Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Ridderkerk 2019

Geldend van 21-06-2019 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2019

Intitulé

Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Ridderkerk 2019

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk,

gelezen het voorstel van College van burgemeester en wethouders op 3 juni 2019,

gelet op

de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en de artikelen 3.2.10, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

overwegende, dat

de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Ridderkerk moet aansluiten bij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

BESLUIT

vast te stellen de

REGELING RECHTSPOSITIE BURGEMEESTER EN WETHOUDERS RIDDERKERK 2019

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders.

  • b.

    burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.

  • c.

    secretaris: de secretaris bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

  • d.

    wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2. Reis- en verblijfkosten

  • 1. Voor woon-werkverkeer en voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de burgemeester of de wethouder vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast per afgelegde kilometer aan de werknemer kan worden verstrekt.

  • 2. Voor woon-werkverkeer worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een eigen auto tevens de veer- en tolkosten vergoed.

  • 3. Voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed.

  • 4. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 5. Indien de burgemeester of de wethouder een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen voor woon- werkverkeer en voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

  • 6. Aan de burgemeester of de wethouder wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend:

    • a.

      indien hij in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, en

    • b.

      indien hij nog niet in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, voor zolang hem ontheffing is verleend van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben.

  • 7. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de burgemeester of de wethouder maakt in verband met dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan hem vergoed tot ten hoogste de maximale vergoedingsbedragen volgens de Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Artikel 3. Ter beschikking gestelde auto burgemeester en wethouders

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kan aan burgemeester en wethouders op afroep een auto ter beschikking stellen van een daartoe door de gemeente gecontracteerde vervoerder of een dienstauto.

  • 2. Een ter beschikking gestelde auto als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend gebruikt voor dienstreizen.

  • 3. Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een ter beschikking gestelde auto als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op een vergoeding bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b van deze regeling.

  • 4. Voor dienstreizen worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een ter beschikking gestelde auto als bedoeld in het eerste lid, de parkeer-, veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed, mits deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed.

  • 5. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1. De burgemeester of de wethouder die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in verband met de vervulling van hun functie dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de secretaris of een daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 2. De aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3. Het college, de secretaris of de daartoe aangewezen ambtenaar beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1. Aan de burgemeester of de wethouder worden voor de duur van de uitoefening van de functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen,

    • c.

      betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

  • 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een (digitaal) declaratieformulier en bewijsstukken.

  • 3. Het (digitale) declaratieformulier en de bewijsstukken worden uiterlijk binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de secretaris of een daartoe aangewezen ambtenaar.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders Ridderkerk van 3 juni 2019.

De secretaris,

Dhr. H.W.J. Klaucke

de burgemeester

mw. A. Attema