Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019 (NKS 2019)

Geldend van 01-10-2018 t/m heden

Intitulé

Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019 (NKS 2019)

De raad van de gemeente Nijmegen;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10-07-2018;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de hierna volgende Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019 (NKS 2019):

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen
  • a. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b. Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door de gemeente verleend met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten;

  • c. Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor verlening van subsidies;

  • d. Subsidieverlening: het verlenen van aanspraak op financiële middelen;

  • e. Jaarlijkse subsidie: subsidie die per kalenderjaar of voor een bepaald aantal kalenderjaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verleend;

  • f. Eenmalige subsidie: een subsidie die wordt verleend voor een activiteit met een eenmalig of incidenteel karakter voor een tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar;

  • g. Subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag nadat de subsidie is verleend;

  • h. Directe subsidievaststelling: het vaststellen van de subsidie voor een activiteit zonder voorafgaande verleningsbeschikking;

  • i. Subsidieregeling: de krachtens deze verordening door burgemeester en wethouders vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.

Artikel 2 Reikwijdte verordening
  • 1. Deze verordening is van toepassing op verlening van subsidies op alle beleidsterreinen met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid van de Awb.

  • 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is vereist kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein worden omschreven.

  • 4. Subsidie op basis van deze verordening wordt verleend aan rechtspersonen.

  • 5. Het college kan nadere regels stellen waarin is bepaald dat subsidieverlening aan een natuurlijk persoon mogelijk is.

Artikel 3 Bevoegdheid college
  • 1. Het college besluit over het verlenen van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond.

  • 2. Het college kan voorschriften aan de beschikking tot subsidieverlening verbinden.

  • 3. Het college neemt besluiten over subsidieverlening, subsidieweigering, niet in behandeling nemen van de aanvraag, subsidievaststelling, wijziging of intrekking van de subsidieverlening of (directe) subsidievaststelling, bevoorschotting of terugvordering van subsidie. Het kan hiertoe nadere regels stellen.

  • 4. Indien een besluit ingevolge het voorgaande lid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, dan wordt voorafgaande aan de besluitvorming de raad in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

  • 5. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de activiteiten en doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de wijze van berekening, alsmede de aan de subsidieverlening te verbinden voorschriften.

  • 6. Van de toepassingen van deze verordening (NKS 2019) doet het college van B&W jaarlijks verslag aan de gemeenteraad in de VoortgangsRapportage Subsidies (VRS) ruim vóór de behandeling van de stadsbegroting van het volgende kalenderjaar, uiterlijk 8 september.

Hoofdstuk 2 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Artikel 4 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
  • 1. De raad kan besluiten tot het vaststellen van subsidieplafonds.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het college bevoegd om subsidieplafonds vast te stellen.

  • 3. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Hoofdstuk 3 Aanvraag van de subsidie

Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens
  • 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald.

  • 2. Een subsidieaanvraag gaat naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb vergezeld van:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      Een beschrijving van de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en een beschrijving hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen;

    • c.

      Een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      Bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3. Indien een rechtspersoon voor het eerst een subsidie aanvraagt voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, een kopie van een recent bankafschrift, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlage toe aan het aanvraagformulier.

  • 4. Het college kan bepalen dat ook andere of minder dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 6 Aanvraagtermijn
  • 1. Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend tenminste 13 weken voor aanvang van de activiteiten.

  • 2. Het college kan in nadere regels andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.

Artikel 7 Beslistermijn
  • 1. Voor zover sprake is van een subsidieaanvraag die betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt door het college beslist uiterlijk voor 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend, mits de aanvraag is ingediend voor 1 oktober van dat jaar. Voor de subsidieaanvragen die zijn ingediend tussen 1 oktober en 31 december is de afhandelingstermijn 13 weken.

  • 2. Het college beslist op een aanvraag om eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningstermijn voor het aanvragen van de subsidie.

  • 3. In het geval dat er zich onvoorziene omstandigheden voordoen kan de beslissingstermijn worden verdaagd met maximaal 13 weken. Van deze verlenging wordt de aanvrager in kennis gesteld.

  • 4. Het college kan gemotiveerd besluiten om de termijnen genoemd in de leden 1 tot en met 3 buiten toepassing te laten indien daar zwaarwegende redenen voor zijn.

  • 5. Indien de voorgenomen subsidieverlening is aangemeld bij de Europese Commissie wordt de beslistermijn opgeschort met ingang van de dag waarop het voornemen is aangemeld tot de dag waarop de Europese Commissie de beslissing omtrent het steunkarakter van de aanvraag aan het college heeft bekendgemaakt.

Hoofdstuk 4 Weigerings- en intrekkingsgronden

Artikel 8 Weigerings- en intrekkingsgronden
  • 1. Het college weigert subsidie in ieder geval indien:

    • a.

      Het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie heeft verleend;

    • b.

      Er sprake is van ongeoorloofde staatssteun;

    • c.

      De subsidie niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders.

  • 2. Het college kan naast het bepaalde in de artikelen 4:35 en 4:48 van de Awb subsidie weigeren of intrekken indien:

    • a.

      De activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de belangen van de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;

    • b.

      De aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij over middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;

    • c.

      De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zijn aan het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;

    • d.

      De doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

    • e.

      De activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;

    • f.

      Subsidieverlening anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente.

Hoofdstuk 5 Verlening van de subsidie

Artikel 9 Verlening

Het college geeft bij het besluit tot het verlenen van subsidies aan op welke wijze de (tussentijdse) verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.

Artikel 10 Betaling en bevoorschotting
  • 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 14 onderdeel a wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats.

  • 2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 14 onderdeel b wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot en bepaalt het college in de beschikking tot subsidieverlening de termijnen van de voorschotten.

  • 3. In de overige gevallen besluit het college bij de subsidieverlening ambtshalve over bevoorschotting. Daarbij worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

  • 4. Indien sprake is van een beschikking tot subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting, wordt pas overgegaan tot bevoorschotting nadat de oprichtingsakte is overgelegd.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 11 Algemene verplichtingen
  • 1. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      Besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      Relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden;

    • c.

      Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorschriften geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen.

  • 2. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de rekenkamer als bedoeld in de ‘Verordening rekenkamer’, als deze daarom verzoekt.

  • 3. Het college kan naast de in artikel 4:37 van de Awb bedoelde verplichtingen bij nadere regels of bij de subsidieverlening ook verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a.

      De verwezenlijking van het doel van de subsidie;

    • b.

      De wijze waarop, of de middelen waarmee, de gesubsidieerde activiteit wordt verricht;

    • c.

      De wijze waarop de subsidie dient te worden verantwoord.

  • 4. Het college kan, op grond van artikel 4:39 van de Awb, niet-doelgebonden voorschriften verbinden bij nadere regels of bij de subsidieverlening.

  • 5. De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71 van de Awb, als zij van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 12 Bijzondere verplichtingen
  • 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

  • 2. Bij subsidies hoger dan € 20.000,00 verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het voorschrift worden verbonden tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3. Het college kan modellen vaststellen betreffende de wijze van aanvragen van subsidieverlening en subsidievaststelling en de wijze van rapportage en verantwoording.

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling subsidies

Artikel 13 Vaststelling
  • 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Bij subsidieregeling kunnen categorieën van subsidies of subsidieontvangers worden aangewezen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 3. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in artikel 15 in het eerste lid genoemde tijdstip is ontvangen, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 14 Vaststelling subsidies tot € 5.000,00
  • 1. Subsidies tot € 5.000,00 worden door het college:

    • a.

      Direct vastgesteld of;

    • b.

      Vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

Artikel 15 Verantwoording en vaststelling vanaf € 5.000,00
  • 2. Indien de subsidieverlening € 5.000,00 of meer bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college uiterlijk voor 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c.

      Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      Een ondertekening door de Raad van Bestuur van de onder lid 2 onderdeel a, b en c van dit artikel genoemde bescheiden voor subsidies van € 5.000,00 tot € 100.000,00

    • e.

      Een controleverklaring van een externe AA of RA accountant voor subsidies vanaf

      € 100.000,00

  • 4. Het college kan bepalen bij subsidieregeling of subsidieverlening dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

  • 5. Het college kan bepalen bij subsidieregeling of subsidieverlening dat een andere termijn als bedoeld in het eerste lid geldt.

Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Artikel 16 Indexering
  • 1. Indien indexering van een subsidie van toepassing is wordt de indexering gehanteerd zoals die door de raad bij de grondslagen van de Stadsbegroting wordt vastgelegd.

  • 2. Het college kan om dringende redenen afwijken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 17 Accountantscontrole
  • 1. Het college kan bepalen dat bij de aanvraag om subsidievaststelling een controleverklaring bij de financiële verantwoording moet worden overgelegd onverminderd het bepaalde in artikel 15 lid 2 onderdeel e.

  • 2. De door het college aangewezen accountant heeft de bevoegdheid tot controle op de verrichte werkzaamheden van de accountant van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat zijn accountant hiermee instemt.

  • 3. Het college kan nadere regels stellen over de reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole.

Artikel 18 Vergoeding vermogensvorming
  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.

  • 2.

    De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiëring door de gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.

  • 3.

    Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door één of meerdere onafhankelijke deskundigen.

  • 4.

    Indien de activiteiten van de subsidieontvanger met toestemming van het college door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan de ander in eigendom worden overgedragen, is de subsidieontvanger hiervoor in afwijking van het tweede lid geen vergoeding verschuldigd.

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van artikel 1, 2, 3 en 8, indien de toepassing van deze verordening onevenredig bezwarend is voor de subsidieaanvrager of –ontvanger.

Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20 Overgangsbepalingen

Aanvragen om subsidieverlening, die op basis van de NKS 2011 zijn ingediend en waarover bij de inwerkingtreding van de NKS 2019 nog niet is beslist, worden geacht op basis van de NKS 2019 te zijn ingediend.

Aanvragen om vaststelling van subsidie die op basis van de NKS 2011 zijn verleend, worden afgedaan op basis van de regelgeving die van kracht was ten tijde van de verlening.

Artikel 21 Strijdigheid met subsidieregelingen

Als in bestaande subsidieregelingen bepalingen voorkomen die strijdig zijn met deze verordening gelden de bepalingen in de subsidieregelingen totdat de subsidieregelingen in overeenstemming zijn gebracht met deze verordening.

Artikel 22 Intrekking Nijmeegse Kaderverordening Subsidieverstrekking (2011)

De Nijmeegse Kaderverordening Subsidieverstrekking (2011) (Gemeenteblad 2013-105) wordt ingetrokken.

Artikel 23 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2018.

Artikel 24 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019 (NKS 2019).

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 26-09-2018

De griffier

drs. S.J. Ruta

De voorzitter

drs. H.M.F. Bruls