Subsidieverordening voor groot onderhoud en verduurzaming huisvesting maatschappelijke organisaties gemeente Horst aan de Maas

Geldend van 18-05-2018 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening voor groot onderhoud en verduurzaming huisvesting maatschappelijke organisaties gemeente Horst aan de Maas

raadsbesluit

Bijlage van gemeentebladnummer 2018.040.

De raad van de gemeente Horst aan de Maas;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 maart 2018, gemeentebladnummer 2018.040;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de:

SUBSIDIEVERORDENING VOOR GROOT ONDERHOUD EN VERDUURZAMING HUISVESTING MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES GEMEENTE HORST AAN DE MAAS

HOOFDSTUK 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;

  • b.

    duurzaamheidsmaatregelen: maatregelen inhoudend de aanschaf en installatie van de in deze verordening genoemde nieuwe apparaten en voorzieningen en die de in artikel 3 genoemde doelgroepen in staat stellen het energiegebruik te beperken, het aandeel duurzame energiebronnen te verhogen en/of op klimaatverandering aangepaste watermaatregelen te treffen. Onder duurzaamheidsmaatregelen worden ook maatregelen verstaan die accommodaties moeten nemen om bereikbaar en toegankelijk te zijn voor alle doelgroepen;

  • c.

    verduurzamingsplan: een maatregel of combinatie van maatregelen uit het EPA-U maatwerkadvies;

  • d.

    EPA-U maatwerkadvies: een maatwerkadvies voor de accommodatie is een, specifiek op het gebouw gericht, advies met welke maatregelen in welke volgorde het beste energie bespaard kan worden;

  • e.

    groot onderhoud: gepland onderhoud dat betrekking heeft op herstel of vervanging van onderdelen van onroerende zaken, met een cyclus groter dan 10 jaar en is opgenomen in een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);

  • f.

    toegankelijkheidsscan: scan waarbij op basis van 20 punten de toegankelijkheid van een accommodatie wordt bepaald;

  • g.

    energieneutraal: Een EPC van precies nul. De accommodatie heeft een EPC volgens NEN 7120 van precies nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee;

  • h.

    accommodatie maatschappelijke organisatie: gebouw en bijbehorende bijgebouwen en perceel bestemd en in gebruik voor sociaal-culturele en sportieve activiteiten in de gemeente Horst aan de Maas, onder het beheer van een stichting of een vereniging. Hierna te noemen ‘maatschappelijke accommodaties’.

  • i.

    multifunctionele accommodatie (MFA): een centrale dorpsaccommodatie waarin meerdere maatschappelijke organisaties wekelijks / maandelijks hun voorzieningen, producten en diensten aanbieden.

  • j.

    energiecoöperatie: rechtspersoon die eigenaar wordt van de zonnepanelen (PV) die op een in hoofdstuk 2 of 3 genoemde accommodatie worden geplaatst. De energiecoöperatie betreft een in de gemeente Horst aan de Maas statutair gevestigde coöperatie met als doelstelling energiebesparing en/of duurzame energieopwekking;

  • k.

    zelfwerkzaamheid: door verenigingsleden ingebrachte uren om onderhouds- en/of duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren.

Artikel 2 Doel

Het doel van de op grond van deze verordening te verstrekken subsidies is:

  • 1.

    doelmatiger en duurzamer gebruik van maatschappelijke accommodaties in de gemeente Horst aan de Maas;

  • 2.

    verbetering van de exploitatie en functionaliteit van maatschappelijke accommodaties in de gemeente Horst aan de Maas.

Artikel 3 Doelgroepen

Voor subsidie kunnen in aanmerking komen:

  • 1.

    verenigingen of stichtingen met rechtspersoonlijkheid die het beheer voeren over een maatschappelijke accommodatie;

  • 2.

    coöperaties, zonder winstoogmerk, die het beheer voeren over een maatschappelijke accommodatie;

  • 3.

    energiecoöperaties (uitsluitend voor zonnepanelen) die een overeenkomst hebben gesloten met een van bovengenoemde doelgroepen, waarbij de eventuele winsten van de coöperatie maatschappelijk worden aangewend.

Artikel 4 Subsidie groot onderhoud en verduurzaming maatschappelijke accommodaties

In deze verordening worden onderscheiden:

  • 1.

    Multifunctionele accommodaties (MFA’s):

    • MFA’s die niet in eigendom zijn van de gemeente en dit, op het moment van de subsidieaanvraag, in de voorafgaande 5 jaar ook niet zijn geweest, komen in aanmerking voor een subsidie voor het uitvoeren van groot onderhoud en het nemen van duurzaamheidsmaatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 2 van deze verordening.

    • Voor gemeentelijke MFA’s waarvan het beheer en onderhoud is overgedragen aan een stichting en hiervoor een bijdrage uit het MJOP voor hebben ontvangen, geldt dat zij na een periode van 5 jaar na overdracht in aanmerking kunnen komen voor een subsidie voor het uitvoeren van groot onderhoud en het nemen van duurzaamheidsmaatregelen.

  • 2.

    Overige maatschappelijke accommodaties die niet in eigendom zijn van de gemeente: deze accommodaties komen in aanmerking voor een subsidie voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze verordening.

Soort accommodatie

Duurzaamheid

Groot onderhoud

Hoofdstuk

Niet-gemeentelijke MFA

Ja

Ja

2

MFA waarvan beheer en onderhoud is overgedragen

Ja

Ja, na 5 jaar

2

Overige maatschappelijke accommodaties

Ja

Nee

3

HOOFDSTUK 2 Subsidies ten behoeve van niet-gemeentelijke MFA’s

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Aan MFA’s worden investeringssubsidies verleend voor het verduurzamen van de accommodatie (inclusief het verbeteren van de toegankelijkheid van de accommodatie) en het verrichten van groot onderhoud. De subsidievoorwaarden als genoemd in artikel 6 en artikel 7 zijn van toepassing.

Wanneer groot onderhoud gecombineerd wordt met het verduurzamen van het gebouw kan voor beide onderdelen een beroep worden gedaan op een subsidie in het kader van deze verordening.

Artikel 6 Subsidie voor duurzaamheidsmaatregelen
  • 1. Subsidiabele kosten zijn kosten voor het verduurzamen van de accommodaties. Uitgangspunten voor de uit te voeren maatregelen zijn:

    • a.

      Pas als een gebouw voldoende toegankelijk is voor iedereen kan subsidie worden aangevraagd voor energiebesparende maatregelen;

    • b.

      Met behulp van een toegankelijkheidsscan wordt de toegankelijkheid van een accommodatie bepaald. Het rapportcijfer voor toegankelijkheid van de accommodatie ten minste een 7 zijn. Is dat niet zo dan dienen er eerst maatregelen te worden getroffen om de toegankelijkheid te verbeteren;

    • c.

      Als er nog geen toegankelijkheidsscan is opgesteld, dan moet de aanvrager alsnog een toegankelijkheidsscan op laten stellen. De kosten voor het maken van de scan zijn subsidiabel;

    • d.

      Een energiebesparende maatregel is genoemd in het maatwerkadvies (EPA-U) van de betreffende locatie;

    • e.

      Als er geen maatwerkadvies is opgesteld, dan moet de aanvrager alsnog een maatwerkadvies op laten stellen. De kosten voor het maken van het maatwerkadvies zijn subsidiabel.

  • 2. Het college stelt een lijst met maatregelen vast die voor subsidie in aanmerking komen.

  • 3. Subsidies van derden worden op de investeringskosten in mindering gebracht voordat de gemeentelijke subsidie wordt bepaald.

  • 4. Er kan maximaal éénmaal per 10 jaar een aanvraag worden ingediend voor een investering in duurzaamheid. In één aanvraag kan voor meerdere maatregelen subsidie worden aangevraagd.

  • 5. De uren aan zelfwerkzaamheid kunnen als subsidiabele kosten worden opgevoerd. De uren worden alleen gesubsidieerd wanneer er een veilige werkomgeving kan worden gecreëerd en als aan de voorwaarden voor veilig werken wordt voldaan.

Artikel 7 Subsidie voor groot onderhoud
  • 1. Eigenaren en exploitanten van een MFA kunnen een aanvraag doen voor een subsidie in groot onderhoud.

  • 2. Subsidiabele kosten zijn kosten voor werkzaamheden die zijn opgenomen in een MJOP en een vervangingscyclus kennen van méér dan 10 jaar. De aanvrager toont aan dat hij het reguliere onderhoud periodiek heeft uitgevoerd.

  • 3. Het is mogelijk meerdere maatregelen uit het MJOP, die in de komende 5 jaar gepland zijn, in één aanvraag mee te nemen.

  • 4. Subsidies van derden en gedane (onderhouds)reserveringen worden op de investeringskosten in mindering gebracht voordat de gemeentelijke subsidie wordt bepaald.

  • 5. De ingebrachte uren aan zelfwerkzaamheid kunnen als subsidiabele kosten worden opgevoerd. De uren voor zelfwerkzaamheid worden alleen gesubsidieerd wanneer er een veilige werkomgeving kan worden gecreëerd en wanneer aan de voorwaarden voor veilig werken wordt voldaan.

HOOFDSTUK 3 Subsidies ten behoeve van overige maatschappelijke accommodaties

Artikel 8 Subsidiabele kosten

Aan maatschappelijke accommodaties worden investeringssubsidies verleend voor het verduurzamen van de accommodatie, inclusief het verbeteren van de toegankelijkheid van de accommodatie. De subsidievoorwaarden in artikel 9 zijn van toepassing;

Artikel 9 Subsidie voor duurzaamheidsmaatregelen
  • 1. Subsidiabele kosten zijn kosten voor het verduurzamen van de accommodaties. Uitgangspunt voor de uit te voeren maatregelen zijn:

    • a.

      Pas als een gebouw voldoende toegankelijk is voor iedereen kan subsidie worden aangevraagd voor energiebesparende maatregelen;

    • b.

      Met behulp van een toegankelijkheidsscan wordt de toegankelijkheid van een accommodatie bepaald. Het rapportcijfer voor toegankelijkheid van de accommodatie ten minste een 7 zijn. Is dat niet zo dan dienen er eerst maatregelen te worden getroffen om de toegankelijkheid te verbeteren;

    • c.

      Als er nog geen toegankelijkheidsscan is opgesteld, dan moet de aanvrager alsnog een toegankelijkheidsscan op laten stellen. De kosten voor het maken van de scan zijn subsidiabel;

    • d.

      Een energiebesparende maatregel is genoemd in het maatwerkadvies (EPA-U) van de betreffende locatie;

    • e.

      Als er geen maatwerkadvies is opgesteld, dan moet de aanvrager alsnog een maatwerkadvies op laten stellen. De kosten voor het maken van het maatwerkadvies zijn subsidiabel.

  • 2. Het college stelt een lijst met maatregelen vast die voor subsidie in aanmerking komen.

  • 3. Subsidies van derden worden op de investeringskosten in mindering gebracht voordat de gemeentelijke subsidie wordt bepaald.

  • 4. Er kan maximaal éénmaal per 10 jaar een aanvraag ingediend worden voor een investering in duurzaamheid. In één aanvraag kan voor meerdere maatregelen subsidie worden aangevraagd.

  • 5. De uren aan zelfwerkzaamheid kunnen als subsidiabele kosten worden opgevoerd. De uren worden alleen gesubsidieerd wanneer er een veilige werkomgeving kan worden gecreëerd en als aan de voorwaarden voor veilig werken wordt voldaan.

HOOFDSTUK 4 Subsidieverlening

Artikel 10 Aanvraag subsidie
  • 1. Een subsidieaanvraag wordt uiterlijk 16 weken voor de start van de werkzaamheden schriftelijk bij het college ingediend.

  • 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    • a.

      een gedetailleerde beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;

    • b.

      een kostenspecificatie of kostenraming, inclusief een toelichting van de voorgenomen investering en inclusief een opgave van het aantal ingebrachte uren aan zelfwerkzaamheid;

    • c.

      wanneer een MFA voor een investeringssubsidie voor zowel groot onderhoud als voor het verduurzamen in aanmerking wil komen, zal in de kostenraming een duidelijke splitsing tussen deze 2 aspecten moeten worden gemaakt;

    • d.

      een plan tot financiering van de investering, inclusief bij andere overheden en instanties aangevraagde subsidies of bijdragen.

  • 3. Het college kan formulieren en richtlijnen voor aanvragen tot subsidieverlening en subsidievaststelling vaststellen.

Artikel 11 Subsidieplafond en wijze van verdeling subsidie
  • 1. Voor het verlenen van subsidies op grond van deze verordening geldt een subsidieplafond. Dit subsidieplafond is eenmalig vastgesteld op € 900.000 voor duurzaamheid en € 500.000 voor groot onderhoud.

  • 2. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie gebeurt in volgorde van ontvangst.

  • 3. Als de aanvrager ingevolge artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag naar het oordeel van het college volledig is aangevuld.

Artikel 12 Hoogte van de subsidie

De hoogte van de subsidie wordt door het college bepaald, waarbij het volgende geldt:

  • 1. Voor duurzaamheidsmaatregelen:

    • a.

      De subsidie voor investeringen die puur zijn gericht op het verduurzamen van een accommodatie, overeenkomstig het overzicht van de voor subsidie in aanmerking komende maatregelen, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten;

    • b.

      Indien investeringen leiden tot een energie neutrale accommodatie dan wordt dit percentage verhoogd tot max 70% van de subsidiabele kosten;

    • c.

      Subsidies ter verbetering van de toegankelijkheid: indien investeringen leiden tot een accommodatie waarvan de toegankelijkheidsscan een verbetering geeft van minimaal 2 punten, ten opzichte van de eerste toegankelijkheidsscan, en resulteren in een rapportcijfer van minimaal 7 dan bedraagt de subsidie maximaal 70% van de subsidiabele kosten;

    • d.

      Door verenigingsleden ingebrachte uren aan zelfwerkzaamheid kunnen tegen een uurtarief van € 10 als subsidiabele kosten worden opgevoerd;

    • e.

      Het maximale subsidiebedrag voor duurzaamheidsmaatregelen bedraagt € 25.000 per aanvraag. Wanneer de investering leidt tot een energie neutrale accommodatie wordt maximaal € 30.000 per aanvraag gesubsidieerd.

  • 2. Subsidies voor groot onderhoud:

    • a.

      De subsidie ten behoeve van het uitvoeren van groot onderhoud aan een MFA, als genoemd in hoofdstuk 2, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten;

    • b.

      Door verenigingsleden ingebrachte uren aan zelfwerkzaamheid kunnen tegen een uurtarief van € 10 als subsidiabele kosten worden opgevoerd;

    • c.

      Het maximale subsidiebedrag voor groot onderhoud bedraagt € 25.000 per aanvraag.

Artikel 13 Verlening subsidie en betaling eerste helft van de subsidie
  • 1. Het college beslist op een subsidieaanvraag binnen twaalf weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 2. De artikelen 4:20a tot en met 4:20f van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn niet van toepassing.

  • 3. Bij een positieve besluit wordt de helft van het toepasselijke subsidiebedrag direct uitgekeerd, door overmaking op het bankrekeningnummer van de subsidieaanvrager.

Artikel 14 Termijn en voorwaarde uitvoering maatrelen
  • 1. Het project waarvoor de subsidie is aangevraagd, wordt gestart binnen 1 jaar na verlening van de subsidie.

  • 2. Bedrijven die worden ingeschakeld voor het uitvoeren van de maatregelen, het leveren van installaties of materialen moeten zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 15 Vaststelling subsidie en betaling 2e helft van de subsidie
  • 1. Nadat de afronding van de werkzaamheden is gemeld, kan een door het college aangewezen adviseur een controle uitvoeren in de accommodatie. De subsidieontvanger verleent alle medewerking aan deze controle. Informatie die nodig is om te controleren dat de maatregelen zijn uitgevoerd conform de aanvraag wordt door de subsidieontvanger aangeleverd.

  • 2. Het college stelt binnen 24 weken na voltooiing van de werkzaamheden de subsidie vast. De definitieve subsidievaststelling wordt gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten voor de aangevraagde en correct uitgevoerde maatregelen.

  • 3. De subsidieontvanger dient hiertoe binnen 12 weken na voltooiing van de werkzaamheden een inhoudelijk verslag en een financieel verslag bij het college in.

Artikel 16 Intrekking of wijziging subsidievaststelling
  • 1. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als genoemd in artikel 4:48, eerste lid en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, of een geval als genoemd in het derde lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen.

  • 2. De subsidie kan naast de gevallen als vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, van de Awb, lager worden vastgesteld, indien:

    • a.

      is gebleken, dat de subsidie aan andere activiteiten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd of verstrekt;

    • b.

      de subsidieontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hier ondanks ontvangen schriftelijke waarschuwing geen verandering in brengt;

    • c.

      de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert;

    • d.

      de rechtspersoon bij rechterlijk vonnis is ontbonden;

    • e.

      bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan;

    • f.

      aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend;

    • g.

      de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard.

  • 3. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als genoemd in artikel 4:48, eerste lid, en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, of een geval als genoemd in het derde lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen.

  • 4. Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen als genoemd in artikel 4:49, eerste lid, van de Awb.

  • 5. Het college kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien een apparaat/maatregel binnen twee jaar na aanschaf en installatie wordt verwijderd.

  • 6. Bij de intrekking of wijziging vordert het college het subsidiebedrag, of een gedeelte ervan, terug, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf het moment van uitbetaling van het subsidiebedrag.

Artikel 17 Toezicht

Ten behoeve van de uitvoering van deze verordening kan het college toezichthouders aanwijzen als bedoeld in artikel 5:11 van de Awb.

Artikel 18 Administratie, controle en onderzoek
  • 1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit altijd de van belang zijnde rechten en verplichtingen en de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.

  • 2. Het college is bevoegd om controle uit te oefenen op de inhoudelijke en financiële verslagen van activiteiten waarvoor een subsidie is verstrekt.

  • 3. De subsidieontvanger moet medewerking verlenen aan onderzoeken die door het college nodig worden geacht. De medewerking strekt zover als redelijk en naar omstandigheden mogelijk is.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht door het college aangewezen ambtenaren of toezichthouders inzage te geven in haar boeken en andere zakelijke bescheiden en deze desgewenst te verstrekken en toegang te verlenen tot haar gebouwen voor zover de controle of het onderzoek dat vereist.

Artikel 19 Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1. Als aanmerkelijke verschillen dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en begrote uitgaven meldt de subsidieontvanger dit direct aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

  • 2. Een wezenlijke wijziging van de aard van het gebruik van een accommodatie waarvoor een investeringssubsidie is verleend, vindt slechts plaats na voorafgaande toestemming van het college.

HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen

Artikel 20 Hardheidsclausule
  • 1. In gevallen, waarin de toepassing van deze verordening voor één of meerdere subsidieaanvragers tot een onbillijke situatie leidt, kan het college afwijken van deze verordening.

  • 2. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, neemt het college een beslissing.

Artikel 21 Inwerkintreding en citeertitel
  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening voor groot onderhoud en verduurzaming huisvesting maatschappelijke organisaties gemeente Horst aan de Maas.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 mei 2018

De raad voornoemd,

De voorzitter,

C.C. Leppink-Schuitema

De griffier,

mr. R.J.M. Poels

Bijlage 1 Voor subsidie in aanmerking komende duurzaamheidsmaatregelen

1. zonnepanelen (PV);

2. zonneboiler met een opbrengst van ten minste 1,5 GJ per jaar, zoals blijkt uit het zonne- keurcertificaat, opbrengstverklaring of gelijkwaardigheidsverklaring;

3. accusysteem voor energieopslag (v.b. Tesla accu);

4. Verbetering van de isolatiewaarde van de constructie. Isolatiewaarde wordt met tenminste 1,0 m2K/W verbeterd en moet tenminste voldoen aan de waardes genoemd in punt 4a tot en met 4g:

  • a.

    bodem- en/of vloerisolatie met een warmteweerstand (Rd) van ten minste 3,5 m² K/W;

  • b.

    dakisolatie met een warmteweerstand (Rd) van ten minste 3,5 m² K/W;

  • c.

    dakisolatie 'groen': het dakoppervlak dat beplant wordt, bedraagt minimaal 25 m²; de helling van het dak is niet meer dan 45 graden; het groene dak bestaat uit minimaal 5 lagen, zijnde de wortelwerende laag, drainagelaag, filtervlies, substraatlaag en vegetatielaag (grassen, vetplanten en soms kruiden);

  • d.

    gevelisolatie ‘groen’: het geveloppervlak dat beplant wordt, bedraagt minimaal 25 m²;

  • e.

    spouwmuurisolatie met een warmteweerstand (Rd) van ten minste 1,1 m² K/W;

  • f.

    gevelisolatie met een warmteweerstand (Rd) van ten minste 3,5 m² K/W;

  • g.

    HR++ glas met een warmtegeleiding van U ≤1,2 W/m² K.

5. micro-wkk of HRe- ketel met een thermisch vermogen van 100% en een elektrisch rendement van ten minste 15%;

6. warmtepompboiler;

7. warmteterugwinning (WTW) voor douches en douchebakken. WTW uit afvalwater met een rendement van ten minste 50% resp. uit ventilatielucht met een rendement van ten minste 90%;

8. afkoppeling, infiltreren en opvangen van hemelwater, dit kan middels het opvangen van hemelwater in een regenton of een ondergrondse infiltratiekrat of het aanbrengen van een grindpakket in de bodem, of het verwijderen van verharding en ter plaatse aanbrengen van beplanting. Na de afkoppeling mag er geen afwatering op de riolering meer zijn, ook geen overloopvoorziening.

9. verbetering van de Energie Index (El) door een gecertificeerd EPA-adviseur vastgesteld, met ten minste 0,75 verbetering;

10. vervangen conventionele TL-armatuur door hoogfrequent verlichting;

11. LED-buizen met een specifieke lichtstroom van ten minste 84 lm/W als retrofit van TL buizen;

12. armatuurmodule met geïntegreerde LED-lichtbron, met een specifieke lichtstroom van ten minste 90 lm/W;

13. infrarood panelen;

14. verwijderen en afvoeren van asbest, mits het als voorbereidende maatregel noodzakelijk is om één of meerdere duurzaamheidsmaatregelen te treffen en het verwijderen van asbest gerealiseerd wordt door een SC-530 gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf;

15. warmtepomp, die bestemd is als hoofd- of basisverwarming van een gebouw:

  • a.

    Voor een elektrisch aangedreven warmtepomp met voor water/water systemen geldt ten minste COP = 4,0 bij een conditie van W10 / W45 bepaald conform NEN-EN 14511 Voor het geval de warmtepomp óók een bijdrage levert aan de verwarming van tapwater, geldt ten minste COP = 2,4. De warmtepomp mag niet primair gericht zijn op actieve koeling (lucht/lucht warmtepomp) of verwarming van tapwater.

  • b.

    Voor een elektrisch aangedreven warmtepomp met een lucht/waterwarmtepomp geldt een COP = 3,6 bepaald conform NEN-EN 14511, bij de testconditie A7/VV35 voor warmtepompen op buitenlucht of A20/W45 voor warmtepompen op ventilatielucht;