Onderwerp: Verordening toeristenbelasting 2019

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Intitulé

Onderwerp: Verordening toeristenbelasting 2019

De raad van de gemeente Hof van Twente;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de navolgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING (Verordening toeristenbelasting 2019)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. hotel: een hotel is een overnachtingsaccommodatie in overwegend één- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten. Ook appartementen met hoteldienstverlening behoren hiertoe;

b. pension: een pension is een eenvoudige overnachtingsaccommodatie in overwegend één- en tweepersoonskamers, al dan niet met de mogelijkheid tot gehele verzorging (drie maaltijden) voor verblijf van een langere termijn;

c. bed en breakfast: een bed en breakfast is een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt;

d. kampeeronderkomens: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

e. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeeronderkomens ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

f. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat voor plaatsing van eenzelfde kampeeronderkomen gedurende een seizoen of een jaar aan éénzelfde groep personen of één persoon ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf:

1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

3. van scouts in scoutinggebouwen of op scoutingterreinen in het kader van scouting-activiteiten.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat verblijf wordt gehouden als bedoeld in artikel 2.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

(vaste standplaatsen)

1. Voor kampeeronderkomens op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, forfaitair worden vastgesteld.

2. Bij de forfaitaire berekening voor kampeeronderkomens op vaste standplaatsen wordt per standplaats het aantal overnachtingen bepaald op 115.

Artikel 7 Belastingtarief

1. Per overnachting bedraagt het tarief € 1,05.

2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt het tarief per overnachting in een hotel, pension of een bed en breakfast € 1,50.

Artikel 8 Voeren van twee administraties

Indien een verblijfsverstrekker van mening is dat zijn accommodatie zowel in een hoog als in een laag tarief valt, dient er een verzoek ingediend te worden bij afdeling bedrijfsvoering (cluster belastingen) van de gemeente om twee nachtverblijfregisters bij te houden. Na goedkeuring door genoemd afdeling dient de verblijfsverstrekker twee nachtverblijfregisters bij te houden voor zowel de overnachtingen in het hoog tarief als voor het laag tarief. Deze toestemming wordt verkregen als blijkt dat er een gedegen en gescheiden administratie wordt gevoerd.

De verblijfsverstrekker dient ten minste één maand voorafgaand aan het belastingjaar hiervoor toestemming te hebben aangevraagd. Indien een verblijfverstrekker in de loop van het belastingjaar zijn bedrijfsvoering opricht dient de aanvraag binnen één maand te zijn ingediend na het starten van zijn bedrijfsvoering.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

Artikel 12 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van het aanslagbiljet minimaal € 30,00 en maximaal € 27.000,00 bedraagt, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt telkens op de laatste werkdag van de daaropvolgende kalendermaand.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 15 Overgangsbepaling

De ‘Verordening toeristenbelasting 2015’ van 30 september 2014 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening toeristenbelasting 2019’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 10 oktober 2018.

De raad van Hof van Twente,

de griffier, de voorzitter,

mr. A. Venema drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM