Verordening van de gemeenteraad van Edam-Volendam houdende regels voor de bescherming van het gemeentelijk erfgoed (Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam)

Geldend van 22-06-2018 t/m heden

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van Edam-Volendam houdende regels voor de bescherming van het gemeentelijk erfgoed (Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam)

De raad van de gemeente Edam-Volendam;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 mei 2018;

B E S L U I T :

vast te stellen de Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam.

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

Artikel 1. Begrippen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    beeldbepalend bouwwerk: een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarde, dat wil zeggen een cultuurhistorische waardestelling met een score van 8 tot en met 13 punten, en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het bij het bestemmingsplan als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, als gemeentelijk monument bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming ‘Waarde–Edams-Volendams erfgoed’;

  • b.

    beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;

  • c.

    bouwhistorisch onderzoek: een onderzoek naar de onstaansgeschiedenis en ontwikkeling van een gebouw of ensemble met een nadruk op de fysieke samenstelling, conform de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

  • d.

    bouwwerk zonder status: een bouwwerk met een lage cultuurhistorische en/of architectonische waarde, dat wil zeggen een cultuurhistorische waardestelling met een score van 0 tot en met 7 punten, en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het bij het bestemmingsplan als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, geen specifieke bescherming geniet;

  • e.

    contra-expertise: een deskundigenadvies met daarin een afweging van de cultuurhistorische waarde ten opzichte van de bouwtechnische staat van het object, zoals aangegeven in een bouwhistorisch onderzoek;

  • f.

    cultureel erfgoed: alle materiële getuigenissen uit het verleden die de samenleving van belang vindt om te conserveren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren;

  • g.

    cultuurhistorisch attentiegebied: een gebied gekenmerkt door een ruimtelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarde, zoals omschreven in het bij het bestemmingsplan als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, en dat bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming “Waarde–Edams-Volendams erfgoed”;

  • h.

    cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

  • i.

    cultuurhistorische waardestelling: een toegekende samenhangende waardestelling op het gebied van algemene historische waarden en/of de ensemblewaarden en/of de architectuurhistorische waarden en/of de bouwhistorische waarden en/of de waarden vanuit de gebruikshistorie, toegekend aan een zaak en/of object en/of gebied, vastgelegd in een cultuurhistorisch rapport, met als mogelijke uitkomsten na beoordeling:

    • -

      een bouwwerk met een hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarden: een uitkomst c.q. score van 14 tot en met 20 punten;

    • -

      een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarden: een uitkomst c.q. score van 8 tot en met 13 punten;

    • -

      een bouwwerk met een lage cultuurhistorische en/of architectonische waarden en zonder specifieke status: een uitkomst c.q. score van 0 tot en met 7 punten.

  • j.

    cultuurhistorisch rapport: onderzoek waarin de algemene historische waarden en/of de ensemblewaarden en/of de architectonische waarden en/of de bouwhistorische waarden en/of de waarden vanuit de gebruikhistorie zijn geïnventariseerd en vastgelegd en door middel waarvan op basis van het puntensysteem op de onderdelen 7 tot met 20 van het cultuurhistorisch rapport een score haalbaar is van 0 tot en met 20 punten;

  • k.

    Edams-Volendams erfgoed: het cultureel erfgoed van de gemeente Edam-Volendam dat is ondergebracht in een dubbelbestemming ‘Waarde-Edams-Volendams Erfgoed’ in de bestemmingsplannen;

  • l.
    • 1.

      onroerende zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap, bouwhistorische, cultuurhistorische, ecologische of landschappelijke waarde;

    • 2.

      terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;

    • 3.

      onroerende zaak, die deel uitmaakt van een groep onroerende zaken en die samen van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap, bouwhistorische, cultuurhistorische, ecologische of landschappelijke waarde.

    gemeentelijk monument: een in deze verordening in artikel 2 nader omschreven:

  • m.

    karakteristiek waardevol bouwwerk: een bouwwerk met een hoge cultuur- historische en/of architectonische waarde, dat wil zeggen een cultuurhistorische waardestelling met een score van 14 tot en met 20 punten, en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het bij het bestemmingsplan als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, als gemeentelijk monument bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming ‘Waarde-Edams-Volendams erfgoed’;

  • n.

    omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • o.

    puntensysteem en maximale score cultuurhistorisch rapport

Nr

Omschrijving

Toelichting

Maximale score

7

Functie

Van belang vanwege cultuurhistorische aspecten vanwege het (voormalige) gebruik.

1 punt

8

Bouwjaar

Hierbij is gekozen als ‘peildatum’ objecten vóór of na 1960 (ouder dan 50 jaar of niet.

2 punten

9

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur.

1 punt

10

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bepaalde stijl of bouwtrant.

1 punt

11

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege bijzondere esthetische kwaliteiten (zoals gevelindeling, bijzondere detaillering, materiaal- en/of kleurgebruik etc.)

4 punten

12

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een unieke (bouw)techniek of (bouw)type.

1 punt

13

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bekende architect en/of de plaatselijke, regionale en/of landelijke architectuurgeschiedenis.

1 punt

14

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de oorspronkelijkheid of de bijzonderheid van (een onderdeel van) het exterieur.

1 punt

15

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object samen met andere delen of objecten (gebouwen, hekwerken, entree, tuin) een karakteristiek historisch complex of historische stedenbouwkundige structuur vormt.

1 punt

16

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, lint of landelijk gebied daarin beeldbepalend is.

1 punt

17

Historisch belang

Van belang vanwege de bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt).

1 punt

18

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object deel uitmaakt van een gebied met een grote continuïteit, waardoor het historische patroon van verkaveling, wegen en waterlopen goed geconserveerd is gebleven.

1 punt

19

Historisch belang

Van belang vanwege de historische herinne-ringen verbonden aan het object in de ruimste zin van het woord (feiten, gebeurtenissen, eigenaren/bewoners, beroepen etc.).

2 punten

20

Historisch belang

Van belang vanwege een plaatselijke, regionale of landelijke historische ontwikkeling (op sociaal, cultureel, technisch, bestuurlijk, economisch gebied etc.).

2 punten

Waardestelling gehele object

20 punten

  • p.

    stolp: een specifieke verschijningsvorm van een beeldbepalend bouwwerk, tenzij ingevolge het voor de onroerende zaak opgestelde cultuurhistorisch rapport sprake is van een karakteristiek waardevol bouwwerk;

  • q.

    waardevol cultuurhistorisch element: object of bouwwerk, niet zijnde gebouw, met cultuurhistorische waarde, zoals omschreven in het bij het bestemmingsplan als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, en dat als gemeentelijk monument bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming “Waarde-Edams-Volendams erfgoed”;

  • r.

    welstands- en monumentencommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet (Monumentenwet 1988), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het monumentenbeleid (inclusief het Planologisch Erfgoedregime en de mede hierop gebaseerde bestemmingsplannen).

HOOFDSTUK 2. GEMEENTELIJKE MONUMENTEN

Artikel 2. Gemeentelijk monument

Als gemeentelijk monument wordt aangemerkt:

  • a.

    een onroerende zaak en/of terrein als bedoeld in artikel 1, sub l van deze verordening, die of dat in een vigerend bestemmingsplan en de daarbij behorende verbeelding is bestemd tot “Waarde-Edams-Volendams erfgoed” met de daarbij nadere aanduiding:

    • a.

      specifieke bouwaanduiding – karakteristiek waardevol bouwwerk

    • b.

      specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk

    • c.

      specifieke bouwaanduiding – stolp

    • d.

      specifieke bouwaanduiding – waardevol cultuurhistorisch element

    • e.

      cultuurhistorisch attentiegebied;

  • b.

    een onroerende zaak en/of terrein als bedoeld in artikel 1, sub l van deze verordening, die of dat als gemeentelijk monument is aangewezen en geregistreerd op grond van de ‘Erfgoedverordening 2010 Gemeente Zeevang’.

Artikel 3. Verbodsbepaling
  • 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:

    • a.

      te slopen of

    • b.

      te verstoren, te verplaatsen, te beschadigen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht;

    • c.

      te wijzigen door in of nabij het gemeentelijke monument bouwwerken op te richten, te veranderen, te vergroten of te vervangen anders dan op grond van de planregeling van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan.

  • 2. Lid 1 is niet van toepassing op:

    • a.

      de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of

    • b.

      inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is, tenzij bij de werkzaamheden een monumentaal onderdeel wordt of dreigt te worden aangetast.

  • 3. Lid 2 onder a en b is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden:

    • I.

      er is sprake is van een technische noodzaak voor het vervangen of herstellen van materiaal op beperkte schaal;

    • II.

      aangetaste delen mogen worden vervangen of hersteld;

    • III.

      de werkzaamheden dienen zonder hak- en breekwerk in het historisch casco te worden uitgevoerd.

  • 4. Werkzaamheden als bedoeld in lid 2 dienen te worden gemeld aan het bevoegd gezag.

  • 5. De in lid 1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg, de algemene uitgangspunten zoals neergelegd in artikel 4 en het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan zich daartegen niet verzet.

Artikel 4. Algemene uitgangspunten ten behoeve van onderhoud, herstel of wijzigen aan gemeentelijke monumenten
  • 1. Ten behoeve van onderhoud- en herstelwerkzaamheden (restauratie) aan karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken alsmede aan cultuurhistorische elementen zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:

    • a.

      Behoud gaat vóór vernieuwen. Historische bouwmaterialen, structuren en constructies geven een pand belangrijke monumentale en historische waarde. Door de aanwezigheid hiervan is de geschiedenis en ontwikkeling van het monument duidelijk afleesbaar. Vervangen of wijzigen van de bestaande constructies, structuren, materialen en details gaan ten koste van de authenticiteit. Deze waarde dient gerespecteerd te worden.

    • b.

      Herstel van authentiek materiaal. Indien het bestaande materiaal in slechte staat is, wordt in eerste instantie onderzocht of technisch herstel mogelijk is. Bij noodzakelijke vervanging van authentiek materiaal wordt tot op detailniveau uitgegaan van gelijksoortig materiaalgebruik conform bestaande toestand. Indien dit niet mogelijk blijkt dient aansluiting gezocht te worden bij de historische materialen en substanties, zelfs tot op het detailniveau van de samenstelling van de mortel voor het voegwerk.

    • c.

      Respect voor authenticiteit. Bij restauratie moet men de historische gelaagdheid en de afleesbaarheid van het verleden in vormgeving, constructie en materiaalgebruik respecteren. Het transformatieproces, door verandering van het gebruik of functie, dat een gebouw door de tijd heen ondergaat, heeft een grote historische waarde. Een monument ontleent veelal zijn waarde aan de bouwgeschiedenis.

    • d.

      Behoud door zorgvuldig ontwikkelen en vernieuwen. Indien vanwege gemotiveerde redenen voor vernieuwing en ontwikkeling wordt gekozen, dient dit te geschieden vanuit deze cultuurhistorische randvoorwaarden. Toevoegingen dienen bij voorkeur tot stand te komen op, in of bij de minst kwetsbare plekken van het beschermde pand. Daarbij dienen de veranderingen of toevoegingen bij voorkeur reversibel te zijn. Dit wil zeggen dat deze ooit weer ongedaan gemaakt kunnen worden zonder de monumentale waarden aan te tasten. De toe te passen technieken mogen geen mechanische, fysische of chemische schade toebrengen aan een monument.

    • e.

      Structuren eerbiedigen. Externe hoofdstructuren moeten gerespecteerd worden. Dit geldt voor de voor- en achtergevelrooilijnen en de herkenbaarheid van bouwvolumes.

    • f.

      Respect voor details. De kwaliteit van een monument wordt vaak bepaald door de aanwezigheid van authentieke details. De oorspronkelijke detaillering in de vorm van voegwerk, gevelafwerking, decoraties, metselpatronen, roedeverdelingen in vensters et cetera dient optimaal gerespecteerd te worden. Indien er sprake is van eigentijdse interventies, dient de detaillering qua maat en schaal in overeenstemming te zijn met het historische karakter van het pand.

    • g.

      Zorgvuldigheid tijdens uitvoering werkzaamheden. Historisch waardevolle elementen moeten tijdens restauratie- en verbouwingswerkzaamheden afdoende beschermd worden tegen beschadigingen. Indien tijdens de uitvoering van vergunde werkzaamheden historische onderdelen tevoorschijn komen waarvan het bestaan voordien niet bekend was, is de vergunninghouder verplicht dit te melden bij de gemeente Edam-Volendam.

  • 2. Voor onderhoud en wijzigingen binnen het cultuurhistorisch attentiegebied zijn de volgende algemene uitgangspunten van toepassing:

    • a.

      Behoud gaat vóór vernieuwen, vervangen of wijzigen. Indien toch voor vernieuwing, vervanging of wijziging wordt gekozen, dient dit te geschieden vanuit onderstaande cultuurhistorische randvoorwaarden en bij voorkeur door middel van een eigentijds ontwerp, afgestemd op de omgeving.

      • I.

        de historisch gegroeide en stedenbouwkundige structuur, inclusief de openbare ruimte en groenstructuren, moet men zoveel mogelijk intact laten en de ruimtelijke samenhang daarvan zoveel mogelijk behouden, respecteren en zo mogelijk versterken;

      • II.

        bij onderhoud en/ of verandering moet men het oorspronkelijk stedenbouwkundig concept respecteren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met oorspronkelijke en/of bestaande rooilijnen, bouwmassa’s, hoogten, bebouwingseenheden, kapvormen, situering, openingen in de gevelwand, parcelering, groenstructuren enz.;

      • III.

        wijzigingen in het cultuurhistorisch attentiegebied moeten afgestemd zijn op de schaal en maat van de historische karakteristiek en het architectonisch idioom. Gevel- en raamindeling, kleur- en materiaalgebruik alsmede de textuur en de korrelgrootte van de vernieuwing dienen afgestemd te zijn op de omgeving;

      • IV

        bij de inrichting van de openbare ruimte dient men rekening te houden met waardevolle details zoals bijvoorbeeld straatmeubilair, terreinafscheidingen, bestratingsmateriaal en beeldbepalende bomen of hagen.

Artikel 5. Aanvraag om vergunning
  • 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht (Bor) voor een omgevingsvergunning en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in 3-voud ingediend.

  • 2. De aanvraag om vergunning als bedoeld in lid 1 moet schriftelijk worden ingediend bij het college. Hierbij gelden de indieningsvereisten conform artikel 4.4 Bor.

  • 3. Voor zover het voor een goede besluitvorming van belang is, kan het college de aanvrager verzoeken een bouwhistorisch onderzoek van het object over te leggen.

HOOFDSTUK 3. BESCHERMDE RIJKSMONUMENTEN

Artikel 6. Vergunning voor beschermde rijksmonumenten (art. 2.1 lid 1 sub f Wabo)
  • 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de Welstands- en Monumentencommissie Edam-Volendam.

  • 2. De Welstands- en Monumentencommissie Edam-Volendam adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.

  • 3. Voor zover het voor een goede besluitvorming van belang is, kan het college de aanvrager verzoeken om een bouwhistorisch onderzoek van het object over te leggen.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 7. Overgangsrecht
  • 1. Een krachtens ‘Erfgoedverordening Gemeente Edam-Volendam 2010’ of ‘Erfgoedverordening 2010 Gemeente Zeevang’ aangewezen en geregistreerd gemeentelijk monument wordt geacht te zijn aangewezen en geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • 2. Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de ‘Erfgoedverordening Gemeente Edam-Volendam 2010’, of dienovereenkomstig de ‘Erfgoedverordening 2010 Gemeente Zeevang’.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Erfgoedverordening gemeente Edam-Volendam’.

  • 3. Deze verordening is bij inwerkingtreding van toepassing voor de gehele gemeente.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering d.d. 14 juli 2018,

de griffier,

mr. M. van Essen.

de voorzitter,

L.J. Sievers.

Toelichting

TOELICHTING ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE EDAM-VOLENDAM

Inleiding

Naast een monumentenvergunningprocedure voor rijksmonumenten wordt het bestemmingsplan als instrument gebruikt om het gemeentelijk cultureel erfgoed te beschermen. Dit cultuurgoed krijgt via een dubbelbestemming ´Waarde – Edams-Volendams erfgoed´ (WR-EV) een vaste positie binnen het bestemmingsplan waardoor de ruimtelijke kwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie, architectuurhistorie en landschap integraal beheersbaar worden. In de Erfgoedverordening wordt een koppeling gemaakt met het bestemmingsplan. Er wordt als het ware een koppeling gelegd tussen de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet, zodat een dekkend regime ontstaat. Daarnaast wordt het vergunningsvrij bouwen binnen het cultureel erfgoed uitgesloten, doordat in de Erfgoedverordening de begripsbepaling ´gemeentelijk monument´ is uitgebreid.

Het voordeel van dit systeem is, dat een integrale bescherming op maat mogelijk is (in het bestemmingsplan). Dit in tegenstelling tot de traditionele fragmentarische en objectgerichte aanpak.

Bouwstenen

De relevante bouwstenen van het bestemmingsplan voor de toepassing van de Erfgoedverordening zijn de verbeelding bij het bestemmingsplan, de planregels en de cultuurhistorische rapporten. Op de verbeelding is aangegeven welke objecten en gebieden zijn geselecteerd voor bescherming. De planregels zijn verbonden aan een omgevingsvergunning. In de planregels wordt tevens verwezen naar de onderliggende rapporten die de gekozen bescherming motiveren.

De toets van plannen aan cultuurhistorische waarden vindt bij het gemeentelijk erfgoed plaats via de omgevingsvergunning. Naast de reguliere welstandstoets aan de ´redelijke eisen van welstand´ vindt in de bestemmingsplantoets de afweging op grond van cultuurhistorie plaats.

De onderbouwing is vormgegeven in de cultuurhistorische rapporten waarin de waarden zijn beschreven. Het rapport dient te worden geraadpleegd bij beslissingen op stedenbouwkundig niveau, bij de beoordeling van de omgevingsvergunning.

Elk rapport moet worden beschouwd als een op zichzelf staand product. Niettemin moeten alle rapporten die samen de Erfgoedverordening inhoud geven, als één totaalonderzoek worden beschouwd. Vandaar dat ze als onderdeel van het bestemmingsplan in de inspraak worden gebracht en de bijbehorende procedures zullen doorlopen.

De algemene uitgangspunten zoals in artikel 4 van de Erfgoedverordening zijn opgenomen zijn onderverdeeld in twee categorieën:

  • 1.

    behoud zonder ontwikkeling;

  • 2.

    behoud door zorgvuldige ontwikkeling.

De eerste categorie behoud is de meest wenselijke, de tweede categorie komt pas in beeld wanneer volledig behoud niet tot de mogelijkheden behoort. Binnen de twee categorieën is een onderverdeling gemaakt van het meest optimale uitgangspunt naar het minst wenselijke scenario. Bij de beoordeling van de plannen zal dan ook opeenvolgend een afweging worden gemaakt, waarbij het eerst genoemde uitgangspunt prevaleert boven het tweede. Bij deze afweging zal zorgvuldig gemotiveerd moeten worden waarom het bovenstaande uitgangspunt niet haalbaar blijkt.

Dubbelbestemming ´Waarde – Edams-Volendams erfgoed´

De dubbelbestemming ´Waarde – Edams-Volendams erfgoed´ ligt op bouwwerken en gebieden met een bijzondere cultuurhistorisch waardevolle identiteit waaraan voorwaarden en uitgangspunten zijn gekoppeld. Binnen de dubbelbestemming is op de bestemmingsplanverbeelding een specificatie van beschermingsniveau´s aangeduid. Binnen deze beschermingsniveau´s staat behoud van de cultuurhistorische waarde voorop.

Beschermingsniveau´s

Een van de grote voordelen van de Erfgoedverordening is de mogelijkheid van gradaties in beschermingsniveau. Dit wil zeggen dat niet het volledige cultureel erfgoed dezelfde bescherming krijgt, maar dat verschil in het beheer gemaakt wordt. Stedenbouwkundige structuren vragen om een ander beschermingsniveau dan architectonisch waardevolle objecten.

Dit houdt in dat binnen de dubbelbestemming ´Waarde – Edams-Volendams erfgoed´ een aantal verschillende beschermingsgradaties zijn opgenomen, te weten:

  • -

    karakteristiek waardevol bouwwerk;

  • -

    beeldbepalend bouwwerk;

  • -

    stolp;

  • -

    waardevol cultuurhistorisch element;

  • -

    cultuurhistorisch attentiegebied. 

Juridische koppeling

De bescherming van het erfgoed wordt in feite gevormd door de weigeringsgronden die geformuleerd zijn in artikel 2.10, 2.11, 2.12 en 2.18 van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Het praktische beheer wordt deels geregeld in het bestemmingsplan en deels door de koppeling aan artikel 2, 3 en 4 van de Erfgoedverordening. Dankzij deze laatste manoeuvre is voor de karakteristiek waardevolle bouwwerken, beeldbepalende bouwwerken, stolpen, waardevolle cultuurhistorische elementen alsmede voor de cultuurhistorische attentiegebieden, artikel 5, lid 3, sub a Bijlage II Bor (Besluit omgevingsrecht) van kracht. Dit betekent dat vergunningsvrije bouwwerken vergunningplichtig worden.

Voordelen Erfgoedverordening

De voordelen van de erfgoedverordening ten opzichte van het traditioneel aanwijzen van gemeentelijke monumenten:

  • -

    het is een integrale benadering van beschermen waardoor verschillende onderwerpen via één systeem beschermd en inzichtelijk zijn;

  • -

    er is geen langdurige totstandkoming door het aanwijzingsproces van gemeentelijke monumenten. Dit is geïntegreerd in de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan;

  • -

    er is bescherming mogelijk op verschillende niveau´s;

  • -

    het is een ontwikkelingsgerichte benadering, waarbij cultuurhistorie binnen de belangenafweging wordt meegenomen;

  • -

    het sluit aan bij de landelijke regelgeving;

  • -

    het bestemmingsplan wordt in een vroeg stadium geraadpleegd, waardoor een vroegtijdige afstemming ontstaat;

  • -

    het bestemmingsplan is een flexibel en degelijk toetsingsinstrument. Het laat veel ruimte open voor nader beleid.

Geleidelijke implementatie van bestemmingsplannen is enerzijds een voordeel omdat de cultuurhistorische onderzoeken die ten grondslag liggen aan het systeem niet gelijktijdig hoeven worden uitgevoerd. Anderzijds zijn de cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden tot aan de actualisatie niet beschermd.

Waardering en onderbouwing

Door middel van het format “Cultuurhistorisch rapport”, zoals opgenomen in Bijlage A zal een beschrijving van een pand of object worden opgesteld en gewaardeerd.

Het monumentennummer is straks een belangrijke, uniforme, door de gemeente toe te wijzen code. Bovendien is dit nummer een ingang om het cultuurhistorische rapport van het betreffende object later terug te vinden. Het Monumentennummer bestaat uit de vier eerste letters van de plaatsnaam, plus vier (vrije) letters van de straat in combinatie met het “huisnummer”. Ter verduidelijking 2 voorbeelden: het perceel Haven 2 te Volendam krijgt als nummer: “VOLE-HAVN 2”. Het nummer van het perceel Oorgat 38 in Edam wordt dan: “EDAM-ORGT 38”. Het is wel de bedoeling om een eenmaal gekozen of gebruikte afkorting van een bepaalde straat consequent te gebruiken.

De betekenis van de onderdelen 2 t/m 6 van het format spreken voor zichzelf.

De gemeente vult deze gegevens in en controleert die, alvorens het betreffende bureau de beschrijving opstelt.

De onderdelen 7 t/m 20 van het cultuurhistorisch rapport hebben betrekking op de aspecten

die van belang zijn om vast te leggen bij een potentieel gemeentelijk monument.  

Waar het gaat om de objecten tevens zijnde gebouwen, of onderdelen daarvan, kent de gemeentelijke Erfgoedverordening een indeling van:

  • -

    karakteristiek waardevol bouwwerk, d.w.z. een bouwwerk met een hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarden waarvan het exterieur van het gebouw, dan wel delen daarvan, zoals omschreven in het betreffende cultuurhistorisch rapport bescherming geniet in gevolge een dubbelbestemming in het bestemmingsplan;

  • -

    beeldbepalend bouwwerken, d.w.z. een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarden waarvan het exterieur van het gebouw, zoals omschreven in het betreffende cultuurhistorisch rapport bescherming geniet in gevolge een dubbelbestemming in het bestemmingsplan;

  • -

    stolp, d.w.z. een specifieke verschijningsvorm van een beeldbepalend bouwwerk, tenzij in gevolge het voor de onroerende zaak opgestelde cultuurhistorisch rapport sprake is van een karakteristiek waardevol bouwwerk.

Om te kunnen spreken van de kwalificatie “hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarden” zal de waardebepaling van het object moeten uitkomen bij een score tussen de 14  t/m 20 punten volgens onderstaande puntenverdeling. Voor de kwalificatie “gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarden” geldt in dit verband een score van tussen 8 t/m 13 punten.

Puntenverdeling

Nr

Omschrijving

Toelichting

Maximale score

 

7

Functie

Van belang vanwege cultuurhistorische aspecten vanwege het (voormalige) gebruik.

 

1 punt

8

Bouwjaar

Hierbij is gekozen als ‘peildatum’ objecten vóór of na 1960 (ouder dan 50 jaar of niet).

 

2 punten

9

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur

 

1 punt

10

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bepaalde stijl of bouwtrant.

 

1 punt

11

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege bijzondere esthetische kwaliteiten (zoals gevelindeling, bijzondere detaillering, materiaal en/of kleurgebruik etc.)

  

4 punten

12

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een uniek(e) (bouw)techniek of (bouw)type.

 

1 punt

13

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bekende architect en/of de plaatselijke, regionale en/of landelijke architectuurgeschiedenis.

  

1 punt

14

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de oorspronkelijkheid of de bijzonderheid van (een onderdeel van) het exterieur.

  

1 punt

15

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object samen met andere delen of objecten (gebouwen, hekwerken, entree, tuin) een karakteristiek historisch complex of historische stedenbouwkundige structuur vormt.

    

1 punt

16

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, lint of landelijk gebied daarin beeldbepalend is.

   

1 punt

17

Historisch belang

Van belang vanwege de bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt).

  

1 punt

18

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object deel uitmaakt van een gebied met een grote continuïteit, waardoor het historische patroon van verkaveling, wegen en waterlopen goed geconserveerd is gebleven.

    

1 punt

19

Historisch belang

Van belang vanwege de historische herinne-ringen verbonden aan het object in de ruimste zin van het woord (feiten, gebeurtenissen, eigenaren/bewoners, beroepen etc.).

   

2 punten

20

Historisch belang

Van belang vanwege een plaatselijke, regionale of landelijke historische ontwikkeling (op sociaal, cultureel, technisch, bestuurlijk, economisch gebied etc.).

   

2 punten

 

Waardestelling gehele object

 

 

20 punten

 

De onderdelen 8, 11, 19 en 20 zijn zodanig relevant voor de uiteindelijke waardebepaling, dat aan deze aspecten meer gewicht is toegekend door ook een hogere score mogelijk te maken.

De criteria op basis waarvan de beoordeling wordt gemaakt zijn allemaal gesteld in de vorm van “Ja of Nee”. Indien aan een criterium wordt voldaan (antwoord = “Ja”), dan geldt voor vraag 8 per definitie een score van 2 punten. Bij de vragen 19 en 20 is een score mogelijk, die varieert van 1 of maximaal 2 punten per onderdeel, dat afhangt van de feitelijke waardering. Het onderscheid dat hierbij wordt gemaakt is “gemiddeld van belang” of “in hoge mate van belang”, dat leidt tot een score van respectievelijk 1 of 2 punten voor die onderdelen. Bij vraag 11 is een maximum van 4 punten haalbaar, dat tevens afhangt van de feitelijke waardering. De totale, score per object is bepaald op maximaal 20 punten.

De score of waardebepaling vindt plaats na de beoordeling in het veld (de beschrijving).

Hierbij geldt in de relatie tot de erfgoedverordening de volgende onderverdeling.

 

 

Omschrijving

Score

I

Karakteristiek waardevol bouwwerk

14 t/m 20

II

Beeldbepalend bouwwerk

8 t/m 13

 

Geen status

0 t/m 7

  

Bestemmingsplanregeling

Artikel 1 - begrippen

  • 1.

    beeldbepalend bouwwerk: een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarde, dat wil zeggen een cultuurhistorische waardestelling met een score van 8 tot en met 13 punten, en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport ‘Inventarisatie’, als gemeentelijk monument bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming ‘Waarde–Edams-Volendams erfgoed’;

  • 2.

    boerderij: Veelal van oorsprong voor agrarisch doel (inclusief wonen) opgericht gebouw op een grotendeels vierkante plattegrond, bestaande uit één bouwlaag met een piramidevormig dak;

  • 3.

    bouwhistorisch onderzoek: een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van een gebouw of ensemble met een nadruk op de fysieke samenstelling, conform de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

  • 4.

    contra-expertise: een deskundigenadvies met daarin een afweging van de cultuurhistorische waarde ten opzichte van de bouwtechnische staat van het object, zoals aangegeven in een bouwhistorisch onderzoek;

  • 5.

    cultureel erfgoed: alle materiële getuigenissen uit het verleden die de samenleving van belang vindt om te conserveren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren;

  • 6.

    cultuurhistorisch attentiegebied: een gebied gekenmerkt door een ruimtelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarde, zoals omschreven in het als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport ‘Cultuurhistorische verkenning’, en dat bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming “Waarde–Edams-Volendams erfgoed”;

  • 7.

    cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied;

  • 8.

    cultuurhistorische waardestelling: een toegekende samenhangende waardestelling op het gebied van algemene historische waarden en/of de ensemblewaarden en/of de architectuurhistorische waarden en/of de bouwhistorische waarden en/of de waarden vanuit de gebruikshistorie, toegekend aan een zaak en/of object en/of gebied, vastgelegd in een cultuurhistorisch rapport, met als mogelijke uitkomsten na beoordeling:

    • -

      een bouwwerk met een hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarden: een uitkomst c.q. score van 14 tot en met 20 punten;

    • -

      een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarden: een uitkomst c.q. score van 8 tot en met 13 punten;

    • -

      een bouwwerk met een lage cultuurhistorische en/of architectonische waarden en zonder specifieke status: een uitkomst c.q. score van 0 tot en met 7 punten.

  • 9.

    cultuurhistorisch rapport: onderzoek waarin de algemene historische waarden en/of de ensemblewaarden en/of de architectonische waarden en/of de bouwhistorische waarden en/of de waarden vanuit de gebruikhistorie zijn geïnventariseerd en vastgelegd en door middel waarvan op basis van het puntensysteem op de onderdelen 7 tot met 20 van het cultuurhistorisch rapport een score haalbaar is van 0 tot en met 20 punten.

  • 10.

    karakteristiek waardevol bouwwerk: een bouwwerk met een hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarde, dat wil zeggen een cultuurhistorische waardestelling met een score van 14 tot en met 20 punten, en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport ‘Inventarisatie’, als gemeentelijk monument bescherming geniet in gevolge de dubbelbestemming ‘Waarde-Edams-Volendams erfgoed’;

  • 11.

    monumentencommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de erfgoedverordening en het monumentenbeleid (inclusief het Planologisch Erfgoedregime en de mede hierop gebaseerde bestemmingsplannen);

  • 12

    puntensysteem en maximale score cultuurhistorisch rapport

 

Nr

Omschrijving

Toelichting

Maximale score

7

Functie

Van belang vanwege cultuurhistorische aspecten vanwege het (voormalige) gebruik.

 

1 punt

8

Bouwjaar

Hierbij is gekozen als ‘peildatum’ objecten vóór of na 1960 (ouder dan 50 jaar of niet).

 

2 punten

9

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur.

 

1 punt

10

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bepaalde stijl of bouwtrant.

 

1 punt

11

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege bijzondere esthetische kwaliteiten (zoals gevelindeling, bijzondere detaillering, materiaal en/of kleurgebruik etc.).

  

4 punten

12

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een uniek(e) (bouw)techniek of (bouw)type.

 

1 punt

13

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege een bekende architect en/of de plaatselijke, regionale en/of landelijke architectuurgeschiedenis.

  

1 punt

14

Stijl/gaafheid

Van belang vanwege de oorspronkelijkheid of de bijzonderheid van (een onderdeel van) het exterieur.

  

1 punt

15

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object samen met andere delen of objecten (gebouwen, hekwerken, entree, tuin) een karakteristiek historisch complex of historische stedenbouwkundige structuur vormt.

    

1 punt

16

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, lint of landelijk gebied daarin beeldbepalend is.

   

1 punt

17

Historisch belang

Van belang vanwege de bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt).

  

1 punt

18

Historisch belang

Van belang vanwege het feit dat het object deel uitmaakt van een gebied met een grote continuïteit, waardoor het historische patroon van verkaveling, wegen en waterlopen goed geconserveerd is gebleven.

    

1 punt

19

Historisch belang

Van belang vanwege de historische herinneringen verbonden aan het object in de ruimste zin van het woord (feiten, gebeurtenissen, eigenaren/bewoners, beroepen etc.).

    

2 punten

20

Historisch belang

Van belang vanwege een plaatselijke, regionale of landelijke historische ontwikkeling (op sociaal, cultureel, technisch, bestuurlijk, economisch gebied etc.).

   

2 punten

 

Waardestelling gehele object

 

 

20 punten

 

  • 13.

    stolp: een specifieke verschijningsvorm van een beeldbepalend bouwwerk, tenzij in gevolge het voor de onroerende zaak opgestelde cultuurhistorische rapport sprake is van een karakteristiek waardevol bouwwerk;

  • 14.

    waardevol cultuurhistorisch element: object of bouwwerk, niet zijnde een gebouw, met cultuurhistorische waarde, zoals omschreven in het als bijlage toegevoegde cultuurhistorisch rapport, en dat als gemeentelijk monument bescherming geniet ingevolge de dubbelbestemming “Waarde-Edams-Volendams erfgoed”.

Artikel X – Waarde – Edams-Volendams erfgoed

 

x.1 Bestemmingsomschrijving

  • 1.

    De voor ‘Waarde – Edams-Volendams erfgoed’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming van het op die gronden aanwezige cultureel erfgoed.

  • 2.

    De voor ‘Waarde – Edams-Volendams erfgoed’ aangewezen gronden kennen de volgende onderverdeling van het op die gronden aanwezige cultureel erfgoed, waarbij het onder 1 t/m 5 genoemde erfgoed overeenkomstig het bepaalde in de gemeentelijke Erfgoedverordening de status heeft van gemeentelijk monument:

  • 3.

    ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristiek waardevol bouwwerk’: karakteristiek waardevol bouwwerk, met dien verstande dat sprake is van een bouwwerk met een hoge cultuurhistorische en/of architectonische waarde waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het in bijlage ‘X’ opgenomen cultuurhistorisch rapport, wordt beschermd;

  • 4.

    ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk’: beeldbepalend bouwwerk, met dien verstande dat sprake is van een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarde en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het in bijlage ‘X’ opgenomen cultuurhistorisch rapport, wordt beschermd;

  • 5.

    ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – stolp’: stolp, met dien verstande dat sprake is van een bouwwerk met een gemiddelde cultuurhistorische en/of architectonische waarde en waarvan het exterieur van het gebouw/bouwwerk, zoals omschreven in het in bijlage ‘X’ opgenomen cultuurhistorisch rapport, wordt beschermd;

  • 6.

    ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – waardevol cultuurhistorisch element’: waardevol cultuurhistorisch element, met dien verstande dat sprake is van een object of bouwwerk met cultuurhistorische en/of architectonische waarde, zoals omschreven in het in bijlage ‘X’ opgenomen cultuurhistorisch rapport, dat wordt beschermd;

  • 7.

    ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorisch attentiegebied’: cultuurhistorisch attentiegebied, met dien verstande dat sprake is van een gebied gekenmerkt door een samenhangende ruimtelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarde, zoals omschreven in het in bijlage ‘X’ toegevoegde cultuurhistorisch rapport en dat wordt beschermd.

 

x.2 Bouwregels

  • 1.

    Op de voor ‘Waarde – Edams-Volendams erfgoed’ aangewezen gronden, voor zover het daarbij gaat om beschermde gemeentelijke monumenten, mag uitsluitend worden gebouwd indien:

bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en

de bestaande cultuurhistorische waardestelling niet wordt aangetast door wezenlijke veranderingen in het stedenbouwkundige en architectonische beeld, bepaald door situering, massa, kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling en gevelafwerking met kleur en materiaalgebruik, zulks met inbegrip van waardevolle details en

de bouwwerkzaamheden niet strijdig zijn met:

de toegekende cultuurhistorische waardestelling zoals neergelegd in het in bijlage ‘X’ opgenomen cultuurhistorisch rapport;

de van toepassing zijnde algemene uitgangspunten zoals opgenomen in  artikel 4 van de Erfgoedverordening.

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in lid a mag ter plaatse van de aanduiding ´specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk´:

  • 2.

    het bouwwerk geheel worden vernieuwd met inachtneming van de toegekende cultuurhistorische waardestelling en voor zover de gemeentelijke monumentencommissie en/of Noordhollandse welstandscommissie positief adviseert;

  • 3.

    het bouwwerk gedeeltelijk worden vernieuwd of gewijzigd in afwijking van de toegekende cultuurhistorische waardestelling en voor zover de gemeentelijke monumentencommissie en/of Noordhollandse welstandscommissie positief adviseert.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in lid a mag ter plaatse van de aanduiding ´specifieke bouwaanduiding – stolp´ het bouwwerk geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd in de vorm van een boerderij, bepaald door de grootte van het oorspronkelijke vloeroppervlak, de afmetingen van het authentieke vierkant en de aangegeven goot- en bouwhoogte.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in lid a mag ter plaatse van de aanduiding ´cultuurhistorisch attentiegebied´, met uitzondering van de daar aanwezige karakteristiek waardevolle bouwwerken, beeldbepalende bouwwerken en waardevol cultuurhistorische elementen:

  • 6.

    bestaande bouwwerken c.q. hoofdgebouwen geheel of gedeeltelijk worden vernieuwd conform de onderliggende bestemming, met inachtneming van:

    • 1.

      de toegekende cultuurhistorische waardestelling zoals neergelegd in het Bijlage X, deelrapport X opgenomen cultuurhistorisch rapport;

    • 2.

      de van toepassing zijnde algemene uitgangspunten zoals opgenomen in artikel 4 van de Erfgoedverordening.

  • 1.

    Geheel nieuwe bouwwerken c.q. hoofdgebouwen worden gebouwd conform de onderliggende bestemming;

    • 1.

      de toegekende cultuurhistorische waardestelling zoals neergelegd in het Bijlage X, deelrapport X opgenomen cultuurhistorisch rapport;

    • 2.

      de van toepassing zijnde algemene uitgangspunten zoals opgenomen in artikel 4 van de Erfgoedverordening.

 

x.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits gebouwd wordt krachtens de onderliggende bestemming, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel x.2 onder a, voor:

  • 1.

    het gedeeltelijk vernieuwen van een karakteristiek waardevol bouwwerk of waardevol cultuurhistorisch element, mits

    • 1.

      de werkzaamheden binnen de cultuurhistorische waardestelling blijven dan wel een kwalitatieve bijdrage aan de genoemde waarden leveren en;

    • 2.

      er geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundige en architectonische beeld en;

    • 3.

      de gemeentelijke monumentencommissie en/of Noordhollandse welstandscommissie positief adviseert.

    • 4.

      Voor zover het voor een goede besluitvorming van belang is, kan het college de aanvrager verzoeken een restauratieplan van het object te overleggen.

  • 1.

    het restauratieplan, bedoeld in lid a, onder 4 bestaat uit:

    • 1.

      een beschrijving van de technische staat van het monument, waarbij de gebreken van het monument nauwkeurig staan vermeld;

    • 2.

      overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken;

    • 3.

      tekeningen van de bestaande toestand van het gemeentelijk monument en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven.

    • 4.

      Een op de onder 1 bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan;

    • 5.

      Een begroting die niet ouder is dan twee jaar en is gespecificeerd in hoeveelheden uren, materialen, stelposten en onderaannemers, en;

    • 6.

      In voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten.

 

x.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van  werkzaamheden

  • 1.

    een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument kan worden verleend, indien:

    • 1.

      de directe of indirecte gevolgen van de in de aanvraag genoemde werken en/of werkzaamheden niet leiden tot een verandering en/of aantasting van het gemeentelijk monument;

    • 2.

      de gemeentelijke monumentencommissie en/of Noordhollandse welstandscommissie positief adviseert.

    • 3.

      Voor zover het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen van de in de aanvraag genoemde werken en/of werkzaamheden, wel leiden tot een verandering en/of aantasting van een gemeentelijk monument, kan aan de omgevingsvergunning de verplichting tot het treffen van maatregelen worden verbonden, waardoor de toegekende cultuurhistorische waardestelling van het betreffende monument kan worden behouden.

    

x.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Een omgevingsvergunning voor het slopen van een gemeentelijk monument kan worden verleend, indien:

  • 1.

    voor zover het bouwwerken betreft die als karakteristiek waardevol bouwwerk of waardevol cultuurhistorisch element zijn aangeduid, ingevolge artikel x.3 onder a is afgeweken van de bouwregels;

  • 2.

    voor zover het bouwwerken betreft die als beeldbepalend bouwwerk zijn aangeduid, medewerking conform artikel x.2 onder b mogelijk is;

  • 3.

    voor zover het bouwwerken betreft die als stolp zijn aangeduid, medewerking conform artikel x.2 onder c mogelijk is;

  • 4.

    voor zover het werken betreft die als cultuurhistorisch attentiegebied zijn aangeduid, medewerking conform artikel x.2 onder d mogelijk is.

 

x.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door:

  • 1.

    de gebieden of bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristiek waardevol bouwwerk’, ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk’, ´specifieke bouwaanduiding – stolp´, ‘specifieke bouwaanduiding - waardevol cultuurhistorische element’, ‘cultuurhistorisch attentiegebied’, de voormelde aanduiding geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van een contra-expertise is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen cultuurhistorische waardestelling (meer) aanwezig zijn, dan wel deze waarden niet meer als zodanig bescherming behoeven;

  • 2.

    op terreinen en hun opstallen alsnog de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristiek waardevol bouwwerk’, ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend bouwwerk’, ´specifieke bouwaanduiding – stolp´, ‘specifieke bouwaanduiding - waardevol cultuurhistorisch element’, ‘cultuurhistorische attentiegebied’, te leggen, indien de noodzaak hiertoe blijkt uit een nader cultuurhistorisch rapport;

  • 3.

     de bestemming ‘Waarde – Edams-Volendams erfgoed’ naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de noodzaak hiertoe blijkt uit een nader cultuurhistorisch rapport of contra-expertise.

Bijlage A

GEMEENTE EDAM–VOLENDAM

 

Cultuurhistorisch rapport

objecten gemeente Edam–Volendam

 

 

 

1)

Monumentennummer

 

2)

Datum rapport

 

 

 

 

3)

Naam complex / object

 

4)

Straatnaam

 

5)

Plaats

 

 

 

 

6)

Kadastrale gegevens

Gemeente:

Sectie:

Nummer:

 

Foto object

     

 

Functie

NEE

JA

Toelichting

7)

Is het object van belang vanwege zijn (voormalige) functie?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

 

Bouwjaar

NEE

JA

Toelichting

8)

Is object van vóór 1960?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

 

Stijl/Gaafheid

NEE

JA

Toelichting

9)

Is het object van belang wegens de architectonische gaafheid van het exterieur?

 

 

 

 

 

 

 

Score

10)

Is het object een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

11)

Bezit het object bijzondere esthetische kwaliteiten (zoals gevelindeling, bijzondere detaillering, materiaal- en/of kleurgebruik etc.)?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

12)

Vertegenwoordigt het object een uniek(e) (bouw)techniek of (bouw)type?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

13)

Neem het object een belangrijke plaats in het oeuvre van een bekende architect en/of de plaatselijke, regionale en/of landelijke architectuurgeschiedenis?

 

 

 

 

 

 

 

Score

14)

Is het object van belang vanwege de oorspronkelijkheid of de bijzonderheid van (een onderdeel van) het exterieur?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

 

(Plaatselijk) historisch belang

NEE

JA

Toelichting

15)

Vormt het object samen met andere delen of objecten (gebouwen, hek-werken, entree, tuin) een karakteris-tiek historisch complex of historische stedenbouwkundige structuur?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

16)

Is het object als onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk gebied, lint of landelijk gebied daarin beeldbepalend?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

17)

Heeft het object een bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt)?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

18)

Maakt het object deel uit van een gebied met een grote continuïteit, waardoor het historische patroon van verkaveling, wegen en waterlopen goed geconserveerd is gebleven?

 

 

 

 

 

 

 

Score

 

(Plaatselijk) historisch belang

NEE

JA

Toelichting

19)

Zijn aan het object historische herin- neringen verbonden in de ruimste zin van het woord (feiten, gebeurtenissen, eigenaren/bewoners, beroepen etc.)?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

20)

Is het object van belang vanwege een plaatselijke, regionale of landelijke historische ontwikkeling (op sociaal, cultureel, technisch, bestuurlijk, economisch gebied etc.)?

 

 

 

 

 

 

 

Score:

 

Score totaal onderdelen 7 t/m 20

 

 

Score totaal:

 

Overige foto’s