Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent extern mandaat (Provinciaal mandaatbesluit Omgevingsdienst de Vallei 2018)

Geldend van 30-04-2021 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent extern mandaat (Provinciaal mandaatbesluit Omgevingsdienst de Vallei 2018)

Bekendmaking van het besluit van 3 juli 2018 - zaaknummer 2018-008584

GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

Gelezen het voorstel over de wijziging van het extern mandaat aan de Omgevingsdienst de Vallei;

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN

  • I.

    In te trekken het op 11 juni 2014 (Provinciaal Blad 2014/743) aan de Omgevingsdienst de Vallei verleende mandaat (zaaknummer 2013-001741);

  • II.

    In plaats van het onder I bedoelde mandaat het volgende mandaat aan de Omgevingsdienst de Vallei vast te stellen:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    complexe bedrijven: inrichtingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst de Vallei.

  • b.

    BRZO-bedrijven: alle inrichtingen die vallen onder de werking van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 en de inrichtingen die behoren tot categorie 4 van de Richtlijn industriële emissies.

  • c.

    milieudeel: geheel van bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een inrichting.

  • d.

    inrichting: een inrichting zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • e.

    omgevingsdienst: Omgevingsdienst de Vallei.

  • f.

    m.e.r.-beoordelingsbesluit: besluit over een activiteit als bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onder aanhef en onder b van de Wet milieubeheer waarin wordt geoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.

Artikel 2

De directeur van de Omgevingsdienst de Vallei is gemandateerd om namens Gedeputeerde Staten beslissingen te nemen op grond van de bevoegdheden die zijn omschreven in bijlage A.

Artikel 3

  • 1.

    Het is de mandataris toegestaan ondermandaat te verlenen aan de binnen de omgevingsdienst werkzame medewerkers met een functie op minimaal coördinerend niveau. Voor zover in het in bijlage A beschreven mandaat is bepaald, kan ook aan andere medewerkers ondermandaat worden verleend als dit noodzakelijk is wegens de specifieke kenmerken van de bevoegdheid.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het de mandataris toegestaan ondermandaat te verlenen aan de binnen de omgevingsdienst werkzame medewerkers voor het voeren van correspondentie zonder rechtsgevolg.

Artikel 4

Waar in dit besluit wordt gesproken van mandaat en mandataris wordt daaronder tevens begrepen ondermandaat en ondermandataris.

Artikel 5

De mandataris is bevoegd tot het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen waaronder bekendmaking en publicatie, benodigd voor de uitoefening van de aan hem gemandateerde taken.

Artikel 6

Mandaten gelden alleen voor het eigen grondgebied van de omgevingsdienst, tenzij in het betreffende mandaat anders is bepaald.

Artikel 7

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen aan een mandataris instructies geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

  • 2.

    Bij de bevoegdheden over toezicht en bestuursrechtelijke handhaving voor het milieudeel bij complexe bedrijven wordt verplicht advies ingewonnen bij Omgevingsdienst Regio Arnhem. Besluitvorming vindt alleen plaats in overeenstemming met het uitgebrachte advies.

Artikel 8

De mandataris oefent zijn bevoegdheid niet uit als hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9

De mandataris stelt Gedeputeerde Staten tijdig in kennis van krachtens mandaat te nemen of al genomen besluiten waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het college van Gedeputeerde Staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van als:

  • a.

    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;

  • b.

    advies nodig is van anderen dan de mandataris of onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de mandataris of niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

Het niet voldoen aan deze terugkoppelingsplicht doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de krachtens mandaat genomen beslissing.

Artikel 10

De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, en de geldende beleids- en uitvoeringsregels.

Artikel 11

Voor zover uit dit besluit een inlichtingenplicht of een instructiebevoegdheid voortvloeien, lichten mandaatgever en mandataris elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

Artikel 12

Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (volmacht) en feitelijke handelingen (machtiging).

Artikel 13

De ondertekening van beslissingen in mandaat, bedoeld in dit mandaatbesluit luidt:

‘HET COLLEGE VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND,

namens deze:’

gevolgd door:

‘ <functienaam gemandateerde> Omgevingsdienst de Vallei.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het provinciaal blad. Alle voorafgaande mandaten worden per die datum ingetrokken.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Provinciaal mandaatbesluit Omgevingsdienst de Vallei 2018.

  • III.

    Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Meer informatie

Provincieloket, telefoonnummer (026) 359 99 99, e-mailadres: post@gelderland.nl.

Rechtsmiddelen

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit hiertegen een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gezonden aan Gedeputeerde Staten, secretariaat commissie Rechtsbescherming, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden.

Degene die een bezwaarschrift heeft ingediend, kan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid dat verzoek digitaal in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl.

Informatie over de bezwarenprocedure en de mogelijkheid van mediation is te vinden op de website van de provincie Gelderland (www.gelderland.nl). U kunt die informatie, vervat in de brochure "Niet eens met een besluit van de provincie Gelderland? Bezwaarschrift of mediation", ook opvragen bij het Provincieloket via telefoonnummer (026) 359 99 99.

Ondertekening

Gedeputeerde Staten van Gelderland voornoemd

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

C.G.A. Cornielje - Commissaris van de Koning

P.G.G. Hilhorst - secretaris

Bijlage A Gemandateerde bevoegdheden, behorend bij artikel 2

MANDAATNUMMER 1

 Categorie: Algemeen

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

In bijlage B opgenomen regelgeving en Algemene wet bestuursrecht (artt, 2.3, 4:4. 4:5, 4,7 en 4,8)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden op het gebied van vergunningen en ontheffingen op grond van de in bijlage B opgenomen regelgeving de volgende besluiten te nemen en handelingen te verrichten:

  • 1.

    het horen van de aanvrager en andere belanghebbenden voorafgaand aan het nemen van de beslissing op de aanvraag;

  • 2.

    het vragen van noodzakelijke inlichtingen;

  • 3.

    het in de gelegenheid stellen van natuurlijke of rechtspersonen tot het indienen van zienswijzen;

  • 4.

    het verstrekken van adviezen aan natuurlijke en rechtspersonen;

  • 5.

    het doen van aanbevelingen;

  • 6.

    het meedelen aan de aanvrager van een dreigende termijnoverschrijding en het verlengen van de beslistermijn

Bijzonderheden

De bevoegdheden gelden alleen voor zover er sprake is van: vergunningverlening op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht over de BRIKS-taken (Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) met uitzondering van de BRZO-bedrijven.

MANDAATNUMMER 2

 Categorie: Algemeen

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Algemene wet bestuursrecht (art. 4:6, lid 2, art. 4:15, art. 4:17)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden op het gebied van vergunningen en ontheffingen op grond van de onder B opgenomen regelgeving de volgende besluiten te nemen en handelingen te verrichten:

  • 1.

    feitelijke correspondentie zonder financiële, politieke of beleidsgevolgen;

  • 2.

    het geven van adviezen in het kader van milieueffectrapportages voor plannen en besluiten;

  • 3.

    het opschorten van de beslistermijn voor het geven van een beschikking en daarvan melding doen aan de aanvrager;

  • 4.

    het geven van advies aan de Omgevingsdienst Regio Nijmegen over verlening van een BRIKS-vergunning (Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) conform geldende kwaliteitscriteria op basis van de Omgevingsverordening Gelderland.

Bijzonderheden

  • De bevoegdheden gelden alleen voor zover er sprake is van: vergunningverlening op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht over de BRIKS-taken (Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) met uitzondering van de BRZO-bedrijven

MANDAATNUMMER 3

 Categorie: Algemeen

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Wet openbaarheid van bestuur (art. 3)

Reglement van Orde Provinciale Staten van Gelderland 2017 (art. 39, lid 3)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden:

  • besluiten te nemen over verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • het Statenlid gemotiveerd in kennis te stellen van het feit dat zijn schriftelijke vraag over de uitvoering van taken door de omgevingsdienst niet binnen de voorgeschreven termijn kan worden beantwoord en de termijn aangeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

Bijzonderheden

-

MANDAATNUMMER 4

 Categorie: vergunningen, meldingen en ontheffingen

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (art. 2.26 en 2.27) juncto artt. 6.1, 6.3, 6.4 en 6.7 Besluit omgevingsrecht;

Legesverordening provincie Gelderland;

In bijlage B opgenomen regelgeving en Algemene wet bestuursrecht

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden op het gebied van vergunningen, meldingen en ontheffingen op grond van de in bijlage B opgenomen regelgeving, de volgende besluiten te nemen en handelingen te verrichten:

  • 1.

    besluiten i.v.m. toetsing van de ontvankelijkheid van een aanvraag;

  • 2.

    besluiten over nadere eisen die krachtens de vergunning gesteld kunnen worden;

  • 3.

    besluiten naar aanleiding van een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • 4.

    de berekening van de hoogte van verschuldigde leges in verband met bovengenoemde vergunningen en ontheffingen;

  • 5.

    besluiten tot het stellen van maatwerk of weigeren van maatwerk op verzoek van derden, op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • 6.

    het beoordelen en afhandelen van meldingen op grond van de in bijlage B genoemde wetten;

  • 7.

    het geven van advies op grond van art. 2.26 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto de artt. 6.1, 6.3 en 6.4 Besluit omgevingsrecht;

  • 8.

    het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in art. 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto art. 6.7 Besluit omgevingsrecht.

Bijzonderheden

  • De bevoegdheden gelden alleen voor zover er sprake is van vergunningverlening op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht over de BRIKS-taken (Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop) met uitzondering van de BRZO-bedrijven.

  • Bij aanvragen waarbij de provincie bevoegd gezag is voor vergunningen op grond van 2.1 lid 1, onder c Wabo in relatie met artikel 2.12 lid 1, onder a, onder 3 Wabo geldt dat de omgevingsdienst verplicht is advies in te winnen bij de provincie over de aanvraag ten opzichte van het provinciaal ruimtelijk beleid.

 

MANDAATNUMMER 5

 Categorie: Handhaving

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (art. 5.14)

In bijlage C opgenomen regelgeving en Algemene wet bestuursrecht

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden op het gebied van bestuursrechtelijke handhaving op grond van de in bijlage C opgenomen regelgeving, de volgende besluiten te nemen en handelingen te verrichten:

  • 1.

    het beslissen op een verzoek tot bestuursrechtelijke handhaving;

  • 2.

    het verlenen, weigeren, intrekken van een beschikking tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom;

  • 3.

    het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 5.14 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • 4.

    het verlenen, weigeren of intrekken van een gedoogbeschikking die past binnen de vigerende gedoogbeleidsregels;

  • 5.

    het verlengen van de termijn van een gedoogbeschikking;

  • 6.

    het verminderen, opschorten of opheffen van de werking van een last onder dwangsom;

  • 7.

    het feitelijk uitvoeren van een beschikking bestuursdwang die een (deel van de) inrichting zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betreft;

  • 8.

    het onder punt 2 gestelde is voor de beschikking tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of tot het opleggen van een last onder dwangsom van toepassing op een beschikking die een (deel van de) inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betreft en die niet een stillegging van het primaire productieproces tot gevolg heeft.

Bijzonderheden

  • De bevoegdheden zoals genoemd onder nr. 1 t/m 8 gelden niet voor zover sprake is van bestuursrechtelijke handhaving op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht over BRZO-bedrijven.

  • Voor het milieudeel toezicht en bestuursrechtelijke handhaving bij complexe bedrijven geldt voor de categorie procesindustrie dat de omgevingsdienst verplicht is advies in te winnen bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem en alleen kan besluiten met inachtneming van dit advies (zie artikel 7).

MANDAATNUMMER 6

 Categorie: Geheimhouding

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Wet milieubeheer (artt. 19.1a t/m 19.7)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de op grond van dit mandaatbesluit aan hem toekomende bevoegdheden te beslissen op een verzoek om geheimhouding van informatie in het kader van hoofdstuk 19 van de Wet milieubeheer.

Bijzonderheden

-

MANDAATNUMMER 7

 Categorie: Handhaving

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

In bijlage C opgenomen regelgeving en Algemene wet bestuursrecht (artt. 5.11 en 5:12)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden op het gebied van bestuursrechtelijke handhaving op grond van de in bijlage C opgenomen regelgeving, de volgende besluiten te nemen en handelingen te verrichten:

  • 1.

    het aanwijzen van toezichthouders zoals bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht;

  • 2.

    het uitgeven van een legitimatiebewijs zoals bedoeld in artikel 5:12 Algemene wet bestuursrecht;

  • 3.

    het verlenen van een verklaring tot vrijstelling van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) op grond van de aan GS door de Minister van Verkeer en Waterstaat verleende vrijstelling (beschikking nr. UT2009/2701 BBV 10 juni 2009).

Bijzonderheden

  • De toezichthoudende taken kunnen betrekking hebben op het hele grondgebied van de provincie.

  • De bevoegdheden zoals genoemd onder nr. 1 en 2 gelden niet voor zover sprake is van toezicht en bestuursrechtelijke handhaving op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht over BRZO-bedrijven.

MANDAATNUMMER 8

 Categorie: Handhaving

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Besluit bodemkwaliteit (art. 2 en 3)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden meldingen te beoordelen en zo nodig zorg te dragen voor de handhaving over het voornemen bepaalde grond, bagger en/of bouwstoffen toe te passen binnen provinciale inrichtingen op grond van het Besluit bodemkwaliteit.

Bijzonderheden

-

 

MANDAATNUMMER 9

 Categorie: Archivering

Bevoegd orgaan

Gedeputeerde Staten

Mandataris

Directeur Omgevingsdienst de Vallei

Regeling

Provinciewet (art. 158, lid 1)

Archiefwet 1995 (art. 3, 27, 28 en 29)

Archiefverordening Gelderland 2016 (art. 5)

Bevoegdheden

De mandataris is bevoegd om in het kader van de aan het provinciebestuur toekomende bevoegdheden een archief in te richten met inachtneming van de bepalingen van de Archiefverordening Gelderland 2016 en de op basis daarvan door Gedeputeerde Staten van Gelderland vastgestelde uitvoeringsregelingen.

Bijzonderheden

-

Bijlage B Regelgeving gemandateerde bevoegdheden categorie vergunningen, meldingen en ontheffingen behorend bij mandaatnummer 1, 2 en 4

Vergunningen

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • Wet natuurbescherming voor zover samenhangend met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ;1

  • Wet milieubeheer;

  • Op bovenstaande wetten gebaseerde besluiten.

Meldingen en ontheffingen

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • Wet milieubeheer;

  • Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • Besluit bodemkwaliteit;

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • Op bovenstaande wetten gebaseerde besluiten.

Bijlage C Regelgeving gemandateerde bevoegdheden categorie handhaving behorend bij mandaatnummer 5 en 7

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • Wet natuurbescherming bij sanering van asbestdaken buiten de bebouwde kom;

  • Wet milieubeheer;

  • Wet ruimtelijke ordening;

  • Woningwet;

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • Op bovenstaande wetten gebaseerde besluiten.

TOELICHTING

Algemeen

Met ingang van 1 april 2013 zijn er zeven omgevingsdiensten werkzaam binnen de provincie Gelderland. Deze diensten ondersteunen overheden bij de uitvoering van hun bevoegdheden op het gebied van de fysieke leefomgeving. Daartoe behoren niet alleen de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daaraan gerelateerde taken op gebied van ketentoezicht en milieucriminaliteit, maar ook een breder pakket aan taken dat aansluit bij de inrichting van de fysieke leefomgeving.

De provincie Gelderland en de Gelderse gemeenten hebben ervoor gekozen om hun uitvoeringstaken op bovengenoemd werkgebied te laten uitvoeren door deze omgevingsdiensten. Uitgangspunt hierbij is dat Gedeputeerde Staten de uitvoering van taken aan de omgevingsdiensten opdragen door middel van mandaat maar dat er geen publiekrechtelijke bevoegdheden worden overgedragen aan het openbaar lichaam.

Mandaat is de (publiekrechtelijke) vertegenwoordigingsvorm die centraal staat in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 10.1 van de Awb definieert mandaat als: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Het bestuursorgaan dat mandaat verleent (de ’mandaatgever’ of de ‘mandant’) blijft volledig verantwoordelijk voor het genomen besluit. Daarom kan de mandaatgever beleidsregels opstellen en aan degene aan wie mandaat is verleend (de ‘mandataris’ of ‘gemandateerde’) instructies geven. De mandaatgever kan de bevoegdheid ook altijd zelf blijven uitoefenen, zonder dat het verleende mandaat behoeft te worden ingetrokken.

Gedeputeerde Staten verstrekken mandaat aan de directeuren van de omgevingsdiensten. Deze krijgen vervolgens de bevoegdheid om ondermandaat te verlenen aan afdelingshoofden/teammanagers en coördinatoren. In sommige gevallen is het mogelijk om ondermandaat te verlenen aan functionarissen die geen leidinggevende positie hebben en geen coördinator zijn, dit wordt dan expliciet genoemd in het onderliggende mandaatbesluit.

Dit provinciaal mandaatbesluit heeft betrekking op bevoegdheden tot het verrichten van publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en feitelijke handelingen. Het is derhalve een regeling die alle vormen van vertegenwoordiging betreft: mandaat, machtiging en volmacht.

Waar in deze toelichting wordt gesproken over mandaat, wordt tevens machtiging en volmacht bedoeld (titel 3.3 BW).

Her mandaatbesluit bestaat uit twee gedeeltes. In het eerste gedeelte worden met name enkele algemene regels genoemd die grotendeels zijn terug te voeren op de Algemene wet bestuursrecht. Het tweede gedeelte (bijlage A) bevat de specifieke bevoegdheden waarvoor mandaat is verleend aan de directeur van de omgevingsdiensten.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In dit artikel zijn alleen enkele begrippen gedefinieerd. Begrippen die duidelijk zijn of in de Algemene wet bestuursrecht worden omschreven, zijn niet opgenomen. Een omschrijving van de begrippen ‘BRZO-inrichting’ en ‘complexe bedrijven’ is van belang omdat de bevoegdheden over deze categorieën zijn ondergebracht bij de gespecialiseerde omgevingsdiensten.

Artikel 2

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan mandaat zowel worden verleend aan een ondergeschikte als aan een niet-ondergeschikte. In dit mandaatbesluit worden alle bevoegdheden van Gedeputeerde Staten gemandateerd aan de directeur omgevingsdienst, zodat sprake is van een gemandateerde die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van de mandaatgever (mandaat aan een niet-ondergeschikte). Op grond van art. 10:4 van de Awb behoeft de mandaatverlening hierdoor de instemming van de gemandateerde en van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt (het algemeen bestuur van de omgevingsdienst).

De specifieke bevoegdheden van Gedeputeerde Staten die worden gemandateerd, zijn opgenomen in bijlage A bij het mandaatbesluit. Alle bevoegdheden worden eerst gemandateerd aan de directeur van de omgevingsdienst die vervolgens de mogelijkheid krijgt om de bevoegdheden weer onder te mandateren.

Artikel 3

Artikel 10:9 Awb bepaalt dat de mandaatgever kan toestaan dat ondermandaat wordt verleend. Dit betekent dat ondermandaat alleen mogelijk is als dit expliciet is geregeld in het mandaatbesluit. Artikel 3 bepaalt dat het is toegestaan om ondermandaat te verlenen aan binnen de omgevingsdienst werkzame afdelingshoofden/teammanagers en coördinatoren. In sommige gevallen is in een onderliggend mandaat bepaald dat ook aan andere medewerkers ondermandaat kan worden verleend. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de bevoegdheid om als gemachtigde verweer te voeren bij de bezwaarschriftencommissie en de rechtbank, en om bepaalde bevoegdheden die zijn verbonden aan medewerkers van de consignatiedienst. Het tweede lid van artikel 3 bepaalt dat ondermandaat aan alle medewerkers mogelijk is voorzover het correspondentie met derden betreft waaraan geen rechtgevolg verbonden is, zoals het sturen van een ontvangstbevestiging of het vragen om informatie en het geven van inlichtingen.

Onder medewerkers die werkzaam zijn binnen de omgevingsdienst vallen ook externen die zijn ingehuurd om werkzaamheden te verrichten voor de omgevingsdienst.

Artikel 4

Voor de leesbaarheid van dit mandaatbesluit is ervoor gekozen om te spreken over ‘mandaat’ en ‘mandataris’ en niet steeds de termen ‘(onder)mandaat’ en ‘(onder)mandataris’ te gebruiken. Om aan te geven dat de bepalingen uit dit besluit ook van toepassing zijn op ondermandaat en de ondermandataris, is artikel 4 opgenomen. Artikel 4 is niet van toepassing op hetgeen bepaald is in artikel 3. Dit is op zich logisch want dat zou betekenen dat breder ondermandaat verleend kan worden dan door de mandaatgever is beoogd.

Artikel 5

De bevoegdheden die zijn omschreven in de onderliggende mandaten hebben voor een groot deel betrekking op het nemen van besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Voordat deze besluiten genomen kunnen worden zijn vaak diverse andere (voorbereidings-) handelingen noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan het opvragen van relevante stukken, het horen van belanghebbenden of het nemen van een verdagingsbesluit. Ook nadat het besluit is genomen kunnen nog diverse uitvoeringshandelingen nodig zijn zoals het bekendmaken en publiceren van het betreffende besluit. Ook als er geen sprake is van een besluit, kan publicatie nodig zijn, bijvoorbeeld in geval van een kennisgeving van een melding of een kennisgeving van een aanvraag omgevingsvergunning. Het spreekt voor zich dat het de bedoeling is om al de handelingen die samenhangen met het nemen van een besluit ook te mandateren maar dit moet wel expliciet geregeld worden. Het is mogelijk om in de onderliggende mandaten de bevoegdheden dusdanig te omschrijven dat hieronder ook alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen vallen. Het is echter praktischer om in één artikel te regelen dat de mandataris ook bevoegd is tot het verrichten van alle handelingen die benodigd zijn voor de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van de krachtens mandaat genomen beslissing. Om deze reden is artikel 5 opgenomen.

Artikel 6

Het uitgangspunt bij dit mandaatbesluit is dat bevoegdheden worden uitgeoefend voor het eigen grondgebied van de omgevingsdienst. In een onderliggend mandaat kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Een dergelijke uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de vergunningverlenende bevoegdheden die voor het gehele grondgebied van de provincie worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst regio Nijmegen. Enkele voorbereidende taken in het kader van vergunningverlening worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst regio Arnhem, Omgevingsdienst Rivierenland en Omgevingsdienst de Vallei voor zover het hun eigen grondgebied betreft, omdat deze diensten voldoen aan de geldende kwaliteitseisen voor die onderdelen. Dit geldt met name voor de BRIKS-taken (Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop). Ook worden bepaalde bevoegdheden op grond van de Wet geluidhinder voor het hele grondgebied van de provincie uitgeoefend door de Omgevingsdienst regio Nijmegen. Een andere uitzondering betreft de handhavende bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming die voor de hele provincie worden uitgeoefend door Omgevingsdienst regio Arnhem.

Artikel 7

Aangezien de mandaatgever volledig verantwoordelijk blijft voor de te nemen besluiten, is het logisch dat hij ook de bevoegdheid houdt om aan de mandataris instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. Instructies kunnen worden gegeven per concreet geval of in het algemeen. De mogelijkheid om instructies te geven staat ook in de Algemene wet bestuursrecht (art. 10:6) waardoor het feitelijk niet nodig is om deze bepaling op te nemen in dit mandaatbesluit. Uit het oogpunt van ‘gebruikersvriendelijkheid’ is ervoor gekozen dit wel te doen. Het mandaatbesluit zelf bevat verschillende instructies zoals artikel 7, lid 2, artikel 8, 9, 10 en 11. Uiteraard blijft het mogelijk dat Gedeputeerde Staten op een later moment, en in een andere vorm nog nadere instructies uitvaardigen.

Het tweede lid is een concrete uitwerking van het eerste lid waarin voor Gedeputeerde Staten de mogelijkheid is opgenomen om instructies te geven aan de mandataris. De instructie in het tweede lid heeft te maken met het stelsel van ‘onderlinge afhankelijkheden’ binnen de provincie Gelderland op basis waarvan bepaalde afspraken zijn gemaakt. In een aantal gevallen voldoet de lokale omgevingsdienst niet aan de wettelijke vereisten om zelfstandig een besluit te nemen en moet advies worden ingewonnen bij de gespecialiseerde omgevingsdienst. Juridisch is dit opgelost door de lokale omgevingsdienst die niet aan de wettelijke vereisten voldoet om zelfstandig een beslissing te nemen, wel het mandaat voor het nemen van een besluit te geven maar hieraan een instructie te verbinden. De instructie houdt in dat de lokale omgevingsdienst verplicht is om advies in te winnen bij de gespecialiseerde omgevingsdienst en ook alleen in overeenstemming met dit advies kan besluiten. Het niet opvolgen van de instructie leidt tot de consequentie dat sprake is van een onbevoegd genomen besluit.

Artikel 8

Dit artikel heeft de strekking om verstrengeling van persoonlijke en openbare belangen te voorkomen. Het begrip ‘persoonlijk belang’ moet volgens jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak ruim worden genomen. Het kan daarbij gaan om belangen die strikt in de privésfeer liggen, maar ook om belangen van bedrijven, instellingen of personen, waarmee de mandataris is verbonden via een nevenfunctie of door familie- vriendschaps- of daarmee gelijk te stellen relaties.

Artikel 9

Hoewel de mandataris de bevoegdheden mag uitoefenen, blijft de mandaatgever verantwoordelijk voor genomen beslissingen. Om aan deze verantwoordelijkheid inhoud te kunnen geven heeft degene aan wie mandaat is verleend de plicht om besluiten waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door Gedeputeerde Staten gewenst is, de plicht deze - vooraf of achteraf - voor te leggen. Concreet worden er twee situaties genoemd waarin kan worden aangenomen dat Gedeputeerde Staten daarvan op de hoogte gesteld willen worden. Het meest voorkomend is de situatie waarin sprake is van politiek gevoelige besluiten. In veel gevallen zullen Gedeputeerde Staten zelf de beslissing willen nemen maar het is op grond van de jurisprudentie niet mogelijk om in een mandaatbesluit op te nemen dat het mandaat niet geldt voor politiek gevoelige besluiten. Een dergelijke bepaling - waarbij het mandaat afhankelijk wordt gemaakt van een onzekere factor - zou namelijk onvoldoende duidelijkheid bieden over de vraag wie bevoegd is.

De enige mogelijkheid om invloed te kunnen uitoefenen is om een instructie te geven over de situaties waarin en de wijze waarop terugkoppeling dient plaats te vinden. Een mandaatbesluit waarbij de terugkoppelingsplicht niet in acht is genomen, is desondanks wel bevoegd genomen.

Artikel 10

Dit artikel verwijst specifiek naar artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht waarin onder meer is geregeld dat mandaat is toegestaan, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet. Het spreekt voor zich dat de gemandateerde bevoegdheden moeten worden uitgeoefend met inachtneming van het geldende recht en de bepalingen uit de Awb aangezien deze bepalingen van dwingend recht zijn (er mag niet van worden afgeweken). Er is voor gekozen deze bepaling toch op te nemen in dit mandaatbesluit uit het oogpunt van ‘gebruikersvriendelijkheid’. Ook wordt nog eens nadrukkelijk vermeld dat geldende beleids- en uitvoeringsregels in acht moeten worden genomen. Dit betekent dat het niet noodzakelijk is om deze afzonderlijk te noemen bij het mandaatbesluit.

Artikel 11

De inlichtingen- en terugkoppelingsplicht die is opgenomen in artikel 9 van dit besluit en de mogelijkheid om instructies te geven zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit, brengen het risico met zich mee dat besluitvorming vertraging oploopt en dat niet beslist wordt binnen de wettelijke termijnen. Om deze reden is in artikel 11 opgenomen dat partijen elkaar over en weer inlichten op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

Artikel 12

Bestuursorganen verrichten naast publiekrechtelijke rechtshandelingen ook privaatrechtelijke rechtshandeling en feitelijke handelingen. In die gevallen wordt bij vertegenwoordiging niet van mandaat gesproken, maar van volmacht respectievelijk machtiging. Om te voorkomen dat voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging verschillende regimes zouden gelden, verklaart de Awb (art. 10:12) dat alle bepalingen die betrekking hebben op mandaat van overeenkomstige toepassing zijn als een bestuursorgaan volmacht of machtiging verleent aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid. Van deze benadering is ook bij dit mandaatbesluit uitgegaan: het gaat over mandaat, maar is ook van toepassing op volmacht en machtiging.

Artikel 13

Voor wat betreft de ondertekening van een besluit dat krachtens mandaat is genomen, is in de Awb alleen vastgelegd dat het besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het is genomen (art. 10:10). Het is van belang dat stukken die namens Gedeputeerde Staten uitgaan op een uniforme wijze worden ondertekend. Om deze reden is de standaardformulering in dit artikel vastgelegd.

Artikel 14

Ingevolge de Awb treedt een besluit pas in werking als het bekendgemaakt is (art. 3:40). De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, of op een andere geschikte wijze (art. 3:42). Daarnaast worden deze besluiten bekendgemaakt in het Provinciaal Blad.


Noot
1

Onder samenhangend wordt verstaan een door Gedeputeerde Staten te beoordelen vergunningaanvraag op grond van de Wet natuurbescherming voor zover Gedeputeerde Staten in het kader van de vereiste vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook het bevoegd gezag zijn.