MARKTREGLEMENT GEMEENTE KERKRADE 2012

Geldend van 23-12-2021 t/m heden

Intitulé

MARKTREGLEMENT GEMEENTE KERKRADE 2012

Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade;

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de Marktverordening gemeente Kerkrade 2012;

Gelet op artikel 160, eerste lid, sub h Gemeentewet juncto artikel 2 van de Marktverordening gemeente Kerkrade 2012;

B E S L U I T :

vast te stellen de volgende:

Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Kerkrade

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Kerkrade 2012 gegeven begripsomschrijvingen zijn tevens van toepassing op dit marktreglement.

Artikel 2. Dag, tijd, plaats en opstelling van de markt

  • 1. In de gemeente Kerkrade worden de volgende markten gehouden

    • a.

      op woensdag in Spekholzerheide op het parkeerterrein aan het Carboonplein van 08.30 tot 12.30 uur, zoals aangegeven op bijbehorende kaart A;

    • b.

      op vrijdag in Kerkrade-Centrum op het pleingedeelte van de Markt van 08.30 tot 12.30 uur, zoals aangegeven op bijbehorende kaart B;

    • c.

      op zaterdag in Eijgelshoven op het plein, gelegen tussen Laurastraat, Veldhofstraat, Torenstraat en Terbruggen zoals aangegeven op bijbehorende kaart C, de algemene warenmarkt van 08.00 tot 17.00 uur en de verkoop van diepgevroren vis en visproducten van 06.00 tot 12.00 uur;

  • 2 Onverminderd het bepaalde in de volgende artikelleden kan het college op grond van dringende redenen, in afwijking van het eerste lid, bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, op een andere begin- en/of eindtijd, op een andere plaats, dan wel geheel wordt afgelast.

  • 3 Het college is bevoegd te bepalen dat geen markt wordt gehouden of dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid bedoelde dag samenvalt met een van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet genoemde dagen of delen daarvan, behoudens het bepaalde in de Winkeltijdenverordening Kerkrade 2011.

  • 4 De opstelling van de markt op vrijdag in Kerkrade-Centrum kan maximaal 7 keer per jaar afwijkend plaats vinden van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder b. van dit reglement. In de jaren dat het Wereld Muziek Concours wordt gehouden kan maximaal 11 keer per jaar worden afgeweken van het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder b van dit reglement. Kleine aanpassingen/verschuivingen waarbij slechts een deel van de markt wordt opgeschoven richting Niersprinkstraat, tellen hierbij niet mee.

  • 5. De opstelling van de markt op zaterdag in Eijgelshoven tijdens de jaarlijkse voor- en najaarskermis vindt afwijkend plaats van het bepaalde in artikel 2, lid 1 onder c van dit reglement.

  • 6. De opstelling en indeling van de markten genoemd in het eerste lid onder a tot en met c en het opstellen van de marktkramen, vindt plaats zoals op die bij de betreffende markt bijbehorende kaart genoemd Opstellings- c.q Vlekkenplan is aangegeven.

Artikel 3. Afgelasting markt

Indien bij aanvang van de markt of gedurende de tijdsperiode waarop de markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten e.d. de orde op de markt kunnen verstoren, er direct gevaar dreigt voor de vergunninghouder, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden, kan het college besluiten:

  • a.

    de vergunninghouder te verplichten de noodzakelijkevoorzorgsmaatregelen te treffen;

  • b.

    de markt anders op te stellen c.q. in te richten;

  • c.

    de markt niet te laten aanvangen, of;

  • d.

    de markt onmiddellijk te beëindigen.

Artikel 4. Afmeting standplaats en de branche-indeling

  • 1. De afmeting van een standplaats bedraagt 4 strekkende meter of een veelvoud daarvan met een maximum van 40 strekkende meter.

  • 2. Het college kan bij de toewijzing van de standplaatsen afwijken van de standaardmaten.

  • 3. De branchering, evenals het maximum aantal standplaatsen per branche is vastgesteld per markt, zoals weergegeven op bijlage D behorende bij dit reglement.

Hoofdstuk 2 Vergunningen

Artikel 5. Aanvraag vergunning vaste plaats of dagplaats

  • 1. Voor de toewijzing van een vaste standplaats of dagplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon, die schriftelijk een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en die:

    a. daarbij aantoont dat hij persoonlijk dan wel de rechtspersoon bij wie hij in loondienst is of waar hij deel van uitmaakt, staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel als ambulante handelaar;

    b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs overlegt;

    c. een omschrijving met foto verstrekt van de verkoopinrichting die de aanvrager wil gebruiken, voorzien van keuringsrapport ten bewijze dat de jaarlijkse keuring heeft plaats gevonden.

  • 2. Bij toewijzing van een standplaats dient de vergunninghouder persoonlijk, of de rechtspersoon waarbij hij in loondienst is bij voortduring ingeschreven te staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, dient een aanvrager, afkomstig uit een land dat aangesloten is bij de Europese Economische Ruimte (EER), met de in het eerste lid van dit artikel bedoelde vereisten, gelijkwaardige inschrijvingsbewijzen te overleggen.

  • 4. Aanvullend aan het bepaalde in het eerste lid dient een aanvrager, niet afkomstig uit een EER-land, een verblijfsvergunning voorzien van de aantekening ‘Arbeid is vrij toegestaan’ te overleggen.

  • 5. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de aanvrager voor een dagplaats volstaan met het doen van een mondelinge aanvraag, dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 11.

Artikel 5a Afwijzingsgronden aanvraag

Op een aanvraag om een marktvergunning voor een vaste standplaats kan in ieder geval afwijzend worden beslist, indien:

a. het maximum aantal beschikbare standplaatsen is vergund;

b. de aanvraag in strijd is met het Branchebesluit;

c. de aanvraag in strijd is met de bepalingen van dit reglement met inbegrip van het Opstellingsplan c.q. Vlekkenplan, de Marktverordening en de daarop gebaseerde beleidsregels;

d. er dringende omstandigheden van openbaar belang en / of redenen van veiligheid zijn.

Artikel 6 Inschrijving op de ancienniteitlijst

Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen persoonlijk voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de branche waarin de vergunninghouder is ingedeeld.

Artikel 7. Doorhalen van inschrijving op de ancienniteitlijst

De inschrijving op de anciënniteitlijst wordt doorgehaald indien de vergunning van een houder van een vaste standplaats wordt ingetrokken.

Artikel 8 Overschrijving vaste standplaatsvergunning

  • 1. In geval van overlijden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dan wel bij blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 50% van de vergunninghouder of bij beëindiging van de onderneming kan de vergunning voor de vaste plaats met voorrang op andere gegadigden worden overgeschreven op de echtgenoot, de levenspartner van de vergunninghouder, een kind van de vergunninghouder of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, een mede-eigenaar van het bedrijf, of een medewerker in loondienst.

  • 2. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden.

    a. na het overlijden van de vergunninghouder;

    b. na het bereiken van 65 jaar;

    c. dan wel nadat blijvende arbeidsongeschiktheid door een onafhankelijk keuringsarts is vastgesteld;

    d. of na het beëindigen van de onderneming blijkende uit de doorhaling in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • 3. In geval sprake is van overschrijving als bedoeld in lid 2 onder a. op echtgeno(o)t(e) dan wel kind van vergunninghouder heeft degene op wie de vergunning wordt overgeschreven recht op de standplaats die door de vergunninghouder voorafgaand aan de overschrijving werd ingenomen;

  • 4. In geval de overschrijving van de vergunning als bedoeld in lid 2 onder a. betrekking heeft op de echtgeno(o)t(e) van de vergunninghouder behoudt degene aan wie de vergunning is overgeschreven de anciënniteit zoals deze gold voorafgaand aan de overschrijving.

  • 5. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in dit artikel

Hoofdstuk 3 Toewijzen en bezetten van standplaatsen

Artikel 9 Toewijzing standplaatsen

  • 1. Een standplaats wordt door het college toegewezen als vaste plaats of dagplaats.

  • 2. Een vrijgekomen vaste standplaats wordt als dagplaats aangemerkt en blijft als zodanig toegewezen, zolang de standplaats niet als vaste standplaats is uitgegeven.

Artikel 10 Het toewijzen van een vaste standplaats

  • 1. Een opengevallen vaste standplaats op de markt wordt opnieuw als vaste standplaats uitgegeven met inachtneming van de voor die markt geldende indelingen in branches.

  • 2. Voor een opengevallen standplaats komen in aanmerking:

    a. de vergunninghouders van een standplaats, die schriftelijk te kennen hebben gegeven een andere vaste plaats te willen innemen. De toewijzing geschiedt in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst. 

    b. De vergunninghouder van een direct aangrenzende vaste standplaats, die te kennen heeft gegeven uitbreiding van zijn standplaats te willen, heeft recht om in aanmerking te komen voor toewijzing van de vrije plaats voor zover de aansluiting links of rechts op de standplaats kan plaatsvinden. Uitbreiding naar achteren is niet toegestaan. Uitbreiding kan alleen indien het maximum aantal strekkende meters als bedoeld in artikel 4, derde lid (bijlage D) en het maximum van de vastgestelde branchering niet wordt overschreden. 

  • 3. Indien geen van de vaste vergunninghouders heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor de vrijgekomen vaste standplaats, zal de plaats via werving, aan een sollicitant met hetzelfde product of artikel de mogelijkheid worden geboden een vaste standplaats in te nemen dan wel zal een sollicitant met een niet op de markt vertegenwoordigd product of artikel de mogelijkheid worden geboden een vaste standplaats in te nemen.

  • 5. Indien de markt geheel opnieuw wordt ingedeeld vind toewijzing plaats in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst.

  • 6. Het college kan bij een tijdelijke en of incidentele marktverplaatsing, het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel buiten beschouwing laten.

Artikel 11 Toewijzing dagplaats

  • 1. Aanvragers voor een dagplaats, die geen vaste plaats op de markt hebben en die in aanmerking willen komen voor een vergunning voor een dagplaats, moeten zich persoonlijk een uur voor de openingstijd van de markt aanmelden bij de marktmeester.

  • 2. Aanvragers voor een dagplaats met een product en of artikel dat nog niet op de markt is vertegenwoordigd, hebben voorrang op de aanvragers met producten en of artikelen die al op de markt ter verkoop worden aangeboden. Bij toewijzing wordt rekening gehouden met het maximum van de voor de betreffende markt geldende branchering.

  • 3. Indien het aantal aanvragers het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft, geschiedt toewijzing via loting door de marktmeester. Loting vindt plaats 30 minuten voor aanvang van de markt. De loting vindt plaats door middel van een willekeurig gekozen getal, in volgorde van aanmelding.

Hoofdstuk 4 Bepalingen over het gebruik van de standplaats

Artikel 12 Tijdstip innemen standplaats / aan- en afvoer goederen

  • 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein eerder dan de onder a, b En c genoemde tijdstippen voor de aanvang en later dan de onder a, b en c genoemde tijdstippen na afloop van de markt met een voertuig, met goederen of op andere wijze ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren:

    a. Spekholzerheide: niet eerder dan 2 uren voor aanvang van de markt en niet later dan 1,5 uren na afloop van de markt;

    b. Kerkrade-centrum: niet eerder dan 2 uren voor aanvang van de markt en niet later dan 1,5 uren na afloop van de markt;

    c. Eijgelshoven: niet eerder dan 2,5 uren voor aanvang van de markt en niet later dan 2 uren na afloop van de markt;

  • 2. Het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van de aanvang is niet van toepassing op vergunninghouders met een dagplaats.

  • 3. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen en gedurende die periode ook daadwerkelijk de door hem aangeboden producten te blijven uitstallen.

  • 4. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats op de markt niet uiterlijk één half uur na aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de vergunninghouder de marktmeester tot uiterlijk een uur voor aanvang heeft verzocht zijn vaste standplaats voor hem beschikbaar te houden.

  • 5. Het college kan in bijzondere situaties ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid.

Artikel 13 Gebruik standplaats

  • 1. De vergunninghouder maakt gebruik van de kraam die kan worden gehuurd van de door het college aangewezen kramenverhuurder.

  • 2. Op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek kan het college een vergunninghouder van een vaste standplaats ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid om met eigen materiaal de standplaats in te nemen.

  • 3. Het in het vorige lid vermelde verzoek omvat in ieder geval de volgende gegevens:

    a. een opgave van de lengte, hoogte en breedte van het eigen materiaal;

    b. een gedetailleerde tekening of foto’s van het eigen materiaal;

    c.  indien het eigen materiaal wordt of is voorzien van installaties waarin gekookt, gebakken, gebraden en/of gefrituurd of waarmee verwarmd kan worden, moet een bewijs van veiligheid van het te gebruiken eigen materiaal, evenals de te gebruiken apparatuur, worden overgelegd.

  • 4. Het in het derde lid, sub c genoemde bewijs wordt jaarlijks opnieuw overgelegd, waarbij de laatste keuring van het materiaal niet langer dan één jaar geleden heeft plaatsgevonden.

  • 5. De toestemming wordt in ieder geval geweigerd, indien het eigen materiaal de door het college vastgestelde maximumafmeting van de standplaats overschrijdt, dan wel technisch niet inpasbaar is binnen de beschikbare ruimte op de markt, zoals aangegeven op het in artikel 4 van dit reglement genoemde standplaatsenplan. Aan een ontheffing kan het college nadere voorschriften ten aanzien van het te gebruiken materiaal en het aanzien verbinden.

Artikel 14 Persoonlijk innemen standplaats: bijstand

  • 1. De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

  • 2. Indien geen vervanger is benoemd, zoals bedoeld in artikel 16 neemt de vergunninghouder ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 15.

Artikel 15 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

  • 1. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen en niet in zijn vervanging kan voorzien, deelt dit schriftelijk mede aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder met inachtneming van het bepaalde in lid 3 aan, hoe lang zijn afwezigheid duurt.

  • 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig, doch uiterlijk 24 uur voor de betreffende marktdag gedaan.

    Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.

  • 3. De ontheffing van de verplichting tot inname van de standplaats geldt in geval van ziekte en/of bijzondere omstandigheden maximaal een half jaar, te rekenen vanaf de dag van ziekmelding of vanaf het ontstaan van de bijzondere omstandigheid en ingeval van vakantie maximaal 6 weken per jaar.

  • 4. Het college kan om redenen van klaarblijkelijke hardheid van het bepaalde in dit artikel afzien.

Artikel 16 Vervanger

  • 1. Het college kan de vergunninghouder van een vaste standplaats op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek, toestemming verlenen, om maximaal twee personen die niet in het bezit zijn van een vaste standplaatsvergunning voor dezelfde markt in Kerkrade, aan te wijzen als zijn vervanger, die bij afwezigheid van de vergunninghouder, voor rekening en risico van de vergunninghouder diens verplichtingen als vergunninghouder nakomen.

  • 2. Als vervanger kunnen uitsluitend in aanmerking komen de echtgeno(o)t(e), de relatiepartner, een handelsbekwaam kind van de vergunninghouder, de medevennoot of een werknemer.

  • 3. Bij de aanvraag worden de volgende stukken overgelegd: a. een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, niet ouder dan een maand; b. voor de medevennoot: een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel niet ouder dan een maand, waaruit de registratie als medevennoot in de onderneming blijkt; c. voor de werknemer: een loonbelastingverklaring niet ouder dan een jaar en een arbeidsovereenkomst voor het aantal uren dat minimaal overeenkomt met het aantal uren dat de vervanger op de markt staanplaats gaat innemen;

  • 4. Indien het college een vervanger, niet zijnde echtgenoot, geregistreerd partner of een ander persoon met wie de vergunninghouder duurzaam samenwoont, of een kind van de vergunninghouder, heeft aangewezen is de vergunninghouder gehouden de standplaats door de vervanger te doen innemen. Van de bepalingen in artikel 15 kan dan geen gebruik worden gemaakt.

  • 5. Overtredingen van het bepaalde bij of krachtens de Marktverordening en/of Marktreglement door de vervanger begaan, worden toegerekend aan de vergunninghouder.

  • 6. Het college kan om redenen van klaarblijkelijke hardheid van het bepaalde in dit artikel afzien.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 17 Voertuigen op de markt

  • 1. Het is verboden, onverminderd het bepaalde in artikel 12, tijdens de uren dat de markt voor publiek is geopend zich met een voertuig op het marktterrein te bevinden, of een voertuig op het marktterrein aanwezig te hebben.

  • 2. Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen onder door hen gestelde voorwaarden.

Artikel 18 Obstakels en welstand

  • 1. Het is verboden de doorgang en de wandelgangen op en langs het    marktterrein op enigerlei wijze te verhinderen of te belemmeren. De hulpdiensten dienen te allen tijde over een vrije doorgang te beschikken.

  • 2. De kramen en verkoopinrichtingen, die op de marktterreinen worden gebruikt of geplaatst, evenals de boven- en achterzeilen, die worden aangebracht of gebruikt, moeten voldoen aan de eisen, daaraan door of namens het college te stellen.

Artikel 19 Schoonhouden en opleveren standplaats

  • 1. De vergunninghouder dient:

    a. ervoor te zorgen dat zijn standplaats en de zich daarop bevindende verkoopinrichting steeds een goed verzorgd aanzien biedt;

    b. tijdens de markt, zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen en voor het publiek niet zichtbaar op te slaan;

    c. voordat hij het marktterrein verlaat, zijn standplaats en onmiddellijke omgeving daarvan, schoon op te leveren en zelf voor de afvoer van zijn marktafval zorg te dragen.

  • 2. Een vergunninghouder die opdracht krijgt om aan de voorzijde van zijn kraam of verkoopgelegenheid afvalbakken te plaatsen, dient hieraan te voldoen en volle afvalbakken geregeld te legen. Dit afval hoort ook bij het bedrijfsafval van de vergunninghouder.

  • 3. Een vergunninghouder die handel drijft in producten en of artikelen waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van zijn standplaats vervuild raakt, dient hiervoor maatregelen te treffen om dit te voorkomen. De te treffen maatregelen dienen ter goedkeuring van de marktmeester, en zo nodig op zijn aanwijzingen, te geschieden.

Artikel 20 Gebruik van geluidsapparatuur

  • 1. Het gebruikmaken van geluidsapparatuur is alleen toegestaan na verleende schriftelijke toestemming.

  • 2. Overige standplaatshouders of bezoekers van de markt mogen van het gebruik van de geluidsapparatuur geen hinder ondervinden.

Artikel 21 Veiligheidsnormen elektriciteit

  • 1. De vergunninghouder is verplicht, voor zover hij gebruik maakt van elektrische energie, deze te betrekken vanuit de door het college beschikbaar gestelde elektriciteitsvoorzieningen.

  • 2. De elektrische installatie die de vergunninghouder gebruikt moet voldoen aan de norm NEN 1010 (veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties).

  • 3. De elektrische installatie moet zijn voorzien van groepszekeringen en een aardlek-schakelaar met een normale aanspreekstroom van 30 mA.

  • 4. Kabels die in de looppaden op de grond liggen, moeten afgedekt worden met rubberen afdekmatten, dit ter goedkeuring van de marktmeester.

Artikel 22 Veiligheidsnormen bakken en braden

  • 1. Het gebruik van kook-, bak- en braadinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van het college.

  • 2. Kook-, bak- en braadinstallaties en verwarmingsapparatuur dient aangelegd te zijn in overeenstemming met de norm NPR 2577 (installaties in mobiele werktuigen). Een keuringsrapport met vermelding van kenteken van de inrichting dient aanwezig te zijn.

  • 3. De bak- en braadtoestellen moeten vast op de vloer of tafel staan opgesteld en tegen omvallen of omstoten worden beschermd.

  • 4. Het draagvlak onder bak- en braadtoestellen moet ten minste 15 centimeter buiten de toestellen onbrandbaar zijn, dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en de warmte slecht geleidend materiaal. De wanden en zeilen, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten tot op een ½ meter van het toestel onbrandbaar zijn dan wel zijn voorzien van de warmte slecht geleidend materiaal.

  • 5. Elk bak- en braadtoestel moet zijn voorzien van een goed functionerende thermostaat of thermokoppel met een maximaal ingestelde waarde van 190º C.

  • 6. Indien in de kraam of verkoopwagen wordt gebakken, gekookt of verhit moet een goedgekeurd blustoestel met een inhoud van ten minste 6 kg poeder of 5 kg koolzuursneeuw of gelijkwaardige vulling aanwezig zijn.

  • 7. In de onmiddellijke nabijheid van een bak-,braad-, kook-, of frituurtoestel moeten goed passende deksels of een blusdeken aanwezig zijn om het toestel in geval van brand te kunnen afdekken.

Artikel 23 Veiligheidsnormen gasinstallatie

  • 1. Er mogen niet meer aanwezige losse gastank(s) en/of gasflessen aanwezig zijn dan de benodigde werkvoorraad per dag. Een losse gasfles/tank mag een waterinhoud hebben van ten hoogste 115 liter.

  • 2. De gasflessen moeten voldoende geventileerd en buiten bereik van onbevoegden staan opgesteld; lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten veilig worden opgesteld.

  • 3. Een gasinstallatie moet blijvend voldoen aan het bepaalde in norm NPR 2577, (Mobiele verwarmingssystemen).

  • 4. Een verbindingsslang tussen drukhouder en verbruikstoestel dient voorzien te zijn van het GASTEC keurmerk en door middel van deugdelijke rvs slangklemmen te zijn bevestigd. Het gebruik van gasslangen ouder dan 2 jaar en een reduceerventiel (drukregelaar) ouder dan 5 jaar is verboden.

Artikel 24 Verboden en geboden

Het is de vergunninghouder verboden:

a. Buiten de afmetingen van zijn standplaats ruimte in te nemen, anders dan welke aan hem is toegewezen;

b. Op een standplaats andere goederen dan die waarvoor marktvergunning is verleend dan wel standplaats is verleend uit te stallen, aan te bieden, te verkopen, af te leveren of in voorraad te hebben.

Artikel 25 Instellen marktcommissie

Er is een marktcommissie die tot taak heeft het college gevraagd en ongevraagd te adviseren op het gebied van marktaangelegenheden. Het college legt de regels ten aanzien van de samenstelling en de taken van de marktcommissie vast in een reglement.

Hoofdstuk 6 Overgangs-en slotbepalingen

Artikel 26 Overgangsbepalingen

Waar vaste vergunninghouders op grond van de Marktverordening gemeente Kerkrade en/of de nadere regels Marktverordening gemeente Kerkrade over rechten beschikken die strijdig zijn met het bepaalde in dit reglement, blijven die rechten gerespecteerd tot zij door het college zijn ingetrokken dan wel aangepast.

Artikel 27 Hardheidsclausule

Het college kan in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af wijken van de verordening.

Artikel 28 Benaming en inwerkingtreding

  • 1. Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als ‘Marktreglement gemeente Kerkrade 2012’.

  • 2. Dit reglement treedt in werking met ingang van de 8e dag na de dag van publicatie.3.

  • 3. Het Marktbesluit Kerkrade 1999, vastgesteld bij collegebesluit van 18-10-1999 wordt per gelijke datum ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade van 12 juni 2012 en gewijzigd d.d. 22 juli 2014, 25 juli 2017, 05 december 2017, 13 maart 2018, 23 oktober 2018, 10 december 2018, 21 januari 2020, 12 februari 2020, 7 juli 2020 en 30 november 2021.
 
Het College,                     De Secretaris.
 
 
 
 
 J.J.M. Som                       C.M. Kuikman

Toelichting

Het voorliggende marktreglement bevat ten opzichte van de vigerende nadere regels een aantal ingrijpende wijzigingen.

Primair is het reglement in overeenstemming gebracht met de aanwijzingen voor de decentrale regelgeving (uitgave VNG) en de Algemene wet bestuursrecht. Verder is bij het opstellen van het reglement uitgangspunt geweest de primaire handhaving van veiligheid, de zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de markten en meer ruimte voor de marktondernemer. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de volgende beleidsmatige wijzigingen:

* Het afschaffen van de wachtlijst en het overgaan op een sollicitantensysteem.

* Versoepeling van de persoonlijke aanwezigheid en vervanging.

* Meer handhavingmogelijkheden ten aanzien van de veiligheid.

* Uitbreiding van de mogelijkheden tot overschrijving.

 

Wachtlijst

Er is geen wachtlijst meer opgenomen. In navolging van een advies van de brancheorganisatie, de CVAH, is besloten tot het afschaffen van de wachtlijst. De wachtlijst is een achterhaald instrument. Het toewijzen van een standplaats aan de marktondernemer die het meeste geduld heeft uitgeoefend, is vaak niet bevorderlijk voor de kwaliteit en innovatie op de markt. Bovendien liggen aan de inschrijving vaak andere motieven (overschrijving) ten grondslag. Bij het invullen van een vrijgekomen standplaats wordt primair getracht de plaats op te vullen met een product of artikel dat nog niet op de markt is vertegenwoordigd. Gegadigden kunnen op basis hiervan solliciteren. Toewijzing geschiedt op basis van vooraf geformuleerde objectieve criteria, waarbij kwaliteit, innovatie en uitstraling bepalend zijn.

 

Standwerkerplaatsen

Standwerkers zijn kooplieden met een eigen wijze van werken. Bij de benadering van het publiek treden zij geheel anders op dan de zogenaamde stille kramers.

In de praktijk doen stille kramers zich vaak voor als standwerker, maar gedragen zich niet als een standwerker. Inmiddels wordt dan wel de beste plaats op de markt bezet en de vaste standplaatshouder oneerlijke concurrentie aangedaan. Handhaving is vaak lastig, geschiedt achteraf en is tijdrovend. Bovendien een steeds terugkerend verschijnsel. Om deze reden is er voor gekozen om de standwerkerplaatsen af te schaffen. Aan de beroepsgroep kan bij gebleken voldoende belangstelling worden tegemoet gekomen door periodiek een concours te organiseren.

 

Handhaving.

Het college zal ter handhaving van de bepalingen die in de Marktverordening Kerkrade 2012 en in dit marktreglement zijn opgenomen sanctieregels vaststellen alsmede bepalen op welke wijze het opleggen van een sanctie tot stand komt (rapportages etc.).

 

  

Artikelgewijze toelichting

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsomschrijving

Aangezien het reglement een uitwerking is van artikel 2 van de Marktverordening Kerkrade 2012, is het wenselijk de gehanteerde begrippen hierbij aan te laten sluiten.

 

Artikel 2. Dag, tijd, plaats en opstelling van de markt

Het college stelt op grond van artikel 160, eerste lid sub h Gemeentewet de markt in en geeft aan waar en wanneer de markt wordt gehouden (dag, locatie en tijd). Op de bij de betreffende markt behorende bijlage is het terrein en inrichting van de markt aangegeven.

In het tweede lid is een bepaling opgenomen die voor het college de bevoegdheid creëert om op grond van dringende redenen de markt geheel of gedeeltelijk te verplaatsen, af te gelasten dan wel anders in te richten. Buiten de voorzienbare zaken als omschreven in de leden 4 en 5 van dit artikel is verplaatsing of inkrimping, wijziging etc. alleen toegestaan wanneer sprake is van een bijzondere en incidentele gebeurtenis/evenement met een bovenregionale uitstraling en met een aanzienlijke promotionele waarde voor de stad, dat niet zonder meer binnen afzienbare tijd op dezelfde plaats zal worden herhaald.

In verband met jaarlijks terugkerende en voor de gemeenschap van groot belang te achten activiteiten als kermis (Kerkrade-Centrum en Eijgelshoven), Wereld Muziek Concours (4-jaarlijks te Kerkrade-Centrum) en de winteractiviteiten te Kerkrade-Centrum is in dit artikel in de leden 4 en5 bepaald dat de weekmarkt dan kan worden verplaatst.

 

Artikel 3. Afgelasting markt

Deze bepaling heeft betrekking op het handelen vanwege weersomstandigheden en calamiteiten en openbare ordeaangelegenheden. Hiertoe zal in ieder geval een zogeheten stormprotocol worden opgesteld waarin wordt aangegeven op welke wijze wordt gehandeld in geval van een stormwaarschuwing.

 

Artikel 4. Afmeting standplaats en branchering

Rekening is gehouden met de werkruimte die met name door de kooplieden met aardappelen, groenten en fruit (AGF) gevraagd wordt.

De branchering is vanwege de overzichtelijkheid in een bijlage uitgewerkt. (branchebesluit). De branchering is een instrument om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de markt te beïnvloeden.

 

Artikel 5. Aanvraag vergunning

De markt is bedoeld voor ambulante handelaren. Continuïteit en kwaliteit spelen een belangrijke rol bij de publieke belangstelling van een markt, daarom is ervan afgezien om iedereen tot de markt toe te laten.

Hoewel het bepaalde in de leden 3 en 4 uit Europese regelgeving voortvloeien is er voor gekozen om in het kader van volledigheid en duidelijkheid de wettelijke bepalingen hier te herhalen.

 

Artikel 6. Inschrijving op de anciënniteitlijst

De anciënniteitregeling vormt een blokkade voor een gezonde marktontwikkeling. Gebleken is echter dat vrijwel alle marktondernemers desondanks het systeem koesteren In de praktijk beperkt de toepassing zich alleen tot een eerste keuze bij plaatsverandering of bij een herindeling. En dat is ook exact de kern van het bezwaar tegen een anciënniteitregeling: niet de beste publiekstrekker, waar de gehele markt van profiteert, kan op de beste plaats komen, maar degene met de hoogste anciënniteit. Vanwege de voorkeur van de marktondernemers is de anciënniteitregeling toch gehandhaafd.

 

Artikel 7. Doorhalen van inschrijving op deanciënniteitlijst

Deze bepaling behoeft geen verdere toelichting.

 

 Artikel 8. Overschrijving vaste standplaatsvergunning

In het eerste lid zijn de mogelijkheden voor overschrijving van de vergunning genoemd. Ten opzichte van het vigerende reglement is sprake van een verruiming van de mogelijkheden tot overschrijving. Het is geen gemeentelijk belang om te veel beperkingen vast te leggen.

In zijn algemeenheid heeft degene aan wie een vergunning wordt overgeschreven recht op een standplaats op de betreffende markt, doch hoeft dit niet de standplaats te zijn die door de oude vergunninghouder op het moment van overschrijving werd ingenomen.  Vergunninghouders met een hogere anciënniteit die hebben aangegeven betreffende standplaats te willen innemen gaan dan voor. Dit algemeen uitgangspunt geldt niet in geval sprake is van overschrijving van vergunning op echtgenoot of een van de kinderen. Deze twee categorieën nemen bij overschrijving de “plek van de standplaats” op de markt mee over.

Bij overschrijving sluit de nieuwe vergunninghouder beneden aan de anciënniteitlijst aan, met dien verstande dat dit algemeen uitgangspunt niet geldt indien sprake is van overschrijving van de vergunning op een echtgenoot. Deze neemt de anciënniteit over zoals die gold voor de oude vergunninghouder op het moment van overschrijving.

Samenvattend: de invloed van het anciënniteitsysteem leidt ertoe dat overschrijving met behoud van de plaats alleen kan plaatsvinden op echtgenoot of een van de kinderen. Overschrijving van de anciënniteit kan alleen op de echtgenoot. In alle overige gevallen gaat het om een standplaats en een nieuwe anciënniteit.

 

Artikel 10. Toewijzen vaste plaats

Dit artikel bevat de procedure voor toewijzing van vaste plaatsen.

Primair komen in aanmerking vergunninghouders van een vaste standplaats met eenzelfde product die van plaats willen veranderen. Dat kan alleen voor zover de marktindeling qua branche en strekkende meters dit toelaat. Daarna wordt aan degene die direct naast de vrijgevallen plaats standplaats heeft de mogelijkheid geboden zijn standplaats uit te breiden. Uitbreiding is mogelijk mits geen overschrijding van het maximum aantal strekkende meters en geen overschrijding van de branchering optreedt. Vervolgens wordt via werving sollicitanten met dezelfde producten de mogelijkheid geboden een vaste standplaats in te nemen. Indien deze wijze van invulling niet mogelijk blijkt, wordt een werving gestart voor sollicitanten met producten/artikelen die nog niet op de markt worden aangeboden. De procedure vereist een actieve houding van de marktmeester die aldus het aanbod op de markten alsook de vraag van het publiek moet volgen.

 

Wat betreft de in het 4e lid vervatte mogelijkheid tot het via advertenties werven van externe gegadigden zal een selectiecommissie worden ingesteld die een sollicitatie-gesprek aangaat met potentiële kandidaten en op basis van de ontwikkelde selectiecriteria een advies uitbrengt betreffende de tot de weekmarkt toe laten kandidaat-vergunninghouder. Vanwege de gewenste objectiviteit en het noodzakelijk te achten inzicht in marktwezen zal deze commissie worden geformeerd uit de beleidsmedewerker die marktwezen in zijn portefeuille heeft, de marktmeester van de gemeente Kerkrade, en een afgevaardigde van de betreffende markt die niet in dezelfde branche werkzaam is.

 

Artikel 11. Toewijzing dagplaats

Voor toewijzing van dagplaatsen komen uitsluitend in aanmerking ambulante handelaren die voldoen aan de vereisten van artikel 5 van dit reglement. Bij plaatstoewijzing wordt rekening gehouden met de branchering.

 

Artikel 12. Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

Dit artikel bevat vooral ordemaatregelen.

In het eerste lid zijn aanvoer- en afvoertijden opgenomen. In verband met het verschil qua omvang etc. van de weekmarkten in de gemeente Kerkrade is sprake van enige differentiatie in deze tijden. Het derde lid maakt duidelijk dat in het belang van de orde op de markt, de vergunninghouder niet kan worden toegestaan de markt op willekeurige, vóór de sluitingstijd gelegen, momenten te verlaten.

Op grond van het vierde lid is het mogelijk dat over een vaste standplaats beschikt kan worden ten gunste van een andere koopman, indien de vergunninghouder de markt op een bepaalde dag niet bezoekt. Daartoe is bepaald dat de vaste standplaats vóór een bepaald uur ingenomen moet zijn.

In bepaalde situaties (bijv. aansluitend dagdeel markt elders) kan aan een marktkoopman een ontheffing worden verleend van het derde lid. Voorwaarde daarvoor is in ieder geval wel dat daardoor het ordentelijk marktverloop niet wordt verstoord.

 

Artikel 13. Gebruik standplaats

De vergunninghouder die gebruik maakt van een marktkraam, is verplicht die te huren van de door het college aangewezen kramenzetter. Het gebruik van eigen materiaal is vergunningplichtig i.v.m. de veiligheidseisen en het aanzien van het materiaal. Het materiaal dient te voldoen aan dienaangaande door het college te stellen eisen.

 

Artikel 14. Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

In de vigerende verordening was de vergunninghouder verplicht zijn standplaats persoonlijk in te nemen. Alleen bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kon de vergunninghouder daarvan ontheffing krijgen.

In voorliggend reglement wordt uitgegaan van de continuïteit van de markt en de mogelijkheid voor de vergunninghouder om personeel in te zetten.

Het is een afweging die de vergunninghouder zelf maakt. De vergunninghouder is niet verplicht maar kan van de mogelijkheid gebruik maken. Het artikel maakt het mogelijk om op meerdere markten te gaan staan, om tijdens markturen de administratie te doen of inkopen te doen etc. De vergunninghouder blijft wel onder alle omstandigheden verantwoordelijk.

 

Artikel 15. Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden

In dit artikel worden de uitzonderingen gegeven op het uitgangspunt dat de vergunninghouder die niet in zijn vervanging kan voorzien, zelf op de standplaats aanwezig dient te zijn. Het is wel noodzakelijk dat het college of de marktmeester van elke verhindering tot marktbezoek zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld.

 

Een verplichting van de vergunninghouder om een geneeskundige verklaring te overleggen is niet meer opgenomen, omdat de KNMG-artsenfederatie (de beroepsorganisatie voor artsen) haar leden ontraadt die informatievoorziening over hun patiënten te verstrekken. De federatie hanteert het standpunt dat van de behandelende arts, die een vertrouwensrelatie heeft met zijn patiënt, niet verwacht mag worden dat deze een onbevooroordeeld advies uitbrengt. Het college kan bij twijfel de vergunninghouder verzoeken zich door bijvoorbeeld de Arbodienst te laten onderzoeken om zijn ziekte aan te tonen. Verder zijn, om de standplaatsen niet tot in lengte van jaren beschikbaar te houden, tijdbeperkingen opgenomen.

 

Artikel 16. Vervanger.

De marktondernemer in het bezit van een vergunning voor een vaste standplaats kan er voor kiezen persoonlijk de standplaats in te nemen of de standplaats te laten bezetten door familieleden of iemand in loondienst. Uiteraard betreft dit dan dezelfde producten.

Het gemeentelijk belang is er in gelegen dat de standplaats tijdens de markt bezet is en dat de toezichthouders weten wie zij kunnen aantreffen.

De vergunninghouder blijft echter, ook bij vervanging, voor de naleving van de voorschriften verantwoordelijk. In geval van vervanging dient de standplaats 52 weken per jaar te zijn bezet en kan geen aanspraak worden gemaakt op te verontschuldigen uitval wegens ziekte, vakantie etc.

 

Artikel 17. Voertuigen op de markt

De markt is een handelsplaats en geen stallingruimte. Teneinde het publiek een goede attractieve en veilige markt te bieden is het niet toegestaan om voertuigen tijdens de markturen op de markt te parkeren. Van de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing zal het college slechts dan gebruik maken indien en voor zover de directe nabijheid van een voertuig voor een veilige en verantwoorde (denk aan o.a. hygiëne) bedrijfsvoering als noodzakelijk kan worden beschouwd en de kwaliteit van de markt niet wordt aangetast.

 

Artikel 18. Obstakels en welstand

Deze bepalingen moeten er aan bijdragen dat de looppaden vrij blijven en dat het aanzien van de kraam of verkoopwagen aan redelijke eisen van welstand en veiligheid blijft voldoen.

 

Artikel 19. Schoonhouden en oplevering standplaats

Het schoonhouden van de omgeving levert een bijdrage aan een beter aanzien van de markt en helpt zwerfvuil voorkomen. Het bij vertrek schoon opleveren van de standplaats kan aan een aanzienlijke vermindering van de kosten van afvalverwijdering bijdragen. Dit kan leiden tot een vermindering in de hoogte van de tarieven. Dat is dus ook tot voordeel van de vergunninghouder. Wat betreft het derde artikellid kan worden gedacht aan het plaatsen van deugdelijke lekbakken voor het opvangen van viswater, oliën en vetten.

 

Artikel 20.  Het gebruik van geluidsapparatuur

Om onnodige herrie op de markt te voorkomen wordt uitgegaan van een verbod. Alleen die vergunninghouders die geluidsapparatuur nodig hebben om hun waren te verkopen, mogen dit na toestemming.

 

Artikel 21. Veiligheidsnormen elektriciteit

Artikel 22. Veiligheidsnormen bakken en braden

Artikel 23. Veiligheidsnormen gasinstallatie.

Ten gevolge van het aantal branden op markten en standplaatsen in de afgelopen jaren is er meer aandacht voor de brandveiligheid op de markt. In deze bepalingen zijn de normen opgegeven die aan de veiligheid moeten bijdragen. Verwezen wordt de norm NEN.

 

Artikel 21. Veiligheidsnormen elektriciteit

De norm NEN 1010 bevat veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties en is onder meer van toepassing op elektrische installaties bij tentoonstellingen, kermis- en andere tijdelijke installaties zoals op warenmarkten. Deze norm bevat de minimumveiligheidseisen waaraan laagspanningsinstallaties moeten voldoen. De keuring vereist inschakeling van een bevoegde elektrotechnische installateur die het keurmerk moet afgeven. Ook in het Arbo besluit en Warenwetbesluit elektrotechnische producten wordt bepaald dat het elektrisch materieel moet voldoen aan norm NEN 1010.

 

Artikel 22. Veiligheidsnormen bakken en braden

De kook-, bak- en braadinstallaties en verwarmingsapparatuur moet voldoen aan de norm NEN NPR 2577. De norm voor mobiele inrichtingen, het toepassingsgebied van deze richtlijn beslaat de installatie, het onderhoud en de herkeur van LPG-systemen voor gebruik in bak- en frituurwagens en andere wegvoertuigen.

 

Artikel 23. Veiligheidsnormen gasinstallatie

Op grond van norm NEN 2559 dienen de blusmiddelen jaarlijks te worden gecontroleerd door een deskundig persoon. Het blustoestel dient van een duidelijk pictogram te zijn voorzien waarin de datum van keuring is af te lezen.

Gasflessen moeten zijn voorzien van een drukregelaar en doorstroombegrenzer. Voor losse opstellingen gelden geen beperkende gasslanglengtes. Wel wordt geadviseerd de lengte zo kort mogelijk te houden om risico’s op beschadigingen te beperken.

De gasslangen moeten voorzien zijn van een fabricagedatum. Na twee jaar moeten de slangen worden vervangen.

Gasslangen met zichtbare beschadigingen of uitdrogingsscheurtjes, mogen nooit worden gebruikt en moeten direct worden vervangen. Gasslangen moeten op de juiste wijze met slangklemmen worden bevestigd.

GASTEC QA (Quality Approved) is een keurmerk voor gas verwante producten. Het Internationale Gastec keurmerk is in de plaats gekomen van het oude GIVEG-keurmerk.

 

Artikel 26. Overgangsbepalingen

Om oude verkregen rechten te eerbiedigen is een overgangsregeling opgenomen, zodat tegemoet wordt gekomen aan de rechtszekerheid van de betrokkenen.

 

Artikel 27. Hardheidsclausule.

Ten einde te voorkomen dat in voorkomend geval toepassing van het bepaalde in deze verordening onredelijk hard c.q. onbillijk is kan het college ten gunste van betrokkene afwijken. Deze bepaling is derhalve van toepassing op bijzondere gevallen. Dit houdt in dat hieraan geen invulling kan worden gegeven in de vorm van een beleidsregel.

 

Artikel 28. Benaming en inwerkingtreding

In de citeertitel is een jaartal opgenomen om het reglement te onderscheiden van het voorgaande reglement.

 

Voor wat betreft de inwerkingtreding van het reglement wordt uitgegaan van een zelfde datum van inwerkingtreding van de marktverordening, op basis waarvan deze nadere regels zijn opgesteld.

Bijlage Opstellingsplan en vlekkenplan warenmarkt Eygelshoven

Bijlage Opstellingsplan en vlekkenplan warenmarkt Centrum