Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Enschede 2014

Geldend van 12-02-2020 t/m heden

Intitulé

Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Enschede 2014

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Reikwijdte

  • 1. Deze gedragscode geldt voor alle politiek ambtsdragers van de gemeente Enschede, in aanvulling op hetgeen daaromtrent reeds bij wet is bepaald.

  • 2. Elke politiek ambtsdrager verklaart bij zijn aantreden, ten overstaan van de raad, zich te zullen houden aan deze gedragscode, gedurende de periode tijdens welke hij het politieke ambt bekleedt.

Artikel 2 Begripsbepalingen

In deze gedragscode wordt verstaan onder:

  • a.

    politiek ambtsdragers: de leden van de raad, de leden en plaatsvervangende leden van commissies niet zijnde raadsleden, alsmede de burgemeester en de wethouders van de gemeente Enschede;

  • b.

    de gemeente: de gemeente Enschede;

  • c.

    de raad: de gemeenteraad van Enschede;

  • d.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van Enschede;

  • e.

    het presidium: het presidium van de raad, zoals bedoeld in artikel 4 van het Reglement van orde gemeenteraad Enschede;

  • f.

    de commissie geloofsbrieven: de commissie geloofsbrieven van de gemeenteraad van Enschede;

  • g.

    de commissie integriteit: de door de gemeenteraad bij verordening ingestelde adviescommissie integriteit en toetsing verenigbaarheid van functies van politiek ambtsdragers.

Artikel 3 Kernbegrippen

Het handelen van politiek ambtsdragers wordt getoetst aan de volgende kernbegrippen:

  • a.

    dienstbaarheid: het handelen is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken;

  • b.

    functionaliteit: het handelen heeft een herkenbaar verband met de functie die de politiek ambtsdrager vervult in het bestuur;

  • c.

    onafhankelijkheid: het handelen wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden;

  • d.

    openheid: het handelen is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politiek ambtsdrager en zijn beweegredenen daarbij;

  • e.

    betrouwbaarheid: de politiek ambtsdrager houdt zich aan afspraken en wendt kennis en informatie, waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, aan voor het doel waarvoor deze zijn gegeven;

  • f.

    zorgvuldigheid: het handelen is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Artikel 4 Procedurele bepalingen

  • 1. Deze gedragscode is openbaar.

  • 2. Politiek ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode.

Hoofdstuk 2 Bepalingen met betrekking tot alle politiek ambtsdragers

Artikel 5 Belangenverstrengeling

  • 1. Een politiek ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen. Deze opgave is openbaar.

  • 2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politiek ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

  • 3. Een oud-politiek ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.

  • 4. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politiek ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.

  • 5. Een politiek ambtsdrager die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de stemming over de betreffende opdracht.

  • 6. Een politiek ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.

  • 7. Een politiek ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie.

  • 8. Een politiek ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en qualitate qua-nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden vervuld, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn.

  • 9. Een politiek ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit qualitate qua-nevenfuncties, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente.

  • 10. Van een politiek ambtsdrager die het ambt voltijds uitoefent worden de inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties verrekend, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

Artikel 6 Omgaan met informatie

  • 1. Een politiek ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden afdoende beveiligd zijn.

  • 2. Een politiek ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

  • 3. Een politiek ambtsdrager gaat verantwoord om met de e-mail- en internet-faciliteiten van de gemeente, alsmede met de sociale media. Hij houdt zich daarbij aan de gedrags- en verkeersregels zoals die gelden in de gemeente.

Artikel 7 Geschenken, giften, diensten en uitnodigingen

  • 1. Een politiek ambtsdrager accepteert geen geschenken, giften, faciliteiten of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen.

  • 2. Geschenken en giften die een politiek ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld bij het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt en worden geregistreerd.

  • 3. Geschenken en giften die een politiek ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een waarde van € 50,- of minder vertegenwoordigen worden wel gemeld en geregistreerd, maar kunnen worden behouden.

  • 4. Geschenken en giften worden niet op het huisadres van de politiek ambtsdrager ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt de politiek ambtsdrager dit in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk of de gift wordt genomen.

  • 5. Een politiek ambtsdrager die voornemens is om namens de gemeente geschenken of giften aan te bieden die een (gezamenlijke) geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen, meldt dit voornemen aan het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt. Namens de gemeente aangeboden geschenken of giften worden geregistreerd.

  • 6. Het bestuursorgaan waar de politiek ambtsdrager deel van uit maakt, kan besluiten om door de politiek ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangen geschenken of giften niet te accepteren. In dat geval worden de geschenken of giften geretourneerd. Indien dit niet mogelijk is, wordt er een gemeentelijke bestemming voor gezocht of worden zij ter beschikking gesteld van een door het bestuursorgaan te bepalen maatschappelijk doel.

  • 7. Onder geschenken of giften, zoals genoemd in de voorgaande leden van dit artikel, worden tevens verstaan: uitnodigingen voor diners, excursies, werkbezoeken, bezoeken aan evenementen en andere binnenlandse reizen, evenals aanbiedingen voor het verrichten van privé-werkzaamheden en kortingen op de aanschaf van privé-goederen, ten gunste van de politiek ambtsdrager.

  • 8. Als een partner wordt uitgenodigd en de totale waarde van de uitnodiging daarmee boven de € 50,- komt, kan de partneruitnodiging niet worden aangenomen. In zulke gevallen kan een partner wel op eigen kosten meegaan.

  • 9. Als de waarde van een uitnodiging voor een politiek ambtsdrager samen met de uitnodiging voor de partner een waarde van minder dan € 50,- vertegenwoordigd, kan de uitnodiging worden aangenomen, mits deze wordt gemeld en geregistreerd.

  • 10. Lid 3 is niet van toepassing op de toegangskaarten van de volgende evenementen:

    • Enschede Marathon

    • Military Boekelo – Enschede

    Lid 2, lid 4 en lid 6 van dit artikel zijn onverkort van toepassing op dit lid.

  • 11. Het raadspresidium en het college kunnen in gezamenlijkheid elk kalenderjaar eenmalig bepaalde evenementen binnen de gemeentegrenzen aanwijzen (anders dan genoemd in lid 10), waarvoor de uitnodiging aan de politiek ambtsdrager een geschatte waarde van meer dan 50 euro vertegenwoordigt, waarop lid 1 en lid 3 van dit artikel niet van toepassing wordt verklaard.

    Hierbij gelden in ieder geval de volgende criteria:

    • gemeentelijke bestuurlijke representatie is nodig en/of wenselijk

    • het betreft een evenement met een aantoonbare traditie en/of een uniek karakter

    • de uitnodiging is de politiek ambtsdrager aangeboden uit hoofde van zijn functie

    Lid 2, lid 4 en lid 6 van dit artikel zijn onverkort van toepassing op dit lid.

  • 12. De door het raadspresidium en het college in gezamenlijkheid aangewezen evenementen zijn voor alle politiek ambtsdragers dezelfde.

Artikel 8 Bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen

  • 1. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Hierbij gelden in ieder geval de volgende criteria:

    • a.

      met de uitgave is het belang van de gemeente gediend, en

    • b.

      de uitgave vloeit voort uit de functie.

  • 2. Een politiek ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.

  • 3. Een politiek ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 4. In geval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een creditcard door een politiek ambtsdrager, wordt dit voorgelegd aan het bestuursorgaan waar de politiek ambtsdrager deel van uit maakt.

  • 5. De navolgende bestuurlijke uitgaven komen in ieder geval voor rekening van de gemeente:

    • a.

      lunches en diners die door de gemeente worden aangeboden, al dan niet gebonden aan de portefeuille van een politiek ambtsdrager;

    • b.

      geschenken en giften, als bedoeld in artikel 7 hiervoor, welke namens de gemeente worden verstrekt;

    • c.

      de contributie voor het Nederlandse Genootschap van Burgemeesters;

    • d.

      de contributie voor de Wethoudersvereniging;

    • e.

      de contributie voor de Vereniging van raadsleden;

    • f.

      de vaste lasten van door de gemeente aan politiek ambtsdragers verstrekte creditcards (kaartbijdrage).

Artikel 9 Buitenlandse reizen

  • 1. Een politiek ambtsdrager die voornemens is uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis (waaronder ook begrepen wordt: reizen naar het Koninkrijk in de Caraïben en de BES-eilanden) te maken, of die is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt.

    Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. Indien het toestemming aan een lid van het college betreft, wordt de raad van de besluitvorming in het college op de hoogte gesteld.

  • 2. Een politiek ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 3. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een politiek ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan als dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.

  • 4. Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt bij de besluitvorming betrokken.

  • 5. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is toegestaan en wordt bij de besluitvorming betrokken. De extra reis- en verblijfkosten en de fiscale gevolgen komen volledig voor rekening van de politiek ambtsdrager.

  • 6. Reizen naar Duitsland, België en Luxemburg gelden niet als “buitenlandse reizen” in de zin van dit artikel.

Artikel 10 Overige voorzieningen

  • 1. Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan, tenzij het de bruikleen betreft van een fax, mobiele telefoon, computer en/of tablet, die mede voor privédoeleinden kunnen worden gebruikt.

  • 2. Het college kan besluiten dat leden van het college voor hun dienstreizen gebruik maken van een dienstauto (met of zonder chauffeur) en dat van de dienstauto gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van qualitate qua-nevenfuncties.

Artikel 11 Relatie met de ambtelijke organisatie

Politiek ambtsdragers zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met de ambtelijke organisatie. Zij hebben transparante werkrelaties met alle medewerkers en respecteren de professionaliteit van de medewerkers.

Hoofdstuk 3 Specifieke bepalingen met betrekking tot de raad

Artikel 12 Optreden in de raad

Leden van de raad geven er in hun optreden zowel ten opzichte van derden als ten opzichte van elkaar blijk van deel uit te maken van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met de raad, zijn commissies en zijn leden.

Artikel 13 Relatie met het college

Leden van de raad geven er in hun optreden blijk van de burgemeester en de wethouders te respecteren. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang en hebben transparante werkrelaties met de burgemeester en de wethouders.

Artikel 14 Afhandeling van declaraties

De griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties van leden van de raad en leden van raadscommissies. De griffier kan daartoe een medewerker aanwijzen.

Hoofdstuk 4 Specifieke bepalingen met betrekking tot het college

Artikel 15 Optreden in het college

Leden van het college geven er in hun optreden zowel ten opzichte van derden als ten opzichte van elkaar blijk van deel uit te maken van het college, en het college en de burgemeester te respecteren als dagelijkse bestuursorganen van de gemeente. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met het college en met de burgemeester.

Artikel 16 Relatie met de raad

Leden van het college geven er in hun optreden blijk van de raad te respecteren als hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang en hebben transparante werkrelaties met de raad.

Artikel 17 Afhandeling van declaraties

De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties van leden van het college. De gemeentesecretaris kan daartoe een medewerker aanwijzen.

Hoofdstuk 5 Specifieke bepalingen met betrekking tot kandidaat-wethouders

Artikel 18 Toepasselijkheid van de gedragscode ten aanzien van kandidaat-wethouders

In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van deze gedragscode, is hoofdstuk 2 van deze gedragscode ook van toepassing op het onderzoek naar de benoembaarheid van kandidaat-wethouders.

Artikel 19 Onderzoek benoembaarheid kandidaat-wethouders

  • 1. De commissie geloofsbrieven van de raad doet onderzoek naar de benoembaarheid van kandidaat-wethouders. De commissie hanteert hierbij de werkwijze die is vastgesteld op basis van artikel 6 Reglement van orde gemeenteraad Enschede.

  • 2. De kandidaat-wethouder verleent zijn volle medewerking aan dit onderzoek en neemt daarbij de kernbegrippen zoals geformuleerd in artikel 3 van deze gedragscode volledig in acht.

Hoofdstuk 6 Handhaving van de gedragscode

Artikel 20 Periodieke bespreking in de raad en het college

De burgemeester stelt deze gedragscode en de naleving ervan tenminste één keer per kalenderjaar aan de orde in de raad en in het college. Aan de bespreking in de raad gaat een bespreking in het presidium vooraf.

Artikel 21 Onderzoek

  • 1. Indien het vermoeden bestaat dat een politiek ambtsdrager deze gedragscode overtreedt of heeft overtreden, kan de raad, het presidium, het college en/of de burgemeester aan de commissie integriteit verzoeken om een onderzoek in te stellen.

  • 2. De commissie hanteert hierbij de werkwijze die is beschreven in de verordening waarbij de commissie is ingesteld.

  • 3. De commissie brengt advies uit aan degene die het verzoek om advies tot haar heeft gericht.

Artikel 22 Maatregelen

  • 1. Onverminderd de voor iedere politiek ambtsdrager geldende plicht strafbare feiten die bestaan in of gepaard gaan met schending van ambtsplichten of onrechtmatige toepassing van bevoegdheden te melden bij de politie, kan het presidium en/of de burgemeester de betrokkene aanspreken op zijn gedrag.

  • 2. Indien geen verandering optreedt in het gedrag van de betrokken politiek ambtsdrager kan het presidium en/of de burgemeester de zaak voorleggen aan de betrokken fractievoorzitter (wanneer het een lid van de raad betreft), dan wel aan het college (wanneer het een lid van het college betreft).

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 23 Uitleg gedragscode

In alle gevallen waarin deze gedragscode niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing ervan, wordt de commissie integriteit gevraagd advies uit te brengen.

Artikel 24 Intrekken van bestaande codes

De regeling “Gedragscode raadsleden”, zoals door de raad vastgesteld op 2 juni 2003 (nummer 03S003509), wordt ingetrokken op de datum waarop deze gedragscode in werking treedt.

De regeling “Gedragscode burgemeester en wethouders”, zoals door de raad vastgesteld op 2 juni 2003 (nummer 03S003759), wordt ingetrokken op de datum waarop deze gedragscode in werking treedt.

Artikel 25 Naam

Deze gedragscode kan worden aangehaald als “Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Enschede 2014”.

Artikel 26 In werking treden

Deze gedragscode treedt in werking op de dag nadat zij is bekendgemaakt.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van maandag 31 maart 2014.

de Griffier, de Voorzitter,