Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende Openstellingsbesluit Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groepen Midden- en Noord-Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen

Geldend van 10-12-2018 t/m 23-07-2020

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende Openstellingsbesluit Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groepen Midden- en Noord-Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 13 november 2018, kenmerk 18928390 tot openstelling van de regeling voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groepen Midden- en Noord-Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen, Provincie Zeeland, uit de Verordening subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP-3) Zeeland.

Gedeputeerde Staten van Zeeland;

  • Gelet op de artikelen 1.3 en 3.4.1 tot en met 3.4.6 van de Verordening subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP-3) Zeeland;

  • Overwegende dat het wenselijk is om middelen beschikbaar te stellen voor concrete acties ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Midden- en Noord- Zeeland en de lokale groep Zeeuws-Vlaanderen.

Besluiten:

  • I.

    Open te stellen de regeling Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Midden- en Noord- Zeeland en de lokale groep Zeeuws-Vlaanderen voor voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten in het kader van LEADER als bedoeld in artikel 3.4.1 tot en met 3.4.6 van de Verordening subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP-3) Zeeland – verder te noemen de Verordening subsidies POP-3 - voor de periode van 10 december 2018 tot en met 24 juli 2020, 17.00 uur.

  • II.

    Het subsidieplafond voor de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Midden- en Noord-Zeeland vast te stellen op € 100.000 uit ELFPO middelen.

  • III.

    III. Het subsidieplafond voor de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Zeeuws-Vlaanderen vast te stellen op € 100.000 uit ELFPO middelen.

  • IV.

    De ELFPO-middelen moeten met eenzelfde bedrag aan nationale overheidsmiddelen aangevuld worden.

A. Definities

Artikel 1 definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    POP-3: Het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma van Nederland in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 2014-2020

  • b.

    LEADER: subsidieregeling in het kader van hoofdstuk 3 van de Verordening subsidies POP-3

  • c.

    LAG: Lokale Actiegroep, adviesorgaan van het subsidieprogramma, zoals ingesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 1 september 2015, nummer 15012246

  • d.

    LOS: Lokale Ontwikkelingsstrategie, het door Gedeputeerde Staten vastgestelde beleidsdocument voor de uitvoering van het subsidieprogramma

  • e.

    ELFPO: Europees Landbouwfonds Plattelandsontwikkeling.

B. LAG LEADER Midden- en Noord-Zeeland

Artikel 2 subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de voorbereiding en uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS. Het gaat daarbij om de onderstaande doelen/thema’s:

    • a.

      levende landbouw

    • b.

      samenwerking in vrijetijdseconomie

    • c.

      initiatiefkracht van burgers.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten met het oog op het opstellen van een samenwerkingsproject en het zoeken van geschikte partners en gebieden daarvoor

    • b.

      de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten

    • c.

      de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten kunnen plaatsvinden binnen Nederland (inter-territoriale samenwerking) of tussen gebieden in verschillende lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking).

C. LAG LEADER Zeeuws-Vlaanderen

Artikel 3 subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de voorbereiding en uitvoering van concrete acties die passen binnen de LOS. Het gaat daarbij om de onderstaande doelen/thema’s:

    • a.

      (landbouw) producten uit Zeeuws-Vlaanderen

    • b.

      lerend werken

    • c.

      zorg voor de streek

  • Vrijetijdseconomie maakt deel uit van bovengenoemde doelen/thema’s van Zeeuws- Vlaanderen.

  • 2.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten met het oog op het opstellen van een samenwerkingsproject en het zoeken van geschikte partners en gebieden daarvoor

    • b.

      de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten

    • c.

      de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten kunnen plaatsvinden binnen Nederland (interterritoriale samenwerking) of tussen gebieden in verschillende lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking).

D. Algemene bepalingen

Artikel 4 aanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    de penvoerder van de LAG

  • b.

    rechtspersonen

  • c.

    ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid

  • d.

    samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.

Artikel 5 subsidievereisten

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de Verordening subsidies POP-3 wordt subsidie uitsluitend verstrekt indien het samenwerkingsproject past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS.

Artikel 6 subsidiabele kosten

  • a.

    Subsidie in verband met de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten wordt verstrekt voor:

    • I.

      de kosten van haalbaarheidsstudies voor interterritoriale of transnationale samenwerking

    • II.

      de kosten voor het opstellen van een projectplan

    • III.

      operationele kosten en personeelskosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject

    • IV.

      reis- en verblijfkosten.

  • b.

    Subsidie in verband met de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten wordt verstrekt voor:

    • I.

      uitvoeringskosten

    • II.

      operationele kosten en personeelskosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject

    • III.

      reis- en verblijfkosten.

Artikel 7 hoogte van de subsidie

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient, op het moment van de subsidieverlening, de subsidiebijdrage per project minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000 te bedragen.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 100% van de totale subsidiabele kosten bestaande uit 50% uit het ELFPO en 50% uit een cofinancieringsbijdrage vanuit een of meer nationale overheden.

  • 3.

    Indien de aanvrager in het financieringsplan een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan de subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 8 adviescommissie

In aanvulling op artikel 3.4.6 van de Verordening subsidies POP-3 worden de aanvragen voor subsidie beoordeeld door de LAG. Indien de subsidie aangevraagd wordt door de penvoerder van de LAG of door een samenwerkingsverband waarvan de penvoerder van de LAG deel uitmaakt, worden de aanvragen beoordeeld door de door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie POP-3.

Artikel 9 weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de Verordening subsidies POP-3 wordt subsidie geweigerd:

  • a.

    Indien voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten reeds subsidie is verstrekt.

  • b.

    Indien het project niet past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS.

Artikel 10 aanvullende vereisten aan een subsidieaanvraag

Onverminderd hetgeen bepaald is in het tweede lid van artikel 1.7 van de Verordening subsidies POP-3 bevat de aanvraag om subsidie:

  • 1.

    Een projectplan met daarin een omschrijving van de bijdrage van het project aan de thema’s van de LOS. Voor het projectplan moet het format projectplan worden gebruikt dat op de website van de Provincie Zeeland staat https://www.zeeland.nl/subsidie-aanvragen/pop3.

  • 2.

    In het geval de cofinanciering niet afkomstig is van de provincie Zeeland maar van andere overheden, (een) intentie of besluit(en) over de toekenning van de cofinanciering. Het (de) besluit(en) moet(en) het subsidiebedrag, het steunpercentage, de subsidiabele kosten, het totale bedrag aan subsidiabele kosten, de naam van het project en de naam van de begunstigden vermelden. Ook dient er een verwijzing in te staan naar de Verordening subsidies POP3 met een verklaring dat de subsidiebijdrage conform het bepaalde in de Verordening subsidies POP3 wordt verstrekt.

Artikel 11 bevoorschotting

  • 1.

    Aanvragers dienen in aanvulling op artikel 1.23 derde lid van de Verordening subsidies POP-3 bij de eerste aanvraag tot bevoorschotting op basis van realisatie de voor het project benodigde vergunningen te overleggen.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP-3 kan één keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP-3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.

Artikel 12 verplichtingen

Subsidie kan slechts worden verstrekt indien:

  • 1.

    De uitvoeringsperiode maximaal 3 jaar is voor projecten die uiterlijk op 31 maart 2019 17.00 uur ingediend zijn.

  • 2.

    De uitvoeringsperiode maximaal 2 jaar is voor projecten die na 31 maart 2019 17.00 uur ingediend zijn.

  • 3.

    Voor LEADER Midden- en Noord-Zeeland geldt dat een project moet plaatsvinden in Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland, Schouwen-Duiveland, Tholen of St Philipsland of dat de resultaten aantoonbaar in genoemde gebieden terecht komt.

  • 4.

    Voor LEADER Zeeuws-Vlaanderen geldt dat een project moet plaatsvinden in Zeeuws-Vlaanderen of dat de resultaten aantoonbaar in Zeeuws-Vlaanderen terecht komt.

Artikel 13 indiening

Een aanvraag dient, om in het daaropvolgende kwartaal beoordeeld te worden door de LAG of door de adviescommissie POP-3, compleet en uiterlijk te worden ingediend op 31 maart 17.00 uur en 30 september 17.00 uur in 2019 en op 31 maart 17.00 uur en 24 juli 17.00 uur in 2020.

Artikel 14 selectiecriteria

Gedeputeerde Staten hanteren op basis van de selectie door de LAG of door de adviescommissie POP-3 voor de rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening subsidies POP-3 de volgende criteria:

  • 1.

    Draagt het initiatief voldoende bij aan de doelen (thema’s van de LOS) genoemd in artikel 2 lid 1.

  • 2.

    De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit:

    • a.

      de bottom-up aanpak/draagvlak

    • b.

      innovativiteit

    • c.

      samenwerking/netwerk opbouw

    • d.

      publieke private partnerschap

    • e.

      integrale aanpak, multi sectoraal

    • f.

      overdraagbaarheid.

  • 3.

    De mate waarin het project haalbaar is vanuit financieel en organisatorisch oogpunt, hetgeen blijkt uit:

    • a.

      de organisatiebeschrijving

    • b.

      doeltreffendheid van het project

    • c.

      de expertise van de initiatiefnemer, het realisme van het tijdpad, zijn de vergunningen geregeld

    • d.

      het zicht op continuïteit na afloop van de projectuitvoering

    • e.

      is er openbare kennis over de betrouwbaarheid en/of kwaliteit van de aanvrager en/of partners

    • f.

      motivatie van de aanvrager

    • g.

      is er mogelijk sprake van een belangenverstrengeling

    • h.

      ontwikkelt men met het project een nieuw verdienmodel

    • i.

      is er een sluitende en transparante begroting en dekkingsplan, bankgarantie, ondernemersplan

    • j.

      zijn toezeggingen of intentie van cofinanciering bijgesloten.

  • 4.

    De mate van efficiency en doelmatigheid van het project hetgeen blijkt uit:

    • a.

      de balans tussen investeringen en de verwachte opbrengst in brede zin

    • b.

      de meerwaarde die het project krijgt door gebruikmaking van de LEADER-subsidie

    • c.

      is er zicht op continuïteit en draagkracht/verantwoordelijkheid voor een minimale periode van 5 jaar en verspreiding van resultaten na de vaststelling van het project?

    • d.

      het zicht op continuïteit na realisatie van het project.

Artikel 15 puntenmethodiek

De projecten worden door de LAG of de adviescommissie POP-3 beoordeeld op basis van de in artikel 17 genoemde selectiecriteria waarbij per criterium het volgend aantal punten wordt toegekend:

  • a.

    Het maximum aantal te behalen punten per criterium bedraagt voor:

    • criterium 1: 3 punten

    • criterium 2: 12 punten

    • criterium 3: 6 punten

    • criterium 4: 12 punten

  • b.

    Het minimum aantal te behalen punten per criterium bedraagt voor:

    • criterium 1: 2 punten

    • criterium 2: 8 punten

    • criterium 3: 4 punten

    • criterium 4: 6 punten

  • c.

    Projecten dienen minimaal 20 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 16 inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 17 citeerdeel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groepen Midden- en Noord-Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Zeeland van 13 november 2018.

Drs. J.M.M. Polman, voorzitter

A.W. Smit, secretaris

Uitgegeven 22 november 2018

De secretaris, A.W. Smit

Toelichting

Algemeen

Op basis van dit openstellingsbesluit kan subsidie worden verleend voor de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Midden- en Noord-Zeeland en de lokale groep Zeeuws-Vlaanderen voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de doelen van de Lokale ontwikkelingsstrategieën van Midden- en Noord-Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen.

De Lokale ontwikkelingsstrategieën van Midden- en Noord- Zeeland en van Zeeuws-Vlaanderen zijn te raadplegen op de website van de Provincie Zeeland https://www.zeeland.nl/subsidie-aanvragen/pop3.

Indien de aanvrager een rechtspersoon is of een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid of een samenwerkingsverband tussen beiden, dan adviseert de Lokale actiegroep Midden- en Noord-Zeeland over de ingediende aanvragen om subsidie ten behoeve van het LEADER-gebied Midden- en Noord- Zeeland. De Lokale actiegroep Zeeuws-Vlaanderen adviseert over de ingediende aanvragen ten behoeve van het LEADER-gebied Zeeuws-Vlaanderen. Wanneer de subsidie aangevraagd wordt door de penvoerder van de LAG of een samenwerkingsverband waarvan de LAG deel uit maakt, adviseert de door Gedeputeerde Staten ingestelde adviescommissie POP-3 over de ingediende aanvraag om subsidie.

Alleen aanvragen om subsidie die, blijkens de beoordelingsformulieren, minimaal in voldoende mate een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de lokale ontwikkelingsstrategie van Midden- en Noord-Zeeland en van Zeeuws-Vlaanderen komen voor subsidie in aanmerking.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 lid 1

Met behulp van de selectiecriteria wordt beoordeeld in hoeverre het project tegemoet komt aan de doelen van de LOS. Een project kan bijdragen aan één of meerdere doelen. Het gaat hierbij om kwaliteit van de mate van bijdrage, niet om de kwantiteit (aantal) doelen waaraan wordt bijgedragen. Voor Midden- en Noord-Zeeland zijn deze doelen:

  • a.

    Levende Landbouw

    • draagt het in voldoende mate bij aan de wens vanuit de agrarische sector om de verbinding tussen de maatschappij en agrarisch ondernemers te versterken?

    • worden er nieuwe samenwerkingsverbanden voor verbreding en verbinding met stedelingen, horeca en natuur en landschap tot stand gebracht?

    • wordt hiermee geanticipeerd op een toekomstig verdienvermogen van de agrarische sector en wordt hiermee een (nieuwe) impuls gegeven aan de regionale economie?

  • b.

    Samenwerking in de vrijetijdseconomie

    • Draagt het project bij tot het tot stand brengen van een gebiedseconomie? Integrale benadering versus individuele ondernemers die ieder voor zich opereren

    • Wordt hiermee de toeristische recreatieve structuur versterkt?

    • Worden er middels (nieuwe) samenwerkingsverbanden mogelijkheden geschapen om voorzieningen voor toeristen en bewoners te integreren?

  • c.

    Initiatiefkracht van burgers

    • Wordt hiermee de capaciteit voor lokale zelforganisatie op het vlak van leefbaarheid en duurzaamheid weer opgebouwd, vernieuwd en versterkt?

    • Is er sprake een initiatief dat het eiland-schaal bereikt boven het niveau van een dorp

    • Draagt het bij aan een duurzame versterking van het netwerk van bestaande organisaties zoals de Zeeuwse Vereniging van Kleine Kernen, het kader van sportverenigingen en kerken, ouderraden van scholen of van het brede netwerk van commerciële partijen?

Artikel 3 lid 1

Met behulp van de selectiecriteria wordt beoordeeld in hoeverre het project tegemoet komt aan de doelen van de LOS. Een project kan bijdragen aan één of meerdere doelen. Het gaat hierbij om kwaliteit van de mate van bijdrage, niet om de kwantiteit (aantal) doelen waaraan wordt bijgedragen.

  • a.

    Deze doelen zijn:

    • (landbouw) producten uit Zeeuws-Vlaanderen

    • draagt het in voldoende mate bij aan de wens om grootschalige akkerbouw te combineren met de mogelijkheden van duurzaamheid, biodiversiteit, toegankelijkheid en zichtbaarheid voor de consument?

    • in hoeverre is hierbij sprake van het leggen van verbindingen tussen kernkwaliteiten van de regio?

    • worden hiermee nieuwe verdienmodellen ontwikkeld?

    • in hoeverre wordt hierbij samengewerkt tussen verschillende partijen in vraag en aanbod zoals voedselproductie, verwerking van producten, innovatieve activiteiten, horeca, consumenten en/of toeristen?

  • b.

    lerend werken

    • in hoeverre worden hiermee nieuwe mogelijkheden geschapen voor jongeren in alle economische sectoren die in Zeeuws-Vlaanderen actief zijn?

    • worden hiermee de kansen op onderwijsgebied (optimaal) benut? Zijn er kansen op het scheppen van (nieuwe) inkomens voor jongeren in het gebied?

    • worden hiermee stageplekken of werkervaringsplaatsen gecreëerd?

    • is er in dit kader ook sprake van samenwerking met het onderwijs?

    • is er sprake van vernieuwende technische en economische ontwikkelingen (innovatie) waardoor het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt?

  • c.

    zorg voor de streek

    • in hoeverre wordt hiermee de kwaliteit van en leven in kleine kernen versterkt?

    • in hoeverre wordt hiermee de zorg voor zorgbehoevenden in kleine kernen versterkt?

    • in hoeverre is hierbij sprake van nieuwe arrangementen, nieuwe verdienmodellen, slimme samenwerking, mobiliseren van vrijwilligers en het koppelen van jonge mensen aan senioren?

    • wordt er in dit kader ook aandacht geschonken aan het herbestemmen en hergebruiken van gebouwen of anders en levensloopbestendig bouwen?

Vrijetijdseconomie maakt deel uit van bovengenoemde doelen.

Artikel 4 onder d

Voor samenwerkingsverbanden geldt artikel 1.6 van de Verordening subsidies POP-3.

Artikel 7 hoogte van de subsidie

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient, op het moment van de subsidieverlening, de subsidiebijdrage (ELFPO en nationale cofinanciering) per project minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000 te bedragen.

De subsidie bedraagt 100% van de totale subsidiabele kosten, bestaande uit ELFPO (50%) middelen en een subsidie van een nationale overheid (50%).

Als de aanvrager minder overheidsfinanciering aanvraagt dan 100% van de totale subsidiabele kosten, wordt dit bedrag beschouwd als de maximale overheidsfinanciering.

Bij de aanvraag om subsidie dient een verplichte cofinancieringsverklaring of een intentie daartoe van een nationale overheidsorganisatie bijgevoegd te worden.

Artikel 12 verplichtingen

Er geldt een maximale uitvoeringstermijn van drie jaren voor projecten die uiterlijk op 31 maart 2019 17.00 uur zijn ingediend. Voor projecten die na 31 maart 2019 17.00 uur zijn ingediend geldt een maximale uitvoeringstermijn van twee jaren. Voor LEADER Midden- en Noord-Zeeland geldt dat een project moet plaatsvinden in Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland, Schouwen-Duiveland, Tholen of St Philipsland of dat de resultaten aantoonbaar in genoemde gebieden terecht komt. Voor LEADER Zeeuws-Vlaanderen geldt dat een project moet plaatsvinden in Zeeuws-Vlaanderen of dat de resultaten aantoonbaar in Zeeuws-Vlaanderen terecht komt.

Artikel 13 indiening

De projecten die voor de in artikel 13 genoemde data zijn ingediend, worden door de LAG/adviescommissie POP-3 beoordeeld in het daaropvolgende kwartaal. De LAG/adviescommissie POP-3 selecteert de beste projecten die in de voorafgaande periode zijn ingediend aan de hand van de in artikel 15 genoemde puntenmethodiek, te beginnen in het tweede kwartaal van 2019.