Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR621442
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR621442/12
Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland
Geldend van 11-04-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-HollandBesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (7 april 2015, PZH-2015-511490852) tot vaststelling van de Subsidieregeling MKB innovatie-stimulering topsectoren Zuid-Holland (Prov. Blad 2015, nr. 2078), gewijzigd bij besluit van 15 maart 2016 (Prov. Blad 2016, 1944), gewijzigd bij besluit van 7 maart 2017 (Prov. Blad 2017, 1114), gerectificeerd d.d. 17 maart 2017 (Prov. Blad 2017, 1176) en gewijzigd bij besluit van 12 juni 2018 (Prov. Blad 2018, 4507)
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland;
gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;
overwegende dat het wenselijk is uitvoering te geven aan de Samenwerkingsagenda “Een gezamenlijke aanpak in MKB innovatieondersteuning” dat de 12 Nederlandse provincies, in landsdelig verband, op 11 december 2014 hebben ondertekend met de minister van Economische Zaken en vertegenwoordigers van de nationale topsectoren en MKB-Nederland, waarin onder andere is afgesproken om te komen tot stroomlijning van het financiële instrumentarium om innovatie in het MKB te stimuleren;
overwegende dat het Rijk middelen beschikbaar stelt voor een aantal gestandaardiseerde MKB-instrumenten die in alle regio’s van Nederland worden uitgevoerd;overwegende dat de te subsidiëren activiteiten dienen te voldoen aan artikel 25 van de Verordening(EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU,L187), of aan Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU, L 352);
BESLUITEN:
Vast te stellen de “Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland”
1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- -
Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L187);
- -
Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
- -
haalbaarheidsproject: project dat bestaat uit haalbaarheidsstudie of een combinatie van een haalbaarheidsstudie en industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onder respectievelijk 87, 85 en 86 van de Algemene groepsvrijstellingverordening;
- -
MKB-onderneming: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- -
penvoerder: MKB-onderneming met een vestiging in Zuid-Holland die deelneemt aan het R&D-samenwerkingsverband en als gemachtigde van dat samenwerkingsverband optreedt;
- -
provinciaal beleid: 1. Het omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland; 2.Slimme specialisatiestrategie (Regionale innovatiestrategie RIS3);
- -
R&D-samenwerkingsproject: Research and Development-project, bestaande uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie hiervan, in daadwerkelijke samenwerkingen voor gezamenlijke rekening en risico uitgevoerd door een R&D-samenwerkingsverband;
- -
R&D-samenwerkingsverband: Research and Development-verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaande uit twee of meer niet in een groep verbonden MKB-ondernemingen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een R&D-samenwerkingsproject;
- -
subsidiepercentage: steunintensiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel 26, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- -
vestiging: een gebouw of complex van gebouwen waar duurzame uitoefening van de activiteiten van een onderneming of rechtspersoon plaatsvindt.
Artikel 1.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie op grond van deze regeling kan slechts worden verstrekt voor activiteiten die passen binnen:
- a.
het vigerende, toepasselijke provinciaal beleid; en
- b.
de uitwerkingen van de Kennis- en Innovatieagenda’s, die zijn opgenomen in bijlage 3.4.1, behorende bij artikel 3.4.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, met uitzondering van Kennis en Innovatieagenda 7.a. Digital Technologies: Artificiële Intelligentie (AI) (NTS).
Artikel 1.3 Aanvraagperiode
-
1. In afwijking van artikel 2.3, eerste lid van de Asv kunnen subsidieaanvragen worden ingediend gedurende de periode die bij de publicatie van het subsidieplafond bekend wordt gemaakt.
-
2. Een subsidieaanvraag wordt volledig binnen de aanvraagperiode ingediend en is volledig als het ingediende aanvraagformulier volledig is ingevuld en vergezeld gaat van de in het formulier aangegeven bescheiden.
Artikel 1.4 Weigeringsgronden
In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie geweigerd indien:
- a.
de aanvrager de subsidie wil aanwenden voor een activiteit waarvoor reeds door een bestuursorgaanof de Europese Commissie subsidie is verstrekt of dat deel uitmaakt van een dergelijk project.
- b.
de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is, bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 1.5 Verantwoording
-
1. In afwijking van de artikelen 4.1, tweede lid, en 4.2, eerste lid Asv, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling bij een subsidie op grond van de paragrafen 3, 4 of 5 vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag.
-
2. In aanvulling op het eerste lid gaat de aanvraag tot subsidievaststelling, indien volgens de subsidieverleningsbeschikking de verleende subsidie aan minimaal één afzonderlijke deelnemer aan het R&D-samenwerkingsproject € 125.000,00 of meer bedraagt, tevens vergezeld van een door een accountant afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van het financieel verslag, of een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, mits de gesubsidieerde activiteiten daarin zijn verantwoord en die jaarrekening vergezeld gaat van een door een accountant afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid.
Artikel 1.6 Bevoorschotting
Een voorschot bedraagt maximaal 90% van het verleende bedrag.
Artikel 1.7 Berekening subsidiabele kosten
Bij de berekening van de hoogte van het subsidiebedrag bedraagt het uurtarief voor eigen personeel, ongeacht de daadwerkelijk kosten, maximaal € 60,00.
2 Innovatieadviesproject
[vervallen]
3 Haalbaarheidsprojecten
Artikel 3.1 Doelgroep
Subsidie voor een haalbaarheidsproject wordt verstrekt aan een MKB-onderneming met een vestiging in de provincie Zuid-Holland.
Artikel 3.2 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 1.4 van deze regeling wordt subsidie voor het haalbaarheidsproject geweigerd indien:
- a.
de voorgenomen activiteiten waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft in technische zin onvoldoende risicovol zijn om het haalbaarheidsproject te rechtvaardigen;
- b.
de voorgenomen activiteiten waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft in financiële zin onvoldoende risicovol zijn om het haalbaarheidsproject te rechtvaardigen;
- c.
het haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht geeft in het economisch perspectief van de voorgenomen activiteiten waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft;
- d.
het haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht geeft in de uitvoerbaarheid van de voorgenomen activiteiten waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft;
- e.
het haalbaarheidsproject onvoldoende inzicht geeft in of onvoldoende impact realiseert met betrekking tot de verwachte bijdrage aan de programma’s of plannen die zijn opgenomen in bijlage 3.4.1, behorende bij artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies;
- f.
de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar meer dan één aanvraag op grond van deze paragraaf heeft ingediend;
- g.
onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de voorgenomen activiteiten;
- h.
onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de voorgenomen activiteiten;
- i.
onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de voorgenomen activiteiten naar behoren uit te voeren; of
- j.
de verplichte bijlage bij de subsidieaanvraag niet of niet volledig is ingevuld;
- k.
de activiteiten hoofdzakelijk buiten de provincie Zuid-Holland zullen worden verricht;
- l.
de subsidie wordt aangewend voor activiteiten waarvoor reeds op grond van deze paragraaf subsidie is verstrekt, of die daarmee samenhangen of daaruit voortvloeien.
- a.
-
2. Onder het begrip ‘aanvrager’, bedoeld in het eerste lid, wordt mede begrepen:
- a.
ondernemingen die aangemerkt kunnen worden als “partnerondernemingen” van de aanvrager als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening, en
- b.
met de aanvrager ,”verbonden ondernemingen” als bedoeld in artikel 3, derde lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- a.
-
3. Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag afwijken van het tweede lid, indien de verbinding tussen aanvragers wordt gevormd door een private equity investor die kapitaal verschaft aan jonge startende ondernemingen of een venture builder die jonge startende ondernemingen bouwt en ondersteunt.
Artikel 3.3 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.1 in aanmerking te komen:
- a.
hebben ten minste 60% van de subsidiabele kosten van het haalbaarheidsproject betrekking op een haalbaarheidsstudie en voor het overige op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, en
- b.
wordt het haalbaarheidsproject uitgevoerd ter voorbereiding van de ontwikkeling van een innovatief product, innovatief productieproces of innovatieve dienst.
Artikel 3.4 Subsidiabele kosten
De subsidiabele kosten zijn de kosten als bedoeld in artikel 25, derde en vierde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 3.5 Subsidiehoogte
-
1. Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste € 20.000,00.
-
2. Het subsidiepercentage bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten.
-
3. De subsidie wordt eerst op aanvraag van de subsidieontvanger vastgesteld nadat hieraan voorafgaand een subsidieverleningsbeschikking is gegeven. Hiermee wordt met toepassing van artikel 38, onderdeel d, onder b, van de Asv afgeweken van artikel 17, tweede lid, van de Asv.
Artikel 3.6 Rangschikking
-
1. Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over de aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst daarvan.
-
2. Als een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag is aangevuld als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
3. Op de dag dat verlening van subsidie voor gelijktijdig binnengekomen subsidieaanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de subsidie verdeeld op basis van loting.
Artikel 3.7 Subsidieverplichtingen
In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
- a.
met de uitvoering van het haalbaarheidsproject wordt gestart binnen vier maanden na de subsidieverlening;
- b.
het haalbaarheidsproject wordt uitgevoerd binnen twaalf maanden na de start van het haalbaarheidsproject.
Artikel 3.8 Beslistermijn
Gedeputeerde Staten beslissen op een volledige subsidieaanvraag binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
4 R&D Samenwerkingsprojecten klein
Artikel 4.1 Doelgroep
-
1. Subsidie wordt verstrekt aan een deelnemer in een R&D-samenwerkingsverband dat een R&D-samenwerkingsproject uitvoert.
-
2. De subsidie wordt aangevraagd door de penvoerder.
-
3. Meer dan 50% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid van het R&D-samenwerkingsproject komt voor rekening van de penvoerder en de andere deelnemers met een vestiging in Zuid-Holland gezamenlijk.
Artikel 4.2 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 1.4 van deze regeling wordt subsidie voor het samenwerkingsproject geweigerd indien:
- a.
in hetzelfde kalenderjaar meer dan één aanvraag is ingediend op grond van deze paragraaf of paragraaf 5 door een ander R&D-samenwerkingsverband, waarin de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband deelneemt;
- b.
de subsidie wordt aangewend voor activiteiten waarvoor reeds op grond van deze paragraaf of paragraaf 5 subsidie is verstrekt, of die daarmee samenhangen of daaruit voortvloeien, of
- c.
indien er sprake is van een ongenoegzame aanvraag, als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
- a.
-
2. Onder het begrip ‘penvoerder en andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband’, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden mede begrepen:
- a.
ondernemingen die aangemerkt kunnen worden als “partnerondernemingen” van de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b.
met de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband “verbonden ondernemingen” als bedoeld in artikel 3, derde lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- a.
Artikel 4.3 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.1 in aanmerking te komen, worden:
- a.
aan de subsidieaanvraag tenminste 50 punten toegekend op basis van de criteria en puntenverdeling opgenomen in artikel 4.6, derde lid;
- b.
aan ieder criterium opgenomen in artikel 4.6, derde lid, ten minste 10 punten toegekend.
Artikel 4.4 Subsidiabele kosten
-
1. De subsidiabele kosten zijn de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
-
2. Elke deelnemer aan het R&D-samenwerkingsverband neemt niet meer dan 70% van de subsidiabele kosten van het R&D-samenwerkingsproject voor zijn rekening.
-
3. Kosten gemaakt voor 1 januari van het jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 4.5 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie bedraagt per R&D-samenwerkingsproject ten hoogste € 200.000,-.
-
2. De hoogte van de subsidie bedraagt per MKB-deelnemer aan het R&D-samenwerkingsverband ten minste € 25.000,- en ten hoogste € 100.000,-.
-
3. Het subsidiepercentage voor een R&D-samenwerkingsproject bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten.
Artikel 4.6 Wijze van verdeling
-
1. Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
-
2. Aanvragen worden gerangschikt op het totaal aantal punten dat wordt behaald op basis van de in het derde lid genoemde criteria.
-
3. Voor de volgende vier criteria kan per criterium maximaal 25 punten worden gehaald:
- a.
er wordt meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst verwacht;
- b.
er wordt meer economische waarde gecreëerd voor de deelnemers in het R&D-samenwerkingsverband, de topsectoren, of de Zuid-Hollandse economie;
- c.
de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, tenminste blijkend uit de kwaliteit van het projectplan, de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie;
- d.
er wordt meer impact gerealiseerd binnen een of meer van de programma’s of plannen die zijn opgenomen in bijlage 3.4.1, behorende bij artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
- a.
-
4. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:
- a.
de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het tweede lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b.
telkens wordt de daarop volgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c.
indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.
- a.
Artikel 4.6a Prioritaire beleidsthema’s
-
1. Gedeputeerde staten kunnen prioritaire beleidsthema’s aanwijzen voor een openstellingsperiode.
-
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 en artikel 4.6 wordt voor het bepalen van het totaal aantal punten van een aanvraag die past binnen een prioritair beleidsthema als bedoeld in het eerste lid, het aantal punten voor het criterium genoemd in artikel 4.6, derde lid, onderdeel d, verdubbeld.
Artikel 4.7 Subsidieverplichtingen
In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
- a.
Met de uitvoering wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieverlening;
- b.
Het R&D-samenwerkingsproject wordt uitgevoerd binnen vierentwintig maanden na de start van de activiteiten.
Artikel 4.8 Adviescommissie
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 4.1 wordt door Gedeputeerde Staten om advies over artikel 4.6 voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde externe adviescommissie.
5 R&D Samenwerkingsprojecten groot
Artikel 5.1 Doelgroep
-
1. Subsidie wordt verstrekt aan een deelnemer in een R&D-samenwerkingsverband dat een R&D-samenwerkingsproject uitvoert.
-
2. De subsidie wordt aangevraagd door de penvoerder.
-
3. Meer dan 50% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het R&D-samenwerkingsproject komt voor rekening van de penvoerder en de andere deelnemers met een vestiging in Zuid-Holland gezamenlijk.
Artikel 5.2 Weigeringsgronden
-
1. In aanvulling op artikel 1.4 van deze regeling wordt subsidie voor het samenwerkingsproject geweigerd indien:
- a.
in hetzelfde kalenderjaar meer dan één aanvraag is ingediend op grond van deze paragraaf of paragraaf 4 door een ander R&D-samenwerkingsverband, waarin de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband deelneemt;
- b.
de subsidie wordt aangewend voor activiteiten waarvoor reeds op grond van deze paragraaf of paragraaf 4 subsidie is verstrekt, of die daarmee samenhangen of daaruit voortvloeien, of
- c.
er sprake is van een ongenoegzame aanvraag, als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
- a.
-
2. Onder het begrip ‘penvoerder en andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband’, als bedoeld in het eerste lid onderdeel a worden mede begrepen:
- a.
ondernemingen die aangemerkt kunnen worden als “partnerondernemingen” van de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of
- b.
met de penvoerder of een andere deelnemer binnen het R&D-samenwerkingsverband “verbonden ondernemingen” als bedoeld in artikel 3, derde lid, van Bijlage 1 behorende bij de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
- a.
Artikel 5.3 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5.1 in aanmerking te komen, worden:
- a.
aan de subsidieaanvraag tenminste 50 punten toegekend op basis van de criteria en puntenverdeling opgenomen in artikel 5.6, derde lid, en
- b.
aan ieder criterium opgenomen in artikel 5.6, derde lid, ten minste 10 punten toegekend.
Artikel 5.4 Subsidiabele kosten
-
1. De subsidiabele kosten zijn de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
-
2. Elke individuele deelnemer aan het R&D-samenwerkingsverband neemt niet meer dan 70% van de subsidiabele kosten van het R&D-samenwerkingsproject voor zijn rekening.
-
3. Kosten gemaakt voor 1 januari van het jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 5.5 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie bedraagt meer dan € 200.000,- en ten hoogste € 350.000,- per R&D-samenwerkingsproject.
-
2. De hoogte van de subsidie bedraagt per MKB-deelnemer aan het R&D-samenwerkingsverband ten minste € 25.000,- en ten hoogste € 175.000,-.
-
3. Het subsidiepercentage voor een R&D-samenwerkingsproject bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten.
Artikel 5.6 Wijze van verdeling
-
1. Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
-
2. Aanvragen worden gerangschikt op het totaal aantal punten dat wordt behaald op basis van de in het derde lid genoemde criteria.
-
3. Voor de volgende vier criteria kan per criterium maximaal 25 punten worden gehaald
- a.
er wordt meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst verwacht;
- b.
er wordt meer economische waarde gecreëerd voor de deelnemers in het R&D-samenwerkingsverband, de topsectoren, of de Zuid-Hollandse economie;
- c.
de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, tenminste blijkend uit de kwaliteit van het projectplan, de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie;
- d.
er wordt meer impact gerealiseerd binnen een of meer van de programma’s of plannen die zijn opgenomen in bijlage 3.4.1, behorende bij artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
- a.
-
4. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:
- a.
de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het tweede lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b.
telkens wordt de daarop volgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c.
indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.
- a.
Artikel 5.6a Prioritaire onderwerpen
-
1. Gedeputeerde staten kunnen prioritaire beleidsthema’s aanwijzen voor een openstellingsperiode.
-
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 5.3 en artikel 5.6 wordt voor het bepalen van het totaal aantal punten van een aanvraag die past binnen een prioritair beleidsthema als bedoeld in het eerste lid, het aantal punten voor het criterium genoemd in artikel 5.6, derde lid, onderdeel d, verdubbeld.
Artikel 5.7 Subsidieverplichtingen
In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
- a.
met de uitvoering wordt gestart binnen zes maanden na de subsidieverlening;
- b.
het R&D-samenwerkingsproject wordt uitgevoerd binnen vierentwintig maanden na de start van de activiteiten.
Artikel 5.8 Adviescommissie
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 5.1 wordt door Gedeputeerde Staten om advies over artikel 5.6 voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde externe adviescommissie.
6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Evaluatie
[vervallen]
Artikel 6.2 Staatssteun
Subsidie verstrekt op grond van paragraaf 3, 4 of 5 voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in Hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstelling verordening.
Artikel 6.3 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 6.4 Ter inzagelegging
Deze regeling zal in het provinciaal blad worden geplaatst met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd op het provinciehuis Zuid-Holland.
Artikel 6.5 Werkingsduur en overgangsrecht
Deze regeling vervalt op 31 december 2030, met dien verstande dat de regeling van kracht blijft voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
Artikel 6.6 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid Holland.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl