Algemene Subsidieverordening Waterschap Aa en Maas 2019

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Algemene Subsidieverordening Waterschap Aa en Maas 2019

Het Algemeen Bestuur van waterschap Aa en Maas;

gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 28 mei 2018;

gelet op het bepaalde in de artikelen 59, 78 en 83 van de Waterschapswet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

gezien het advies van de commissie Algemene- en Financiële Zaken van 14 juni 2018;

B E S L U I T:

Vast te stellen de Algemene Subsidieverordening Waterschap Aa en Maas 2019

Deze verordening treedt in werking vanaf 1 januari 2019

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur in zijn openbare vergadering van 6 juli 2018

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop betrekking hebbende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene Subsidieverordening van Waterschap Aa en Maas 2019

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht

  • c.

    Dagelijks Bestuur: Dagelijks Bestuur van Waterschap Aa en Maas

  • d.

    Nadere regels: regels die de ASV nader uitwerken

  • e.

    Subsidie: subsidie zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Awb

  • f.

    Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb

  • g.

    Waterschap: Waterschap Aa en Maas

Artikel 2: Reikwijdte
  • 1. Deze subsidieverordening is van toepassing voor alle beleidsterreinen van het waterschap, voor zover in een bijzondere subsidieverordening of bij een besluit van het algemeen bestuur waarbij subsidie wordt verstrekt, niet anders is bepaald.

HOOFDSTUK 2: SUBSIDIEPLAFOND, SUBSIDIEVERDELING EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 3: Bevoegdheid Dagelijks Bestuur
  • 1. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de begroting van het waterschap opgenomen financiële middelen.

  • 2. Onder de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval ook begrepen het nemen van besluiten tot weigeren, intrekken of wijzigen van subsidies, het niet in behandeling nemen van aanvragen voor subsidie, het verlenen van voorschotten, het betalen van voorschotten of subsidiebedragen, het betalen van subsidiebedragen in gedeelten, het openbreken van de verplichting tot betaling van voorschotten of subsidiebedragen, het terugvorderen van onverschuldigd betaalde voorschotten en subsidiebedragen, het toepassen van de hardheidsclausule en het beslissen op bezwaarschriften tegen subsidiebesluiten.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd voorwaarden en verplichtingen aan de subsidieverlening te verbinden.

  • 3. Door het Dagelijks Bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld.

Artikel 4: Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
  • 1. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks het subsidieplafond vast met inachtneming van de in de begroting van het waterschap opgenomen financiële middelen.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur bepaalt bij nadere regels de wijze van verdeling van de beschikbare middelen.

  • 3. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

HOOFDSTUK 3: SUBSIDIEAANVRAAG

Artikel 5: Aanvraag subsidie
  • 1. Een aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het Dagelijks Bestuur met gebruikmaking van een aanvraagformulier, zoals vastgesteld conform artikel 4:4 Awb.

  • 2. Een aanvraag kan worden ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon.

  • 3. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      De doelen en resultaten welke met die activiteit worden nagestreefd en hoe de activiteit tot het bereiken van die doelen moet bijdragen;

    • c.

      Een begroting en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteit.

  • 4. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd ook andere dan de in het derde lid genoemde gegevens te verlangen van de aanvrager.

  • 5. Een aanvraag voor subsidie moet worden ingediend uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteit. Het Dagelijks Bestuur kan voor daarbij aan te wijzen subsidies een andere termijn stellen voor het indienen van een aanvraag.

  • 6. Het bestuur kan besluiten aanvragen die buiten deze termijn zijn ingediend niet te behandelen.

  • 7. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • 8. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de subsidieaanvraag wel volledig is.

  • 9. Indien voor dezelfde activiteit tevens bij een of meer andere bestuursorganen of organisaties een subsidie of financiële ondersteuning is of wordt aangevraagd, deelt de aanvrager dit mee in zijn aanvraag.

Artikel 6: Beslistermijn
  • 1. Het Dagelijks Bestuur beslist op een aanvraag om subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 2. De beslissing op de aanvraag kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

HOOFDSTUK 4: WEIGERING VAN SUBSIDIE

Artikel 7: Weigeringsgronden
  • 1. Geen subsidie wordt verleend indien:

    • a.

      door de aanvraag het subsidieplafond wordt overschreden;

    • b.

      de activiteit strijdig is met wet- of regelgeving of het beleid van het waterschap, dan wel dat het subsidiëren van de activiteit in strijd is met wet- of regelgeving;

  • 2. Het Dagelijks Bestuur kan besluiten geen subsidie te verlenen indien:

    • a.

      de activiteit geen duidelijke relatie heeft met de kernactiviteiten van het waterschap;

    • b.

      de aanvraag afbreuk doet aan een goede geografische spreiding in het gebied van het waterschap;

    • c.

      met de activiteit louter commerciële doelen worden nagestreefd;

    • d.

      de aanvraag betrekking heeft op de (reguliere) activiteiten van de aanvrager waarvoor het waterschap al een financiële tegemoetkoming heeft verleend;

    • e.

      als niet aangetoond kan worden dat subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;

    • f.

      in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op een andere wijze in belangrijke mate is voorzien.

HOOFDSTUK 5: VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 8: Verlening subsidie
  • 1. Bij het besluit tot toekenning van subsidie geeft het Dagelijks Bestuur aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur kan aan de beschikking tot subsidieverlening voorwaarden en verplichtingen verbinden als bedoeld in de artikel 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb.

  • 3. Het Dagelijks Bestuur bepaalt, indien van toepassing, de looptijd van de subsidieverstrekking

  • 4. Voor activiteiten waarvoor het subsidiebedrag ten hoogste € 5.000,- bedraagt, kan het Dagelijks Bestuur in afwijking van artikel 12 lid 1 bepalen dat alleen een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven.

HOOFDSTUK 6: VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEAANVRAGER

Artikel 9: Tussentijdse rapportage bij subsidies hoger dan € 50.000,-

Bij subsidies hoger dan € 50.000,-, die verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het Dagelijks Bestuur in de subsidiebeschikking de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden kosten.

Artikel 10: Meldingsplicht

Op het moment dat aannemelijk is of vastgesteld kan worden, dat de activiteit, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zal worden verricht of dat niet geheel of niet aan de voorwaarden of verplichtingen in de subsidieverlening zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan melding aan het Dagelijks Bestuur.

Artikel 11: Overige verplichtingen van de subsidieaanvrager
  • 1. De subsidieaanvrager verricht de activiteiten waarvoor subsidie is verleend;

  • 2. De subsidieaanvrager informeert het Dagelijks Bestuur zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op het beëindigen van de activiteit, waarvoor subsidie is verleend;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      het doen van aangifte van faillissement of het aanvragen van surseance van betaling;

    • d.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden of verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • e.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon;

    • f.

      ontbinding van de rechtspersoon en de mogelijke financiële afwikkeling.

HOOFDSTUK 7 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 12: Verantwoording subsidie tot € 50.000,--
  • 1. Indien de subsidieverlening minder dan € 50.000,-- bedraagt dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het Dagelijks Bestuur uiterlijk 8 weken na het verricht zijn van de activiteit.

  • 2. Voor activiteiten waarvoor het subsidiebedrag ten hoogste € 5.000,- bedraagt, kan het Dagelijks Bestuur in afwijking van lid 1 de subsidie ambtshalve vaststellen binnen 8 weken nadat de activiteit uiterlijk moet zijn verricht.

  • 3. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend is verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).

  • 4. Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

  • 5. Indien toepassing is gegeven aan lid 2 kan het Dagelijks Bestuur de aanvrager in de beschikking tot subsidieverlening verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, is verricht en dat voldaan is aan de aan de subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen.

  • 6. Ingeval toepassing is gegeven aan artikel 8 lid 4 bevat de beschikking tot subsidievaststelling een aanduidding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Artikel 13: Verantwoording subsidies vanaf € 50.000,--
  • 1. Indien de subsidieverlening € 50.000,-- of meer bedraagt dient de subsidieontvanger een aanvraag in bij het Dagelijks Bestuur uiterlijk 8 weken na het verricht zijn van de activiteit;

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend is verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een accountantsverklaring.

  • 3. Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens of bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 14: Vaststelling subsidie
  • 1. Het Dagelijks Bestuur stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het Dagelijks Bestuur de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3. Indien een aanvraag om subsidievaststelling niet binnen de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde termijn is ontvangen, kan het bestuur zes weken na een eenmalig rappel overgaan tot ambtshalve vaststelling

HOOFDSTUK 8: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 15: Betaling en bevoorschotting
  • 1. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 8 lid 4 vindt de betaling van het subsidiebedrag in een keer plaats.

  • 2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd voorschotten te verlenen.

  • 3. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen zes weken na de subsidievaststelling, onder verrekening van de reeds betaalde voorschotten. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd in de vaststellingsbeschikking een andere termijn op te nemen.

  • 4. Bij een beschikking als bedoeld in artikel 12, lid 2 kan een voorschot worden verleend. Het voorschot, wordt in een keer betaald.

  • 5. Indien het Dagelijks Bestuur besluit tot bevoorschotting van de subsidie, worden in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Artikel 16: Hardheidsclausule

Het Dagelijks Bestuur kan bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Deze clausule geldt alleen voor zover toepassing, gelet op het belang van het doel van de regeling, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 17: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking vanaf 1 januari 2019.

Artikel 18: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene Subsidieverordening Waterschap Aa en Maas 2019’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Waterschap Aa en Maas op 6 juli 2018.

de secretaris,

drs. P. Sennema

de dijkgraaf

drs. L.H.J. Verheijen

Algemene toelichting

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt, dat subsidiëring in beginsel bij wettelijk voorschrift moet zijn geregeld. Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de rechten en plichten van de subsidieverstrekker en de subsidieontvanger. Tegelijkertijd wordt de subsidieverstrekkende overheid gedwongen zich goed af te vragen welke doelen met de subsidie worden nagestreefd en welke voorschriften noodzakelijk zijn om die doelen te bereiken.

De regels over subsidiëring zijn te vinden in titel 4.2 van de Awb. Daarnaast zijn onder meer de regels inzake bestuurlijke geldschulden in titel 4.4 Awb van toepassing bij het verstrekken van een subsidie.

Artikel 4:21, eerste lid, van de Awb definieert subsidie als:

De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen en diensten.

Voor het waterschap betekent de verplichting om voor subsidiëring een wettelijke grondslag te hebben, dat een verordening als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet moet worden vastgesteld. Het waterschap hanteert voor het vaststellen van deze subsidieregels de volgende systematiek:

- Een Algemene subsidieverordening, en

- Nadere regels voor subsidies voor specifiek bepaalde activiteiten.

Algemene Subsidieverordening

De Algemene Subsidieverordening Waterschap Aa en Maas geeft een aantal algemene voorschriften (een kader), dat voor alle door het waterschap te verstrekken subsidies zal gelden, ongeacht het doel van de subsidie. De voorschriften zijn vooral procedureel van aard.

Deze algemene regels beperken zich tot die bepalingen waarvoor titel 4.2 en titel 4.4 van de Awb de ruimte laat aan het waterschap als lagere wetgever. De verordening is aanvullend aan hetgeen al in de Awb is geregeld en moet in nauwe samenhang met de Awb worden gelezen.

Nadere regels

Voor subsidie voor specifiek bepaalde activiteiten kunnen nadere regels worden vastgesteld. In deze regels zijn bijvoorbeeld bepalingen opgenomen over de omvang van de subsidie, het subsidieplafond, de toewijzingsgronden en wie in aanmerking kan komen voor een subsidie.

De nadere regels zijn aanvullend ten opzichte van de Algemene Subsidieverordening. Als er geen noodzaak bestaat dergelijke regels vast te stellen blijven ze achterwege. Dit is denkbaar bij zogeheten begrotingssubsidies, waarbij in de begroting de subsidieontvanger en het bedrag, waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, worden vermeld. Ook in de (uiteenlopende) gevallen, waarbij het waterschap slechts incidenteel subsidie verstrekt en kan worden volstaan met het in artikel 2, eerste lid, en artikel 7 van de Algemene Subsidieverordening opgenomen toetsingskader.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Door in het eerste lid de verordening op alle beleidsterreinen van het waterschap van toepassing te verklaren geeft deze een sluitend ‘vangnet’ voor alle subsidieverstrekkingen.

Artikel 3

Voor de aan het Dagelijks Bestuur gedelegeerde bevoegdheid is een expliciete link gelegd naar de in de begroting opgenomen financiële middelen.

De gedelegeerde bevoegdheid in lid 4 levert een praktische werkwijze. De nadere regels zijn uitvoerend van aard, bevatten specifieke, veelal jaarlijks aan te passen, bepalingen en moeten blijven binnen de door het Algemeen Bestuur bepaalde financiële, juridische en overige beleidskaders.

Artikel 4

Een subsidieplafond is hét juridische instrument, dat waarborgt dat nimmer meer subsidiegelden moeten worden verstrekt dan de middelen die daartoe zijn opgenomen in de begroting van het waterschap. Het voorkomt, doordat aanvragers een beroep op het gelijkheidsbeginsel zouden kunnen doen, dat een open einde regeling ontstaat. De noodzaak van een plafond dient zich vooral aan bij een potentieel onbegrensd aantal subsidieverzoeken voor veel en structureel voorkomende activiteiten.

De Awb vereist, ter voorkoming van willekeur, dat in combinatie met een plafond de verdeelcriteria moeten zijn vastgelegd. Het tweede lid geeft daarvoor de basis (art. 4:26 lid 2 Awb).

Artikel 5

De verordening (lid 7 van dit artikel) gaat uit van een systeem ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Indien het beschikbare bedrag is gebruikt, worden nieuwe aanvragen niet meer gehonoreerd.

Artikel 7

Het betreft algemene, voor alle bij het waterschap inkomende subsidieverzoeken, toepasbare gronden op basis waarvan een subsidieaanvraag kan worden geweigerd. Artikel 7 laat onverlet dat bij zeer specifieke omstandigheden maatwerk mogelijk blijft en in afwijking van artikel 7 en mede gelet op het bepaalde in artikel 17 toch tot subsidieverstrekking kan worden besloten. Aanvullende verdeel- en beoordelingscriteria worden in voorkomende gevallen opgenomen in de nadere regels.

Artikel 8.

Het derde lid is bijvoorbeeld van toepassing indien het een project met een langere looptijd betreft (artikel 4:32, 4:51 Awb).

Zie ook toelichting art. 12 t.a.v. toepassing lid 4.

Artikel 10

De meldingsplicht is bedoeld om desbetreffende subsidietoekenningen ongedaan te maken, aldus te bereiken dat die gelden weer vrijvallen en zo mogelijk kunnen worden ingezet voor nieuw inkomende subsidieverzoeken.

Artikel 11

Het eerste lid schept, gegeven de subsidiesystematiek van de Awb, geen dwingende rechtsplicht. In de voorkomende gevallen dat het om redenen van algemeen (waterschaps)belang gewenst is dat een bepaalde activiteit daadwerkelijk tot stand komt zal in de subsidiebeschikking een aanvullende uitvoeringsovereenkomst verplicht worden gesteld. Nakoming daarvan is rechtens afdwingbaar.

Voor het tweede lid geldt hetgeen is opgemerkt bij artikel 10.

Artikelen 12 tot en met 14

De Awb neemt als uitgangspunt dat na indiening van een aanvraag de subsidie kan worden verleend. Nadat de activiteit is gerealiseerd komt een aanvraag tot subsidievaststelling, heeft de controle plaats, en volgt na vaststelling de betaling. Dit is een omslachtig proces. De Awb zélf biedt de mogelijkheid verlening en vaststelling te beperken tot één aanvraag- en beslismoment en direct over te gaan tot betaling (art. 4:42 e.v. Awb). Dit is bijvoorbeeld het geval als zeker is dat de te subsidiëren activiteit zal plaatsvinden en het te subsidiëren bedrag volledig vaststaat. Volgens ABRvS 14 mei 2008, LJN BD 1474, JB 2008/141 is een vaststellingsbeschikking zonder voorafgaande subsidieverlening in beginsel slechts aan de orde als de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt reeds hebben plaatsgevonden op het moment van verstrekking 1 .

In de Algemene Subsidieverordening is hierop, teneinde de administratieve lasten voor zowel aanvragers als het waterschap te beperken, ingehaakt (artikel 8 lid 4 juncto art. 12 lid 6). De artikelen kennen, afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag en de behoefte om indringender controle uit te oefenen, een in zwaarte oplopend verantwoordingsregime.

Artikel 12 lid 2 biedt de mogelijkheid om de subsidie waarvoor het subsidiebedrag ten hoogste € 5.000,- bedraagt, ambtshalve vast te stellen. De behoefte hiertoe kan bestaan indien het Dagelijks Bestuur reeds over de benodigde gegevens beschikt om de subsidie vast te stellen. Een afzonderlijke aanvraag voor subsidievaststelling kan in dat geval achterwege blijven 2 .

Artikel 15

Zolang een subsidie niet is vastgesteld vindt er geen betaling plaats. Het artikel voorziet in een regeling voor bevoorschotting, praktisch en eenduidig bij ‘eenvoudige’ subsidies en met ruimte voor maatwerk als deze meer omvattend zijn.

Artikel 16

De hardheidsclausule is zowel op de Algemene Subsidieverordening als op de nadere regels van toepassing.


Noot
1

Borman T.C., Jacobs M.J., De Poorter J.C.A., Verbeek J., T&C Algemene wet bestuursrecht tiende druk, titel 4.2, inleidende opmerkingen aant. 2 d.

Noot
2

Borman T.C., Jacobs M.J., De Poorter J.C.A., Verbeek J., T&C Algemene wet bestuursrecht tiende druk, art. 4:47 aant. 2 a.