Regeling vervallen per 01-01-2022

Verordening Bedrijveninvesteringszone Vastgoedeigenaren Winkelcentrum Malden 2019-2021

Geldend van 27-12-2018 t/m 31-12-2021

Intitulé

Verordening Bedrijveninvesteringszone Vastgoedeigenaren Winkelcentrum Malden 2019-2021

De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 oktober 2018;

gelet op de artikelen 216 en 217 van de Gemeentewet en de Wet op de bedrijveninvesteringszones;

gelet op de tussen de gemeente Heumen en de Stichting Eigenaren BIZ Winkelcentrum Malden gesloten uitvoeringsovereenkomst;

b e s l u i t:

1. Vast te stellen de 'Verordening Bedrijveninvesteringszone Vastgoedeigenaren Winkelcentrum Malden 2019-2021'

2. Bij gebleken voldoende steun voor de invoering van de Bedrijveninvesteringszone, de verordening in werking te laten treden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Defenities

Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:

  • a.

    BIZ: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven, aangegeven op de bijbehorende kaart.

  • b.

    BIZ-bijdrage: hetgeen daaronder in de wet wordt verstaan

  • c.

    wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones.

  • d.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen;

  • e.

    uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Vastgoedeigenaren Winkelcentrum Malden op 9 oktober 2018 gesloten als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

  • f.

    belastingobject: de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, voor zover die op grond van artikel 220a van de Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dient, en voor zover die op grond van artikel 2 van deze verordening niet uitdrukkelijk is uitgezonderd.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

De verordening is van toepassing op het gebied van het Winkelcentrum Malden en de Hema, welk gebied met de gele markering specifiek is aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart, zulks met uitzondering van parkeervoorzieningen en objecten met betrekking tot nutsvoorzieningen.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen

Artikel 3 Aard van de belasting

Onder de naam BIZ-bijdrage wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt - gedurende de periode van 2019 tot en met 2021 - jaarlijks bij wege van aanslag geheven ter zake van binnen de BI-zone als bedoeld in artikel 2 gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a van de Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage wordt geheven van de vastgoedeigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de BI-zone gelegen belastingobject, dat op grond van artikel 220 Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dient.

  • 3.

    Voor de toepassing van het tweede lid wordt als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht had.

Artikel 5 Tarief BIZ-bijdrage

  • 1.

    De BIZ-bijdrage wordt, gedurende de periode 2019 tot en met 2021, geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2019.

  • 2.

    De BIZ-bijdrage bedraagt 0,15% van de waarde als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat per belastingobject een bedrag zal worden geheven van ten minste € 150 ,- en ten hoogste € 700,-.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, geldt dat een nultarief (€ 0,-) wordt toegepast bij onroerende zaken waar bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker actief is, zijnde leegstand.

  • 4.

    Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand).

  • 4.

    Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.

Artikel 7 Looptijd van de belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 3 jaar.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Uitvoeringsovereenkomst

  • 1.

    De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst en de daarbij behorende bijlagen, wordt jaarlijks verstrekt aan de stichting.

  • 2.

    Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten Uitvoeringsovereenkomst en de daarbij behorende bijlagen.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen

Artikel 10 Algemene subsidieverordening

Op de hieronder genoemde subsidie is de Algemene Subsidieverordening Heumen niet van toepassing.

Artikel 11 Aanwijzing Stichting

De Stichting Eigenaren BIZ Winkelcentrum Malden (hierna: de Stichting) wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

Artikel 12 Subsidieverlening

  • 1.

    De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

  • 2.

    De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag. Deze aanvraag dient schriftelijk en ondertekend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd, te worden ingediend bij het college.

  • 3.

    De aanvraag dient een activiteitenplan en een begroting te bevatten.

  • 4.

    Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst op de aanvraag.

Artikel 13 Subsidieverplichting

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 14 Hoogte BIZ-subsidie

  • 1.

    Het college verstrekt de Stichting jaarlijks een BIZ-subsidie. Deze subsidie is gelijk aan het bedrag van de jaarlijks door de gemeente te ontvangen BIZ-bijdragen. Het college zal derhalve geen perceptiekosten op de uit te keren subsidie in mindering brengen.

  • 2.

    De subsidie wordt overgemaakt op de bankrekening van de Stichting.

  • 3.

    De Stichting is gehouden de activiteiten te verrichten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt.

Artikel 15 Bevoorschotting BIZ-subsidie

  • 1.

    Het college verstrekt op uiterlijk 1 maart van het subsidiejaar een voorschot ter hoogte van 100% van de begrote BIZ-subsidie.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid zal het college voor het subsidiejaar 2019 een voorschot overmaken binnen 8 weken na ontvangst van de subsidieaanvraag, mits is voldaan aan het bepaalde in artikel 5 van de Wet.

Artikel 16 Verantwoording na afloop van het subsidiejaar

  • 1.

    De Stichting brengt het college uiterlijk op 1 mei van het jaar volgend op het subsidiejaar een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten. Het financieel deel van het jaarverslag omvat een vastgestelde jaarrekening. Het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat een verantwoording van de uitvoering van het activiteitenplan.

  • 2.

    Het college kan, indien het daartoe aanleiding ziet, verlangen dat dit verslag vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring van een accountant.

Artikel 17 Vaststelling BIZ-subsidie en eindafrekening

  • 1.

    Binnen 13 weken na ontvangst van het jaarverslag stelt het college de hoogte van de BIZ-subsidie over het voorgaande subsidiejaar definitief vast.

  • 2.

    Indien een deel van de voor een bepaald subsidiejaar verstrekte BIZ-subsidie niet door de Stichting is besteed, kan dit worden aangewend in het volgende subsidiejaar.

  • 3.

    De resterende middelen na afloop van de BIZ periode, zijnde 31 december 2021, dienen aangewend te worden conform de doelstelling als benoemd in artikel 3.

Artikel 18 Melding van relevante wijzigingen

  • 1.

    De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie;

  • 2.

    De Stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepaling

Artikel 19 Bekendmaking, inwerkingstreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Bedrijveninvesteringszone Malden 2019-2021".

afbeelding binnen de regeling

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Heumen,  in zijn openbare vergadering van 29 november 2018

afbeelding binnen de regeling