Reglement adviescommissie detailhandel Zuid-Holland

Geldend van 03-06-2026 t/m heden

Intitulé

Reglement adviescommissie detailhandel Zuid-Holland

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 82 van de Provinciewet, artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening en art.1.2, lid 1 en art. 2.1.4 van de Verordening Ruimte 2014

Besluiten vast te stellen het navolgende:

Reglement adviescommissie detailhandel Zuid-Holland

Artikel 1 Instelling

  • 1. Er is een adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.

  • 2. De commissie adviseert over omgevingsplannen van Zuid-Hollandse gemeenten of projectbesluiten van de provincie Zuid-Holland als omschreven in artikel 2.

Artikel 2 Bevoegdheden

  • 1. De commissie is bevoegd om desgevraagd advies uit te brengen aan gemeenten over een omgevingsplan of een ontheffingsaanvraag daartoe, waarin nieuwe detailhandelsontwikkelingen zijn opgenomen met een zodanige omvang dat op grond van artikel 7.48, tweede lid, aanhef en onder c en artikel 7.49, tweede lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening advies van de commissie nodig is.

  • 2. De commissie is tevens bevoegd om desgevraagd advies uit te brengen aan de provincie over een projectbesluit, waarin nieuwe detailhandelsontwikkelingen zijn opgenomen met een zodanige omvang dat op grond van artikel 7.48, tweede lid, aanhef en onder c en artikel 7.49, tweede lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening advies van de commissie nodig is.

  • 3. De commissie is tevens bevoegd om desgevraagd een advies uit te brengen aan de provincie Zuid-Holland of aan een aangrenzende provincie over een omgevingsplan of een ontheffingsaanvraag daartoe of een projectbesluit, waarin nieuwe detailhandelsontwikkelingen zijn opgenomen in een aangrenzende provincie met zodanige omvang dat op dezelfde gronden als binnen de provincie Zuid-Holland op grond van artikel 7.48, tweede lid, aanhef en onder c en artikel 7.49, tweede lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening advies van de commissie nodig is.

  • 4. De commissie valideert in deze bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectuitvoeringsbesluiten:

    • a.

      de door de gemeente of de provincie opgestelde (regionale) behoefteramingen en de ruimtelijke gevolgen;

    • b.

      het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied waar de behoefte betrekking op heeft en waar zich mogelijke gevolgen voor kunnen doen.

  • 5. Op verzoek van gedeputeerde staten verstrekt de commissie nadere inlichtingen over adviezen met betrekking tot omgevingsplannen die hun ter validatie zijn voorgelegd of waarvoor een ontheffing van de instructieregels in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is verzocht.

  • 6. Naast formele adviezen kan de adviescommissie informeel advies uitbrengen in de vorm van een eerste reactie.

Artikel 3 Samenstelling adviescommissie

  • 1. De commissie bestaat uit een voorzitter en minimaal 4 en maximaal 6 leden, wier benoeming geschiedt door Gedeputeerde Staten. Een gemeentelijke vertegenwoordiging heeft zitting in de selectiecommissie.

  • 2. De commissie benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter. Deze heeft in afwezigheid van de voorzitter dezelfde bevoegdheden als de voorzitter.

  • 3. Leden van de commissie worden benoemd op basis van hun deskundigheid op het werkveld van de commissie, kennis van bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen en de competentie om als lid van een adviesteam te functioneren.

  • 4. De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn 2 keer herbenoembaar;

    • a.

      Er wordt een rooster van aftreden van de leden van de commissie opgesteld.

  • 5. Een lid van de commissie kan te allen tijde ontslag nemen.

  • 6. Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter of een lid van de commissie schorsen en ontslaan.

  • 7. Een lid van de commissie verschoont zich indien het lid niet onafhankelijk is van één of meerdere van de bij het aan de orde zijnde bestemmingsplan betrokken partijen.

  • 8. De vergoeding voor de werkzaamheden van de voorzitter en de leden van de commissie bedraagt respectievelijk 4x en 3x de vergoeding per vergadering van een commissielid zoals vastgelegd in de Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden. De vergoeding is opgesplitst in voorbereidingstijd en aanwezigheid tijdens vergaderingen.

Artikel 4 Secretariaat

  • 1. Gedeputeerde Staten benoemen, de voorzitter van de commissie gehoord hebbende, een secretaris van de commissie.

  • 2. De secretaris maakt geen onderdeel uit van de commissie.

  • 3. De secretaris ondersteunt de commissie bij haar werkzaamheden.

Artikel 5 Begroting en jaarverslag

  • 1. De kosten verbonden aan de commissie zijn voor rekening van de provincie Zuid-Holland. De provincie reserveert hiervoor een jaarlijks een bedrag in de begroting. Betaling vindt plaats op declaratiebasis en is afhankelijk van het aantal plaatsgevonden vergaderingen.

  • 2. De commissie legt aan Gedeputeerde Staten over elk begrotingsjaar binnen twee maanden na afloop van het begrotingsjaar verantwoording af, onder overlegging van een jaarverslag.

Artikel 6 Advies

  • 1. Voor de procedure van de adviezen geldt dat gemeenten een adviesaanvraag op grond van onderdeel c van het tweede lid van artikel 7.48 of het tweede lid van artikel 7.49 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, op een zodanig moment bij de adviescommissie indienen dat het advies en de uitkomsten van een eventueel benodigde regionale afstemming, opgenomen kunnen worden in de toelichting van het ontwerp van het bestemmingsplan.

  • 2. In een advies wordt aangegeven op welke wijze en op basis van welke inhoudelijke gronden de commissie tot haar advies is gekomen.

  • 3. De adviezen hebben een geldigheidsduur van 2 jaar na datum van uitbrengen van het advies door de adviescommissie.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1. De commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht of tenminste drie leden van de commissie de voorzitter daarom schriftelijk en met opgave van redenen hebben verzocht.

  • 2. De commissie besluit bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder bij de vergadering aanwezig lid één stem heeft. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

  • 3. De commissie kan personen die over inhoudelijke deskundigheid beschikken uitnodigen om voor een periode, voor één vergadering of voor één concreet bestemmingsplan als adviseur bij de vergadering aanwezig te zijn. Een adviseur heeft geen stemrecht.

  • 4. Een advies van de commissie geeft het meerderheidsstandpunt van de vergadering weer; in het advies kunnen ook eventuele minderheidsstandpunten tot uitdrukking worden gebracht.

  • 5. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

  • 6. De commissie kan in een huishoudelijk reglement haar werkwijze nader regelen met inachtneming van dit reglement. Een afschrift van het huishoudelijk reglement wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 8 Inwerkingtreding en evaluatie

  • 1. Dit vernieuwde reglement treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het reglement wordt geplaatst.

  • 2. De commissie zendt voor respectievelijk 31 december 2026 en 31 december 2030 een verslag aan gedeputeerde staten dat opgesteld is door een onafhankelijk adviesbureau over de doeltreffendheid en de effecten van dit reglement in de praktijk gehoord de adviescommissie.

Artikel 9 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement adviescommissie detailhandel Zuid-Holland

Ondertekening

Den Haag, 26 mei 2015

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

J.Smit, voorzitter

J.H. de Baas, secretaris a.i.