Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,

Overwegende dat

samenwerking op het gebied van heffing en invordering van gemeentelijke belastingen duidelijk meerwaarde biedt;

de raden van Aalsmeer, Amstelveen, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling toestemming hebben verleend, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Gelet op

hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

artikel 232, tweede lid, van de Gemeentewet;

artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken;

afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten

de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a. ambtenaren: ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet of artikel 4 van de Gemeentewet;

  • b. belastingambtenaar: de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder c, en artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet;

  • c. belastingdeurwaarder: de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder d, en artikel 231, tweede lid onder e, van de Gemeentewet;

  • d. belastingverordeningen: de verordeningen van de gastgemeenten tot heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet;

  • e. college: het college van burgemeester en wethouders;

  • f. gastgemeenten: de gemeenten Aalsmeer, De Ronde Venen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn;

  • g. gastheergemeente: de gemeente Amstelveen;

  • h. gemeenten: de gastheergemeente en de gastgemeente gezamenlijk;

  • i. heffingsambtenaar: de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder a, en artikel 231, tweede lid onder b van de Gemeentewet en als bedoeld in artikel 30, zevende lid, en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • j. invorderingsambtenaar: de ambtenaar van de gastheergemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid, onder b en artikel 231, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;

  • k. kwijtscheldingsregels: de door de raden van de gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet;

  • l. nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordeningen; en

  • m. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland.

Artikel 2. Belang

De regeling wordt getroffen ten behoeve van het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke belastingorganisatie die belast is met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken voor zover het de gastgemeenten betreft.

Hoofdstuk 2. Gastheerconstructie

Paragraaf 2.1

Algemeen

Artikel 3. Gastheergemeente

De gemeente Amstelveen wordt aangewezen als centrumgemeente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Paragraaf 2.2

Bevoegdheden

Artikel 4. Mandaat collegebevoegdheden
  • 1. Het college van de gastheergemeente wordt mandaat verleend om namens de colleges van de gastgemeenten alle besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen 230 tot en met 257 van de Gemeentewet in samenhang met de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en de door de raden van de gastgemeenten vastgestelde belastingverordeningen , voor zover deze besluiten betrekking hebben op belastingen waarvan de heffing of invordering krachtens artikel 7 van deze regeling, is overgedragen aan de ambtenaren van de gastheergemeente.

  • 2. Het college van de gastheergemeente wordt mandaat verleend om namens de colleges van de gastgemeenten alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van de colleges van de gastgemeenten als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste en het tweede lid wordt niet opgedragen aan het college van de gastheergemeente. Het college van de gastheergemeente kan wel namens de colleges van de gastgemeenten alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten.

  • 4. Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden opgedragen aan het college van de gastheergemeente, kan dit college ondermandaat verlenen aan ambtenaren van de gastheergemeente.

Artikel 5. Overgedragen collegebevoegdheden

Het college van de gastheergemeente kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 232, tweede lid onder b, bedoelde ambtenaar een andere ambtenaar van de gastheergemeente in de plaats treedt.

Artikel 6. Ambtelijke bevoegdheden
  • 1. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder a Gemeentewet en artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken de door de gastheergemeente aangewezen heffingsambtenaar aan als heffingsambtenaar van hun gemeente.

  • 2. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder b Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen invorderingsambtenaar aan als invorderingsambtenaar van hun gemeente.

  • 3. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder c Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen belastingambtenaren aan als belastingambtenaren van hun gemeente.

  • 4. De colleges van de gastgemeenten wijzen, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder d Gemeentewet de door de gastheergemeente aangewezen belastingdeurwaarder aan als belastingambtenaar van hun gemeente.

  • 5. Dit artikel is slechts van toepassing op de heffing en invordering van belastingen zoals die in de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 7, zijn opgenomen.

Artikel 7. Overdracht uitvoering gemeentelijke belastingen

Door de gastheer gemeente worden op het moment van het aangaan van deze vernieuwde gemeenschappelijke regeling onderstaande belastingen, alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, uitgevoerd voor zover de uitvoering is overgedragen of niet is ingetrokken. Door de gastheergemeente wordt een laatste stand van zaken vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst met de deelnemende gemeenten en wordt daarin aangeven welke belastingen door de gastheergemeente worden uitgevoerd.

de heffing en invordering van:

  • a. de onroerende-zaakbelastingen, artikel 220 Gemeentewet;

  • b. de hondenbelasting, artikel 226 Gemeentewet;

  • c. de rioolheffing, artikel 228a Gemeentewet;

  • d. de afvalstoffenheffing bedoeld in artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • e. de roerende-zaakbelasting, artikel 221 Gemeentewet;

  • f. de baatbelasting, artikel 222 Gemeentewet;

  • g. de forensenbelasting, artikel 223 Gemeentewet;

  • h. de toeristenbelasting, artikel 224 Gemeentewet;

  • i. de watertoeristenbelasting, artikel 224 Gemeentewet;

  • j. de reclamebelasting, artikel 227 Gemeentewet;

  • k. de precariobelasting, artikel 228 Gemeentewet;

  • l. de grafrechten, artikel 229 Gemeentewet;

  • m. de BIZ-bijdrage, artikel 1 Wet op de bedrijveninvesteringszones

  • n. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

Artikel 8. Dienstverleningsovereenkomst

In de dienstverleningsovereenkomst, te sluiten door de colleges van de gemeenten, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling. In de dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval geregeld:

  • a. de te heffen en in te vorderen belastingen;

  • b. de uitvoeringskaders;

  • c. de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de gastheergemeente moet voldoen;

  • d. de verplichtingen tussen de colleges van de gemeenten, en

  • e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten, bedoeld in paragraaf 2.3.

Paragraaf 2.3

Informatievoorziening

Artikel 9. Informatievoorziening door gastgemeente

De colleges van de gastgemeenten geven het college van de gastheergemeente alle inlichtingen die het college of een ambtenaar van de gastheergemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 nodig heeft.

Artikel 10. Informatievoorziening colleges
  • 1. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten schriftelijk de door een of meer leden van de colleges van de gastgemeenten gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 2. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten alle inlichtingen die de colleges van de gastgemeenten voor de uitoefening van hun taken nodig hebben.

  • 3. Het college van de gastheergemeente geeft de colleges van de gastgemeenten vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien een college van een gastgemeente daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor een van de gastgemeenten. In het laatste geval neemt het college van de gastheergemeente geen besluit dan nadat het college van de betreffende gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college van de gastheergemeente te brengen.

Artikel 11. Ambtelijke informatievoorziening

De ambtenaren van de gastheergemeente geven de colleges en de ambtenaren van de gastgemeenten alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden voor zover deze een van de gastgemeenten betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college van de gastheergemeente krachtens de wet of deze regeling.

Artikel 12. Overige informatievoorziening
  • 1. De rekenkamers van de gastgemeenten zijn bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur van de gastheergemeente te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van hun taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten.

  • 2. Het gemeentebestuur van de gastheergemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer van een gastgemeente ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht.

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van de rekenkamerfunctie, wanneer de raad van een gastgemeente overeenkomstig artikel 81oa van de Gemeentewet op een andere wijze heeft voorzien in de uitoefening van de rekenkamerfunctie.

  • 4. De artikelen 155a tot en met 155e zijn van overeenkomstige toepassing op ambtenaren of gewezen ambtenaren werkzaam door of vanwege het gemeentebestuur van de gastheergemeente aangesteld of daaraan ondergeschikt, wanneer de raad van een gastgemeente besluit een onderzoek in te stellen, als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 3. Uitvoering ambtelijke bevoegdheden

Artikel 13. Heffingsambtenaar
  • 1. De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing van de gemeenten.

  • 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het college van de betreffende gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 14. Invorderingsambtenaar
  • 1. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de gemeenten.

  • 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende gastgemeente en de nadere regels van het college van desbetreffende gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 15. Belastingambtenaren
  • 1. De belastingambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de gemeenten als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet.

  • 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingambtenaar de nadere regels van het college van de desbetreffende gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van dat college ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 16. Belastingdeurwaarder
  • 1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.

  • 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het college van de desbetreffende gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Hoofdstuk 4. Financiering

Artikel 17. Kostenverdeelsleutel
  • 1. De gastheergemeente en de gastgemeenten betalen een vast bedrag per inwoner per jaar.

  • 2. De bijdrage van de gastgemeenten, als bedoeld in het eerste lid, wordt met vijf procent verhoogd om de gastheergemeente te compenseren voor haar vaste kosten.

Artikel 18. Begroting
  • 1. Voor 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, wordt een begroting opgesteld die moet worden vastgesteld door de colleges van de gemeenten.

  • 2. In de begroting wordt het bedrag vastgesteld dat voor het betreffende jaar per inwoner moet worden betaald.

  • 3. De begroting dient als basis voor de afspraken te maken in de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in artikel 8.

Hoofdstuk 5. Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing

Artikel 19. Wijziging van de regeling
  • 1. Een of meerderde colleges van de gemeenten kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij de colleges van de overige gemeenten.

  • 2. Deze regeling kan door de colleges van de gemeenten worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt.

  • 3. De colleges van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges van de gemeenten op de wijze als vermeld in het tweede lid hiermee hebben ingestemd.

  • 5. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging door de colleges van de gemeenten is bekendgemaakt.

  • 6. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20. Toetreding
  • 1. Een college, niet zijnde een college van de gemeenten, kan een verzoek tot toetreding richten aan het college van de gastheergemeente.

  • 2. Het college van de gastheergemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, aan de colleges van de gastgemeenten.

  • 3. Toetreding geschiedt nadat de colleges van de gemeenten met het verzoekende college, bedoeld in het eerste lid, overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden voor toetreding.

  • 4. De colleges van de gemeenten, alsmede het verzoekende college, als bedoeld in het eerste lid, besluiten omtrent de voorgestelde toetreding niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 5. De toetreding tot de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot toetreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de gemeenten, alsmede het verzoekende college, als bedoeld in het eerste lid.

  • 6. Artikel 24 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21. Uittreding
  • 1. Een college van een gastgemeente kan een verzoek tot uittreding uit de regeling indienen bij het college van de gastheergemeente.

  • 2. Het college van de gastheergemeente zendt het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, aan de colleges van de gastgemeenten.

  • 3. Uittreding geschiedt nadat de colleges van de gemeenten overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden voor uittreding.

  • 4. De colleges van de gemeenten, alsmede het verzoekende college, als bedoeld in het eerste lid, besluiten omtrent de voorgestelde uittreding niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 5. De uittreding uit de regeling geschiedt, tenzij anders bepaald, per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het besluit tot uittreding en de bekendmaking daarvan door de colleges van de gemeenten. Tussen het besluit tot uittreding en de feitelijke uittreding moeten ten minste zes maanden gelegen zijn.

  • 6. Artikel 24 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22. Opheffing
  • 1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van de gemeenten.

  • 2. Opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste vijf jaar na het treffen van deze regeling. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges van de gemeenten overeenstemming bestaat.

  • 3. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen.

  • 4. Het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van de gastgemeenten tot deelneming in de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing.

  • 5. Het college van de gastheergemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid.

  • 6. Een besluit tot uittreding door het college van de gastheergemeente leidt tot opheffing van de regeling. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23. Duur van de regeling

De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

Artikel 24. Inzending regeling

Het college van de gastheergemeente is belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland en aan gedeputeerde staten van de provincie Utrecht.

Artikel 25. Evaluatie

Deze regeling, alsmede de dienstverleningsovereenkomst(en) bedoeld in artikel 8, en de uitvoering van deze regeling worden 2 jaarlijks geëvalueerd. Het eerst volgende moment vind plaats voor 1 juli 2019 de evaluaties hierna vinden 2 jaarlijks aansluitend voor 1 juli van dat betreffende jaar plaats.

Artikel 26. Overgangsrecht

Deze regeling vervangt eerdere Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland op het moment van de inwerkingtreding van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018 zoals vastgesteld in artikel 27 van deze regeling. De oude regelingen blijven van toepassing op de periode voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 27. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het college van de gastheergemeente de regeling heeft bekendgemaakt door kennisgeving van de inhoud in de Staatscourant, doch niet eerder dan op 01 juli 2018.

Artikel 28. Citeerwijze

Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland 2018.

Ondertekening

Aldus besloten door:

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Aalsmeer, 5 juli 2018 (instemming raad d.d. 5 juli 2018)

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amstelveen, 20 juni 2018 (instemming raad d.d. 20 juni 2018)

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Ronde Venen, 27 september 2018 (instemming raad d.d. 27 september 2018)

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Diemen, 19 juli 2018 (instemming raad d.d. 19 juli 2018)

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Ouder-Amstel, 25 juli 2018 (instemming raad d.d. 5 juli 2018)

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Uithoorn, 25 juli 2018 (instemming raad d.d. 28 juni 2018)