Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goirle 2019

Geldend van 22-08-2019 t/m heden

Intitulé

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goirle 2019

Het college van de gemeente Goirle,

Gelezen het voorstel van 17 juli 2019 nr. D2019-07-003610

Gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.2.9, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.3.4 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Besluit

vast te stellen de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goirle 2019.

Goirle, 23 juli 2019

Het college,

Jolie Hasselman Mark van Stappershoef

Secretaris burgemeester

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    College: college van burgemeester en wethouders

  • 2.

    Burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders

  • 3.

    Secretaris: de secretaris bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet

  • 4.

    Wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Reiskosten

  • 1.

    De burgemeester en de wethouder hebben aanspraak op vergoeding van:

    • a.

      Kosten voor woon-werkverkeer

    • b.

      Reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt.

  • 2.

    Bij dienstreizen komen ook parkeer-, tol- en veerkosten voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 3 Contributie beroepsvereniging

  • 1.

    De contributie van een landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging ten doel heeft, wordt vergoed.

  • 2.

    Beroepsverenigingen waarvan de contributie wordt vergoed zijn het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), het Nederlands Genootschap van Wethouders (NGW), de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVR) en de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG).

Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

  • 1.

    De burgemeester of de wethouder die wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de vervulling van zijn functie, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de secretaris.

  • 2.

    Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3.

    De maximale vergoeding van de scholing voor het voltallige college bedraagt € 7.140,-- per jaar.

  • 4.

    Het college beslist op de aanvraag op basis van de overgelegde stukken.

Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6 Ongevallenbescherming en Politiek molestverzekering

Bij overlijden, blijvend letsel, geneeskundige kosten, psychische hulpverlening en zaakschade, die het gevolg is van het optreden van de wethouder uit hoofde van zijn functie, wordt een vergoeding krachtens deze verzekering uitgekeerd.

Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door:

    • a.

      Betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of

    • b.

      Betaling vooruit uit eigen middelen.

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

  • 3.

    Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling ingediend bij de gemeentesecretaris.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel 10 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goirle 2019.

Ondertekening

Toelichting Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders 2019

ALGEMEEN

Wettelijke regelingen

In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van burgemeester en wethouders, alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nadere regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt.

Hoofdlijnen gemeentelijke regeling

In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeester en wethouders zover die niet dwingend zijn geregeld in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers is wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal van wettelijke regelingen af te wijken. Wel kunnen er nadere regels worden gesteld. Indien een gemeente besluit om nadere regels te stellen, is een aantal regels van belang.

In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.

Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders.

De arbeidsverhoudingen en fiscale positie

Burgemeester en wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, maar wel benoemd. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de werknemersverzekeringen, zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat burgemeesters en wethouders wel ambtenaar in formele zin zijn, worden zij fiscaal behandeld als waren zij actief in dienstbetrekking voor de Wet op de loonbelasting 1964. Er wordt daarom op de bezoldiging van burgemeester en wethouders ook loonheffing ingehouden.

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is van toepassing op burgemeesters en wethouders. De burgemeester volgt de pensioenaanspraken van de ABP-Pensioenregeling.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2 Reiskosten

Reiskosten voor woon-werkverkeer worden vergoed à € 0,19 per kilometer en worden maandelijks als een vast bedrag uitbetaald.

Reiskosten voor dienstreizen worden eveneens vergoed à € 0,19 per kilometer. Kosten voor openbaar vervoer worden volledig vergoed. Ook parkeer-, tol- en veerkosten worden vergoed. Er is geen grondslag voor vergoeding van taxikosten. De kosten voor dienstreizen worden uitbetaald op basis van declaratie met overlegging van bewijsstukken via het daarvoor beschikbare declaratieformulier.

Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing burgemeester en wethouders

Voor burgemeester en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing wordt verzorgd door een politieke partij, betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding van scholingskosten moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.

Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van het tweede lid kan het college nadere regels stellen voor de eigen scholing. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen als ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele scholingsaanvragen. Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen kan worden gemandateerd aan de gemeentesecretaris.

Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de loonbelasting 1964 is een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in deze regeling aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan een burgemeester of wethouder kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte – tot 1,2% fiscale loonsom – onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.