Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent wegslepen van voertuigen Wegsleepverordening gemeente Noordwijk 2019

Geldend van 05-02-2019 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent wegslepen van voertuigen Wegsleepverordening gemeente Noordwijk 2019

De raad van de gemeente Noordwijk:

gelet op hiervoor genoemde wettelijke grondslagen,

overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen tot een maximum gewicht van 3.500 kg te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen

Besluit

vast te stellen de Wegsleepverordening gemeente Noordwijk 2019.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • b.

    wet: de Wegenverkeerswet 1994;

  • c.

    besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;

  • d.

    voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 en artikel 1a RVV 1990 tot een maximum gewicht van 3.500 kg;

  • e.

    motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 eerste lid onder c van de wet tot een maximum gewicht van 3.500 kg;

  • f.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk;

  • g.

    wegsleepkosten: kosten verbonden aan het overbrengen en bewaren van voertuigen.

Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten

Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170 eerste lid onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Noordwijk aangewezen.

Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden

  • 1. Als plaats van bewaring van weggesleepte voertuigen wordt aangewezen het terrein van Berging Regio Leiden, Amphoraweg 11 te Leiden, of een ander door het college aan te wijzen locatie.

  • 2. De openingstijden van bedoelde bewaarplaats zijn:

    • -

      van maandag tot en met vrijdag van 8.00 uur tot 18.00 uur,

    • -

      op zaterdag van 9.00 uur tot 12.00 uur (na telefonische afspraak via het telefoonnummer 071 – 515 7110).

      Alleen tijdens deze tijden kan het voertuig worden opgehaald.

Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen

  • 1. De kosten van het overbrengen en stallen van voertuigen zijn opgenomen in een bij deze verordening behorende Tarievenlijst. De kosten worden bij de eigenaar of kentekenhouder van het voertuig in rekening gebracht.

  • 2. Het college is bevoegd de bedragen zo nodig jaarlijks aan te passen op basis van de consumentenprijsindex van het CBS.

Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat

Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130 vierde lid, 164 zevende lid en 174 eerste lid van de wet zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

  • 2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de ‘Wegsleepverordening Noordwijk 2011’ ingetrokken.

  • 3. Voor de uitvoering van het weg (laten) slepen van voertuigen conform deze verordening zijn bevoegd functionarissen van de politie, de BOA’s en de marktmeester(s).

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente Noordwijk 2019.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2019

J.H.M. Hermans-Vloedbeld ,voorzitter

M.R. Fabbricotti ,griffier

Bijlage 1 Tarievenlijst behorend bij Wegsleepverordening Noordwijk 2019

  • 1.

    Begrippen

    In deze tarievenlijst wordt verstaan onder:

    Uitrijtarief: kosten die in rekening worden gebracht op het moment dat de opdracht tot wegslepen wordt verstrekt en waarbij ook daadwerkelijk wordt uitgereden.

    Laad/sleeptarief en bewaring: kosten die worden berekend vanaf het moment dat een medewerker van het wegsleepbedrijf bezig is met het daadwerkelijke wegslepen van het voertuig.

    Loze rit: rit die het wegsleepbedrijf maakt zonder een voertuig te hoeven wegslepen, omdat een eigenaar of kentekenhouder van het voertuig zich tijdig ter plaatse van de parkeerovertreding meldt

    (Motor)voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 en artikel 1a RVV 1990 en artikel 1 eerste lid onder c van de wet tot een maximum gewicht van 3.500 kg.

    Etmaal: tijdsperiode dat begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig en 24 uur later eindigt.

  • 2.

    Wegslepen, opslaan en afgifte (motor)voertuig

    De kosten die verband houden met het wegslepen, de opslag en de afgifte van een voertuig zijn:

    • -

      uitrijtarief €86,85

    • -

      laad/sleeptarief en bewaring €118,30

    • -

      uitgiftetarief €52,20

    • -

      opslag na eerste etmaal: per etmaal of deel van een etmaal €15,15

    • -

      loze rit

      • *

        eigenaar of kentekenhouder meldt zich ter plaatse voordat zijn voertuig is aangehaakt (in de takels zit) €86,85

      • *

        eigenaar of kentekenhouder meldt zich ter plaatse op het moment dat zijn voertuig reeds is aangehaakt €205,15

De genoemde bedragen zijn inclusief BTW.

  • 3.

    Aanpassen tarieven

    Het college van burgemeester en Wethouders is bevoegd de bedragen zo nodig jaarlijks aan te passen op basis van de consumentenprijsindex van het CBS.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 januari 2019

De raad voornoemd,

De voorzitter,

De griffier,

Toelichting Wegsleepverordening gemeente Noordwijk 2019

Algemeen

Op 1 januari 2002 zijn de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen in werking getreden. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel vervangen door nieuwe bepalingen. De Wijzigingswet is bij de Invoeringswet van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), deel II, nog aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van bestuursdwang uit de Gemeentewet naar de Awb. Op grond van artikel 173, tweede lid, dienen bij gemeentelijke verordening nadere regels te worden gesteld. Deze verordening geeft hieraan invulling.

Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen

Het uitvoeren van de wegsleepregeling is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders; voor de daadwerkelijke uitvoering zijn bevoegd functionarissen van de politie, de BOA’s en de marktmeester(s). Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.

Opgemerkt wordt nog dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertredingen zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwang. Voor eventueel latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertredingen zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.

Uitgebreide werking

Op grond van de oude (geldig tot 1 januari 2002) WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel de VNG als een aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen bij zowel het ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Zo biedt de wegsleepverordening een effectief middel om het parkeerbeleid af te dwingen, de opbouw van de warenmarkten en evenementen veilig te stellen en efficiënt op te treden waar het uit oogpunt van verkeersveiligheid en parkeerbeleid nodig is. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke.

Als wegen en weggedeelten waar op grond van de wegsleepregeling kan worden weggesleept zijn thans alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Noordwijk bedoeld.

In de regeling geldt dat een voertuig niet zonder meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 uur ’s nachts in strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaans als niet minder urgent moeten worden beschouwd. In zo’n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaans volstaan.

Verordening

Zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven dient de verordening in ieder geval regels te stellen over:

  • 1.

    de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard;

  • 2.

    de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen;

  • 3.

    de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel 170 eerste lid onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.

De uitwerking van deze regels van de verordening kan door het college geschieden.

Wegsleepwaardige overtredingen

Op grond van artikel 170 eerste lid WVW 1994 kunnen voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:

  • a.

    de veiligheid op de weg of

  • b.

    de vrijheid van het verkeer of

  • c.

    het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden weggesleept.

Om enige houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepregeling is in een bijlage bij deze toelichting, zonder uitputtend te zijn, aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.

In artikel 170 zesde lid WVW 1994 is bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en administratieve kosten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.

Ad d. voertuig

Het begrip ‘voertuig’, zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de APV is een bepaling opgenomen over de verwijdering van voertuigen, fietsen en bromfietsen van de openbare weg. Deze bepaling is aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In de APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.

Ad e. Motorrijtuig

Het begrip ‘motorrijtuig’ is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.

Artikel 2

Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170 eerste lid aanhef en onder c en artikel 173 tweede lid aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college van deze bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening is de ruimste variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn aangewezen.

Artikel 3

De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen de locatie van het erkende takel- en bergingsbedrijf dat het wegslepen van voertuigen in opdracht van het college van Noordwijk voor haar rekening neemt. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen.

Artikel 4

In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.

Artikel 5

Naast de in artikel 170 eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Gedoeld wordt op:

  • a.

    het niet afgeven van het rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn/haar motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij/zij onder invloed was van drogerende stoffen of alcohol e.d., of waarvan vanwege een verkeersovertreding het rijbewijs is ingevorderd (zie artikel 130 en 164 WVW 1994);

  • b.

    de situatie dat de politie verbaal opmaakt, omdat (artikel 174 WVW 1994):

    • i.

      een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het ‘knoeien’ met kentekens in geval van autodiefstal.

    • ii.

      Een verkeersovertreding is begaan die administratiefrechtelijk wordt afgedaan terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is.

Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170 eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt. Wel heeft de wetgever diverse bepalingen uit het hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht rond bestuursdwang en de Wegenverkeerswet (art. 170 tweede lid e.v.) van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarom zijn in de wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van overeenkomstige toepassing verklaard.

Bijlage bij

Toelichting van de wegsleepregeling, onderdeel wegsleepwaardige overtredingen

  • A.

    Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer

    Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170 eerste lid aanhef en onder a en b WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:

    Plaats op de weg

    a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).

    Laten stilstaan

    b. een voertuig is tot stilstand gebracht:

    1. op een kruispunt, rotonde of een overweg;

    2. op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;

    3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;

    4. in een tunnel;

    5. bij een bord “Bushalte” (eventueel ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;

    6. op de rijbaan langs een busstrook;

    7. op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;

    8. langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;

    9. op de rijbaan, inclusief de invoer- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of – behoudens in noodgevallen – op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo’n weg (zie artikel 23, artikel 43 tweede lid en artikel 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990).

    c. een voertuig is geparkeerd:

    1. bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;

    2. voor inrit of een uitrit;

    3. buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;

    4. langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990;

    5. op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;

    6. binnen een erf, waarbij – voor zover het een motorvoertuig betreft – geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen;

    7. op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt:

    8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 RVV 1990).

    d. een voertuig tot stilstand is gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon (zie artikel 82 RVV 1990);

    Gevaarlijk of hinderlijk gedrag

    e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gekomen of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd (zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel).

  • B.

    Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen

    Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170 eerste lid aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:

    a. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24 lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;

    b. op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 23 lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;

    c. op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover:

    • i.

      het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen of het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd,

    • ii.

      het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;

  • d. op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;

    e. op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage:

    • i.

      tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig,

    • ii.

      tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart,

    • iii.

      die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;

  • f. op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;

    g. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;

    h. op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;

    i. in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage (eventueel met uitzondering van aangegeven dagen en uren).