Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Verordening Kwijtschelding Helmond 2018

Geldend van 14-09-2018 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Helmond houdende regels omtrent kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Verordening Kwijtschelding Helmond 2018

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 juni 2018;

gelet op het bepaalde in artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen (Staatscourant 1996, 98);

besluit:

VAST TE STELLEN DE VERORDENING KWIJTSCHELDING HELMOND 2018.

Artikel 1. Begripsbepaling

Deze verordening verstaat onder:

Gemeentelijke belastingen: Onroerende-zaakbelastingen, Rioolheffing, Afvalstoffenheffing en Hondenbelasting, zoals opgenomen op het gecombineerde aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen.

Artikel 2. Toepassing

Deze verordening is van toepassing op:

  • a.

    een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verschuldigd door een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent;

  • b.

    een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, die geen verband houden met de uitoefening van een bedrijf of beroep, verschuldigd door een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent.

Artikel 3. Heffingen waar kwijtschelding voor mogelijk is:

Kwijtschelding is uitsluitend mogelijk ten aanzien van:

  • a.

    Afvalstoffenheffing (uitsluitend voor de belasting als vermeld onder artikel 5, eerste lid, van de Verordening Reinigingsheffingen Helmond);

  • b.

    Rioolheffing (uitsluitend voor de belasting als vermeld onder artikel 7, lid 1 van de Verordening Rioolheffing Helmond);

  • c.

    Onroerende-zaakbelastingen zoals vermeld in de Verordening Onroerende-zaakbelasting Helmond (alleen voor objecten die in hoofdzaak tot woning dienen).

Artikel 4. Geen kwijtschelding

Geen kwijtschelding wordt verleend voor andere belastingen en heffingen dan genoemd in artikel 3.

Artikel 5. Kosten van bestaan

In afwijking van de krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990 door de Minister van Financiën bij ministeriële regeling gestelde regels en met inachtneming van door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij ministeriële regeling gestelde regels, wordt bij de berekening van de betalingscapaciteit

  • a.

    voor belastingschuldigen die op het moment van indiening van het verzoek nog niet de pensioengerechtigde leeftijd, als bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene ouderdomswet hebben bereikt, het bedrag van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent van de normuitkering (bijstandsnorm) die de belastingschuldige naar de maatstaven van de Participatiewet per maand telkens zou kunnen ontvangen;

  • b.

    voor een echtpaar als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet, die op het moment van indiening van het verzoek de pensioengerechtigde leeftijd, als bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene ouderdomswet heeft bereikt, het bedrag van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent van het toepasselijke bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, verminderd met de verschuldigde loonbelasting, de premies voor de volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet (netto AOW-norm), en verhoogd met

    • -

      het eerste bedrag, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel a van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, voor een echtpaar waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt,

    • -

      het bedrag, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, of voor een echtpaar waarvan één van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Artikel 6. Eigen bijdrage kinderopvang

  • 1. Bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek wordt bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, mede in aanmerking genomen de overeenkomstig artikel 1.7, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen bepaalde kosten van kinderopvang verminderd met de kinderopvangtoeslag of met de tegemoetkoming van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de te betalen kosten van kinderopvang, bedoeld in hoofdstuk 1, afdeling 2, van die wet.

  • 2. Voor de berekening van de kosten wordt gerekend met de maximum-uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in de kosten kinderopvang.

Artikel 7. Kwijtschelding van privé-belastingen aan ondernemers

Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in artikel 3 genoemde gemeentelijke belastingen verschuldigd door een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent en die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, zijn de afdelingen 1,2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, waarbij:

  • a.

    de wijze waarop het inkomen wordt bepaald, geschiedt conform het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, dan wel de Participatiewet;

  • b.

    de wijze waarop het voorde uitoefening van dat bedrijf of beroep noodzakelijke bedrijfsvermogen getoetst wordt, geschiedt conform het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, dan wel de Participatiewet, met uitzondering van de vrijstelling voor de eigen woning als genoemd in artikel 7 van dit besluit.

Artikel 8. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid.

Artikel 9. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 2. Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening Kwijtschelding Helmond 2018"

Ondertekening

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 september 2018.

De raad voornoemd,

de voorzitter

de griffier