Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent aangepaste subsidie (Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken Amsterdam)

Geldend van 01-01-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent aangepaste subsidie (Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken Amsterdam)

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 december 2018 hebben besloten:

  • 1.

    De gewijzigde subsidieregeling ‘Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken 2019’ (zoals opgenomen in bijlage 1) vast te stellen en deze in te laten gaan per 1 januari 2019. De belangrijkste wijzigingen zijn:

    • a.

      De subsidie voor gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven kan maximaal drie keer per jaar worden aangevraagd;

    • b.

      Het minimale aantal uren voor de inzet van straatmanagement is verlaagd naar drie uur.

  • 2.

    In te stemmen met het intrekken van de huidige subsidieregeling ‘Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken’ per 1 januari 2019.

Bijlage 1: Subsidieregeling Economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken 2019

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Amsterdams Ondernemers Programma: Het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) ‘Ruimte voor ondernemers!’ 2015-2018, zoals op 17 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad;

  • b.

    ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013;

  • c.

    bedrijfsruimte: een ruimte die is bestemd tot of geschikt is voor de uitoefening van een bedrijf of beroep en in het bestemmingsplan als bedrijfsruimte is aangemerkt, waaronder het gebruik als winkel;

  • d.

    Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van het stadsdeel is een bestuursorgaan met gemandateerde beslissingsbevoegdheden. Dat betekent dat zij de taken en bevoegdheden uitvoert namens het college van B en W. Zij legt hierover verantwoording af aan het college

  • e.

    eigenaar: de institutionele belegger, woningcorporatie of particuliere eigenaar die een bedrijfsruimte in eigendom heeft en dit aan een derde verhuurt of in eigen gebruik heeft;

  • f.

    gebiedsagenda: document waarin wordt vastgelegd wat er de komende

    • 1.

      periode in een bepaalde buurt moet gebeuren;

  • g.

    gebiedsplan: uitvoeringsplan per gebied gebaseerd op de gebiedsagenda;

  • h.

    loonkosten: arbeidskosten voor de salariëring of inhuur van de straatmanager;

  • i.

    ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft en ingeschreven is in het Handelsregister dan wel beschikt over een fiscale zelfstandigheidsverklaring;

  • j.

    ondernemersvereniging: rechtspersoon die staat ingeschreven in het Handelsregister met als doelstelling het behartigen van de belangen van ondernemers op straat-, plein-, buurt-, of wijkniveau;

  • k.

    projectgebied: door het dagelijks bestuur aan te wijzen gebied waar de regeling van kracht is;

  • l.

    renovatie: herstelwerkzaamheden aan een pand die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en die ingrijpender zijn dan het normale onderhoud;

  • m.

    straatmanagement: activiteit die wordt uitgevoerd in opdracht van en aangestuurd door een ondernemersvereniging met als doel het verbeteren van het economisch klimaat in een gebied, voortvloeiend uit afspraken tussen gemeente en vertegenwoordigers van het lokale bedrijfsleven;

  • n.

    straatmanager: persoon die in opdracht van of in dienst van en onder verantwoordelijkheid van een ondernemersvereniging het straatmanagement uitvoert;

  • o.

    gebied: concentraties van economische activiteiten die publiek toegankelijk zijn, zoals winkelstraten, winkelbuurten, winkelcentra, bedrijventerreinen, kantorenlocaties en uitgaansgebieden.

Artikel 1.2. Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt voor de activiteiten, die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan binnen het subsidieplafond onderscheid maken per soort activiteiten en gebied.

  • 3. De aanvragen van subsidie voor de activiteiten die volgens deze regeling voor subsidie in aanmerking komen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Artikel 1.4 Algemene weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het dagelijks bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de activiteiten niet bijdragen aan de economische opgaven in de buurt, zoals geformuleerd in de gebiedsagenda’s en gebiedsplannen en het Amsterdams Ondernemers Programma;

  • b.

    de aanvraag alleen is bedoeld om het duurzame voortbestaan van de aanvrager te stimuleren;

  • c.

    als de aanvrager voor dezelfde kosten reeds subsidie ontvangt van op grond van een andere regeling;

  • d.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds is aangevangen of heeft plaatsgevonden op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 1.5 Overgangsbepaling

[vervallen]

Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur

Artikel 2.1 Doel subsidie

Het doel van deze subsidieregeling is het renoveren van kleinschalige winkel- en bedrijfsruimtes door subsidie te verlenen voor de renovatie van bedrijfsruimtes waardoor de verhuurbaarheid verbetert, de praktische bruikbaarheid en de uitstraling van het pand wordt verhoogd, het pand beter voldoet aan de eisen van de markt en de duurzaamheid van het object toeneemt.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

Het dagelijks bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken voor een van de volgende activiteiten:

  • a.

    renovatie van de bedrijfsruimte;

  • b.

    het verbeteren van de bouwkundige staat en kwaliteit van de bedrijfsruimtes in het projectgebied;

  • c.

    het verbeteren van het aanzicht van de bedrijfsruimten;

  • d.

    het vervangen van gesloten rolluiken;

  • e.

    het verbeteren van de veiligheid van het bedrijfspand door het treffen van aard- en nagelvaste ingrepen aan en rond het gebouwde object.

Artikel 2.3 Werkingsgebied en budgetverdeling subsidiabele activiteiten

  • 1. Het dagelijks bestuur wijst projectgebieden aan waarin de subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten zoals omschreven in artikel 2.2;

  • 2. Het dagelijks bestuur stelt daarbij een lijst op met subsidiabele activiteiten, stelt de hoogte en de berekeningsgrondslag van de subsidie vast;

  • 3. Het dagelijks bestuur kan hierbij eisen stellen aan de maximale omvang van een bedrijf en een maximum subsidiebedrag vaststellen;

  • 4. Het dagelijks bestuur stelt alleen dan een budget ter beschikking wanneer de subsidiabele activiteiten aansluiten bij de door de raad vastgestelde gebiedsplannen.

Artikel 2.4 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren, huurders van bedrijfs- of winkelruimte en ondernemersverenigingen.

Artikel 2.5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Naast de gegevens die de aanvrager moet overleggen op grond van artikel 5 van de ASA dient de aanvrager te overleggen:

  • a.

    een beschrijving van de situatie voor de aanvang van de werkzaamheden in tekst, ondersteund door foto’s of andere beelddragers;

  • b.

    een tekening waarop een eindbeeld met de beoogde veranderingen van het project zijn aangegeven;

  • c.

    een raming van de kosten;

  • d.

    een akkoordverklaring van eigenaar wanneer door een huurder of een ondernemersvereniging de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 2.6 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het dagelijks bestuur een subsidie weigeren te verlenen voor panden waarin functies zijn gevestigd waarvan het dagelijks bestuur het niet wenselijk acht deze te ondersteunen.

Artikel 2.7 Verantwoording subsidies

In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

  • a.

    een eindafrekening van de gemaakte kosten;

  • b.

    een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden, ondersteund door foto’s of andere beelddragers.

Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven

Artikel 3.1 Doel subsidie

Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van initiatieven van ondernemersverenigingen die gericht zijn op het verbeteren van het economisch functioneren van het gebied.

Artikel 3.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het dagelijks bestuur kan eenmalige subsidie verstrekken van maximaal € 5.000, - voor:

    • a.

      activiteiten gericht op een schoon, heel, veilig en aantrekkelijk gebied;

    • b.

      activiteiten gericht op het verbeteren van de binding met de bezoekers van het gebied waar het initiatief plaatsvindt.

  • 2.

    Subsidie kan maximaal drie keer per boekjaar worden aangevraagd door een ondernemersvereniging voor iedere keer verschillende activiteiten.

Artikel 3.3 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.

Artikel 3.4 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het dagelijks bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de aanvraag deels betrekking heeft op eigen personeelskosten dan wel kosten voor vrijwilligers en consumpties;

  • b.

    activiteiten niet gericht zijn op het gebied waarvoor de ondernemersvereniging de ondernemersbelangen behartigt;

  • c.

    de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die tot de algemeen gangbare bedrijfsactiviteiten van de ondernemers behoren;

  • d.

    het initiatief alleen gericht is op het persoonlijke belang van de aanvragers en geen aanvulling is op het bestaande aanbod van activiteiten en voorzieningen in het gebied.

Hoofdstuk 4. Straatmanagement

Artikel 4.1 Doel van de subsidieregeling

Het doel van deze subsidieregeling is het economisch functioneren van winkelgebieden duurzaam te versterken en in stand te houden door subsidie te verlenen voor de inzet van straatmanagement door de ondernemersvereniging voor inspanningen die bijdragen aan:

  • a.

    het verbeteren van de economische structuur;

  • b.

    het verbeteren van de uitstraling en imago van het winkelgebied;

  • c.

    het verbeteren van de openbare ruimte van het winkelgebied;

  • d.

    het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid;

  • e.

    het versterken van de lokale organisatiegraad van de ondernemers;

  • f.

    het in stand houden van de opgebouwde status van het winkelgebied.

Artikel 4.2 Subsidiabele activiteiten

Het dagelijks bestuur kan een eenmalige subsidie verstrekken voor straatmanagementactiviteiten.

Artikel 4.3 De hoogte van de subsidie

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt voor de activiteiten die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vast;

  • 2. De subsidie wordt uitsluitend verleend op basis van cofinanciering, waarbij de ondernemersvereniging bijdraagt aan de financiering van het straatmanagement.

  • 3. Het dagelijks bestuur verleent de subsidie als volgt:

    • a.

      ondernemersverenigingen die starten met de inzet van straatmanagement ontvangen de eerste twee jaar jaarlijks een bijdrage van maximaal 75% van de loonkosten van de straatmanager;

    • b.

      ondernemersverenigingen die voor het derde jaar en daarop volgende jaren straatmanagement inzetten, ontvangen jaarlijks een subsidie van maximaal 50% van de loonkosten van de straatmanager;

    • c.

      [vervallen]

    • d.

      de hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op een normbedrag voor de loonkosten van een straatmanager van € 70.000,- per jaar bij een 40-urige werkweek wanneer er sprake is van een vast inhuurcontract. Wanneer sprake is van inhuur op declaratiebasis bedraagt het normbedrag voor de loonkosten van een straatmanager € 50,- per uur.

Artikel 4.4 De aanvrager

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een ondernemersvereniging.

Artikel 4.5 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een begroting met daarin de wijze waarop de ondernemersverenging de cofinanciering aan het straatmanagement regelt;

  • b.

    een werkplan voor de straatmanager voor de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 4.6 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 en artikel 1.4 van deze regeling kan het dagelijks bestuur weigeren subsidie te verstrekken als:

  • a.

    de subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die tot de algemeen gangbare bedrijfsactiviteiten van de ondernemers behoren;

  • b.

    het initiatief alleen gericht is op het persoonlijke belang van de aanvragers en geen aanvulling is op het bestaande aanbod van activiteiten en voorzieningen in het gebied;

  • c.

    de uitvoering van de activiteiten niet geschiedt door de aanvrager of niet onder zijn toezicht en verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.

Artikel 4.7 Aanvraag tot vaststelling

De ontvanger van een eenmalige subsidie dient uiterlijk op 1 mei van het jaar na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het dagelijks bestuur in.

Hoofdstuk 5. Slotbepaling

Artikel 5.1 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling economische stimulering binnen het gebiedsgerichte werken Amsterdam.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders voornoemd,

Femke Halsema,

burgemeester

Wil Rutten,

waarnemend gemeentesecretaris

Toelichting bij de subsidieregeling

Deze subsidieregeling beoogt het gebiedsgerichte werken te ondersteunen door subsidieinstrumenten in te stellen die de lokale economische structuur van deze gebieden kunnen versterken. Dit gebeurt door de ondersteuning van lokale ondernemersinitiatieven, de inzet van straatmanagement en het kwalitatief op peil houden van de bedrijfsruimten in het gebied. Uitgangspunt van deze regeling is dat ondernemers samenwerken in activiteiten waarbij het economisch functioneren van het gebied wordt versterkt en zo bijdragen aan de verbetering van het woon- werk- en leefklimaat in het gebied.

Deze regeling is een regeling zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Uitsluitend lokale ondernemersverenigingen komen in aanmerking voor subsidie. Vertegenwoordigers van ondernemers met een groter bereik dan het winkelgebied, zoals brancheverenigingen, MKB-Amsterdam, VAC, ORAM, zijn uitgesloten omdat zij een bovenlokaal belang dienen. Zij kunnen wel optreden als samenwerkingspartner van een lokale ondernemersorganisatie.

Hoofdstuk 2. Verbetering fysieke structuur

Algemene toelichting

Dit hoofdstuk beoogt de ondersteuning van eigenaren en gebruikers bij het verbeteren van hun bedrijfspand zoals een winkel, werkplaats of kantoor. Hiermee wordt de fijnmazige structuur van winkels en bedrijfsruimten in de gemeente in stand gehouden en worden gebieden aantrekkelijk gehouden voor winkeliers en het winkelend publiek. Dit bevordert het instandhouden en verbeteren van een goed woon-, werk- en leefklimaat in de gemeente.

De regeling ondersteunt maatregelen die een duurzame en langdurige bijdrage hieraan leveren door fysieke verbeteringen aan deze bedrijfsruimten te bevorderen. Hierdoor worden deze ruimten geschikt gehouden voor gebruik in de nabije toekomst. Door deze ondersteuning worden eigenaar en gebruiker mede gestimuleerd om niet te kiezen voor verplaatsing van hun bedrijf naar een beter geoutilleerd werkgebied maar te kiezen voor verbetering van hun huidige werkomgeving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.6

Dit artikel beoogt het algemeen bestuur instrumenten te geven om het beleid te ondersteunen om een disbalans in functies in een gebied te herstellen. Voor sommige gebieden geldt dat de economische structuur verstoord wordt door een aanbod dat een negatief effect heeft op het woon-, werk- en leefklimaat ter plaatse. In beleidsnota’s, gebiedsplannen en bestemmingsplannen wordt aangegeven waar verbetering gewenst is. Voorbeelden van deze verstoring zijn een overconcentratie aan functies als coffeeshops, souvenirwinkels, sekswinkels, en winkels in geestverruimende paddenstoelen. Wanneer het beleid er op gericht is om deze functies in aantal te laten afnemen, ligt het niet in de rede om de bedrijfsruimten waarin deze functies zijn gevestigd, toekomstbestendig te maken, zonder het gebruik ervan te wijzigen.

Hoofdstuk 3. Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven

Algemene toelichting

Dit hoofdstuk beoogt lokale initiatieven van ondernemersverenigingen, die gericht zijn op het beter economisch functioneren van het gebied waarin de ondernemersvereniging opereert, eenmalig te faciliteren.

In de gebiedsplannen van de 22 gebieden binnen de gemeente Amsterdam en in het Amsterdams Ondernemers Programma worden de doelen geformuleerd voor een goed ondernemersklimaat.

Het hoofdstuk draagt het karakter van een ‘oliekannetjesregeling’ waarmee de gebieden snel kunnen inspelen op lokale ondernemersinitiatieven. De regeling ondersteunt dergelijke initiatieven met een financiële bijdrage. Dit veronderstelt een bijdrage van de ondernemersvereniging, in ieder geval in mensuren en een financiële bijdrage aan het initiatief. Omdat de bestuurskracht en financiële mogelijkheden van ondernemersverenigingen sterk verschillen, is het aan het dagelijks bestuur om te beoordelen wat een realistische en redelijke bijdrage is.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3.2

De regeling beoogt kleinschalige initiatieven te ondersteunen en wil deze niet beperken door een limitatieve lijst. Voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn: verfraaiing van de openbare ruimte boven het niveau dat de gemeente financiert, optredens van kerstkoren, acties die aansluiten op een culturele gebeurtenis in een nabijgelegen museum of instelling, culturele evenementen zoals ‘De nacht van de poëzie’, sportgebeurtenissen, foodfairs en braderieën, feestelijke lokale gebeurtenissen en overvaltrainingen, organiseren bijeenkomsten voor ondernemers, opstellen brancheringsplan, uitvoeren KVO audit, ontwikkelen website, ontwerpen logo, organiseren straatfeest.

Het is niet mogelijk om in hetzelfde boekjaar voor dezelfde activiteit meerdere subsidies voor gebied gebonden ondernemersinitiatieven aan te vragen. Voor de organisatie van een sinterklaasfeest kan bijvoorbeeld maar een keer subsidie worden aangevraagd.

Hoofdstuk 4. Straatmanagement

Algemene toelichting

De omgeving waarin bedrijven functioneren is mede bepalend voor het succes van deze bedrijven. Door deze omgeving in gezamenlijkheid aan te pakken zijn bedrijven beter in staat aan veranderingen en bedreigingen het hoofd te bieden en kansen te verzilveren. Een belangrijk instrument om deze samenwerking gestalte te geven is het straatmanagement.

Functieomschrijving straatmanager

Een straatmanager staat voor het gemeenschappelijk belang van het winkelgebied. De straatmanager speelt een actieve rol bij het ontwikkelen en versterken van een duurzame concurrentiepositie van een winkelgebied. De straatmanager werkt samen met de lokale ondernemers, vastgoedeigenaren, politie, bewoners en gemeente rond thema’s als visieontwikkeling, branchering, leegstand, beheer en openbare ruimte, bereikbaarheid, veiligheid en promotie en marketing.

De straatmanager is namens de lokale ondernemers een verbindende schakel in de samenwerking tussen vertegenwoordigers van andere belanghebbenden, zoals politie, vastgoedeigenaren, bewoners en de gemeentelijke gebiedsmakelaars en gebiedsbeheerders.

Straatmanagers zijn actief betrokken bij de totstandkoming van de gebiedsagenda en het gebiedsplan.

Aansturing straatmanagement

De straatmanager voert deze activiteiten uit namens de ondernemersvereniging. Het bestuur van de ondernemersvereniging is verantwoordelijk voor het opstellen van een werkplan voor de straatmanager en de begeleiding van de werkzaamheden van de straatmanager.

Takenpakket

Straatmanagement kent vier kerntaken:

  • 1.

    Versterking economische structuur van de straat. Straatmanagement levert een bijdrage aan activiteiten die de economische structuur van de straat versterken, zoals het ontwikkelen van een visie, het ondersteunen van eigenaren en makelaars bij het vinden van huurders voor panden die de diversiteit en de aantrekkelijkheid van het gebied versterken en het bevorderen van de aanwezigheid van voorzieningen die de straat verbeteren (zoals pinautomaten en specifieke horecavoorzieningen ).

  • 2.

    Verhogen van de veiligheid in de straat. Dit kan onder andere worden ingevuld door de inzet van straatmanagement in de uitvoering van het Keurmerk Veilig Ondernemen, participatie in projecten of online platforms die de veiligheid in de straat verhogen, samenwerking met de politie aan preventieprojecten en begeleiding van ondernemers bij zaken als elektronisch aangifte doen van winkeldiefstal en het uitschrijven van winkelontzeggingen.

  • 3.

    Beheer openbare ruimte. Voor de dagelijkse gang van zaken is de straatmanager de schakel namens de ondernemers in de straat met vertegenwoordigers van de gemeente en politie. Te denken valt aan de verwijdering van graffiti en kauwgom, vuilophaal, parkeren en reclame-uitingen en de kerstversiering.

  • 4.

    Communicatie en promotie. Straatmanagement ondersteunt actief de communicatie tussen de ondernemers onderling als ook de algemene promotie en marketing van de straat naar buiten. Te denken valt aan gebiedsbranding projecten, het participeren in het opzetten en het onderhoud van website en social media, een ondernemersnieuwsbrief en promotionele acties en evenementen voor de straat in zijn geheel. De straatmanager ondersteunt activiteiten die het draagvlak van de winkeliersvereniging vergroten, zoals ledenwerving.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 4.1

De subsidiegelden zijn bedoeld voor dekking van de loonkosten of de kosten van inhuur van een straatmanager

De subsidie is niet bedoeld voor de uitvoering van de activiteiten van de straatmanager, zoals bureaukosten, promotiemateriaal, feestverlichting.

In dit artikel wordt gesproken van een eenmalige subsidie. Dit betekent dat de activiteit waaraan de subsidie verbonden is, van bepaalde duur is. Het is mogelijk meerdere malen een eenmalige subsidie te verlenen.

Artikel 4.3

Artikel 4.3 sub 2 bepaalt dat subsidie alleen verleend wordt indien de ondernemersvereniging mede bijdraagt in de kosten voor de straatmanager. Hoe de ondernemersvereniging deze bijdrage financiert, is aan de vereniging zelf, zolang er maar geen sprake is van stapeling van overheidssubsidies. Naast de inkomsten uit contributie is het denkbaar is dat de ondernemersvereniging financiën ontvangt van pandeigenaren of uit commerciële activiteiten, zoals winst uit de organisatie van een braderie of uit giften van leden.

In artikel 4.3 sub 3 is een maximumbedrag opgenomen dat de gemeente financiert. In alle gevallen van subsidieverlening geldt dat de gemeente geen btw financiert.

Onderstaand rekenvoorbeeld is te gebruiken voor de berekening van de hoogte van de subsidie. Stel een ondernemersvereniging vraagt subsidie aan voor een straatmanager voor 12 uur per week. Het normbedrag is € 60.000,- per jaar bij een 40-urige werkweek. Omgerekend is dit

€ 60.000/ 40 = € 1.500,- per uur. Toegepast op het voorbeeld is de berekening voor het subsidiebedrag als volgt:

De straatmanager wordt voor 50% (de helft) gesubsidieerd, dus voor (12/2)=6 uur per week. De hoogte van de subsidie is dan 6 x € 1.500,- = € 9.000,- per jaar.

De regeling kent een hogere maximale bijdrage in de eerste twee subsidiejaren van 75% in plaats van 50%. Dit stelt de ondernemersvereniging in staat om zijn leden in de praktijk te overtuigen van het nut en noodzaak van straatmanagement en zo draagvlak te creëren voor de substantiële bijdrage die gevraagd wordt van de leden van de ondernemersvereniging.

Wanneer een ondernemersvereniging voorafgaand aan deze regeling subsidie heeft ontvangen van het dagelijks bestuur van Zuid of Centrum voor de inzet van straatmanagement, dan worden de jaren meegeteld in de vaststelling van het percentage van de eigen bijdrage.

Voor ondernemersverenigingen die in de afgelopen periode op andere gronden dan deze regeling een bijdrage hebben ontvangen voor straatmanagement van het college of van het dagelijks bestuur, komen niet in aanmerking voor artikel 4.3, derde lid onder a. Voor deze ondernemersverenigingen geldt namelijk dat ze niet starten met de inzet van straatmanagement.