Verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2018

Geldend van 18-05-2018 t/m heden

Intitulé

Verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2018

De raad van de gemeente Purmerend,

gelezen het voorstel van de rekenkamercommissie Purmerend en Beemster d.d. 21 februari 2018,

B E S L U I T:

  • 1.

    Te besluiten om de verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2015 in te trekken.

  • 2.

    Te besluiten om de verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2018 vast te stellen:

Verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2018.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie, niet zijnde raadslid;

  • b.

    intern lid: lid van de rekenkamercommissie dat raadslid is;

  • c.

    extern lid: lid van de rekenkamercommissie dat geen raadslid is;

  • d.

    (gemeente)raad: het orgaan zoals bedoeld in titel II hoofdstuk II van de Gemeentewet; dit betreft de gemeenteraad van de gemeente Purmerend en de gemeenteraad van de gemeente Beemster;

  • e.

    (raads)presidium: het presidium zoals bedoeld in het reglement van orde voor de raad van Purmerend en in het reglement van orde voor de raad van Beemster;

  • f.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • g.

    rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Purmerend en de gemeente Beemster;

  • h.

    doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

  • i.

    doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin de organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

  • j.

    rechtmatigheid: overeenstemming met relevante wet- en regelgeving.

Artikel 2 Rekenkamercommissie

  • 1. De raad stelt een rekenkamercommissie in.

  • 2. De taak van de rekenkamercommissie is het uitvoeren van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken die een bijdrage leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde gemeentelijk beleid, alsmede de doelmatige en rechtmatige voorbereiding en uitvoering daarvan.

  • 3. Op de rekenkamercommissie zijn ook van toepassing de bevoegdheden als bedoeld in artikel 184 Gemeentewet t.a.v.:

    • a.

      gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt;

    • b.

      naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;

    • c.

      andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van meer dan 50% van de baten van deze instelling.

De bevoegdheid geldt alleen voor de jaren dat de hiervoor beschreven situatie bestond.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1. De rekenkamercommissie bestaat uit 7 leden, waarvan 4 extern en 3 intern.

  • 2. Artikel 15 Gemeentewet is ook van toepassing op de leden van de rekenkamercommissie.

Artikel 4 Benoeming leden

  • 1. Van de 3 interne leden worden uit hun midden benoemd 2 leden op voordracht van de raad van Purmerend en 1 lid op voordracht van de raad van Beemster

  • 2. De interne leden van de rekenkamercommissie worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad bij eensluidend besluit van de raden van de gemeenten Purmerend en Beemster benoemd. De externe leden waaronder de voorzitter worden voor een periode van 6 jaar bij eensluidend besluit van de raden van de gemeenten Purmerend en Beemster benoemd. Deze periode gaat in op de 1e van de maand, volgende op de datum van benoeming door de raad. De externe leden kunnen maximaal één keer worden herbenoemd.

Artikel 5 De voorzitter

  • 1. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en werkwijze, het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming en het onderhouden van contact met de raad, ambtelijke organisatie en pers. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met onderzoekers en met de secretaris.

  • 2. Bij afwezigheid van de voorzitter treedt de vicevoorzitter op als voorzitter. Indien beiden afwezig zijn, treedt het langstzittende externe lid op als voorzitter, dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren.

Artikel 6 Eed en gedragscode

  • 1. T.a.v. de leden van de rekenkamercommissie is artikel 81g Gemeentewet (eed of verklaring en belofte) van overeenkomstige toepassing.

  • 2. T.a.v. de leden van de rekenkamercommissie is de eigen gedragscode van toepassing.

Artikel 7 Ontslag en non-activiteit

  • 1. De raad ontslaat de leden of stelt hen op non-actief.

  • 2. Het lidmaatschap van een intern lid eindigt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      indien het lid aftreedt als raadslid;

    • c.

      indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te vervullen.

  • 3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;

    • c.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld, dan wel omdat een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • d.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 4. De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

  • 5. Indien één van de raden een ontslagbesluit neemt als bedoeld in lid 2, c, lid 3 b t/m d of in lid 4, neemt de raad van de andere gemeente in beginsel een eensluidend besluit.

Artikel 8 Vergoedingen

  • 1. De externe leden ontvangen een maandelijkse vergoeding voor hun reguliere werkzaamheden voor de rekenkamercommissie; deze is vanaf 1 januari 2018 vastgesteld op € 331,22,-.

  • 2. De vergoeding van de voorzitter is vanaf 1 januari 2018 vastgesteld op € 496,88 per maand.

  • 3. Indien externe leden van de rekenkamercommissie expliciet onderzoek verrichten zoals omschreven in artikel 2, lid 2 en 3 van deze verordening, ontvangen zij daarvoor een uurtarief dat met ingang van 1 januari 2018 is vastgesteld op € 54,40 bruto per uur. De gewerkte uren moeten, volgend uit de vooraf begrote uren in de onderzoeksopzet, door tijdschrijven worden verantwoord bij de voorzitter (voor de externe leden), respectievelijk bij de rekenkamercommissie (voor de voorzitter).

  • 4. De genoemde maandelijkse bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met eenzelfde percentage als de nominale stijging van de ambtenarensalarissen;

  • 5. Externe leden van de rekenkamercommissie ontvangen een reiskostenvergoeding conform de gemeentelijke regeling.

  • 6. De genoemde vergoedingen komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

Artikel 9 Ambtelijk secretaris/onderzoeker

  • 1. De raad benoemt de ambtelijk secretaris.

  • 2. De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taken terzijde en fungeert als eerste adviseur van de rekenkamercommissie.

  • 3. De secretaris maakt deel uit van de organisatie van de griffie van Purmerend, functioneel is hij verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van de rekenkamercommissie ter zake van de werkzaamheden die hij verricht voor de rekenkamercommissie.

  • 4. De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging, het verzamelen van informatie, de vorming van dossiers en communicatietaken.

  • 5. De secretaris wordt in beginsel belast met het onderzoekswerk, het redigeren van het onderzoeksrapport, het organiseren van het ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor en het organiseren van de aanbieding van het rapport aan de voorzitter van de raad. De griffier draagt zorg voor de vervanging van de secretaris van de rekenkamercommissie in het geval hij verhinderd is.

Artikel 10 Reglement van orde en onderzoeksprotocol

Conform artikel 81i Gemeentewet stelt de rekenkamercommissie een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Daarnaast stelt de rekenkamercommissie een onderzoeksprotocol op. Beide stukken zendt zij na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 11 Onderwerpselectie en onderzoeksopzet

  • 1. De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling, stelt de onderzoeksopzet vast en neemt e.e.a. op in een jaarplan.

  • 2. De rekenkamercommissie verricht minimaal 2 omvangrijke dan wel 3 kleinere onderzoeken per jaar. Het in lid 1 bedoelde jaarplan wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad en het college verstuurd.

  • 3. De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen 1 maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor argumenten aanvoeren.

Artikel 12 Toe te passen criteria bij de selectie van onderzoeksonderwerpen

Het onderzoek dient:

  • a.

    een actueel maatschappelijk belang te hebben;

  • b.

    een toegevoegde waarde te hebben en bruikbare resultaten op te leveren in de vorm van aanbevelingen;

  • c.

    toekomstgericht te zijn;

  • d.

    een substantieel financieel belang voor de gemeente te bevatten;

  • e.

    een antwoord te geven op beredeneerde twijfel omtrent doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid van het onderzoeksonderwerp;

  • f.

    een oplossing te bieden voor de risico’s (financieel, juridisch, imago, politiek en dergelijke) die de gemeente ten aanzien van het onderzoeksonderwerp loopt;

  • g.

    te gaan over beleid of producten die reeds langer dan een jaar geleden ingevoerd zijn;

  • h.

    positief onderscheidend te zijn t.o.v. andere onderzoeken (doordat het onderwerp niet eerder is onderzocht, er andere elementen onderzocht zijn of andere onderzoeken minder diepgaand/kwalitatief minder goed zijn uitgevoerd);

  • i.

    bij te dragen aan enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken.

Artikel 13 Werkwijze

  • 1. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet en met inachtneming van het onderzoeksprotocol.

  • 2. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3. De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.

  • 5. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.

  • 6. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 7. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen.

  • 8. De rekenkamercommissie stelt de betrokken ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste 2 weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek in het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie ook als betrokkenen worden aangemerkt. Opmerkingen waar de rekenkamercommissie mee instemt kunnen in dit stadium nog aanleiding geven het onderzoeksrapport aan te passen.

  • 9. De rekenkamercommissie stelt daarna het onderzoeksrapport met inbegrip van de inmiddels toegevoegde conclusies en aanbevelingen voorlopig vast

  • 10. Vervolgens wordt het college in de gelegenheid gesteld om binnen een door de rekenkamercommissie te stellen termijn, die ten minste 2 weken bedraagt, zijn zienswijze op het conceptonderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken.

  • 11. Na definitieve vaststelling van het onderzoeksrapport, inclusief de zienswijze van het college en een eventueel nawoord van de rekenkamercommissie als bijlagen, wordt het in zijn geheel zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Artikel 14 Behandeling onderzoeksrapporten

  • 1. Het presidium kan bepalen dat rapporten en overige stukken voorafgaande aan de raadsbehandeling in een raadscommissie worden behandeld.

  • 2. De voorzitter van de rekenkamercommissie kan door het presidium worden uitgenodigd de behandeling van het rapport in een of meer raadscommissies bij te wonen en daar het rapport toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden.

  • 3. De rapporten en overige stukken worden door de raad in zijn vergadering, zo mogelijk binnen 3 maanden na ontvangst, behandeld. Daarbij stelt de raad desgewenst een termijn vast waarbinnen het college met een plan van aanpak komt ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen.

Artikel 15 Budget/verdeelsleutel

  • 1. De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen c.q. verplichtingen aan te gaan t.b.v. de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van dit budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen aan de externe leden;

    • b.

      de kosten van de ambtelijke secretaris/onderzoeker;

    • c.

      externe deskundigen en bureaus die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;

    • d.

      eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Zij geeft deze verantwoording gestalte in het jaarverslag en via de planning- en control cyclus als onderdeel van de gemeentelijke jaarrekening.

  • 4. Drie kwart van de kosten van de externe leden zijn voor rekening van de gemeente Purmerend en één kwart van de kosten van de externe leden zijn voor rekening van de gemeente Beemster.

  • 5. Kosten die specifiek zijn terug te voeren op één deelnemende gemeente zijn voor rekening van de betrokken gemeente. De kosten van de onderzoeken waaraan beide gemeenten deelnemen worden verdeeld volgens de verdeelsleutel naar rato van het inwonertal van de betreffende gemeenten per 1 januari van het begrotingsjaar.

  • 6. Het budgetbeheer is gelegen in handen van de griffier van Purmerend.

Artikel 16 Hardheidsclausule

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de raad, gehoord de rekenkamercommissie.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1.

    • a.

      Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop hij is vastgesteld en werkt terug tot en met 21 maart 2018.

    • b.

      In afwijking van het gestelde onder a. werkt artikel 8 terug tot en met 1 januari 2018.

    • c.

      In afwijking van het gestelde onder a, treden de artikelen 3, eerste lid, en 15, vierde lid, voor zover het externe leden betreft, in werking op de eerstvolgende datum waarop het lidmaatschap van een extern lid eindigt.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening rekenkamercommissie Purmerend en Beemster 2018.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 26 april 2018

de griffier,

R.J.C. van der Laan

de voorzitter

D. Bijl