Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet gemeente Nuenen c.a. 2018

Geldend van 08-12-2018 t/m 15-03-2020

Intitulé

Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet gemeente Nuenen c.a. 2018

1. Inleiding

Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met illegale verkooppunten van verdovende middelen. Artikel 13b Opiumwet, ook wel aangehaald als Wet Damocles, is het instrument om bestuurlijk op te treden tegen deze illegale verkooppunten. Voor handhaving van de Opiumwet is de gecoördineerde inzet van het openbaar bestuur, het Openbaar Ministerie en de politie vereist. Uitgangspunt is dat de burgemeester handhavend optreedt als zich een overtreding als genoemd in artikel 13b voordoet.

2. Juridisch kader

Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen.1 Artikel 13b luidt als volgt:

Artikel 13b Opiumwet

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

 

Artikel 13b Opiumwet is toepasbaar op:

  • 1.

    voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven, zoals winkels en horecabedrijven (waaronder coffeeshops);

  • 2.

    woningen en bijbehorende erven inclusief bijgebouwen;

  • 3.

    niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven, zoals loodsen en bedrijfsruimten.

1 Artikel 13b Opiumwet wordt in beginsel niet toegepast in het geval er alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen, dat bestemd is voor eigen gebruik (softdrugs ≤ 5 gram, harddrugs ≤ 0,5 gram).

 

3. Handhavingsbeleid artikel 13b Opiumwet

3.1 Definities

In deze paragraaf wordt een aantal definities gegeven.

 

3.1.1 Drugshandel:

In deze beleidsregels wordt onder drugshandel verstaan: vervaardiging, de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs in een pand en de daarbij behorende erven.

 

3.1.2 Last onder bestuursdwang

Onderstaande beleidsregels zien toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden door de burgemeester bij vervaardiging, verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven. Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet al aangeeft heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in panden de mogelijkheid een last onder bestuursdwang op te leggen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom.

 

3.1.3 Handelshoeveelheid

Bij de beoordeling of een last onder bestuursdwang zal worden opgelegd in het kader van artikel 13b Opiumwet moet in ieder geval sprake zijn van het vervaardigen, verkopen, verstrekken, afleveren dan wel daartoe aanwezig zijn van drugs.

 

In geval van een hoeveelheid van meer dan 5 hennepstekjes of -planten wordt aangenomen dat sprake is van beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. Er is dus geen sprake van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. Er is bij hennepknipperijen en - drogerijen en buitenteelt vaak sprake van meer dan 30 gram hennep of hasjiesj.

 

In het geval van meer dan 30 gram hennep of hasjiesj brengt dit het risico van overdraagbaarheid mee. Dit – meer dan 5 hennepplanten/-stekken of meer dan 30 gram softdrugs – wordt in deze beleidsregels, in aansluiting op de Aanwijzing Opiumwet en conform de rechtspraak van de Raad van State, in ieder geval beschouwd als een handelshoeveelheid als bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13b Opiumwet. Dit geldt ook voor meer dan één bolletje, ampul, wikkel, pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid van meer dan 0,5 gram) harddrugs of meer dan één consumptie-eenheid van 5 ml GHB.

   

Artikel 13b Opiumwet wordt in beginsel niet toegepast in het geval alleen een kleine hoeveelheid drugs wordt aangetroffen, bestemd voor eigen gebruik. Is echter voldoende aannemelijk dat een kleine hoeveelheid aanwezig is voor de verkoop, aflevering of verstrekking, dan is artikel 13b Opiumwet wel aan de orde. Dit is ook zo als sprake is geweest van verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel daartoe aanwezige drugs, zoals bij een gewezen hennepkwekerij; het enkele feit dat tijdens de inval geen drugs zijn aangetroffen, betekent nog niet dat geen drugshandel heeft plaatsgevonden (zie Voorzieningenrechter Zeeland-West-Brabant 30 maart 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2064, vgl. ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3981).

 

Natte hennep moet voorafgaand aan consumptie worden gedroogd, bijvoorbeeld in een hennepdrogerij. Aangenomen wordt wel dat van natte hennep uiteindelijk 20% droge hennep overblijft (zie HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3364). Voor zover natte hennep niet tot een aantal planten wordt herleid, wordt het gewicht waarmee in deze beleidsregels wordt gerekend, daarom met 80% verminderd. Dit behoudens concrete contra-indicaties dat het percentage hoger of lager moet zijn.

 

3.1.4 Maand

De burgemeester verstaat onder een maand een kalendermaand. De feitelijke sluiting begint en eindigt op dezelfde tijd.

 

3.1.5 Woning

De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een feitelijk voor bewoning gebruikte ruimte. Daar waar feitelijk sprake is van het hebben van woongenot. Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal verwoord wordt in het rapport van bevindingen van de politie.

 

Een voor bewoning bestemde ruimte die niet feitelijk gebruikt wordt als woning wordt aangemerkt als lokaal en valt dan onder het handhavingsregime wat voor lokalen geldt, zoals dat hieronder is beschreven. Dit geldt ook als er wel wordt gewoond maar er geen woondoel is met een meer dan incidenteel karakter (vgl. ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447; 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2906).

 

3.1.6 Lokaal

De voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven, zoals winkels en horecabedrijven en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven en bijgebouwen, zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten.

    

3.2 Waarschuwing

Uitgangspunt is dat bij een overtreding van de Opiumwet met toepassing van artikel 13b van deze wet direct wordt overgegaan tot toepassing van bestuursdwang. Dit leidt tot sluiting van het drugspand. Als sprake is van een woning, dan kan uitsluitend bij een eerste overtreding een waarschuwing worden overwogen. Dit geldt alléén als sprake is van minder ernstige gevallen. In ernstige gevallen wordt geen waarschuwing gegeven en wordt direct overgegaan tot sluiting van de woning. Hiermee wordt recht gedaan aan artikel 8 EVRM. Bij een lokaal wordt in principe altijd bestuursdwang toegepast.

 

Bij een hoeveelheid softdrugs in een pand van:

  • -

    Meer dan 5 planten, maar minder dan 15 planten

  • -

    Minder dan 30 gram droge hennep

  • -

    Minder dan 150 gram natte hennep

  • -

    Meer dan 5 gram, maar minder dan 30 gram overige softdrugs

en een hoeveelheid harddrugs in een pand van:

  • -

    Meer dan 0,5 gram, maar minder dan 1,5 gram

  • -

    Meer dan 2 pillen, maar minder dan 10 pillen

  • -

    Meer dan 5 milliliter, maar minder dan 15 milliliter

wordt een nadere belangenafweging verricht en wordt, vanuit het oogpunt van proportionaliteit en evenredigheid, bezien welke bestuurlijke maatregel voor dat specifieke geval passend is.

 

3.3 Zienswijze/spoedeisende bestuursdwang

Al naar gelang de omstandigheden van het geval kan gekozen worden voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang of wordt voor tot besluitvorming over te gaan de belanghebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze kenbaar te maken. In de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de procedureregels opgenomen, die gevolgd moeten worden, als tot toepassing van bestuursdwang wordt overgegaan.

 

3.4 Categorieën beleid

Het beleid voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • I

    Woningen: de niet gedoogde drugshandel in woningen dan wel bij woningen behorende erven inclusief bijgebouwen .

  • II

    Lokalen: de niet gedoogde drugshandel in (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven inclusief bijgebouwen .

  • III

    Lokalen met bijbehorende bedrijfswoning: de niet gedoogde drugshandel in lokalen met bijbehorende bedrijfswoning.

  

Dit beleid heeft tot doel:

  • -

    dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit);

  • -

    dat door de gekozen bestuursdwangmaatregel een einde komt aan de verboden situatie ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat;

  • -

    dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen;

  • -

    kenbaar te maken aan de burger welke maatregel hij van de overheid kan verwachten na een overtreding;

  • -

    de handhavingsactiviteiten van politie, openbaar ministerie en gemeente op elkaar af te stemmen en complementair te laten zijn.

 

In dit beleid wordt de bestuursrechtelijke reactie op de diverse verschijningsvormen van drugshandel vastgesteld.

 

4. Woningen

Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van lokalen, wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. De essentie ligt daarin dat in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer.

 

4.1 Drugshandel ten aanzien van harddrugs in woningen

Als in woningen of op bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een handelsvoorraad van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

 

  • Overtreding:

    Sluiting van woning en bijbehorende erven inclusief bijgebouwen:

    In een woning (+ bijbehorende erven inclusief bijgebouwen) wordt een handelsvoorraad harddrugs geconstateerd .

    1ste constatering: 4 maanden sluiting

    2de constatering: 6 maanden sluiting

    3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

     

4.2 Drugshandel ten aanzien van softdrugs in woningen

Als in woningen of op bij woningen behorende erven inclusief bijgebouwen drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs), worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

 

  • Overtreding:

    Sluiting van woning en bijbehorende erven inclusief bijgebouwen:

    In een woning (+ bijbehorende erven) wordt een handelsvoorraad drugshandel t.a.v. softdrugs geconstateerd

    1ste constatering: 1 maand sluiting

    2de constatering: 4 maanden sluiting

    3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

Als bij een eerste overtreding / constatering is volstaan met een waarschuwing, wordt bij de eerstvolgende constatering de sluitingstermijn bij een tweede constatering opgelegd.

 

4.3 Uitzondering woningcorporaties/woningbouwverenigingen

Gelet op de beperkte aanwezigheid van sociale woningen in Nuenen en/of ter bevordering van de doorstroom, kan de burgemeester afwijken van bovenstaand beleid voor woningen die door een woningcorporatie als sociale woningen worden verhuurd, wanneer de woningcorporatie voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • -

    de woningcorporatie is aangesloten bij Aedes; en

  • -

    de woningcorporatie kan aantonen dat -in geval van klachten/meldingen van omwonenden- zij voldoende hebben gedaan om de woning te onttrekken uit de drugshandel; en

  • -

    de woningcorporatie kan aantonen dat de huurovereenkomst is ontbonden.

 

5. Lokalen

Drugshandel in of bij lokalen vormt eveneens een ernstige aantasting van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid. Daarbij legt een illegaal verkooppunt een zware druk op de omgeving. Zeker in woongebieden wordt de aanwezigheid daarvan als zeer belastend ervaren. Drugshandel vormt een bedreiging voor de sociale veiligheid in de buurt en leidt vaak tot verloedering van het straatbeeld.

     

5.1 Drugshandel ten aanzien van harddrugs in lokalen of bijbehorende bijgebouwen of op in bij zodanige lokalen behorende erven

Als in lokalen en/of op daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

  

  • Overtreding:

    Sluiting van lokaal en bijbehorende erven inclusief bijgebouwen:

    In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven) wordt een handelshoeveelheid harddrugs geconstateerd.

    1ste constatering: 12 maanden sluiting

    2de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

5.2 Drugshandel ten aanzien van softdrugs in lokalen of bijbehorende bijgebouwen of op of bij zodanige lokalen behorende erven

Als in lokalen en/of op daarbij behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een handelshoeveelheid van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) worden de volgende bestuursrechtelijke maatregelen getroffen:

 

  • Overtreding

    Sluiting

    In een al dan niet voor het publiek toegankelijke lokaal (+ bijbehorende erven), niet zijnde coffeeshop, wordt een handelshoeveelheid softdrugs geconstateerd.

    1ste constatering: 6 maanden sluiting

    2de constatering: 12 maanden sluiting

    3de constatering: sluiting voor onbepaalde tijd

 

6. Lokalen en bijbehorende bedrijfswoning

Als drugshandel wordt geconstateerd in een lokaal of lokalen op een perceel met bijbehorende bedrijfswoning, dan wordt ervan uitgegaan dat het lokaal of de lokalen onlosmakelijk verbonden zijn met de bedrijfswoning. Daarom wordt de bedrijfswoning gesloten conform hoofdstuk 4 en het lokaal of de lokalen worden gesloten conform hoofdstuk 5.

 

7. Afwijkingsbevoegdheid

De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 13b Opiumwet is een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke manier de burgemeester met deze discretionaire bevoegdheid omgaat.

 

Het kan zijn dat zich omstandigheden voordoen waarin het volgen van het beleid onredelijke gevolgen heeft. In die gevallen kan de burgemeester gemotiveerd afwijken of afzien van het toepassen van de beleidsregels.

 

Er kan echter ook sprake zijn van verzwarende omstandigheden die aanleiding geven om eerder over te gaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang inhoudende een sluiting. Als er verzwarende omstandigheden zijn, is aannemelijk dat sprake is van een ernstige situatie.

 

8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet gemeente Nuenen c.a. 2018'.

 

9. Inwerkingtreding

Dit handhavingsbeleid c.a. treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

  

Aldus vastgesteld op 31 oktober 2018 ,

 

De burgemeester van de gemeente Nuenen c.a.,

    

M.J. Houben MBA