en

instellingen;

h. maatregelen voor het voorkomen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke

regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en

verantwoording wordt voldaan.

Artikel 20 Interne controle

Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking

en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.

4 Slotbepalingen

Artikel 21 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling en werkt terug tot en met

1 januari 2017.

2. De "Financiële verordening gemeente Gilze en Rijen 2016", vastgesteld bij raadsbesluit

d.d. 21 december 2015, wordt ingetrokken.

Artikel 22 Citeertitel

Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam "Financiële

verordening gemeente Gilze en Rijen 2017".

Aldus vastgesteld in de openbare

vergadering van 18 december 2017.

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier, de voorzitter,

mr. J.W. Timmermans dr. A.J.W. Boelhouwer