Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent orde Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2018

Geldend van 18-07-2018 t/m 01-03-2022

Intitulé

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent orde Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2018

De raad van de gemeente Brunssum;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen het:

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum2018

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger op grond van artikel 77 lid 1 van de Gemeentewet; de vervanger/plaatsvervangend voorzitter is een door de raad aangewezen raadslid.

  • b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

  • c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

  • d. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • e. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de raadsvergadering..

  • f. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel.

  • g. commissie: een raadscommissie zoals bedoeld in artikel 82 van de gemeentewet

  • h. De notulen: de besluitenlijst en geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering

  • i. Presidium: ingesteld door de raad, bestaande uit de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, de fractievoorzitters en de griffier, handelt conform het door de raad vastgestelde reglement van orde voor vergaderingen van het presidium

  • j. Informatieavond: openbare informerende avond over nieuwe en lopende onderwerpen.

  • k. Discussieavond: besloten avond over onderwerpen met een opiniërende functie.

Artikel 2 De voorzitter

De voorzitter is belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering van de raad, de vergadering van het presidium;

  • b.

    het handhaven van de orde;

  • c.

    het doen naleven van het reglement van orde en hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt

Artikel 3 De griffier

  • 1. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van de raad aanwezig.

  • 2. Hij/zij kan, indien hij/zij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 4 De secretaris

De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering van de raad aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

Artikel 5 Het presidium

  • 1. De raad heeft een presidium.

  • 2. Het presidium bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en indien deze ook fractievoorzitter is, is hij/zij in het presidium aanwezig als fractievoorzitter. Indien de voorzitter verhinderd is, dan vervangt de plaatsvervangend voorzitter en kan de plaatsvervangend fractievoorzitter in het presidium aanwezig zijn. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig.

  • 3. De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium.

  • 4. Ingeval een fractievoorzitter niet in de vergadering van het presidium aanwezig kan zijn wijst deze adhoc een lid van zijn raadsfractie als zijn plaatsvervanger aan.

  • 5. Elke fractievoorzitter of zijn plaatsvervanger heeft één stem in het presidium.

  • 6. Raads- en commissieleden en de leden van het college kunnen de vergaderingen van het presidium als toehoorder bijwonen. Overige belangstellenden kunnen alleen op uitnodiging van het presidium een vergadering van het presidium als toehoorder bijwonen.

  • 7. Voor het presidium wordt door de raad een eigen reglement van orde opgesteld, waarin de bevoegdheden en positie van het presidium nader omschreven worden

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

De raad stelt een Commissie Onderzoek Geloofsbrieven in bestaande uit drie van zijn leden die door de raad op voorstel van de voorzitter worden gekozen voor de duur van één raadsperiode. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuwe leden en de processenverbaal van de stembureaus. De commissie onderzoekt tevens de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders conform de eisen van de Gemeentewet. Bij afwezigheid van een van de leden van deze commissie kan de raad ad hoc een raadslid ter tijdelijke vervanging aanwijzen.

  • 1.

    Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode van 23 tot en met 29 maart.

  • 2.

    De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

  • 3.

    Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 4.

    In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5.

    De wethouder legt de eed of belofte af alvorens de functie te kunnen uitoefenen

  • 6.

    De burgemeester geeft de opdracht voor een risicoanalyse integriteit voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. De benoeming is niet eerder dan dat de uitslag bij de burgemeester bekend is. Indien de uitkomst van de risicoanalyse daar aanleiding toe geeft informeert de burgemeester de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven conform de procedure zoals omschreven in de notitie “Nieuwe aanpak risicoanalyse integriteit voor kandidaat-wethouders en raadsleden in Brunssum na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018”. Kandidaat-wethouders dienen te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag en registratie BKR ten behoeve van de risicoanalyse integriteit.

Artikel 7 Fractie

  • 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.

  • 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

    • a.

      Indien:

      • 1)

        één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

      • 2)

        twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

      • 3)

        één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

    • b.

      Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan

Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad

Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen

Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad

  • 1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 19.00 uur, eindigen om 22.30 uur, tenzij de raad incidenteel besluit tot voortzetting tot uiterlijk 23.00 uur en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis.

  • 2. Indien de agenda van de raadsvergadering niet om uiterlijk 23.00 uur is afgehandeld wordt in de regel besloten de raadsvergadering te schorsen en voort te zetten op de volgende dag dan wel de vergadering te sluiten en de resterende niet aan tijd gebonden punten naar de eerstvolgende raadsvergadering te verschuiven.

  • 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij/zij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium.

  • 4. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. In het laatst genoemde geval dient die vergadering binnen 14 dagen na indiening van het verzoek plaats te vinden.

  • 5. Ingeval er sprake is van voortzetting van de raadsvergadering, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, alsmede indien er sprake is van een extra raadsvergadering zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, vangen deze vergaderingen aan om 19.00 uur, eindigen wanneer de agenda is afgewerkt en worden in de regel gehouden in het gemeentehuis

Artikel 9 Oproep

  • 1. De voorzitter zendt ten minste 8 werkdagen voor een raadsvergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn zoals gesteld in dit artikel.

  • 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep gepubliceerd.

  • 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, derde lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering gepubliceerd

Artikel 10 Agenda

  • 1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden, indien er sprake is van de situatie zoals bedoelt in art. 8 lid vier van dit reglement. De raadsagenda zal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden.

  • 2. De agenda van de raad kent twee delen, waaraan op basis van het advies van haar commissies invulling gegeven wordt. Ten eerste zal er een lijst samengesteld worden van akkoordstukken (A-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk in stemming gebracht zonder beraadslaging. Over een motie of amendement op een Akkoord-stuk wordt eveneens niet beraadslaagd. Een lid van de raad kan een stemverklaring afgeven. De tweede lijst bestaat uit Bespreekstukken (B-agenda). Deze stukken worden afzonderlijk, inhoudelijk behandeld en in stemming gebracht.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 4. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast.

  • 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4.

  • 6. Wanneer de raad een agendapunt onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij/zij dit agendapunt terugverwijzen naar een commissie.

  • 7. Een eenmaal aan de raad toegezonden raadsvoorstel, kan enkel met toestemming van de gemeenteraad weer van de agenda afgevoerd worden.

  • 8. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 11 De wethouder/burgemeester

  • 1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen.

  • 2. Een wethouder heeft toegang tot de vergaderingen en kan aan de beraadslaging deelnemen.

  • 3. Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

  • 1. De vergaderstukken worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder gepubliceerd op de gemeentelijke website en op de griffie ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 13. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.

  • 3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en commissie inzage. De inzage wordt schriftelijk bevestigd.

Artikel 13 Openbare kennisgeving

  • 1. De raadsvergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws- of huis aan huisbladen, alsmede door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 14 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 15 Zitplaatsen

  • 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

  • 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.

  • 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering van de raad zijn uitgenodigd.

Artikel 16 Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

  • 3. Bij tussentijds ontbreken van het quorum sluit de voorzitter de raadsvergadering na zich van dit ontbreken te hebben overtuigd via hoofdelijke oproeping

Artikel 17 Spreekrecht burgers

  • 1. Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezige burgers van Brunssum en daarbuiten gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.

  • 2. Het woord kan niet gevoerd worden:

    • a.

      over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • b.

      indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  • 3. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de raadsvergadering aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp van de agenda waarover hij het woord wil voeren.

  • 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

  • 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er is voor de inspreker of raad geen ruimte om in debat te gaan.

Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming

Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

Artikel 19 Notulen

  • 1. De besluitenlijst van de voorgaande raadsvergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De concept besluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.

  • 2. Bij het begin van de raadsvergadering wordt, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.

  • 3. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend.

  • 4. De notulen moeten inhouden:

    • a.

      de besluitenlijst en

    • b.

      een geluids- en/of video-opname van de betreffende vergadering

  • 5. De besluitenlijst bevat:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      een schriftelijke bondige weergave van hetgeen de raad heeft besloten;

    • d.

      een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming moeten onthouden;

    • e.

      de tekst van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen.

  • 6. De besluitenlijst alsmede de geluids- en/of video-opname worden opgesteld onder de zorg respectievelijk de verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 7. De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 20 Ingekomen stukken

  • 1. Aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op een lijst gezet, voorzien van een procedurevoorstel

  • 2. De griffier draagt direct zorg voor de afhandeling naar de vakafdeling alsmede een bericht aan de briefschrijver.

  • 3. De opgestelde lijst wordt achteraf ter goedkeuring aan het presidium aangeboden.

  • 4. De door het presidium vastgestelde lijst wordt voor de raadsleden op het niet openbare gedeelte van de website gepubliceerd, waarbij de stand van zaken direct inzichtelijk is.

Artikel 21 Spreekregels

  • 1. De voorzitter geeft bij de start van de behandeling van een agendapunt kort aan wat het onderwerp is en welk besluit voorligt.

  • 2. De leden van de raad en overige aanwezigen richten zich tot de voorzitter.

  • 3. Tijdens de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats met uitzondering van korte verhelderende vragen.

  • 4. Sprekers voeren in principe het woord vanaf de voor hen bestemde spreekplaats (incl. microfoon). In de raadzaal is er één spreekplaats en één interruptiemicrofoon aanwezig. De voorzitter voert het woord via een microfoon op zijn/haar zitplaats. Voor interrupties wordt gebruik gemaakt van de interruptiemicrofoon.

  • 5. De spreker die niet in staat is te spreken via de voor hem /haar bestemde spreekplaats kan het woord voeren via een microfoon op zijn of haar zitplaats.

  • 6. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken

Artikel 22 Volgorde sprekers

  • 1. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers en wijzigt de volgorde per agendapunt.

  • 2. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 3. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de raadsvergadering

Artikel 23 Aantal spreektermijnen

  • 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3. Een fractie mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4. Het derde lid is niet van toepassing op:

    • a.

      de rapporteur van een commissie;

    • b.

      de fractie die een (sub)amendement, een motie (vreemd aan de orde van de dag) of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie (vreemd aan de orde van de dag) of dat initiatiefvoorstel.

  • 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend interrupties en het spreken over een voorstel van orde

Artikel 24 Spreektijd

  • 1. Als regel geldt per fractie een spreektijd bij wijze van proef een totale spreektijd per fractie 15 minuten per agendapunt. Voor de gemeentelijke begroting en de Perspectiefnota geldt per fractie een spreektijd bij wijze van proef van 25 minuten en voor het college van B&W 90 minuten.

  • 2. Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen, dat afwijkt van het bepaalde in lid 1 van dit artikel.

  • 3. Een lid van het college heeft, voor zover deze deelneemt aan de beraadslagingen van de raad, een spreektijd van maximaal 15 minuten in de eerste spreektermijn en maximaal 7,5 minuten in de tweede spreektermijn

Artikel 25 Handhaving orde; schorsing

  • 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 2. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

  • 3. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 4. Indien een spreker naar mening van de voorzitter, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij/zij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 5. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

  • 6. De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid van de raad of het college dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 26 Beraadslaging

  • 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is

  • 3. Diegene die de schorsing aanvraagt, heeft bij hervatting van de vergadering als eerste het woord.

Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen

Artikel 28 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort en krachtig te motiveren

Artikel 29 Beslissing

  • 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

  • 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing

Paragraaf 3 Procedures bij stemming

Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming

  • 1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 2. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen , ten behoeve van de geluids en/of videoopname zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement, mededelen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben moeten onthouden.

  • 3. De leden brengen de stem uit door middel van handopsteking.

  • 4. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen; dit is niet van toepassing in geval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; en in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de Gemeentewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

  • 5. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij/zij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

  • 6. Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:

    • a.

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • b.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort.

  • 7. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.

  • 8. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij/zij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het voorgaande lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden

Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming

  • 1. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 2. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

  • 3. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 4. De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 5. Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij/zij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

Artikel 31 Stemming over amendementen en moties

  • 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

  • 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie

Artikel 32 Stemming over personen

  • 1. Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden.

  • 2. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, ontslag, een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden tot stembureau.

  • 3. Ieder ter raadsvergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.

  • 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

    • a.

      een blanco ingevuld stembriefje;

    • b.

      een ondertekend stembriefje;

    • c.

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

    • d.

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

    • e.

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

  • 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

  • 8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 33 Herstemming over personen

  • 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 34 Beslissing door het lot

  • 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen

Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad

Artikel 35 Amendementen

  • 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen schriftelijk bij de voorzitter amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de raadsvergadering aanwezig zijn.

  • 2. Ieder lid dat in de raadsvergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4. Over een amendement op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist.

  • 5. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, voordat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden

Artikel 36 Moties

  • 1. Ieder lid van de raad kan voorafgaande aan en tijdens de raadsvergadering een motie indienen.

  • 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

  • 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld

  • 5. Over een motie op een Akkoord-stuk wordt niet beraadslaagd, tenzij de raad anders beslist.

  • 6. De behandeling van een motie vreemd aan de orde van de dag vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 37 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond of wordt enkel bij wijze van uitzondering kort beraadslaagd.

  • 3. Het voorstel wordt direct in behandeling genomen

Artikel 38 Initiatiefvoorstel

  • 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college.

  • 2. Het college kan binnen 48 uur nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

Artikel 39 Collegevoorstel

  • 1. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke raadsvergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt

Artikel 40 Interpellatie

  • 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient te worden ingediend voor vrijdag 12.00 uur ingeval de termijn voor indiening van het verzoek eindigt op de zaterdag dan wel de zondag.

  • 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders.

  • 3. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt, op voorstel van de voorzitter, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 4. Het college, of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling door de raad antwoord op de door de interpellant gestelde vragen.

  • 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft

Artikel 41 Startnotitie

  • 1. De raad kan voor zaken die tot de eigen bevoegdheden behoren aan het college een startnotitie geven.

  • 2. De startnotitie wordt voorbereid onder directe verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 3. Een startnotitie wordt opgesteld middels toepassing van de 'checklist startnotitie, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement.

  • 4. Startnotitie voor zaken die tot de bevoegdheid van de raad behoren, worden conform artikel 2 van de Verordening op de raadscommissies voor advies voorgelegd aan de betreffende raadscommissie.

  • 5. Startnotitie worden vastgesteld door de raad dan wel het college.

Artikel 42 Vragenuur

  • 1. Aan het begin van iedere raadsvergadering is er een vragenuur van maximaal een half uur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt met inachtneming van het vorenstaande op welk tijdstip het vragenuur eindigt.

  • 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit schriftelijk onder aanduiding van het onderwerp en bijbehorende vraag ten minste 30 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Per fractie kan per vergadering maximaal over één urgent onderwerp maximaal drie vragen gesteld worden. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij/zij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.

  • 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.

  • 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.

  • 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller gedurende maximaal 5 minuten het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Er is geen ruimte voor betoog.

  • 6. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

  • 7. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om korte aanvullende vragen te stellen. Er wordt geen debat gevoerd.

  • 8. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten

Artikel 43 Inlichtingen

  • 1. Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen verlangt van het college of de burgemeester, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij de griffier. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en de burgemeester wordt gebracht.

  • 2. De verlangde inlichtingen worden door het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk, echter binnen 30 dagen na indiening datum verzoek gegeven. De verlangde inlichtingen worden niet verstrekt indien dit in strijd is met het openbaar belang.

  • 3. Indien de verlangde inlichtingen niet binnen de gestelde termijn, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, kan worden gegeven stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

  • 4. Het verzoek en de te geven inlichtingen vormen een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de inlichtingen zullen worden gegeven. Dit betreft tevens het laatste agendapunt van de agenda. Indien de gevraagde inlichtingen nog niet binnen de gestelde termijn van 30 dagen door het college of de burgemeester beantwoord zijn, wordt hier in de raad niet op ingegaan, met uitzondering van acute zaken.

  • 5. Degene die inlichtingen verlangt kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen 30 uur voor aanvang van de vergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Met het oog hierop wordt het verantwoordelijk lid van het college geacht bij de raadsvergadering aanwezig te zijn

Hoofdstuk 5 Begroting en rekening

Artikel 44 Procedure begroting

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt.

Artikel 45 Procedure jaarrekening

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.

Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 46 Verslag; verantwoording

  • 1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Twee maal per jaar vindt terugkoppeling plaats vanuit iedere Verbonden Partij in een raadscommissie.

  • 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 43, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad

Artikel 47 Algemeen

Op een besloten raadsvergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 48 Besluitenlijst

  • 1. De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.

  • 2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 49 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten raadsvergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 50 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers

Artikel 51 Toehoorders en pers

  • 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare raadsvergaderingen bijwonen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan tijdig mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 53 Gebruik communicatiemiddelen

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de raadsvergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 54 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing en/of interpretatie van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter of een der leden van de gemeenteraad.

Artikel 55 In werking treden

  • 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 4 juli 2018. Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Brunssum 2017, vastgesteld bij raadsbesluit 2017/11 versie 3 vastgesteld op 20-6-2017.

  • 2. Dit Reglement van Orde kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2018”.

Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Middels raadsvoorstel 2014/47 d.d. 9-12-2014 heeft de raad besloten dat de vervanger/plaatsvervangend voorzitter een door de raad aangewezen raadslid is.

Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd.

Een informatieavond is een openbare avond waar het college/ambtelijke organisatie de raad en commissie informeren over nieuwe en lopende onderwerpen; de avond is informeel, er is geen verslaglegging en geen geluidopname,

Het presidium stelt de agenda vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties.

Vaste data worden een jaar vooruit gepland. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn.

Een Discussieavond is op advies van de Nationale Ombudsman een besloten avond (Rapport 2011/364 d.d. 20-12-2011 en raadsvoorstel 2012/39 versie 2) en alleen toegankelijk voor raads- en commissieleden, college en haar ondersteuning, griffie en genodigden. er is geen verslaglegging en geen geluidopname,

Het presidium stelt de agenda vast en stelt een datum ad hoc vast. Onderwerpen kunnen aangedragen worden door het college, raadsleden en fracties. Onderwerpen die op een discussieavond aan bod komen, worden na de discussieavond in een raadsvoorstel verwerkt en kunnen daardoor niet in dezelfde raadscyclus aan bod komen. Een discussieavond heeft een opiniërende functie. Er vindt geen besluitvorming plaats en geen verantwoording van het college. Er zijn maximaal 2 onderwerpen per avond. Informatie over de onderwerpen is vooraf bekend. De verdeling in tijd voor presenteren en vragen stellen dient evenwichtig te zijn.

Voor zowel een informatieavond als een discussieavond is vooraf een kort kaderdocument beschikbaar dat minimaal de grenzen aangeeft van het onderwerp en een inhoudsopgave bevat van hetgeen besproken gaat worden.

Artikel 2 De voorzitter

De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In het gewijzigde artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de burgemeester als voorzitter van de raad waar.

 

De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.

Artikel 3 De griffier

De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen.

In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etcetera zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt.

Artikel 4 De secretaris

De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemd en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties 

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden.

Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Het onderzoek naar het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.

Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature.

Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt de raad in oude samenstelling tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode van 23 tot en met 29 maart. (Kieswet artikel C 4, tweede lid) Voor die tijd moet het onderzoek zijn afgerond en moet omtrent de toelating van de nieuw gekozen leden zijn besloten. Doorgaans zal de oude raad voor het laatst bijeenkomen op de woensdag ervoor. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd en voor wethouders in artikel 41 a van de Gemeentewet.

De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad vervalt door inwerking treden van de Wet dualisering gemeentebestuur.

 

Aanleiding voor het instellen van een permanente commissie in plaats van bij elke benoeming een nieuwe commissie in te stellen, komt door het vastleggen van een nieuw onderdeel aan de benoemingsprocedure voor kandidaat-wethouders. Zo moet de burgemeester in overleg met de Commissie Onderzoek Geloofsbrieven bepalen of een zogenaamd nader onderzoek (fase 3) noodzakelijk is. Dit onderzoek vindt plaats voor de benoemingsvergadering vandaar de noodzaak om deze commissie permanent in te stellen.

De verplichting om voor de benoeming van de wethouders een risicoanalyse integriteit te doen bestond al. De VOG en BKR werden al bij de analyse betrokken op verzoek van het betreffende onderzoeksbureau. Op verzoek van de raad wordt dit nu formeel geregeld waarbij tevens wordt geanticipeerd op plannen van de minister.

Artikel 7 Fractie

In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning).

In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractie-assistentie, etc. In deze nadere regelingen kan nu worden aangesloten bij het in het RvO opgenomen fractiebegrip.

 

Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.

In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.

Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.

Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen van de Raad

 

Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen

Artikel 8 Vergaderfrequentie Raad

Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.

 Artikel 9 Oproep

Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd worden ook de voorlopige agenda en de stukken gepubliceerd. In samenspraak met het presidium kan in spoedeisende gevallen worden afgeweken van de termijn.

Artikel 10 Agenda

De commissies bepalen hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda.

In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om twee weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen.

Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering.

Het vijfde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4.

Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.

Het zesde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een commissie verwijst of aan het college nadere inlichtingen of advies vraagt.

Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen.

Artikel 11 De wethouder / burgemeester

In de gedualiseerde verhoudingen is het van belang dat de wethouder wordt betrokken bij de beraadslagingen van de raad. Een wethouder kan, als hij/zij dat wil, de raadsvergadering bijwonen en aan de beraadslaging deelnemen.

De regering acht het vanzelfsprekend dat wethouders zich niet mengen in beraadslagingen over aangelegenheden die in het bijzonder de raad aangaan en die de raad zonder inmenging van anderen wil behandelen. Bijvoorbeeld als de raad van gedachten wil wisselen over het eigen functioneren of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door wethouders gevoerde bestuur.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

In dit artikel gaat het, naast om de geheime stukken, om de zogenaamde ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).

Artikel 13 Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet.

Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van plaatsing op het internet toegevoegd.

   

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 14 Presentielijst

De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.

Artikel 15 Zitplaatsen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 16 Opening vergadering; quorum

De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend.

Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen. Het quorum is dan niet van toepassing tenzij op deze tweede vergadering andere agendapunten voorliggen dan op de eerste vergadering gepland waren.

Artikel 17 Spreekrecht burgers

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 18 Primus bij hoofdelijke stemming

Indien er een verzoek tot hoofdelijke stemming wordt gedaan, zal bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen worden; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Vervolgens wordt de stemming voortgezet door het raadslid met het daarop volgende volgnummer van de presentielijst enz.

Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, bij voorbeeld door te bepalen dat pas op het moment van stemming de primus wordt bepaald.

Zie ook artikel 30, vierde lid van dit reglement.

Artikel 19 Notulen

Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was.

Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een soortgelijk voorstel (wijziging notulen) is niet vatbaar voor

beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).

Artikel 20 Ingekomen stukken

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 21 Spreekregels

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 22 Volgorde sprekers

Het gaat hierbij niet om interrupties.

Artikel 23 Aantal spreektermijnen

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden.

Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.

Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten.

De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp.

Artikel 24 Spreektijd

Interrupties tellen niet mee in de op grond van dit artikel toegekende reguliere spreektijd.

Artikel 25 Handhaving orde; schorsing

Dit artikel bevatte de bevoegdheid van de voorzitter om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen. De bevoegdheid van de voorzitter is nu in overeenstemming met artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet gebracht

Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde.

Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune is ook in dit artikel aangesloten op de bepalingen in de Gemeentewet en wordt ook verwezen naar de artikel 51 van dit reglement.

Artikel 26 Beraadslaging

Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd.

In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.

Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 23 van dit reglement).

Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht.

Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de voorzitter van de deelgemeenteraad aan de beraadslaging over deelgemeente-aangelegenheden).

Artikel 28 Stemverklaring

Stemverklaringen zullen kort en krachtig moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming begint.

Artikel 29 Beslissing

Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.

 

Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen

Artikel 30 Algemene bepalingen over stemming

Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen.

Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel 18.

Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

In aanvulling op de bepaling in artikel 30 lid 6, gebaseerd op artikel 28 gemeentewet, is ook de actuele lijn in de jurisprudentie van belang. De jurisprudentie richt zich op de mate van beïnvloeding van de besluitvorming door het raadslid met een persoonlijk belang of belang als vertegenwoordiger.

Artikel 30a Bijzondere bepalingen bij hoofdelijke stemming

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 31 Stemming over amendementen en moties

Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 35 en 36 van dit reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing.

Artikel 32 Stemming over personen

Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim; stemming geschiedt middels een gesloten en ongetekend stembriefje; ook elektronisch stemmen behoort tot de mogelijkheden.

De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen en ontslag van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd en is daarmee geheim.

Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld.

Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken.

Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen.

In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de Gemeentewet.

Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement.

Artikel 33 Herstemming over personen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 34 Beslissing door het lot

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden van de Raad 

Artikel 35 Amendementen

Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.

Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 23).

Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 31.

Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard.

Artikel 36 Moties

Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen.

Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken.

Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen.

Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft.

Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 38 geregelde initiatiefvoorstellen.

Artikel 37 Voorstellen van orde

De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 38).

Artikel 38 Initiatiefvoorstel

Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend.

Het college dient de gelegenheid te krijgen een zienswijze in te dienen voordat de raad een besluit neemt.

Een voorstel voor een ontwerpverordening moet de raad in behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling voorgeschreven.

Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel.

Artikel 39 Collegevoorstel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 40 Interpellatie

Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.

Artikel 41 Startnotitie

Nieuwe activiteiten en aanpassing van beleid worden opgestart met de vaststelling van een startnotitie. Hierin wordt het probleem duidelijk gesteld en wordt aangegeven binnen welke kaders het probleem aangepakt dient te worden. Opstelling van de startnotitie geschiedt middels de 'checklist startnotitie’, die als bijlage deel uitmaakt van onderhavig reglement.

Op verzoek van de gemeenteraad en in het kader van het project “Kiezen voor Kwaliteit” heeft een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Beleid en Strategie, Projecten, Controlling en de Griffie in 2010 het huidige besluitvormingsproces kritisch tegen het licht gehouden. Deze herijking van het beleidsproces heeft geleid tot het voorstel om een nieuwe set van documenten in te voeren, de procedure op onderdelen aan te passen en een kwaliteitstoets toe te gaan passen met ingang van februari 2011 in werking treedt

Artikel 42 Vragenuur

Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid, van de nieuwe Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is dan ook een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een vragenuur voorafgaand aan iedere vergadering en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is.

Wel is bewust gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur. Veelal fungeert de rondvraag in de raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. In een dualistisch stelsel is het echter niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden.

Artikel 43 Inlichtingen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 5 Begroting en rekening 

Artikel 44 Procedure begroting en artikel 45 Procedure jaarrekening

Deze artikelen behoeven geen toelichting. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald.

Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties 

Artikel 46 Verslag; verantwoording

Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen.

Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.

In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen).

In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, gesteld in artikel 43.

Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen. Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.

Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het vierde lid.

Hoofdstuk 7 Besloten vergadering van de Raad 

Artikel 47 Algemeen

Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden, voorzover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.

Artikel 48 Besluiten- en afsprakenlijst

In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 49 Geheimhouding

Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig.

Artikel 50 Opheffing geheimhouding

In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bij voorbeeld artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij/zij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers 

Artikel 51 Toehoorders en pers

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 52 Geluid- en beeldregistraties

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 53 Verbod gebruik mobiele telefoons

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen 

Artikel 54 Uitleg reglement

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 55 In werking treding

Dit artikel behoeft geen toelichting.