Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deurne houdende regels omtrent hondenbelasting Verordening hondenbelasting Deurne 2019

Geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deurne houdende regels omtrent hondenbelasting Verordening hondenbelasting Deurne 2019

DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 oktober 2018, nr. 72;

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de Verordening hondenbelasting Deurne 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    houder: degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is;

  • b.

    hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

  • c.

    kennel: een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is de houder van een hond.

  • 2. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onder a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1. De belasting wordt niet geheven voor honden:

    • a.

      die aantoonbaar gekwalificeerd zijn opgeleid tot en dienen als geleidehond of sociale hulphond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;

    • b.

      die bij een daarvoor bestemde stichting, vereniging of bedrijf geregistreerd staan en als assistentiehond aan een gehandicapte ter beschikking zijn ge-steld;

    • c.

      die bij een daarvoor bestemde stichting, vereniging of bedrijf geregistreerd staan als assistentiehond in opleiding, waarbij de belastingplichtige het uitsluitend doel heeft een in bruikleen gekregen hond op te leiden voor mensen met een lichamelijke, visuele of auditieve handicap;

    • d.

      die uitsluitend voor verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

    • e.

      die verblijven in een hondenasiel;

    • f.

      die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

    • g.

      die gehouden worden door ambtenaren van politie, ter verrichting van opsporingsdiensten, mits de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Politiehondenvereniging.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1. De belasting bedraagt per belastingjaar per hond € 53,00.

  • 2. In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels, per kennel € 281,20.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalender maanden overblijven.

  • 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

  • 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1. De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later.

  • 2. Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. De volgende termijnen vervallen telkens een maand later.

  • 4. Automatische incasso is slechts mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

Artikel 12 Kwijtschelding

Kwijtschelding van de in artikel 2 bedoelde belasting, zoals bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990, wordt niet verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2019.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 3. Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening hondenbelasting Deurne 2018 ingetrokken.

  • 4. De verordening als bedoeld in het derde lid blijft van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2019 hebben voorgedaan.

  • 5. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting Deurne 2019”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2018.

De griffier,

R.J.C.M. Rutten.

De voorzitter,

H.J. Mak.