Beheersverordening begraafplaatsen 2019

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Beheersverordening begraafplaatsen 2019

De raad van Emmen;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2018, BW 10.0723

Gelet op de artikelen Wet op de lijkbezorging artikel 35 en Artikel 149 van de Gemeentewet;

Overwegende dat de gemeente Emmen eind 2017 de Visie begraven gemeente Emmen 2017 heeft vastgesteld:

Missie

Begraven en herdenken dichtbij

Visie

Klantgericht en professioneel en kwalitatief hoogwaardig beheer van de begraafplaatsen in samenwerking met andere partijen tegen acceptabele kosten en met aandacht voor historisch erfgoed en de specifieke identiteit van de afzonderlijke begraafplaatsen. En hierdoor een aantal wijzigingen in de beheerverordening noodzakelijk zijn.

Besluit vast te stellen de volgende verordening

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Emmen 2019

Nadere regels en uitvoeringsbesluiten:

Het college heeft op basis van deze verordening nadere regels gesteld

Doel verordening:

- het bepalen van de tijden van begraven

- bieden van mogelijkheid tot begraven in diverse kernen,

- het behoud van rust, orde en piëteit voor de nabestaanden

- behoud van cultuurhistorie

- kwalitatief hoogwaardig beheer van de begraafplaatsen

- nadere invulling rechten en plichten van de rechthebbende en nabestaanden

- nadere invulling rechten en plichten gemeente

Aanleiding beheersverordening 2019:

- toevoegen bepalingen natuurgraven

- wijzigen definitie onderhoud

- verruiming begraaftijden

- verduidelijking rechten en plichten

- verbeteren van de leesbaarheid van de verordening

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • a.

    Gemeentelijke begraafplaatsen. De begraafplaatsen waar deze verordening betrekking op heeft zijn:

    • het begraafpark “Oeverse Bos” in Emmen;

    • de begraafplaats “Kerkhoflaan” in Emmen;

    • de begraafplaats “de Wolfsbergen” in Emmen;

    • de begraafplaats aan de Runde NZ in Emmer-Compascuum;

    • de begraafplaats aan de Havenstraat in Erica;

    • de begraafplaats aan het van Echtenskanaal NZ in Klazienaveen;

    • de begraafplaats aan het Drijverspad, in Nieuw-Amsterdam,;

    • de begraafplaats aan de Klazienaveensestraat in Nieuw-Dordrecht;

    • de begraafplaats aan het Weerdingerkanaal ZZ in Nieuw-Weerdinge;

    • de begraafplaats aan de Pastorieweg in Roswinkel;

    • de begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Schoonebeek;

    • de begraafplaats “de Tweeling” aan de Nieuweweg in Veenoord;

    • de begraafplaats aan de Ellenbeek in Weiteveen;

    • de begraafplaats aan het Verlengde van Echtenskanaal NZ in Zwartemeer.

  • b.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt

  • c.

    rechthebbende: de (natuurlijke of rechts-) persoon die de rechten heeft van een particulier graf;

  • d.

    belanghebbende: degene aan wie het recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf wordt verleend en degene die verantwoordelijke is voor het onderhoud en de vergunning van de grafbedekking en als zodanig geregistreerd staat bij de administratie van de begraafplaatsen;

  • e.

    particulier graf: een graf waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin wordt begraven of bijgezet; er zijn verschillende vormen van particuliere graven, zie verderop in deze verordening;

  • f.

    natuurgraf: een particulier graf waarvoor aparte richtlijnen en een aparte uitgiftetermijn gelden en een apart tarief gerekend wordt;

  • g.

    algemeen graf: een graf waarbij de gemeente bepaalt wie daarin wordt begraven

  • h.

    urnengraf: een particulier graf waarvan de rechthebbende het recht heeft een of meerdere asbussen bij te zetten en bijgezet te houden;

  • i.

    urnennis: hetzelfde als een particulier urnengraf, met dit verschil dat de urn in één nis geplaatst wordt;

  • j.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan de rechthebbende het uitsluitend recht is verleend om een overledene te gedenken;

  • k.

    grafbedekking: gedenkteken of winterharde beplanting op een graf of gedenkplaats. Onder grafbedekking wordt niet verstaan losse versiering zoals plantenpotten, kaarsenhouders en dergelijke;

  • l.

    grafkelder: een betonnen, gemetselde of andere wettelijk toegestane constructie waarin een lijk wordt begraven of asbussen worden bijgezet;

  • m.

    urnenkelder: een wettelijk toegestane constructie waarin een of meerdere asbussen worden bijgezet;

  • n.

    gedenkteken: een grafsteen, liggende of staande zerk, sluitplaats of ander monument ter nagedachtenis aan een overledene;

  • o.

    asbus: een omhulsel waarin de as van een overledene bewaard wordt en die altijd voorzien is van onuitwisbare persoonsgegevens;

  • p.

    urn: het sieromhulsel van de asbus; in de volksmond wordt met een urn vaak de asbus bedoeld;

  • q.

    strooiveld: een plaats op de begraafplaats waar as wordt verstrooid;

  • r.

    bezorging van as: het bijzetten van een asbus in een urnengraf of urnennis of het verstrooien van as;

  • s.

    verlof tot begraven: de schriftelijke toestemming voor het begraven van de overledene, die de gemeente afgeeft bij de aangifte van overlijden. Dit verlof moet worden overhandigd aan de begraafplaats waar de uitvaart plaatsvindt;

  • t.

    administratie van de begraafplaats: ambtenaar die onder andere belast is met de planning van de uitvaarten en het bijhouden van het register;

  • u.

    ruimen: het uit graven verwijderen van de overblijfselen van overledenen en eventuele resten van kisten en omhulsels;

  • v.

    overledene: een lijk zoals bedoeld in de wet op de Lijkbezorging;

  • w.

    onbepaalde tijd: uitgiftetermijn van een graf waarvan de duur vooralsnog onbepaald is, maar waaraan het college een aantal voorwaarden heeft gesteld waarbij de rechten kunnen eindigen.

Artikel 2 Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

Dit artikel komt te vervallen. De definities van een particulier en algemeen graf zijn in de begripsbepalingen opgenomen. In hoofdstuk 4 van deze verordening zijn de vormen van particuliere graven beschreven.

Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen
  • a.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk. Het college heeft de toegangstijden in nadere regels vastgesteld

  • b.

    De begraafplaats is buiten de openingstijden toegankelijk voor het publiek, wanneer zij een begrafenis, de bezorging van as of een andere ceremonie bijwonen.

  • c.

    Ter handhaving van de orde en rust en bij het uitvoeren van werkzaamheden, kunnen toegangen op de begraafplaatsen tijdelijk worden gesloten.

Artikel 4 Ordemaatregelen
  • a.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. De beheerder kan personen die zich hier niet aan houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen

  • b.

    Motorvoertuigen zijn alleen toegestaan op de daartoe aangewezen wegen en paden: ten behoeve van een begrafenis, werkzaamheden en het vervoeren van materialen in opdracht en onder toezicht van de beheerder, voor het rondleiden van bezoekers. Bedoelde voertuigen mogen niet sneller dan 10km per uur rijden;

  • c.

    Het college kan ontheffing verlenen ten aanzien van het verbod op motorvoertuigen.

Artikel 5 Plechtigheden
  • a.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste 6 werkdagen van te voren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld;

  • b.

    De deelnemers aan de plechtigheid zijn zich verplicht in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6 Opgraven en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig

dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  • a.

    Degene die wil begraven, een asbus wil bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de administratie van de begraafplaats. De zaterdag geldt in deze niet als werkdag;

  • b.

    Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder/administratie van de begraafplaats zo tijdig mogelijk worden gedaan;

  • c.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder;

  • d.

    De nabestaanden kunnen een graf, geheel of gedeeltelijk, openen of sluiten onder toezicht van de beheerder als zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag bij de administratie van de begraafplaats hebben aangegeven. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. De nabestaanden moeten bij het uitvoeren van de werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder opvolgen.

Artikel 8 Te overleggen stukken
  • a.

    Pas als het verlof tot begraven is overgedragen aan de beheerder kan de begraving plaatsvinden;

  • b.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dienteen machtiging daartoe aan de administratie van de begraafplaats te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet;

  • c.

    Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende;

  • d.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren;

  • e.

    De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken toereikend zijn.

Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging
  • a.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 09.00 tot 15.00 uur; op zaterdag van 09.00 tot 12.00 uur;

  • b.

    Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte van graven

Artikel 10 Indeling graven

Op de begraafplaats(en) kunnen de volgende graven worden uitgegeven:

  • a.

    particuliere graven;

  • b.

    algemene graven;

  • c.

    particuliere gedenkplaatsen.

Artikel 11 Categorieën particuliere en algemene graven
  • a.

    Onder een particulier graf wordt verstaan:

    • volwassen graf

    • natuurgraf

    • kindergraf 1-6 jaar

    • kindergraf 0-1 jaar

    • urnengraf

    • (één) urnennis

  • b.

    Het college kan bij nader vast te stellen regels de particuliere en algemene graven (verder) onderverdelen in categorieën;

  • c.

    Het college bepaalt in nader vast te stellen regels, waar nodig, voor de verschillende categorieën de oppervlakte en de richtlijnen.

Artikel 12 Natuurgraf
  • a.

    Het college wijst de plaatsen aan waar natuurgraven zijn toegestaan;

  • b.

    Op de plaatsen voor natuurgraven worden alleen particuliere natuurgraven uitgegeven. Andere soorten graven zijn niet toegestaan;

  • c.

    Een natuurgraf wordt voor onbepaalde tijd uitgegeven;

  • d.

    Een natuurgraf heeft geen andere grafbedekking dan voorgeschreven door het college in de nadere regels;

  • e.

    Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het natuurbegraven.

Artikel 13 Aantal overledenen in graven
  • a.

    In de algemene graven kan een door het college te bepalen aantal lijken worden begraven;

  • b.

    In de particuliere graven kan een door het college te bepalen aantal lijken en aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet;

  • c.

    In de particuliere natuurgraven kan een door het college te bepalen aantal lijken en aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet;

  • d.

    In de particuliere urnengraven kan een door het college te bepalen aantal asbussen worden geplaatst;

  • e.

    Het is niet toegestaan om as te verstrooien over een graf.

Artikel 14 Volgorde van uitgifte
  • a.

    De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven;

  • b.

    Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor een directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

Artikel 15 Termijnen van particuliere graven
  • a.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, recht op een bepaalde termijn voor een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf of de gedenkplaats is uitgegeven. De (beoogde) rechthebbende dient hiervoor een schriftelijke aanvraag in bij de administratie van de begraafplaats;

  • b.

    De particuliere natuurgraven worden voor onbepaalde tijd uitgegeven. De overige particuliere graven worden voor 20 jaar uitgegeven;

  • c.

    De rechthebbende kan de termijn steeds met een periode van 5 of 10 jaar verlengen, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend;

  • d.

    Particulier graven kunnen nooit langer verlengd worden dan tot het tijdstip van geslotenverklaring door het college van de desbetreffende begraafplaats;

  • e.

    De rechten van graven die uitgegeven zijn voor onbepaalde tijd kunnen eindigen onder voorwaarden die het college heeft vastgelegd in nadere regels

  • f.

    Wanneer bij begraving of bijzetting in een – al uitgegeven- particulier graf de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, moet de grafrusttermijn verlengd worden. De verlenging van de termijn moet dan ten minste gelijk zijn aan de wettelijk minimum grafrusttermijn.

Artikel 16 Grafkelder

Het plaatsen van een grafkelder is alleen toegestaan in particuliere graven, maar niet in particuliere natuurgraven.

Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten
  • a.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • b.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf (graven) worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon. De aanvraag daarvoor moet binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende worden gedaan.

  • c.

    Als een rechthebbende overlijdt en begraven wordt in een graf waarvan hij de rechten heeft, worden de rechten van dit graf, en dat van een eventueel naastliggend bijbehorend graf/graven, overgeschreven op de rechtspersoon die de begrafenis aanvraagt.

  • d.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. Maar het college kan ook het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18 Afstand doen van particuliere graven

De rechthebbende kan schriftelijk afstand doen van het recht op het particuliere graf. Het graf vervalt dan aan de gemeente. De rechthebbende heeft in dit geval geen recht op enige vergoeding. Het college bevestigt de overdracht van de rechten schriftelijk aan de rechthebbende.

Artikel 19 Bijzetting en verstrooiing
  • a.

    Het college verleent toestemming tot het bijzetten van asbussen in particuliere graven. Deze asbussen moeten biologisch afbreekbaar te zijn, in een urnengraf is dit niet verplicht.

  • b.

    Het college verleent toestemming tot verstrooiing van een asbus op een strooiveld van een van de gemeentelijke begraafplaatsen.

Hoofdstuk 5 Grafbedekking

Artikel 20 Vergunning gedenkteken
  • a.

    Voor het hebben van een gedenkteken is een vergunning nodig van het college. Deze kan aangevraagd worden door de rechthebbende van een particulier graf of de belanghebbende van een algemeen graf;

  • b.

    Op de natuurgraven is geen gedenkteken toegestaan, anders dan de daarvoor door het college vastgestelde bedekking;

  • c.

    Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de aanvraag van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen;

  • d.

    Het college kan de vergunning weigeren als:

    • niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels van het college;

    • het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 21 Onderhoud door de rechthebbende of belanghebbende
  • a.

    Het (laten) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking is voor rekening en risico van de rechthebbende of de gebruiker;

  • b.

    De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij de gemeente ligt;

  • c.

    Als beschadiging of het onderhoud aan de grafbedekking naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of gevaar oplevert voor derden, kan het college rechthebbende of de gebruiker verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen of onderhoud te plegen. Het college stelt de rechthebbende of gebruiker hiervan schriftelijk op de hoogte en stelt een termijn, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend;

  • d.

    Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking laten verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is;

  • e.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

Artikel 22 Onderhoud door de gemeente
  • a.

    Het college zorgt voor het één maal per jaar behandelen van de gedenktekens met een algwerend middel, het leesbaar houden van de inscripties op de gedenktekens en het algehele onderhoud van de begraafplaats;

  • b.

    Onder onderhoud van gedenktekens wordt niet verstaan het herstel of de vernieuwing ervan;

  • c.

    Op de natuurgraven vindt uitsluitend onderhoud plaats voor het toegankelijk houden van de graven en voor het in stand houden van de natuur;

  • d.

    Na het sluiten van de begraafplaats is de gemeente niet langer verplicht dit onderhoud voort te zetten.

Artikel 23 Winterharde beplanting

De winterharde beplanting die op particuliere graven worden geplant, mogen bij volle wasdom, de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. Ook de hoogte van de beplanting mag niet hoger zijn dan 1.20 meter.

Artikel 24 (Niet-blijvende) grafbeplanting en voorwerpen
  • a.

    Verwaarloosde (niet-blijvende) beplanting op een graf, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding;

  • b.

    Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen door de beheerder, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder verwijderd worden. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende zes weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of belanghebbende;

  • c.

    Ten aanzien van grafbedekking van natuurgraven heeft het college nadere regels gesteld.

Artikel 25 Verwijderen grafbedekking
  • a.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd;

  • b.

    Als het college de grafbedekking gaat verwijderen, kondigt zij dit ten minste een jaar van te voren schriftelijk aan bij de rechthebbende of de belanghebbende. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar van te voren bekend door middel van een bij het graf te plaatsen bordje/paaltje en een mededeling bij de ingang van de begraafplaats;

  • c.

    Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk 6 Ruiming van graven en stoffelijke resten

Artikel 26 Ruiming van graven en stoffelijke resten
  • a.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd wordt, schriftelijk aan de rechthebbende of, belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en een mededeling bij de ingang van de begraafplaats bekend.

  • b.

    De beheerder draagt er zorg voor, dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met de stoffelijke resten worden geconfronteerd.

  • c.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

  • d.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen binnen de termijn van zes maanden die voorafgaat aan de ruiming, bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders;

  • e.

    De rechthebbende van een particulier graf kan bij het college, binnen de termijn van een jaar, een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven;

  • f.

    De rechthebbende op een particulier urnengraf kan bij het college, binnen de termijn van een jaar, een aanvraag indienen om de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7 Graven van cultuur-historische waarde

Artikel 27 Lijst graven cultuur-historische waarde
  • a.

    Het college stelt een lijst op met criteria voor graven die in het kader van de cultuurhistorie bewaard moeten blijven;

  • b.

    Voordat ruiming plaatsvindt, wordt getoetst of een graf aan bovengenoemde criteria voldoet;

  • c.

    De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven of verwijderen van grafbedekkingen die voldoen aan genoemde criteria.

Hoofdstuk 8 Inrichting register

Artikel 28 Inrichten register

Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en asbestemmingen. Het register wordt bijgehouden door de administratie van de begraafplaats.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 29 Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, als de toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard;

Artikel 30 Onvoorziene zaken

In zaken betreffende begraven waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 32 Overgangsbepaling
  • a.

    Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Emmen 2011 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening;

  • b.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Emmen 2011 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 33 Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met de voorschriften ten aanzien van de openstelling, orde, rust en netheid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 34 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

Artikel 35 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Beheersverordening begraafplaatsen 2019’.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2018,

de griffier de voorzitter

H.D. Werkman H.F. van Oosterhout

Artikel 31 Intrekken oude regeling

De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Emmen 2011 wordt ingetrokken.