Beleidsregel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Kompas houdende regels omtrent individuele inkomenstoeslag Beleidsregel individuele inkomenstoeslag 2018

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Kompas houdende regels omtrent individuele inkomenstoeslag Beleidsregel individuele inkomenstoeslag 2018

[Deze bekendmaking is slechts een tekstplaatsing om de regeling op overheid.nl te kunnen plaatsen. De oorspronkelijke bekendmaking heeft op papier plaatsgevonden.]

Artikel 1 Begrippen

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet Bestuursrecht.

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    Wet: de Participatiewet en de Wet werk en bijstand(WWB).

    WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel 2 Voorwaarden individuele inkomenstoeslag

  • 1. Om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag dient belanghebbende te voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 36 van de wet en in de verordening individuele inkomenstoeslag 2015. Belanghebbende dient:

    • a.

      een langdurig laag inkomen te hebben zoals genoemd in artikel 3 van de verordening individuele inkomenstoeslag 2015;

    • b.

      in de referteperiode voorafgaand aan de peildatum geen in aanmerking te nemen vermogen te hebben zoals genoemd in artikel 34 van de wet;

    • c.

      geen zicht op inkomensverbetering te hebben, gelet op de omstandigheden van belanghebbende zoals genoemd in artikel 36 eerste lid van de wet;

    • d.

      tot de omstandigheden zoals genoemd in onderdeel c van dit artikel worden in ieder geval gerekend:

      • i.

        krachten en bekwaamheden van een persoon, en

      • ii.

        de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.

  • 2. Onder een laag inkomen zoals genoemd in artikel 3 van de verordening individuele inkomenstoeslag 2015 wordt verstaan de geldende bijstandsnorm van het betreffende beoordelingsjaar.

Artikel 3 Recht op individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Recht op de individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die op de peildatum geen zicht heeft op inkomensverbetering, waarbij lid 3 van dit artikel en artikel 4 van deze beleidsregel niet van toepassing zijn en:

    • a.

      die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de WIA, of

    • b.

      die op grond van artikel 9a van de wet een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling heeft, of

    • c.

      die op grond van artikel 6b van de wet medisch urenbeperkt is en waarop een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder z van toepassing is, of

    • d.

      die op grond van artikel 9 tweede lid van de wet een tijdelijke ontheffing heeft, of

    • e.

      waarvan is vastgesteld dat er weliswaar uitzicht is op inkomensverbetering, maar dat belanghebbende wel alle inspanningen verricht heeft om tot inkomensverbetering te komen maar desondanks de inkomensverbetering tot op heden niet gelukt is.

  • 2.

    Een individuele inkomenstoeslag wordt niet toegekend als belanghebbende in de referteperiode:

    • a.

      wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18, vierde lid van de wet een maatregel opgelegd heeft gekregen, of

    • b.

      wegens een gedraging zoals bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Afstemmingsverordening een maatregel opgelegd heeft gekregen, of

    • c.

      wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18a, eerste lid van de wet een bestuurlijke boete met benadelingsbedrag opgelegd heeft gekregen, of

    • d.

      wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18b, eerste lid van de wet een maatregel opgelegd heeft gekregen.

Artikel 4 Referteperiode statushouders en gedetineerden

  • 1. De referteperiode voor statushouders gaat in vanaf het eerste moment van verblijf in het AZC

  • 2. Een periode van detentie gedurende de referteperiode staat de verstrekking van de toeslag niet in de weg.

Artikel 5 Uitsluitingen

Uitgesloten van het recht op de individuele inkomenstoeslag is belanghebbende die niet voldaan heeft aan de verplichting zoals genoemd in artikel 9, zesde lid van de wet en een maatregel op grond van artikel 14 van de Afstemmingsverordening opgelegd heeft gekregen.

Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ’’Beleidsregel individuele inkomenstoeslag 2018’’.

  • 3. De beleidsregel individuele inkomenstoeslag 2015 komt per 1 januari 2018 te vervallen.

Ondertekening

Aldus besloten tijdens de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Kompas,

gehouden d.d. 7 december 2017.

De voorzitter,

De secretaris,

Algemene toelichting

Per 1 januari 2015 kunnen gemeenten aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 Participatiewet een individuele inkomenstoeslag toekennen. Deze toeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). De gemeenteraad moet op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel b Participatiewet in een verordening regels stellen over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag. De gemeenteraad heeft daarvoor de Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 vastgesteld.

Het college kan aan een belanghebbende een individuele inkomenstoeslag toekennen, maar heeft hierbij beleidsruimte. In beleidsregels kan het college nadere voorwaarden verbinden aan het recht op individuele inkomenstoeslag. Dit brengt met zich mee dat het college ook kan bepalen dat belanghebbenden die niet voldoen aan bepaalde voorwaarden of doelgroepen worden uitgesloten van het recht op inkomenstoeslag. Het inperken van de doelgroep kan formeel niet geregeld worden in de verordening. De verordeningsopdracht van de gemeenteraad biedt hiervoor geen grondslag.

Daarom kan uitsluitend het college - als uitvoerder van het verstrekken van een individuele inkomenstoeslag - regels stellen over hoe wordt omgegaan met de bevoegdheid een individuele inkomenstoeslag te verstrekken.

Op grond van artikel 4 tweede lid van de Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015 kan het college nadere regels stellen over welke aanvullende voorwaarden gelden om in aanmerking te komen voor de toeslag.

Deze beleidsregels betreffen de nadere invulling van bovengenoemd artikel uit de Verordening individuele inkomenstoeslag 2015.

Uitzicht op inkomensverbetering:

In deze verordening wordt het begrip “uitzicht op inkomensverbetering” als volgt uitgelegd:

Bijstandsklanten die langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en medische of psychische belemmeringen hebben, hebben in de regel geen zicht op inkomensverbetering. Deze doelgroep komt in aanmerking voor de inkomenstoeslag.

Bijstandsklanten die een traject naar werk volgen, hebben mogelijk wel zicht op inkomensverbetering, maar kunnen deze theorie veelal niet in de praktijk omzetten naar een betaalde baan. Enerzijds omdat deze doelgroep vaak niet aan de hoge eisen van werkgevers voldoen. Anderzijds biedt de huidige economische situatie weinig baanopeningen voor deze doelgroep.

Bijstandsklanten die parttime werken en een aanvullende bijstandsuitkering hebben, lijken zicht te hebben op inkomensverbetering. Immers: als ze volledig zouden uitstromen naar werk, is er sprake van uitstroom uit de bijstand en daardoor veelal inkomensverbetering. Echter, veelal lukt het deze groep niet om volledig uit te stromen. Soms vanwege medische/psychische beperkingen. Veelal ook omdat er ook voor deze doelgroep weinig baanopeningen zijn.

Het is derhalve voor de klanten die gemotiveerd meewerken aan een re- integratietraject en er alles aan doen om uit stromen, maar dit niet kunnen bezegelen met een betaalde baan niet fair om deze doelgroep te straffen door ze uit te sluiten van de inkomenstoeslag.

Dit geldt overigens niet voor de doelgroep die bewust parttime werkt en niet meer uren wil werken. Deze klanten komen niet in aanmerking voor de inkomenstoeslag.

Ditzelfde geldt ook voor de doelgroep die niet gemotiveerd is om mee te werken aan een re-integratietraject en niet actief op zoek is naar een baan. Deze klanten krijgen door het niet meewerken aan een traject c.q. overige verplichtingen op grond van de Participatiewet een afstemming (op grond van de Afstemmingsverordening). Klanten met een afstemming, ontvangen géén inkomenstoeslag. Voor deze burgers gaat de referteperiode opnieuw tellen vanaf het einde van de maatregel.

Afstemmingen vóór 2015

De afstemmingen op grond van de Afstemmingsverordening WWB blijven ook meetellen tijdens de referteperiode voor de inkomenstoeslag. Dus afstemmingen vanaf 2012 worden nog meegeteld/meegewogen voor het recht op de inkomenstoeslag.

Ditzelfde geldt voor opgelegde boetes vanaf 2013 (invoering bestuurlijke boete): de op grond van de beleidsregels Boete worden meegewogen voor het recht op de inkomenstoeslag.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Lid 1 onder a tot en met c is reeds toegelicht in de verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Kerkrade 2015.

Lid 1 onder d

  • i.

    onder krachten en bekwaamheden wordt dus bedoeld iedereen waarop waarop artikel 9 vijfde lid of artikel 9A van de wet niet van toepassing is. Voor die groep geldt namelijk dat er naar vermogen mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn.

  • ii.

    De inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Bij de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag moet beoordeeld worden of voldaan is aan deze verplichting. Hier wordt in ieder geval niet aan voldaan als een maatregel of boete opgelegd is zoals genoemd in artikel 3, tweede lid van deze beleidsregel.

Artikel 3

Lid 1

Recht op de individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende:

  • a.

    die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

  • b.

    die op grond van artikel 9a van de wet een ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling heeft;

Alleenstaande ouders kunnen een ontheffing aanvragen voor de plicht tot arbeidsinschakeling. Dat houdt in dat er tijdens de ontheffing geen zicht op inkomensverbetering is. Als de alleenstaande ouder meewerkt aan zijn of haar re-integratie dan is er recht op de inkomenstoeslag. Dit onderdeel moet in combinatie met het tweede lid beoordeeld worden.

  • c.

    die op grond van artikel 6b van de wet medisch urenbeperkt is en waarop een vrijlating van inkomsten zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder z van toepassing is;

Bij deze doelgroep is vastgesteld dat hij of zij werkt naar het maximale vermogen waarbij er geen uitzicht is op inkomensverbetering.Tenzij hij of zij nog niet het volledig aantal uren werkt Dan moet dit in combinatie met lid 2 beoordeeld worden.

  • d.

    die op grond van artikel 9 tweede lid van de wet een tijdelijke ontheffing heeft en waarbij lid 2 niet van toepassing zijn.

Belanghebbende kunnen een tijdelijke ontheffing hebben van de verplichting tot arbeidsinschakeling. Dat houdt in dat er tijdens de ontheffing geen zicht op inkomensverbetering is. Hij of zij dient wel mee te werken aan de re- integratieverplichtingen zoals genoemd in artikel 9 lid 1 onder b. Dit onderdeel moet in combinatie met het tweede lid beoordeeld worden.

  • e.

    waarvan is vastgesteld dat er uitzicht is op inkomensverbetering, inspanningen verricht heeft om tot inkomensverbetering te komen en waarbij lid 2 niet van toepassing is.

Mits een persoon uitzicht heeft op inkomensverbetering en er alles aan gedaan heeft om aan het werk te komen of meegewerkt heeft aan zijn of haar re-integratie en aan alle overige voorwaarden voldoet bestaat er dus recht op de inkomenstoeslag.

Lid 2

Er bestaat geen recht op de individuele inkomenstoeslag, als in een periode van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag voor individuele inkomenstoeslag een maatregel is opgelegd:

  • a.

    voor het schenden van een verplichting zoals genoemd in artikel 18,

  • b.

    vierde lid van de wet (schending arbeidsverplichtingen). (Voor de beoordeling van gedragingen voor 1 januari 2015 is de Afstemmingsverordening 2014 gemeente Kerkrade van toepassing).

  • c.

    wegens een gedraging van de 3de of 4de categorie zoals bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de Afstemmingsverordening een maatregel opgelegd heeft gekregen; of

  • d.

    wegens een gedraging zoals genoemd in artikel 18b, eerste lid een maatregel opgelegd heeft gekregen (Nederlandse taaleis);

De individuele inkomenstoeslag is niet bedoeld om de verlaging van de uitkering door middel van de aan belanghebbende opgelegde maatregel te compenseren. Deze maatregel wordt immers opgelegd omdat de gemeente Kerkrade voorgenoemde gedragingen niet accepteert en het gedrag tevens in de weg staan tot inkomensverbetering.

Artikel 4

Lid 1

Uit jurisprudentie is gebleken dat de periode vanaf het moment dat men in Nederland is - dat is vanaf het moment dat men in een AZC verbleven heeft - meegeteld mag worden voor de referteperiode, ook al had men nog geen verblijfsvergunning. De referteperiode gaat dus in vanaf het eerste moment van verblijf in het AZC.

Lid 2

Op de peildatum en de aanvraagdatum mag de aanvrager niet gedetineerd zijn, omdat deze dan volgens de wet behoort tot de niet-rechthebbenden. Een periode van detentie gedurende de referteperiode staat echter de verstrekking van de toeslag niet in de weg.

Artikel 5

Een belanghebbende die niet voldaan heeft aan de verplichting zoals genoemd in artikel 9, zesde lid van de Wet en een maatregel op grond van artikel 14 van de Afstemmingsverordening opgelegd heeft gekregen. Dit houdt in dat een belanghebbende zich niet zeer ernstig mag misdragen jegens het college of haar ambtenaren c.a. Het gaat om alle vormen van zeer ernstige misdragingen jegens de met uitvoering van de wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Voorgenoemde gedraging moet geleid hebben tot het opleggen van maatregel op grond van artikel 14 van de Afstemmingsverordening. Als er een maatregel opgelegd is dan is belanghebbende uitgesloten van het recht op de individuele inkomenstoeslag.