Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR617402
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR617402/2
Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe
Geldend van 17-04-2026 t/m heden
Intitulé
Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en DrentheGedeputeerde Staten van de provincie Drenthe maken bekend dat bij gelijkluidend besluit van Provinciale Staten van Groningen en Drenthe en de gemeenteraad van Groningen is besloten om in te stemmen met wijziging van de gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam OV-bureau Groningen Drenthe.
HOOFDSTUK I. INLEIDENDE EN ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
deelnemende bestuursorganen: gedeputeerde staten van de provincies Groningen en Drenthe, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, alsmede later toegetreden colleges;
- b.
vertegenwoordigende bestuursorganen: de raad van de gemeente Groningen en de Provinciale Staten van de provincies Groningen en Drenthe;
- c.
het Openbaar Lichaam OV-bureau: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
- d.
de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- e.
openbaar vervoer: openbaar vervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000.
Artikel 2
De belangen ter behartiging waarvan deze gemeenschappelijke regeling is aangegaan, zijn:
- •
het realiseren, instandhouden en verbeteren van openbaar vervoer.
Artikel 3
- 1.
De deelnemende bestuursorganen richten bij deze gemeenschappelijke regeling een openbaar lichaam op als bedoeld in artikel 51, juncto artikel 8, eerste lid, van de wet.
- 2.
Het openbaar lichaam is genaamd “Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe”, hierna te noemen “Openbaar Lichaam OV-bureau” en is gevestigd te Assen.
Artikel 4
- 1.
De deelnemende bestuursorganen besluiten bij gelijkluidend besluit welke vormen van openbaar vervoer onder deze regeling vallen.
- 2.
Het Openbaar Lichaam OV-bureau beschikt daarbij over de bevoegdheden die voortvloeien uit de artikelen 20 en 44 van de Wet personenvervoer 2000.
HOOFDSTUK II. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 5
De organen van het Openbaar Lichaam OV-bureau zijn:
- a.
het algemeen bestuur;
- b.
het dagelijks bestuur;
- c.
de voorzitter.
Artikel 6
- 1.
De in artikel 4 onder het 2e lid bedoelde bevoegdheden liggen bij het algemeen bestuur van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
- 2.
Het algemeen bestuur kan deze bevoegdheden geheel of gedeeltelijk delegeren aan het dagelijks bestuur onverminderd de bepalingen van de wet.
HOOFDSTUK II.A. HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 7
De deelnemende bestuursorganen wijzen elk uit hun midden drie leden, waaronder de portefeuillehouders Verkeer en Vervoer en twee plaatsvervangende leden voor het algemeen bestuur aan.
Artikel 8
- 1.
Eén of meer leden van een deelnemend bestuursorgaan kan de leden van het algemeen bestuur die uit dat bestuursorgaan voortkomen, schriftelijk inlichtingen vragen.
- 2.
Een verzoek tot het geven van inlichtingen wordt ingediend bij de voorzitter.
Artikel 9
- 1.
Een lid van het algemeen bestuur kan door het bestuursorgaan waaruit dat lid voortkomt, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem of haar in dat bestuur gevoerde beleid.
- 2.
Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, geeft het lid van het algemeen bestuur mondeling tijdens een vergadering van het betreffende bestuursorgaan alle verlangde inlichtingen, voor zover dat niet in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 10
Het betreffende bestuursorgaan kan aan een uit hun bestuursorgaan voortkomend lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het betreffende bestuursorgaan niet meer bezit. Artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
- 1.
De deelnemende bestuursorganen kunnen aan het algemeen bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot het Openbaar Lichaam OV-bureau.
- 2.
Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter.
- 3.
De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt.
- 4.
Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het algemeen bestuur gezonden aan de voorzitters van de deelnemende bestuursorganen.
Artikel 12
- 1.
Het algemeen bestuur kan deskundigen, niet zijnde leden van het algemeen bestuur, uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van informatie en advies.
- 2.
Het algemeen bestuur kan leden van niet deelnemende bestuursorganen uitnodigen tot deelneming aan zijn beraadslagingen over bepaalde onderwerpen.
Artikel 13
- 1.
Het algemeen bestuur beraadslaagt en besluit over alle zaken, voorzover niet aan het dagelijks bestuur gedelegeerd, die het Openbaar Lichaam OV-bureau aangaan.
- 2.
Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen, behoudens over de in het volgende lid geduide besluiten.
- 3.
Bij unanimiteit van stemmen worden de volgende besluiten genomen indien en voorzover deze bevoegdheden niet zijn overgedragen aan het dagelijks bestuur:
- a.
Het vaststellen van de begroting zoals bedoeld in artikel 58 lid 1 van de wet.
- b.
Het vaststellen van de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 58 lid 3 van de wet.
- c.
Het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer zoals bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000.
- d.
Het vaststellen van een programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van een concessie zoals bedoeld in artikel 44 van de Wet personenvervoer 2000.
- e.
Besluiten op grond van artikel 35, lid 2 van deze regeling, inhoudende het vaststellen van de gevolgen van een besluit tot uittreding van een deelnemend bestuursorgaan en van de verplichtingen die daaruit voor een uittredend bestuursorgaan ontstaan.
- a.
- 4.
Delegatie van de bevoegdheden krachtens welke de in het derde lid bedoelde besluiten worden genomen, aan het dagelijks bestuur geschiedt niet dan onder voorwaarde, dat het dagelijks bestuur zijn op grond van deze delegatie te nemen besluiten bij voltalligheid en met unanimiteit van stemmen vaststelt.
HOOFDSTUK II.B. HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 14
- 1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de portefeuillehouders Verkeer en Vervoer.
- 2.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden uit elk deelnemend bestuursorgaan één lid aan als plaatsvervangend lid van het dagelijks bestuur,.
Artikel 15
- 1.
Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur of één of meer leden daarvan inlichtingen vragen.
- 2.
De inlichtingen worden schriftelijk gevraagd en ingezonden aan de voorzitter van het dagelijks bestuur.
- 3.
De inlichtingen worden zo spoedig toegezonden aan de verzoeker. Een afschrift van de inlichtingen wordt gezonden aan de overige leden van het algemeen bestuur.
Artikel 16
- 1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn te samen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur respectievelijk door ieder van hen gevoerde beleid.
- 2.
De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het algemeen bestuur, waarbij de leden van het dagelijks bestuur alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen geven.
Artikel 17
- 1.
Het algemeen bestuur kan aan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.
- 2.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege doordat om welke reden dan ook het betreffende lid geen deel meer uitmaakt van het algemeen bestuur.
Artikel 18
- 1.
De taken van het dagelijks bestuur zijn:
- a.
het uitoefenen van de bevoegdheden welke door het algemeen bestuur op basis van artikel 6 lid 2 aan hem zijn gedelegeerd;
- b.
het voorbereiden van hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;
- c.
de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;
- d.
het voorstaan van de belangen van de deelnemende bestuursorganen bij andere overheidsorganen, rechtspersonen en natuurlijke personen;
- e.
het zorgdragen voor de archiefbescheiden.
- f.
het zorg dragen voor het informeren van de deelnemende bestuursorganen omtrent de werkzaamheden van het Openbaar Lichaam OV-bureau
- a.
- 2.
Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen onverminderd het bepaalde in artikel 13, vierde lid.
HOOFDSTUK II.C. DE VOORZITTER
Artikel 19
- 1.
Het algemeen bestuur benoemt één van de leden van het dagelijks bestuur tot de voorzitter van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
- 2.
Het algemeen bestuur benoemt een ander lid van het dagelijks bestuur tot plaatsvervangend voorzitter van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
Artikel 20
- 1.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
- 2.
Hij bevordert een spoedige afhandeling van zaken.
- 3.
Hij tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.
Artikel 21
De voorzitter vertegenwoordigt het Openbaar Lichaam OV-bureau in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een andere persoon opdragen.
HOOFDSTUK II.E. PERSONEEL en ORGANISATIE
Artikel 22
- 1.
Het OV-bureau heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat.
- 2.
Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met de directeur.
- 3.
De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde.
- 4.
De directeur heeft de algehele leiding en coördinatie met betrekking tot de dagelijkse gang van zaken aangaande het Openbaar Lichaam OV-bureau onder andere bestaande uit het voeren van personeels- en huisvestingsbeleid.
Artikel 23
- 1.
De directeur is secretaris van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
- 2.
De secretaris zorgt voor de verslaglegging van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Deze verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van het desbetreffende bestuur ter vaststelling aangeboden.
- 3.
Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend.
Artikel 24
- 1.
Voor de vervulling van zijn taken kan het Openbaar Lichaam OV-bureau gebruikmaken, al dan niet via inlening, van de ambtelijke diensten van de deelnemende bestuursorganen, indien de deelnemende bestuursorganen daarmede instemmen.
- 2.
Het dagelijks bestuur kan besluiten tot de aanstelling van personeel in dienst van het Openbaar Lichaam OV-bureau. Voor deze personeelsleden zijn de regels ter zake van de rechtspositie van ambtenaren in dienst bij de provincie Drenthe van overeenkomstige toepassing, voor zover het dagelijks bestuur niet anders beslist.
HOOFDSTUK III. BEGROTING EN FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 25
- 1.
Voordat de begroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden zendt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan raden en staten vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.
- 2.
Voordat de begroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting uiterlijk op 30 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de vertegenwoordigende bestuursorganen en aan de algemeen besturen van de later toegetreden bestuursorganen.
- 3.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september de begroting voor het daarna volgende kalenderjaar vast volgens de bepalingen van artikel 58 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
- 4.
De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, indien deze wijzigingen niet leiden tot verhoging van de door de deelnemende bestuursorganen verschuldigde bijdragen in de kosten van het Openbaar Lichaam OV-bureau.
Artikel 26
Overeenkomstig de daartoe strekkende wettelijke bepalingen stelt het algemeen bestuur jaarlijks de jaarrekening over het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast en het dagelijks bestuur verzendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli.
Artikel 27
- 1.
Totdat hierin door het algemeen bestuur wijziging wordt aangebracht, worden de kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze regeling aan het OV-bureau overgedragen bevoegdheden, toegerekend en omgeslagen overeenkomstig de verdeelsleutel zoals deze door de deelnemende bestuursorganen is overeengekomen.
- 2.
De exploitatietekorten van het Openbaar Lichaam OV-bureau worden door de deelnemende bestuursorganen volgens een door de deelnemende bestuursorganen overeengekomen verdeelsleutel gedragen.
- 3.
De deelnemende bestuursorganen dragen elk er steeds zorg voor de verantwoordelijkheid dat het Openbaar Lichaam OV-bureau te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
- 4.
Wijzigingen in bovengenoemde verdeling kunnen slechts bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen plaatsvinden.
HOOFDSTUK IV. ZIENSWIJZE, INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Artikel 28
Alvorens het algemeen bestuur besluiten met grote maatschappelijke of bestuurlijke gevolgen neemt, staat het de vertegenwoordigende bestuursorganen vrij hun zienswijze kenbaar te maken. Het algemeen bestuur informeert de vertegenwoordigende bestuursorganen over dergelijke besluiten en geeft daarbij aan op welke wijze en binnen welke termijn deze bestuursorganen hun zienswijze kunnen indienen.
Artikel 29
Er is geen mogelijkheid tot participatie inzake de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling, met uitzondering van de advisering van het consumentenplatform conform het bepaalde in Wet personenvervoer 2000.
Artikel 30
Het algemeen bestuur geeft aan de vertegenwoordigende bestuursorganen gevraagd of ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.
Artikel 31
Het algemeen bestuur voert ieder vierde jaar met ingang van 1 juli 2022 een evaluatie uit naar de samenwerking of het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe. Het algemeen bestuur legt zijn bevindingen voor aan de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen en aan de algemeen besturen van de later toegetreden bestuursorganen.
HOOFDSTUK V. WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING
Artikel 32
Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur of op voorstel van een of meer deelnemende bestuursorganen worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen.
Artikel 33
- 1.
Burgemeester en wethouders van andere gemeenten en gedeputeerde staten van andere provincies kunnen bij het algemeen bestuur een verzoek tot toetreding tot het Openbaar Lichaam OV-bureau indienen.
- 2.
Het algemeen bestuur legt het verzoek tot toetreding, alsmede zijn advies dienaangaande aan de deelnemende bestuursorganen voor alvorens dezen hierover beslissen.
Artikel 34
- 1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam OV-bureau Groningen Drenthe kunnen ieder voor zover zij voor het OV-bureau bevoegd zijn, besluiten tot het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel tezamen met de deelnemende en vertegenwoordigende bestuursorganen besluiten tot het treffen van een andere gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet of besluiten tot de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon.
- 2.
Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft of besluit tot oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur neemt geen besluit dan nadat Provinciale Staten onderscheidenlijk gemeenteraad van iedere deelnemer in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze naar voren te brengen en nadat instemming is verkregen.
- 3.
In dit artikel wordt onder het deelnemen aan een andere gemeenschappelijke regeling dan wel de oprichting van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een andere gemeenschappelijke regeling of privaatrechtelijke rechtspersoon.
Artikel 35
- 1.
Deelnemende bestuursorganen kunnen besluiten tot uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling. Een besluit tot uittreding treedt in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgende op het besluit van het betreffende bestuursorgaan.
- 2.
Het algemeen bestuur regelt, gehoord de deelnemende bestuursorganen, de gevolgen van een besluit tot uittreding en stelt daarbij de verplichtingen van het uittredende bestuursorgaan vast.
Artikel 36
- 1.
Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan, welke de gevolgen van uittreding regelt, vast.
- 2.
Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
- 3.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die het uittredende deelnemende bestuursorgaan overneemt, als bedoeld in artikel 38, lid 1.
- 4.
Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
- 5.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
- 6.
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt, als bedoeld in artikel 37, lid 1, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
- 7.
Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
- 8.
Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.
Artikel 37
- 1.
Het algemeen bestuur stelt binnen uiterlijk vierentwintig maanden gerekend vanaf de dag na bekendmaking van uittreding van deze gemeenschappelijke regeling het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het Openbaar Lichaam OV-bureau over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
- 2.
Uiterlijk twaalf maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
- 3.
In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.
Artikel 38
- 1.
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
- 2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 39
Deze gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van de deelnemende bestuursorganen. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie van het Openbaar Lichaam OV-bureau door het opstellen van een liquidatieplan dat voorziet in de verplichting van de deelnemende bestuursorganen alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende bestuursorganen te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
HOOFDSTUK VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 40
De wijziging van deze gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de dag na publicatie.
Artikel 41
Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam OV-Bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe.
Ondertekening
TOELICHTING
Op de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam OV-bureau van de gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe
Inleiding
De gemeente Groningen en de provincies Groningen en Drenthe werkten jarenlang samen op interregionaal niveau op het gebied van ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgedane ervaringen binnen het openbaar vervoer in het verleden hebben de opdrachtgevende overheden ervoor gekozen zelf een grotere sturende, voorwaardenscheppende en bepalende rol in de ontwikkeling van het openbaar vervoer te vervullen dan voorheen.
In dat kader hebben de colleges van Gedeputeerde Staten (GS) van Groningen en Drenthe en van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Groningen ervoor gekozen de concessie voor het openbaar vervoer per bus en auto gezamenlijk aan te besteden.
- -
Bij de vaststelling van het Programma van eisen (PVE) van de aanbesteding van het stads- en streekvervoer Groningen-Drenthe hebben deze drie opdrachtgevende overheden in mei 2003 gekozen voor de instelling van een openbaar-vervoer (OV)-bureau.
- -
De gemeenschappelijke regeling is op 1 april 2005 in werking getreden en nadien een aantal keren gewijzigd om te voldoen aan wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regeling en om de toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Publiek Vervoer mogelijk te maken.
- -
Als vestigingsplaats van het openbaar lichaam is gekozen voor Assen, aangezien het ambtelijk apparaat van het OV-bureau in Assen is gehuisvest.
Het Openbaar Lichaam als organisatievorm voor het OV-bureau
De Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de colleges van GS van Groningen en Drenthe en B&W van Groningen de mogelijkheid gegeven hun samenwerking op het gebied van het openbaar vervoer gestalte te geven door een gemeenschappelijke regeling in het leven te roepen. Er bestaat op basis van artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de mogelijkheid om een openbaar lichaam, gemeenschappelijk orgaan of een bedrijfsvoeringsorganisatie in te stellen.
Met name om de volgende redenen is destijds gekozen is voor het instellen van een openbaar lichaam.
- 1.
Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid. Bij een gemeenschappelijk orgaan is van dat alles geen sprake waardoor van slagvaardig optreden onder meer richting vervoerder geen sprake kan zijn.
- 2.
Bij een openbaar lichaam is sprake van nagenoeg directe sturing vanwege de verplichting (artikel 12 van de wet) van een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur die direct voortkomen uit de colleges van GS en B&W. De Staten en de Raad moeten volgens de wet in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze over de ontwerpbegroting van een openbaar lichaam te kunnen geven.
Het OV-bureau heeft in de vorm van een openbaar lichaam dus rechtspersoonlijkheid, eigen personeel in dienst, wordt door bestuurders aangestuurd en kan zich, doordat het de bevoegdheden op het gebied van het openbaar vervoer van de colleges overgedragen heeft gekregen, als hét aanspreekpunt voor het openbaar vervoer binnen de provincies Drenthe en Groningen presenteren. Deze juridische vorm leent zich goed voor het OV-bureau.
Bestuur
Het OV-bureau bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en uit de voorzitter. Blijkens artikel 21 behoort tot de bevoegdheden van de voorzitter o.m. de vertegenwoordiging in en buiten rechte. Overeenkomstig 18 is naast de normale taken van een dagelijks bestuur, zoals het voorbereiden en uitvoeren van door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, een belangrijke taak voor het dagelijks bestuur neergelegd in de belangenbehartiging van de deelnemende bestuursorganen bij andere overheidsorganen, rechtspersonen en natuurlijke personen.
Voorbeelden van deze belangenbehartiging zijn te vinden in de contacten met de rijksoverheid om tot een goede verdeling van de overheidsbudgetten voor het openbaar vervoer in Noord-Nederland te komen.
Dit geldt zowel direct voor het openbaar vervoer als indirect door infrastructurele maatregelen te bepleiten. Ook in de contacten met consumentenorganisaties en concessiehouders dient het dagelijks bestuur als belangenbehartiger op te treden.
Het bestuur wordt nagenoeg direct gestuurd door de colleges van Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders, welke elk verplicht zijn uit hun midden in ieder geval de portefeuillehouder belast met het openbaar vervoer aan te wijzen.
Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken
Het OV-bureau heeft in navolging van bovenstaande de overheidstaken voor het uitoefenen van openbaar vervoer, die de drie bestuursorganen elk afzonderlijk verrichtten, overgedragen gekregen.
De belangenbehartiging is afgeleid van de maatschappelijke opdracht die de overheden ten aanzien van het vervoer hebben te vervullen. Er is voor een algemene omschrijving gekozen die luidt als volgt:
“het verder ontwikkelen en uitdragen van de betekenis van het openbaar vervoer in de regio Groningen en Drenthe, zodanig dat het sociaaleconomisch belang gediend wordt en de toenemende vraag naar mobiliteit opgevangen kan worden”.
In artikel 4 is aangegeven dat de deelnemende bestuursorganen bij gelijkluidend besluit bepalen welke vormen van openbaar vervoer onder deze regeling vallen.
De deelnemende bestuursorganen hebben ervoor gekozen het gehele openbaar vervoer per bus en auto in de provincies Groningen en Drenthe onder deze gemeenschappelijke regeling te brengen. Dit betreft niet alleen de gezamenlijk verleende concessie, maar zo zijn er ook onder andere afspraken gemaakt over grensoverschrijdend openbaar busvervoer in de omliggende gebieden.
Het Openbaar Lichaam OV-bureau heeft de volgende verantwoordelijkheden.
- 1.
Zorgen voor en bevorderen van openbaar vervoer per auto en per bus en andere vormen van vervoer ter uitvoering van artikel 20 van de wet Personenvervoer.
- 2.
Zorgen voor een juiste naleving en uitvoering van de concessievoorschriften.
- 3.
Zorgen voor de voorbereiding en totstandkoming van nieuwe concessies.
Het Openbaar Lichaam OV-bureau beschikt over de bevoegdheden welke voortvloeien uit de artikelen 20 en 44 Wet personenvervoer 2000, waaronder met name
- 1.
het kunnen beschikken over het (gemeenschappelijke) exploitatiebudget voor het openbaar vervoer (binnen de betreffende concessies);
- 2.
de beslissingsbevoegdheid over de wijze waarop dit budget aangewend wordt;
- 3.
de bevoegdheid inhoudelijk te bepalen hoe het openbaar vervoer (binnen de betreffende concessies) wordt vormgegeven;
- 4.
de bevoegdheid bindende afspraken met de vervoerder te kunnen maken ten aanzien van de exploitatie van het openbaar vervoer (binnen de betreffende concessies);
- 5.
de bevoegdheid bindende afspraken te kunnen maken over het openbaar vervoer met overige belanghebbenden;
- 6.
de bevoegdheid om te beslissen over verlenging van de concessie (binnen de betreffende concessiebepalingen).
De taken die het Openbaar Lichaam OV-bureau heeft uit te voeren zijn onder te verdelen in algemene en specifieke taken, te weten:
Algemene taken
- 1.
Het beheer van het openbaar vervoer (concessieverlening, aanbesteding) en ontwikkeling van openbaar vervoer (planvorming, coördinatie van de openbaar vervoer aspecten).
- 2.
De bundeling van de Openbaar Vervoertaken en -verantwoordelijkheden van de drie overheden.
- 3.
De advisering van de provincies en gemeenten in het Openbaar Vervoerbeleid in relatie tot het algemene beleidsproces van ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer.
Specifieke taken
- 1.
Algemeen financieel-economisch beheer.
- 2.
Concessieontwikkeling en –beheer.
- 3.
Ontwikkeling (lange termijn) van het openbaar vervoer.
- 4.
De coördinatie van beleidsontwikkeling in relatie tot openbaar vervoer.
- 5.
Het voorbereiden van de beslissing tot verlenging van de GGD-concessie en mogelijk hieruit volgend het laten plaatsvinden van de aanbesteding van de concessie in 2007.
De werkzaamheden zoals die door het Openbaar Lichaam OV-bureau uitgeoefend gaan worden, liggen op het terrein van de uitvoering van de Wet Personenvervoer 2000 en behoren daarmee tot de competentie van de colleges van Gedeputeerde Staten.
De vaststelling van het Openbaar Vervoerbudget is een bevoegdheid van Provinciale Staten. Daarnaast moeten zij, naast de raden van de deelnemende gemeenten, op grond van de wet, in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze op de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam te geven.
Doordat deze zienswijze door het algemeen bestuur van het openbaar lichaam bij zijn besluitvorming over de begroting meegenomen moet worden, kunnen Staten en Raad hun invloed uitoefenen. Als het algemeen bestuur een dergelijke zienswijze negeert kunnen de bestuursleden direct in hun eigen colleges ter verantwoording worden geroepen.
Daarbij is ervoor gekozen om bij besluiten met grote maatschappelijke of bestuurlijke gevolgen het bestuur pas een besluit te laten nemen, nadat bespreking heeft plaatsgevonden in de colleges en/of raad en Provinciale Staten. Op grond van artikel 10a van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van besluiten die het bestuur van de gemeenschappelijke regeling neemt in verband met de uitoefening van de overgedragen bevoegdheden. Voor de uitvoering van haar taken is het OV-bureau afhankelijk van de gelden die de deelnemende bestuursorganen daarvoor beschikbaar stellen. Hierover zijn de nodige afspraken gemaakt op basis van het uitgangspunt dat de kosten verbonden aan de uitvoering van de ingevolge deze regeling aan het OV-bureau overgedragen bevoegdheden, toegerekend en omgeslagen worden overeenkomstig de verdeelsleutel zoals deze door de deelnemende bestuursorganen is overeengekomen.
De verdeling van de exploitatiekosten (ook wel deelnemersbijdrage genoemd) ten behoeve van de exploitatie van het openbaar vervoer vindt plaats op basis van een verdeelsleutel van provincie Groningen 65%, de provincie Drenthe 35% en de gemeente Groningen (0%).
De verdeelsleutel onderling de deelnemende bestuursorganen van het OV-bureau van de bijdrage aan de organisatiekosten van het OV-bureau (ook wel exploitatiesubsidie genoemd) is als volgt; 44% voor de provincie Groningen, 35% voor de provincie Drenthe en 21% voor de gemeente Groningen.
De exploitatietekorten van het Openbaar Lichaam OV-bureau worden door de deelnemende bestuursorganen gedragen volgens de verdeelsleutel van: 44% voor de provincie Groningen, 35% voor de provincie Drenthe en 21% voor de gemeente Groningen. De Financiële Verordening van het Openbaar Lichaam OV-bureau geeft een nadere uitwerking van deze verdeelsleutel weer.
Wanneer het takenpakket van het Openbaar Lichaam OV-bureau wordt uitgebreid met andere vormen van openbaar vervoer dan die hiervoor genoemd, dient de verhouding te worden herberekend naar rato van het dan ingebrachte Openbaar Vervoerbudget. Dit zal in elk geval geschieden wanneer definitief wordt besloten het regionale spoorvervoer onder het OV-bureau te brengen. Uiteraard zal de verdeelsleutel ook worden gewijzigd indien er sprake is van een uitbreiding van de deelnemende bestuursorganen aan deze gemeenschappelijke regeling. De dekking van de kosten voor het Openbaar Lichaam OV-bureau wordt bereikt door de inzet van maximaal de bestaande personele gelden en een deel van de exploitatiesubsidie.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl