Besluit van de ambtenaar belast met de heffing van waterschapsbelastingen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht houdende regels omtrent belastingplichtigen waterschapsbelastingen (Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019)

Geldend van 08-11-2019 t/m heden

Intitulé

Besluit van de ambtenaar belast met de heffing van waterschapsbelastingen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht houdende regels omtrent belastingplichtigen waterschapsbelastingen (Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019)

De ambtenaar belast met de heffing van waterschapsbelastingen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

(AH 19/xx)

overwegende

dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen met betrekking tot het aanwijzen van belastingplichtigen voor de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing;

dat er een wijziging is opgetreden in de aanstelling van de ambtenaar belast met de heffing;

dat een nadere toelichting wenselijk is;

gelet op

  • de hoofdstukken XVI, XVII, XVIIB en XVIII van de Waterschapswet;

  • hoofdstuk 7 van de Waterwet;

  • artikel 2 van de Verordening Watersysteemheffing Amstel, Gooi en Vecht;

  • artikel 4, lid 1 en 2 onder a van de Verordening Zuiveringsheffing Amstel, Gooi en

  • Vecht;

  • artikel 4, lid 1 en 2 onder a van de Verordening Verontreinigingsheffing Amstel, Gooi en Vecht;

besluit

vast te stellen het volgende Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019.

I Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject. In de gevallen waarin dat voorkomt wordt de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen gesteld. In deze gevallen hanteert het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige of doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

II Voorkeursvolgorde

Artikel 1

Voor de watersysteemheffing gebouwd, natuurterreinen en ongebouwd wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een kadastraal perceel de aanslag te naam gesteld van:

  • 1.1

    Degene die, gelet op artikel 119 lid 2 van de Waterschapswet en artikel 2 lid 4 en 5 van de Verordening Watersysteemheffing Amstel, Gooi en Vecht, het zakelijk recht geniet dat de hoogste voorrang heeft in de aanwijzing als belastingplichtige. In afnemende volgorde betreft dat:

  • 1.1.1

    de vruchtgebruiker dan wel de gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

  • 1.1.2

    de opstaller, voor zover dat recht niet uitsluitend is gevestigd ten behoeve van de aanleg en/of het onderhoud van ondergrondse dan wel bovengrondse leidingen;

  • 1.1.3

    de erfpachter;

  • 1.1.4

    de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

  • 1.1.5

    degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

  • 1.2

    Als er meerdere personen hetzelfde, belastingplicht veroorzakende, zakelijk recht genieten, degene die:

  • 1.2.1

    Volgens de beschikbare gegevens in Nederland woont of gevestigd is;

  • 1.2.2

    Als er meerdere personen in Nederland wonen of gevestigd zijn: degene die grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

  • 1.2.3

    Als er meerdere personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben: een natuurlijk persoon boven een rechtspersoon;

  • 1.2.4

    Als er meerdere natuurlijke personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben: degene die de oudste is in leeftijd.

  • 1.2.5

    Als er meerder natuurlijke personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben én op dezelfde dag geboren zijn: degene die in alfabetische volgorde van de achternaam en als dat geen uitsluitsel biedt van de voornaam, als eerste genoemd zou worden.

Artikel 2
  • 2.1 Voor de watersysteemheffing ingezetenen, zuiveringsheffing- en verontreinigingsheffing voor particulieren wordt de aanslag te naam gesteld van:

  • 2.1.1 Degene die, volgens de Basisregistratie Personen, het langst op het betreffende adres gevestigd is;

  • 2.1.3 Degene die, volgens de Basisregistratie Personen, het oudste is in leeftijd;

  • 2.2 Voor de zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing voor particulieren wordt, in geval dat de woonruimte wel gebruikt wordt, maar uit de Basisregistratie Personen blijkt dat er niemand op het adres van deze woonruimte staat ingeschreven, de aanslag tenaamgesteld van de eigenaar van de woonruimte, die in dat geval als gebruiker wordt aangemerkt.

III Overige criteria

Artikel 3

Als de aanslagen voor verschillende waterschapsbelastingen verenigd worden op één aanslagbiljet, wordt dit aanslagbiljet in onderstaande volgorde te naam gesteld van:

  • 3.1

    De belastingplichtige zoals aangewezen in artikel 1;

  • 3.2

    De belastingplichtige zoals aangewezen in artikel 2.

Artikel 4

Het in artikel 1, 2 en 3 bepaalde vindt geen toepassing:

  • 4.1

    als de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorafgaande belastingjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

  • 4.2

    op verzoek van zowel degene op wiens naam de aanslag te naam is gesteld als een andere belastingplichtige die verzoekt de aanslag op zijn of haar naam te stellen onder de voorwaarde dat beiden zich schriftelijk nadrukkelijk akkoord verklaren, de aanslag voor het desbetreffende jaar nog niet is opgelegd en dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden ingevorderd.

    Op grond van de geautomatiseerde verwerking van gegevens of andere redenen kan van het bovenstaande verzoek worden afgeweken.

Artikel 5

De voorkeursvolgorde is erop gericht om de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen. Met het oog hierop kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

IV Slotbepalingen

Artikel 6

Dit besluit treedt daags na publicatie in werking.

Artikel 7

Bij het in werking treden van dit besluit wordt het Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen, 2017, vastgesteld op 15 december 2016, ingetrokken. Dit besluit blijft echter van kracht voor de heffing en invordering van aanslagen die zijn vastgesteld vóór inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019.

Ondertekening

Amsterdam, 15 oktober 2019

de ambtenaar belast met de heffing

I.M. de Boer – de Wolf.