Beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2018

Geldend van 27-04-2018 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2018

De burgemeester van Schouwen-Duiveland;

gelet op de artikelen 2:24 en 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat het uit een oogpunt van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen en de zedelijkheid of gezondheid, wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor het organiseren van evenementen, overnachtingen en incidentele festiviteiten in relatie tot evenementen;

overwegende dat bij het organiseren van evenementen het stimuleren van particulier initiatief voorop staat, vooral door eilandelijke niet-commerciële organisaties, om de leefbaarheid in kernen op Schouwen-Duiveland te bevorderen;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende “Beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2018 ”.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    weg: de weg als bedoeld in artikel 1.1 Apv.

  • b.

    openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg.

  • c.

    vergunning: de vergunningen als bedoeld in de artikelen 2:24 en 2:25 Apv.

  • d.

    evenement: evenement als bedoeld in artikel 2:24 en 2:25 Apv.

  • e.

    meldingplichtig evenement: een buitenevenement tot 150 bezoekers of een evenement in een gebouw dat voldoet aan de criteria gesteld in artikel 3 van deze beleidsregels.

  • f.

    vergunningplichtig evenement: evenement dat niet als meldingplichtig evenement is aan te merken en niet vergunningvrij is.

  • g.

    locatie: een parkeerterrein, dorpsplein, havenplein, markt, straat, camping of anderszins als ruimtelijk afgebakend te beschouwen terrein.

  • h.

    ongeregelde goederen: gebruikte goederen die niet in de uitoefening van handel en voor een geringe/symbolische prijs te koop worden aangeboden.

  • i.

    geregelde goederen: goederen die in de uitoefening van handel worden aangeboden.

  • j.

    gemeentelijke markt: een markt met geregelde goederen die als gemeentelijke markt is aangewezen in de zin van artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet.

  • k.

    snuffelmarkt: een markt, waaronder rommelmarkten, braderieën, fancy-fairs en dergelijke, waar ter plaatse aanwezige geregelde en/of ongeregelde goederen worden verhandeld en die niet is aangewezen als (gemeentelijke) markt in de zin van artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet.

  • l.

    geregelde snuffelmarkt: een snuffelmarkt waarop in de uitoefening van handel geregelde goederen te koop worden aangeboden en waarbij een combinatie met ongeregelde goederen mogelijk is.

  • m.

    ongeregelde snuffelmarkt: een snuffelmarkt waarop ongeregelde goederen te koop worden aangeboden en waarbij een combinatie met geregelde goederen niet is toegestaan.

  • n.

    avondmarkt: geregelde snuffelmarkt waarvan de opbouw van de kramen en plaatsing van verkoopwagens vanaf 14.30 uur, de opbouw van de handel vanaf 16.30 uur geschiedt en waarbij de markt duurt tot uiterlijk 24.00 uur en het marktterrein uiterlijk 02.00 van de dag erop geheel is ontruimd en schoongemaakt.

  • o.

    niet commercieel evenement: de organisator is een instelling, stichting of vereniging zonder winstoogmerk en de organisator is niet een evenementenbureau of professionele organisator (eenmanszaak, BV, NV of V.O.F.) en het evenement bestaat niet uit uitsluitend een geregelde snuffelmarkt en/of evenementen kermisattracties en/of buitentaps of vergelijkbare commerciële activiteiten.

  • p.

    commercieel evenement: een evenement dat niet als niet commercieel kan worden beschouwd.

  • q.

    historisch gegroeid evenement: een niet commercieel evenement dat minstens 7 jaar jaarlijks op een min of meer vaste datum in de evenementenkalender plaatsvindt. Voorbeelden: Havendagen, Visserijdagen, Burghse Dag, Brouwse Dag, Ringpromotiedagen, Zierikzeese Dagen.

  • r.

    volksfeest: Koningsdag en Sinterklaas.

  • s.

    10 uren regeling: de gratis ondersteuning door de gemeente ten behoeve van niet commerciële evenementen bestaande uit het beschikbaar stellen en brengen en halen van dranghekken, vlaggenmasten en verwijderen en terugplaatsen van openbaar meubilair voor ten hoogste 10 uren per evenementdag met een maximum van 3 dagen voor meerdaagse evenementen (30 uren).

  • t.

    incidentele festiviteit: incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4:3 Apv (de zogenaamde 12-dagenregeling).

  • u.

    collectieve festiviteit: collectieve festiviteit als bedoeld in artikel 4:2 Apv.

  • v.

    Activiteitenbesluit milieubeheer: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer of Activiteitenbesluit.

  • w.

    inrichting: een inrichting als bedoeld in de Wet Milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (BOR).

  • x.

    elektronisch versterkte muziek (livemuziek): muziekinstrumenten en stemgeluid die door middel van elektronische geluidsversterkers versterkt worden weergegeven.

  • y.

    mechanische muziek: draaiorgels en geluidsapparatuur zoals radio, compact disc en dergelijke.

  • z.

    levende muziek: akoestische muziekinstrumenten die niet door middel van geluidsversterkers worden weergegeven en muziekgezelschappen.

  • aa.

    langtijdgemiddeld beoordelingsniveau : ( LAr,LT ): het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Er wordt geen correctie voor herkenbaar muziekgeluid toegepast.

  • bb.

    gevel: de gevel als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder.

  • cc.

    gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting.

  • dd.

    uitkoopvoorstelling: een (circus)voorstelling voor een gereserveerd, afgebakend publiek (personeelsfeest/campingpubliek). Het circus wordt feitelijk ingekocht door een andere partij, meestal een bedrijf.

  • ee.

    coördinatieteam grote evenementen: een ambtelijke groep welke de besluitvorming van de vergunningverlening voorbereidt middels overleg en afstemming met de organisator en ketenpartners.

  • ff.

    groepskamperen: het gelegenheid geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen buiten een kampeerterrein, door groepen uitgaande van een vereniging of andere organisatie, gerelateerd aan een evenement of activiteit in besloten kring en gedurende een in een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18, lid 2 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv) aangegeven, al dan niet aaneengesloten periode.

  • gg.

    activiteit in besloten kring: een bijzondere activiteit of bezigheid die niet tot doel heeft een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak te zijn.

  • hh.

    kampeermiddelen: tenten of tentwagens, die worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

  • ii.

    kampeerterrein: een terrein tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.

  • jj.

    Besluit b.g.b.o.p.: het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

Hoofdstuk 2 Soorten evenementen

Artikel 2 Vergunningvrij evenement: evenement in een inrichting

Een evenement is vergunningvrij als aan de volgende criteria is voldaan:

  • 1.

    het gaat om verrichtingen van vermaak die niet voor publiek toegankelijk zijn.

  • 2.

    het gaat om verrichtingen van vermaak in een inrichting waarbij voor die inrichting reguliere activiteiten plaatsvinden of activiteiten die voor een dergelijke inrichting passend zijn gezien de voorschriften van het bestemmingsplan, de Wet Milieubeheer, het Activiteitenbesluit, BOR en de gebruiksvergunning/melding.

  • 3.

    Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 Apv voor een evenement in een inrichting, waarbij tijdens dat evenement voor die inrichting reguliere activiteiten plaatsvinden (of activiteiten die voor een dergelijke inrichting passend zijn), is alleen verplicht als dit naar het oordeel van de burgemeester noodzakelijk is gelet op de belangen van artikel 1:8 Apv.

Artikel 3 Meldingplichtig evenement

Een evenement is meldingplichtig als aan de volgende criteria is voldaan:

  • 1.

    het aantal deelnemers inclusief de te verwachten bezoekers bedraagt niet meer dan 150 (gelijktijdig)voor een buitenevenement en het is geen ongeregelde snuffelmarkt (buiten) of geregelde snuffelmarkt.

  • 2.

    het evenement is niet in strijd met de Zondagswet en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 3.

    het evenement (een geregelde snuffelmarkt uitgezonderd) betreft evenementactiviteiten als een ongeregelde snuffelmarkt, expositie, feest, bazar enz.) in een gebouw passend in de betreffende gebruiksmelding op grond van het Bouwbesluit en het bestemmingsplan.

  • 4.

    de eindtijd van het evenement is uiterlijk van zondag tot en met vrijdag: 24.00 uur en van muziek 23.00 uur. In de nacht van zaterdag op zondag is de eindtijd van het evenement uiterlijk 01.00 uur en van muziek 24.00 uur. Vanaf 300 meter buiten de bebouwde kom wordt de eindtijd van het evenement en de muziek met één uur verlengd.

  • 5.

    de geluidsbelasting voor de omgeving bedraagt tot uiterlijk 24.00 uur maximaal 75 LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen (na 24.00 uur 65 LAr,LT ) indien het bestemmingsplan geen geluidsnorm bevat, anders geldt de norm uit het bestemmingsplan.

  • 6.

    er vinden geen omroepactiviteiten plaats en er is geen sprake van elektronisch versterkte muziek (live-muziek). Levende en mechanische muziek is toegestaan.

  • 7.

    het aantal verkeersbewegingen en de omvang van de benodigde ruimte maakt het niet noodzakelijk om extra parkeervoorzieningen te treffen, een wegafsluiting is mogelijk mits er zich geen route voor het openbaar vervoer bevindt of de weg geen ontsluitende functie heeft.

  • 8.

    het in de openlucht aanleggen, stoken of hebben van vuur is beperkt tot verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke en/of gasgestookt vuur voor koken, bakken en braden (barbecue), als dat geen gevaar oplevert voor de omgeving en er geen afvalstoffen worden verbrand.

  • 9.

    er wordt niet overnacht en het evenement vindt niet op het strand plaats.

  • 10.

    de belangen van artikel 2.25 en artikel 1:8 Apv zijn niet in het geding. Is dit wel het geval dan kan de burgemeester bepalen dat alsnog een evenementvergunning vereist is.

Artikel 4 Vergunningplichtig evenement

Een evenement is vergunningplichtig als aan de volgende criteria is voldaan:

  • 1.

    Een evenement dat niet voldoet aan de criteria van een vergunningvrij- en meldingplichtig evenement is vergunningplichtig.

  • 2.

    Een evenement in een inrichting als de activiteiten tijdens dat evenement niet behoren tot de reguliere exploitatie van deze inrichting en niet passend zijn(uitgezonderd artikel 3 lid 3 van deze beleidsregels).

  • 3.

    Voor een vergunningplichtig evenement gelden de volgende eindtijden:

    • a.

      eindtijd van het evenement:

- van zondag tot en met donderdag: 24.00 uur.

- van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag: 01.00 uur.

  • b.

    eindtijd van muziek:

- van zondag tot en met donderdag: 23.00 uur.

- van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag: 24.00 uur.

  • c.

    op 300 meter vanaf de grens van de bebouwde kom wordt de eindtijd van het evenement en de muziek met één uur verlengd.

Een afwijkende eindtijd van evenement en/of muziek is alleen mogelijk als de woon- en leefsituatie in de omgeving van het evenement of de openbare orde naar het oordeel van de burgemeester niet op een ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  • 4.

    Een vergunningplicht evenement is een groot evenement als één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen:

  • a.

    het evenement heeft een bovenlokaal karakter (niet wijk-, buurt- of dorp/statenbonden);

  • b.

    er is naar verwachting een grote toeloop van publiek: het aantal deelnemers en bezoekers is gedurende het gehele evenement samen (totaal gedurende het gehele evenement) meer dan 5.000 mensen;

  • c.

    inzet van politie is noodzakelijk, op basis van politie-advies;

  • d.

    inzet van overige hulpverlenende diensten is noodzakelijk;

  • e.

    er vinden veel verkeersbewegingen plaats: de verkeersveiligheid kan in het gedrang komen en/of er kunnen problemen ontstaan met parkeren;

  • f.

    de openbare zedelijkheid of gezondheid is naar verwachting in het geding;

  • g.

    de mogelijkheid van wanordelijkheden is reëel aanwezig;

  • h.

    er kan grote overlast voor de omgeving ontstaan, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, afzetten van veel straten en dergelijke;

  • i.

    het evenement vind plaats in of nabij een Natura 2000 gebied, waarbij nog andere overheden of partijen vergunningen en toestemmingen moeten verlenen en waarbij de gemeente de regierol heeft.

  • 5.

    De vergunningverlening voor een groot evenement vindt altijd plaats op advies van en in overleg met het coördinatieteam grote evenementen.

  • 6.

    Het coördinatieteam grote evenementen classificeert het evenement conform het Uitvoeringskader interdisciplinaire advisering en coördinatie grote evenementen van de taakgroep grote evenementen van de Veiligheidsregio Zeeland.

  • 7.

    Het coördinatieteam grote evenementen is bevoegd te adviseren dat een vergunningplichtig evenement dat niet als een groot evenement is aan te merken, toch onder verantwoordelijkheid van het coördinatieteam grote evenementen wordt afgehandeld.

Hoofdstuk 3 Geluid

Artikel 5 Evenementen en geluid

Voor een vergunningplichtig- en meldingplichtig evenement gelden de volgende geluidsnormen:

  • 1.

    Indien in een besluit inzake de Wet Natuurbescherming een geluidsnorm is opgenomen voor de evenementlocatie dan geldt deze.

  • 2.

    Indien het bestemmingsplan een geluidsnorm bevat voor de evenementlocatie dan geldt deze.

  • 3.

    Als lid 1 en 2 geen toepassing kunnen vinden is maximaal toegestaan een feitelijk gemeten geluidsdrukniveau van 75 LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen.

  • 4.

    Als leden 1, 2 en 3 geen toepassing kunnen vinden geldt dat, indien er vanaf 35 meter tot de geluidsbron geen gevoelige gebouwen of andere bestemmingen zijn, een geluidsnorm van 95 dba op 35 meter van de geluidsbron.

  • 5.

    Bij herkenbaar muziekgeluid wordt geen (bedrijfs-)duurcorrectie toegepast.

  • 6.

    De burgemeester kan een geluidslimiter verplicht stellen.

  • 7.

    De burgemeester kan, indien een melding incidentele festiviteit is ingediend voor een binnenevenement, voor de geluidsvoorschriften verwijzen naar de geluidsnormen uit de bevestiging van die melding. Voor buitenactiviteiten die aan een inrichting zijn gekoppeld kan de burgemeester aanvullende geluidsvoorschriften voor die buitenactiviteiten opnemen.

  • 8.

    Indien bezoekers worden blootgesteld aan geluidsniveaus van 92,5 dB(A) of hoger, (Leq gemeten over 15 minuten, op 2 meter boven de vloer, ter hoogte van hoogst blootgestelde bezoeker) dient de organisator of uitbater minimaal de volgende aanvullende maatregelen te treffen :-a. Voorlichten van bezoekers over geluidsniveaus op de locatie en over de risico’s op gehoorschade. Deze informatie dient duidelijk zichtbaar te zijn voor bezoekers op alle locaties waar de 92,5 dB(A) (Leq gemeten over 15 minuten) ter hoogte van bezoekers wordt overschreden.

    b. Beschikbaar stellen van betaalbare en goede oordoppen (géén schuimdoppen maar oordoppen met filter)

  • 9.

    Indien een organisator een ruimere geluidsnorm wenst kan de burgemeester een ruimere norm hanteren zolang deze niet conflicteert met de leden 1 en 2. De organisator dient dan een akoestisch rapport te overleggen bij de vergunningaanvraag.

  • 10.

    Indien in het verleden een evenementvergunning is verleend met een geluidscontourenvoorschrift dan kan de burgemeester besluiten deze weer als voorschrift op te nemen.

Artikel 6 Incidentele festiviteiten- ontheffing van het sluitingsuur
  • 1.

    Ter uitwerking van artikel 4:3 van de Apv houdt de burgemeester rekening met hetmaximaal in te dienen aantal meldingen van 12 per jaar en 2 per maand (12 dagenregeling).

  • 2.

    Ter uitwerking van artikel 2:29 lid 5 van de Apv houdt de burgemeester rekening met het maximaal in te dienen aantal verzoeken voor ontheffing van het sluitingsuur voor dorpshuizen en strandpaviljoens van maximaal 12 per jaar en maximaal 2 per maand.

Hoofdstuk 4 Evenementen: algemene uitgangspunten

Artikel 7 Algemene uitgangspunten
  • 1.

    Per locatie worden minimaal twee rustweekenden (zaterdag en zondag) per vier weken aangehouden, met uitzondering van de maanden juni, juli en augustus.

  • 2.

    Per locatie wordt een periode van minimaal 6 dagen aangehouden tussen twee grote evenementen, tenzij sprake is van een historisch gegroeide samenloop van evenementen en de woon- en leefsituatie in de omgeving van het evenement of de openbare orde niet op een ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  • 3.

    Als in een kern een groot evenement plaatsvindt, is het niet toegestaan in een naastgelegen kern een groot evenement te organiseren, tenzij gehoord het advies van het coördinatieteam grote evenementen de woon- en leefsituatie in de omgeving van het evenement of de openbare orde niet op een ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  • 4.

    In het belang van openbare orde en veiligheid geldt dat de burgemeester de samenloop van evenementen in verschillende kernen kan verbieden als die samenloop een te groot beroep doet op de toezichtrol van de gemeente en/of politie.

  • 5.

    Evenementen vinden in beginsel niet op openbare parkeerplaatsen plaats. Eventueel dienen in gebruik genomen parkeerplaatsen te worden gecompenseerd door de organisator door elders parkeerruimte te creëren.

  • 6.

    Een evenement duurt maximaal 4 achtereenvolgende dagen, uitgezonderd particuliere kermissen, circussen, kerstevenementen gecombineerd met een schaatsbaan en sportactiviteiten op het strand, zoals opgenomen in de beleidsnota zonering en ontwikkelingskader strand.

  • 7.

    De burgemeester kan afwijken van lid 6 als dit naar zijn oordeel van belang is gelet op de specifieke kenmerken van het evenement en het evenement een aanvulling is op het huidige aanbod aan soorten evenementen.

  • 8.

    In het belang van openbare orde en veiligheid geldt voor de volgende evenementen een ongewenste samenloop in dezelfde kern:

    • Wielerronde(n) en geregelde en ongeregelde snuffelmarkten in de buitenlucht

    • Zierikzeese Dagen en circusevenementen.

  • 9.

    Ter bescherming van onze gemeentelijke kermissen vinden er tijdens de kermissen van Renesse en Zierikzee geen evenementen in Schouwen-Duiveland plaats die voor het merendeel uit kermisattracties bestaan.

  • 10.

    Bij B en C-evenementen kan de burgemeester eisen dat er één gezamenlijke evenementvergunning wordt aangevraagd.

  • 11.

    Artikel 35 Drank en Horecawet-ontheffinghouders worden in de voorbereiding op de evenementvergunningverlening betrokken in het vooroverleg.

  • 12.

    Op de evenementmelding en de evenementvergunning zijn de bepalingen uit het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing.

  • 13.

    Voor een muziekevenement (B en C categorie) op of aan de Brouwersdam worden maximaal 2 afzonderlijke evenementvergunningen per kalendermaand en 6 per kalenderjaar verleend. Deze evenementen duren maximaal 3 dagen aaneengesloten.

  • 14.

    De op het moment van vaststelling van deze beleidsregels bestaande evenementen krijgen sowieso vergunning binnen die 2 per maand of 6 per jaar.

  • 15.

    Van lid 13 kan gemotiveerd worden afgeweken door de burgemeester.

  • 16.

    Het oplaten van feest- en wensballonnen als onderdeel van een evenement is niet toegestaan.

Artikel 8 Evenementenkalender
  • 1.

    De organisator van een vergunningplichtig evenement, vanaf 1.000 bezoekers of als sprake is van een jaarlijks terugkerend evenement, moet deze in het jaar voorafgaande aan het evenement voor 1 november bij de gemeente (ambtenaar evenementvergunningen) telefonisch of met een mail aanmelden en vervolgens voor 1 december de evenementvergunningaanvraag indienen.

  • 2.

    De burgemeester stelt de evenementenkalender vast en stuurt de kalender uiterlijk 1 december naar politie, Veiligheidsregio Zeeland, het VVV , Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provincie Zeeland. Uitvoering hiervan geschiedt door het coördinatieteam grote evenementen.

Hoofdstuk 5 Specifieke evenementen

Artikel 9 Ongeregelde (snuffel-)markten
  • 1.

    Ter voorkoming en beperking van overlast zijn per kern, met uitzondering van Zierikzee, maximaal 10 ongeregelde snuffelmarkten (buiten gebouwen) per jaar toegestaan.

  • 2.

    Gelet op de centrumfunctie van Zierikzee zijn in Zierikzee maximaal 25 ongeregelde snuffelmarkten per jaar toegestaan.

  • 3.

    Aan de vergunning voor een ongeregelde snuffelmarkt wordt het voorschrift verbonden dat geen geregelde goederen worden aangeboden.

Artikel 10 Geregelde (snuffel-)markten
  • 1.

    Een vergunning voor een geregelde snuffelmarkt wordt alleen verleend als deze plaatsvindt in de bebouwde kom van één van de kernen .

  • 2.

    Er wordt voor maximaal één geregelde snuffelmarkt per dag voor de gehele gemeente Schouwen-Duiveland vergunning verleend (geregelde snuffelmarkten binnen historisch gegroeide evenementen als Burghse Dag, Brouwse Dag en Visserijdagen, kerstmarkten en Koningsdagmarkten uitgezonderd).

  • 3.

    Voor geregelde snuffelmarkten die op de dagen van onze gemeentemarkten (nu zijn dat woensdag-donderdag-dag van de Paardenmarkt) plaatsvinden wordt geen vergunning verleend. Uitgezonderd historische gegroeide markten zoals de Ringpromotiedagen en een geregelde snuffelmarkt ter gelegenheid van Koningsdag als onderdeel van een Koningsdagevenement.

  • 4.

    Ter bevordering van het toeristisch product en de leefbaarheid in de kernen wordt exclusief aan de eilandelijke ondernemersverenigingen vergunning verleend voor een maximaal aantal van 12 geregelde snuffelmarkten per jaar per kern. Deze mogen niet binnen 2 weken na elkaar plaatsvinden binnen dezelfde kern.

  • 5.

    Bij de in lid 4 genoemde markten vallen ook geregelde snuffelmarkten die bekend staan onder de naam Zierikzeese Toeristische Dagen (dinsdag Zierikzee) de Ringpromotiedagen (donderdag Haamstede) en de wekelijkse evenementmarkten in Brouwershaven. Deze mogen eenmaal per week plaatsvinden (avondmarkten eenmaal per twee weken).

  • 6.

    De in lid 4 genoemde geregelde snuffelmarkten dienen zich te onderscheiden van de gemeentelijke week-en seizoensmarkt door de markt geheel als themamarkt uit te voeren of de kramen in ieder geval deels door eigen ondernemers in te laten nemen, of het evenemententerrein deels met evenementattracties in te vullen (attractietoestellen, theater, muziek enz.).

  • 7.

    Op themamarkten worden uitsluitend themagebonden producten aangeboden (bijvoorbeeld een boekenmarkt of nautische markt).

  • 8.

    De burgemeester kan een deelnemerslijst opvragen teneinde vooraf te beoordelen of de markt in voldoende mate onderscheidend is..

  • 9.

    Ter bevordering van de leefbaarheid in de kernen wordt exclusief aan de organisatoren van de Koningsdagfestiviteiten vergunning verleend voor een geregelde snuffelmarkt op de dag dat Koningsdag wordt gevierd. Indien deze in Zierikzee samenvalt met de gemeentelijke weekmarkt dan dient te worden samengewerkt waarbij geen dubbele bezetting van een branche mag plaatsvinden.

  • 10.

    In het teken van de seizoensverlenging verleent de burgemeester, indien het maximum aantal snuffelmarkten per jaar voor een kern is bereikt, in de maand december per kern nog vergunningen aan eilandelijke verenigingen of stichtingen voor kerstmarkten (ongeacht of deze geregeld dan wel ongeregeld zijn). Hierbij geldt niet de maximering van één geregelde snuffelmarkt per dag voor de gehele gemeente Schouwen-Duiveland.

  • 11.

    Gelet op de grote toeloop van publiek dient de organisator van een geregelde snuffelmarkt, indien de burgemeester dit verlangt, de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid te bevorderen door de inzet van verkeersregelaars.

Artikel 11 Avondmarkten
  • 1.

    Per kern wordt met inachtneming van artikel 10 vergunning verleend voor maximaal één avondmarkt per twee weken tijdens de periode van juli tot en met september.

  • 2.

    Avondmarkten mogen, gelet op het karakter van dergelijke markten en in verband met het woon en leefgenot, alleen op een vrijdag of zaterdag plaatsvinden.

  • 3.

    Er mag in beginsel geen overlapping met evenementen in dezelfde kern zijn, ook niet als deze evenementen tijdens de daguren plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld de Burghse Dag of de Wielerronde te Burgh-Haamstede.

  • 4.

    Opbouw van kramen bij avondmarkten mag pas vanaf 14.30 uur geschieden, de opbouw van de handel vanaf 16.30 uur en de markt moet om 24.00 uur eindigen. Het marktterrein moet uiterlijk 02.00 van de dag erop geheel zijn ontruimd en schoongemaakt.

Artikel 12 Evenementen op strand en water
  • 1.

    Een evenement op het strand of op het water, inclusief binnenwateren, is vergunningplichtig. Viswedstrijden zijn vergunningvrij mits dat geen (inter)nationale kampioenschappen zijn.

  • 2.

    Lid 1 is, gelet op de beleidsnota Zonering en ontwikkelingskader strand, ook van toepassing op niet-bedrijfsmatige of incidentele sportactiviteiten op het strand.

  • 3.

    Evenementen op (party)boten, vanaf 50 bezoekers, of met elektronisch versterkte muziek of mechanische muziek en die plaatsvinden binnen Natura 2000 gebieden zijn niet toegestaan.

Artikel 13 Circussen, autostuntshows (monstertruckshows) en groepskamperen
  • 1.

    Per kern worden maximaal 2 vergunningen per jaar verleend voor een circusvoorstelling.

  • 2.

    Circusvoorstellingen in één kern mogen niet in dezelfde maand plaatsvinden.

  • 3.

    Circusvoorstellingen in verschillende kernen mogen wel in dezelfde maand plaatsvinden.

  • 4.

    Een circusvoorstelling duurt maximaal zes dagen en tussen twee voorstellingen in verschillende maanden moet een minimum periode van 14 dagen zitten.

  • 5.

    Als er meer gegadigden zijn voor een voorstelling in een kern in één maand, dan gaat degene die het voorafgaande jaar geen vergunning heeft gehad voor die kern, voor op degene die wel vergunning heeft gehad voor die kern(roulatie).

  • 6.

    Kan lid 5 niet worden toegepast, dan wordt geloot

  • 7.

    Bij een circuslocatie dient voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers te zijn.

  • 8.

    Een circus op het Transferium te Renesse is niet toegestaan.

  • 9.

    Artikel 13 lid 1 tot en met 6 is niet van toepassing op uitkoopvoorstellingen.

  • 10.

    Voor autostuntshows in de openbare ruimte geldt dat er geen vergunning voor wordt verleend.

  • 11.

    Kermisattracties als onderdeel van een evenement moeten voorzien zijn van een certificaat van goedkeuring.

  • 12.

    Een ontheffing voor groepskamperen wordt slechts verleend ten behoeve van recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen in het kader van het bijwonen van een evenement of een activiteit in besloten kring.

  • 13.

    De aanwezigen op het terrein waar recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen wordt toegestaan, dienen bezoekers of deelnemers van het evenement of de activiteit in besloten kring te zijn.

  • 14.

    De ontheffing geldt voor maximaal één dag voorafgaand aan het evenement of activiteit in besloten kring tot en met één dag na afloop van het evenement of activiteit in besloten kring, met een maximum van 5 dagen.

  • 15.

    De ontheffing kan alleen worden afgegeven voor kampeermiddelen met een maximum van 25 kampeermiddelen.

  • 16.

    Op het aantal van 25 kampeermiddelen kan bij grote evenementen een uitzondering worden gemaakt tot maximaal 200 kampeermiddelen.

  • 17.

    Er moet bij een aanvraag om een ontheffing van meer dan 25 kampeermiddelen desgevraagd worden aangetoond dat in de nabijheid van het evenement of activiteit in besloten kring voor het totaal aantal aangevraagde kampeermiddelen, op één en hetzelfde kampeerterrein, niet voldoende plaatsen aanwezig zijn.

  • 18.

    Een ontheffing kan voor maximaal 400 personen worden verleend.

  • 19.

    Indien er een kalenderjaar reeds tweemaal gebruik is gemaakt van het terrein waarop de ontheffing betrekking heeft, wordt de ontheffing geweigerd.

  • 20.

    Het groepskamperen mag niet plaatsvinden op gronden die in een bestemmingsplan zijn aangewezen als waardevolle gebieden.

  • 21.

    Voor groepskamperen voor meer dan 10 personen dient een melding ingevolge het besluit Brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening te worden ingediend.

Hoofdstuk 6 Melding en aanvraag

Artikel 14 Meldingplichtig evenement
  • 1.

    Voor een meldingplichtig evenement geldt de procedure zoals omschreven in de procesbeschrijving “evenementen”.

  • 2.

    Voor meldingen stelt de burgemeester een standaardmeldingsprocedure/formulier vast.

  • 3.

    Meldingplichtige evenementen moeten uiterlijk drie weken vóór het tijdstip van het evenement zijn gemeld.

  • 4.

    Een melding bevestigt de burgemeester met toepassing van het standaardbevestigingsformulier.

  • 5.

    De burgemeester is in het belang van de woon- en leefsituatie in de omgeving van het evenement en/of de openbare orde, bevoegd een melding te weigeren of te bepalen dat sprake is van een vergunningplichtig evenement.

  • 6.

    Indien bij de melding blijkt dat het evenement toch niet conform de geldende gebruiksvergunning of -melding op grond van het Bouwbesluit 2012 plaatsvindt, of dat niet kan worden voldaan aan de meldingscriteria dan is de burgemeester bevoegd een melding niet te accepteren of te bepalen dat sprake is van een vergunningplichtig evenement.

Artikel 15 Aanvraag vergunningplichtig evenement
  • 1.

    Voor vergunningplichtige evenementen stelt de burgemeester een standaardaanvraagprocedure/formulier vast.

  • 2.

    Aanvragen ingediend anders dan via deze standaardprocedure/formulier zijn niet-ontvankelijk.

  • 3.

    Niet-ontvankelijke aanvragen neemt de burgemeester op grond van artikel 4:5 van de Awb niet in behandeling.

  • 4.

    Een vergunningaanvraag voor een vergunningplichtig evenement moet uiterlijk 1 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt met het standaardaanvraagformulier bij de burgemeester zijn ingediend.

  • 5.

    Aanvragen voor vergunningplichtige evenementen ingediend na 1 december worden alleen ingepast als er ruimte overblijft, nadat de jaarlijks terugkerende vergunningplichtige evenementen, voorkomend op de evenementenkalender en aangevraagd uiterlijk 1 december, zijn vergund.

  • 6.

    Is lid 5 van toepassing dan hanteert de burgemeester een uiterlijke indieningtermijn van acht weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt.

  • 7.

    Bij aanvragen voor vergunningplichtige evenementen, ingediend op minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt, kan de burgemeester besluiten, op grond van artikel 1:2 van de Apv, om de aanvraag niet te behandelen. Ook bij aanpassingen van de aanvraag, ingediend binnen 3 weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt, kan de burgemeester besluiten deze niet te behandelen. De burgemeester behandelt de aanvraag in ieder geval niet als op advies van het coördinatieteam grote evenementen blijkt dat binnen een te kort tijdsbestek geen weloverwogen besluit kan worden genomen dan wel als de openbare orde en veiligheid zich hiertegen verzet.

  • 8.

    Aanvragen voor grote evenementen ingediend na 1 december van het jaar voorafgaande aan het evenement, worden niet in behandeling genomen, tenzij op advies van het coördinatieteam grote evenementen, de openbare orde en veiligheid tijdens het evenement in voldoende mate is gewaarborgd.

  • 9.

    Zijn voor een locatie meer aanvragen voor een vergunningplichtig evenement ingediend, dan vindt een loting plaats, met uitzondering voor circussen. Daarop is artikel 13 van toepassing.

  • 10.

    Een loting blijft achterwege als op advies van het coördinatieteam grote evenementen, ondanks samenloop van evenementen, de openbare orde en veiligheid in voldoende mate is gewaarborgd.

  • 11.

    Voordat een loting plaatsvindt, maakt de burgemeester onderscheid in vergunningaanvragen voor commerciële en niet commerciële evenementen, historisch gegroeide evenementen en de geregelde snuffelmarkten van ondernemersverenigingen. Niet commerciële- en historisch gegroeide evenementen hebben in beginsel voorrang boven commerciële evenementen en historisch gegroeide boven niet commerciële.

  • 12.

    Voor jaarlijks terugkerende evenementen, die voorkomen op de evenementenkalender en uiterlijk 1 december op het (digitale)standaardaanvraagformulier zijn aangevraagd, hoeft een organisator alleen het voorblad van dit formulier in te vullen, als het evenement geheel hetzelfde is als in het voorafgaande jaar.

  • 13.

    Blijkt uit de beoordeling van de aanvraag onder lid 12 dat deze toch wezenlijk afwijkt van de aanvraag van het voorafgaande jaar, dan biedt de burgemeester de organisator een hersteltermijn van twee weken om alsnog het standaardaanvraagformulier volledig ingevuld en ondertekend te retourneren. Ook kan de burgemeester, gelet op de specifieke kenmerken van een evenement en in het belang van openbare orde en veiligheid, eisen dat alsnog het standaardaanvraagformulier volledig ingevuld moet worden.

  • 14.

    Blijkt een bij nader inzien vergunningvrij of meldingplichtig evenement in een gebouw of inrichting toch vergunningplichtig te zijn, omdat het toch niet conform het bestemmingsplan, de geldende gebruiksvergunning of melding op grond van het bouwbesluit 2012 plaatsvindt dan dient de organisator alsnog tijdig een evenementenvergunning aan te vragen.

Hoofdstuk 7 Risico-analyse- Uitvoeringskader interdisciplinaire advisering en coördinatie grote evenementen (Veiligheidsregio Zeeland)

Artikel 16 Veiligheids-, mobiliteits- en milieuplan
  • 1.

    Het coördinatieteam grote evenementen bepaalt aan de hand van het uitvoeringskader interdisciplinaire advisering en coördinatie grote evenementen (Veiligheidsregio Zeeland) hoe een evenement wordt geclassificeerd:

    A. de eenvoudigste vorm van een evenement;

    B. groot evenement met een gemiddeld risico;

    C. groot evenement met een sterk verhoogd risico.

  • 2.

    Voor een groot evenement moet een veiligheidsplan worden ingediend.

  • 3.

    Het coördinatieteam grote evenementen kan de burgemeester adviseren dat voor een evenement dat niet onder de criteria van een groot evenement valt en vanuit overwegingen van veiligheid, toch een veiligheidsplan verplicht is.

  • 4.

    In afwijking van artikel 15 lid 4 mag een organisator het veiligheidsplan wel na 1 december van het jaar voorafgaand aan het evenement indienen.

  • 5.

    Het coördinatieteam grote evenementen bepaalt in overleg met de organisator en eventueel met de taakgroep grote evenementen, wanneer het veiligheidsplan uiterlijk moet zijn ingediend en wanneer de organisator dit plan, samen met het coördinatieteam grote evenementen, doorneemt.

  • 6.

    De burgemeester stelt aan organisatoren een standaardveiligheidsplan beschikbaar voor een groot evenement.

  • 7.

    Gelet op de gevolgen op het gebied van verkeersveiligheid kan het coördinatieteam grote evenementen een mobiliteitsplan verplicht stellen, waarin aspecten over verkeersveiligheid en parkeren zijn opgenomen. Een mobiliteitsplan kan onderdeel zijn van het veiligheidsplan.

  • 8.

    Gelet op mogelijke gevolgen voor het milieu kan het coördinatieteam grote evenementen een milieuplan verplicht stellen, waarin aspecten over het milieu zijn opgenomen. Een milieuplan kan onderdeel zijn van het veiligheidsplan.

  • 9.

    Het niet (tijdig) indienen van een veiligheidsplan kan, na het bieden van een hersteltermijn van veertien kalenderdagen, leiden tot intrekking of weigering van de vergunning. Dit geldt ook als een veiligheidsplan niet aan de gestelde eisen voldoet.

  • 10.

    Het veiligheidsplan maakt onlosmakelijk deel uit van de vergunning.

  • 11.

    In een veiligheidsplan wordt in ieder geval opgenomen:

-algemene gegevens, bestaande uit: naam van de vergunninghouder, beschrijving van het evenement, doelgroep, verwachte bezoekersaantallen, data en programma (inclusief artiesten) ingedeeld in dagen en tijden en datum en tijdstip van de start opbouw van het evenement.

-coördinatoren/aanspreekpunten, inclusief 06-nummers, belast met de organisatie.

-coördinator/leiding veiligheid namens de organisator, inclusief 06-nummer. Dit kan een bureau zijn met een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

-aantal toezichthouders of beveiligers namens de organisator.

-brandveiligheid: calamiteitenroute, aantal en locatie vluchtwegen, aanwezigheid blusmiddelen etc.

-verkeersveiligheid: bijvoorbeeld kramen, wegafzettingen, routering, toegangscontrole, verkeersregelaars, parkeren.

-openbaar vervoer: omleidingen openbaar vervoer.

-horeca: verstrekken zwakalcoholhoudende dranken en bezit Verklaring Sociale Hygiëne (SVH-verklaring), sluitingstijden horeca etc.

-vuurwerk.

-milieu-aspecten: verwijdering afval.

-taken en verantwoordelijkheden organisator bij een crisissituatie.

-contactpersoon gemeente Schouwen-Duiveland

Hoofdstuk 8 Vergunning en voorschriften

Artikel 17 Vergunning
  • 1.

    Aan een vergunningplichtig evenement verbindt de burgemeester een standaardvergunning met voorschriften. Aan de vergunning kan de burgemeester nadere voorschriften verbinden.

  • 2.

    Voor vergunningplichtige evenementen wordt de procedure toegepast zoals omschreven in de procesbeschrijving evenementen.De van de organisator vereiste informatie vanuit het besluit Brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening wordt daarbij in het vergunningproces opgenomen.

  • 3.

    De burgemeester streeft er naar alle aanvragen voor grote evenementen die uiterlijk 1 december van het voorafgaande jaar zijn ingediend, uiterlijk 1 mei van het jaar waarin de evenementen plaatsvinden, af te handelen. Vindt het evenement vóór 1 mei plaats, dan geldt de afhandelingtermijn van lid 4.

  • 4.

    Aanvragen die na 1 december zijn ingediend, tot uiterlijk acht weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt, worden uiterlijk twee weken vóór dit tijdstip afgehandeld.

  • 5.

    Indien de houder van een evenementenvergunning daarvan geen gebruik wenst te maken dient deze dat uiterlijk 48 uren van tevoren bij de burgemeester te melden.

Artikel 18 Nadere voorschriften aan de vergunning

Gezondheid, hygiëne en veiligheid:

  • 1.

    Teneinde de zedelijkheid en gezondheid tijdens een evenement te waarborgen kan de burgemeester, gezien het advies van de GGD,GHOR, Veiligheidsregio Zeeland en het coördinatieteam grote evenementen, eisen stellen op het gebied van gezondheid en hygiëne, zoals EHBO, het aantal (gehandicapten)toiletten/sanitaire voorzieningen en dergelijke.

Verkeersmaatregelen en parkeercapaciteit:

  • 2.

    Bij afsluiting van één of meer straten of wegen, draagt de burgemeester zorg voor het nemen van een verkeersbesluit door burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Een verkeersbesluit wordt gelijktijdig met een evenementvergunning gepubliceerd en in afschrift verzonden aan de openbaar vervoerbedrijven en hulpdiensten.

  • 4.

    Verkeerstekens die worden geplaatst of verwijderd krachtens een verkeersbesluit worden op basis van artikel 152 van de Wegenverkeerswet 1994 geplaatst of verwijderd op kosten van het gezag dat het verkeersbesluit heeft genomen.

  • 5.

    Bij het regelen van het verkeer moet een organisator een of meerdere op grond van de Regeling verkeersregelaars 2009 erkende verkeersregelaar(s) inzetten.

  • 6.

    De burgemeester kan de aanvraag voor vergunning toetsen aan de mate waarin de organisator haar bezoekers van (gehandicapten)parkeerplaatsen kan voorzien.

  • 7.

    Evenementen vinden bij voorkeur niet op openbare parkeerplaatsen plaats.

  • 8.

    Vindt een evenement toch op een openbare parkeerplaats plaats dan kan de burgemeester verlangen dat de organisator het verlies aan parkeercapaciteit compenseert door elders in de nabije omgeving een openbare parkeerplaats te creëren.

  • 9.

    De burgemeester kan van een organisator van een evenement waarbij kermisattracties zijn opgenomen verlangen dat de salon- en pakwagens van deze attracties op het parkeer- en evenemententerrein Hatfieldpark te Zierikzee worden geplaatst.

Toezicht:

  • 10.

    De organisator van een evenement moet zorgen voor voldoende toezicht tijdens het evenement.

  • 11.

    Teneinde de veiligheid tijdens een evenement te waarborgen stelt de burgemeester voor vergunningplichtige evenementen eisen aan het aantal toezichthouders en beveiligers.

Brandveiligheid:

  • 12.

    De burgemeester verbindt aan een vergunningplichtig evenement algemene en specifieke brandveiligheidseisen, zoals opgenomen in het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 13.

    Indien bij een evenement het gebruik van vuurwerk is voorzien dient hiervoor een vergunning van Gedeputeerde Staten van Zeeland te worden verkregen.

Verstrekking van zwakalcoholhoudende dranken en de Zondagswet

  • 14.

    De burgemeester hanteert beleidsregels teneinde de ontheffing ingevolge artikel 35 van de Drank en Horecawet te verstrekken.

  • 15.

    De burgemeester houdt bij de vergunningverlening rekening met de bepalingen in de Zondagswet.

  • 16.

    Onverminderd de bepalingen in de Zondagswet mag de opbouw van een evenement in de nabijheid van een kerk niet eerder aanvangen dan een uur na afloop van de kerkdienst in die kerk.

Hoofdstuk 9 Controle, toezicht en handhaving

Artikel 19 Controle en toezicht

Gemeentelijke controles op evenementen zullen zoveel mogelijk integraal plaatsvinden.

Artikel 20 Handhaving

Het houden van een evenement zonder vergunning of melding, alsmede overtreding van de voorschriften die van toepassing zijn op het evenement, kan bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk conform het vastgestelde gemeentelijke handhavingsbeleid worden gesanctioneerd.

Hoofdstuk 10 Klachten en evaluatie

Artikel 21 Klachten en evaluatie
  • 1.

    Alle klachten en meldingen over overlast als gevolg van evenementen registreert de burgemeester centraal.

  • 2.

    De burgemeester beoordeelt aan de hand van deze klachten en meldingen of handhavingsacties, al dan niet voor een volgend evenement, noodzakelijk zijn.

  • 3.

    Bij een klacht of melding over overlast stelt de burgemeester de klager altijd schriftelijk op de hoogte over de afhandeling van de klacht of melding.

  • 4.

    De burgemeester evalueert de beleidsregels aan de hand van de klachtenregistratie vierjaarlijks.

Artikel 22 Intrekking beleidsregels 2012

De beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2012 worden ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels evenementen 2018.

Artikel 23 Overgangsrecht

Vergunningaanvragen of meldingen die voor de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn ingediend maar waarop nog niet is beschikt worden aan de beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2012 getoetst.

Hoofdstuk 11 Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 24 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels evenementen gemeente Schouwen-Duiveland 2018” en treden in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

Ondertekening

Zierikzee, 13 maart 2018

De burgemeester van Schouwen-Duiveland,

Toelichting beleidsregels per artikel

Als achtergrondinformatie op de beleidsregels vindt u hieronder per artikel een toelichting.

Het doel van deze toelichting is een zo volledig mogelijke beschrijving te geven van het toetsingskader voor de beoordeling van meldingen en aanvragen voor evenementvergunningen binnen de gemeente Schouwen-Duiveland. Bestuurlijke vaststelling van deze beleidsregels en publicatie daarvan bieden rechtszekerheid en vereenvoudigen de vergunningverlening en handhaving.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen:

Algemene plaatselijke verordening ( Apv ) gemeente Schouwen-Duiveland

Evenementen zijn geregeld in de Apv. Volgens artikel 2:24 Apv is een evenement ‘elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak’. Artikel 2:25 lid 1 Apv stelt dat het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. De burgemeester kan op grond van artikel 1:8 van de Apv een vergunning voor een evenement weigeren in het belang van:

  • a.

    de openbare orde

  • b.

    de openbare veiligheid

  • c.

    de volksgezondheid

  • d.

    de bescherming van het milieu.

Openbare plaats en toegankelijkheid voor het publiek

De gemeente kan in het kader van de Apv geen regels stellen voor activiteiten die elk karakter van openbaarheid missen, zoals een verjaarsfeestje binnenshuis en/of in de tuin of een bruiloftsfeest in een feesttent op het erf. Deze activiteiten in de privésfeer vinden immers niet plaats op of aan een openbare plaats en zijn niet voor het publiek toegankelijk. Wel blijft ook bij dergelijke activiteiten brandveiligheid belangrijk. Hierop is dan ook het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing. Voor feesten op of aan een openbare plaats of die (al dan niet tegen betaling) voor het publiek toegankelijk zijn, is wel een vergunning nodig, of eventueel een melding. Is sprake van een feest dat niet voor (alle) publiek toegankelijk is, maar dat wel op of aan de weg plaatsvindt, of is sprake van een voor (alle) publiek toegankelijk feest, dan geldt artikel 2:25. Apv.

Organisatoren trachten soms met de term ‘besloten’, onder de vergunningplicht uit te komen, bijvoorbeeld met toegangskaarten, al dan niet tegen betaling. Dit neemt niet weg dat sprake is van een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Wat betreft het begrip locatie van artikel 1 sub g, wordt in de uitvoering aansluiting gezocht bij het zogenaamde ‘afstands- en zichtscriterium’ dat in de vaste jurisprudentie wordt gehanteerd bij de bepaling of iemand door een besluit rechtstreeks in zijn belangen is getroffen en derhalve als belanghebbende bij een besluit kan worden aangemerkt.

Geregelde en ongeregelde goederen

Geregelde goederen zijn meestal ongebruikte goederen en consumptiewaren die we in de reguliere handel tegenkomen. Zoals op onze gemeentelijke markten. Feitelijk valt het overige onder ongeregelde goederen maar meestal gaat het dan om tweedehandsspullen.

Geregelde- en ongeregelde snuffelmarkt

De geregelde snuffelmarkt is een markt waarop in de uitoefening van handel geregelde goederen te koop worden aangeboden. Meestal gaat het hier om een markt die voor het merendeel wordt ingevuld met kooplieden en kramen zoals we die ook op de gemeentelijke warenmarkt tegenkomen. Alle overige markten vallen onder de ongeregelde snuffelmarkten.

Er is ook een categorie die niet zozeer onder beiden valt. Bijvoorbeeld een markt in het teken van duurzaamheidspromotie of een markt voor historische handwerkenproducten. Een dergelijk evenement wordt dan niet als een geregelde of ongeregelde markt getypeerd maar als een regulier evenement. Belangrijk in de afweging hierbij is in hoeverre dit vergelijkbaar is met de handel op onze gemeentelijke markten.

Commerciële en niet commerciële evenementen

De gemeente heeft er in het verleden voor gekozen de definitie van het begrip commercieel evenement te herdefiniëren. In de 1e wijziging beleidsregels evenementen Schouwen Duiveland 2006 was het type organisator bepalend. Stichtingen en verenigingen waren per definitie niet commercieel. Het belang daarvan was dat niet commerciële evenementorganisatoren voordelen ontvingen in de zin van een lager precariotarief (het laagste tarief) en op 10 of 20 uren gratis ondersteuning van de dienst Openbare Werken, nu uitvoeringsbedrijf Openbare Ruimte.

In 2012 hebben we het karakter van het evenement medebepalend gemaakt en komt de ondersteuning binnen de 10 uren regeling voor alle niet commerciële evenementen en de vrijstelling in de precarioheffing (sinds 2016 vrijgesteld voor kleinschalige niet commerciële evenementen) voor kleinschalige niet commerciële evenementen terecht bij de partijen die er werkelijk behoefte aan hebben.

Een evenement is een niet-commercieel evenement als:

-de organisator een instelling, stichting of vereniging is zonder winstoogmerk en de organisator niet een evenementenbureau of professionele organisator (eenmanszaak, BV, NV of V.O.F.) is en

-het evenement niet uit uitsluitend een geregelde snuffelmarkt en/of evenement-en kermisattracties en/of buitentaps of vergelijkbare commerciële activiteiten bestaat.

Voor de bekende jaarlijkse evenementen als Brouwse Dag, Burghse Dag, Havendagen en Visserijdagen betekent dit dat ze als niet commercieel evenement worden beschouwd zolang ze hun huidige karakter behouden. Ze bieden enerzijds wel een programma aan met sterk commerciële componenten, zoals kermisattracties, geregelde snuffelmarkten of buitentaps. Anderzijds bieden deze evenementen ook in ruime mate aanvullend vermaak in de vorm van oude ambachten, streekfolklore, vlootdemonstaties of een vuurwerkshow.

Historisch gegroeid evenement

Het belang van een goede definitie van het begrip historisch gegroeid evenement zit in het feit dat een dergelijk evenement voorrang krijgt boven een ander evenement bij de vergunningverlening als een samenloop van meerdere evenementen ongewenst is.

Niet commerciële evenementen die minstens 5 jaar jaarlijks op een min of meer vaste datum in de evenementenkalender plaatsvinden verdienen deze status.

De 10 uren regeling

Dit is de gratis ondersteuning door de gemeente ten behoeve van niet commerciële evenementen, bestaande uit het beschikbaar stellen en brengen en halen van dranghekken

(niet het uitzetten ervan), vlaggenmasten en het verwijderen en terugplaatsen van openbaar meubilair voor ten hoogste 10 uren per evenement dag met een maximum van 30 uren.

Indien een organisator voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels met 10 of 20 uren voldoende ondersteuning had kan geen beroep op de 30 uren worden gedaan.

Het schoonmaken van een evenemententerrein of het verzamelen en afvoeren van afval vallen hier niet onder. Hiervoor is de organisator zelf verantwoordelijk.

Besluit b.g.b.o.p .

Vanaf 1 januari 2018 is het besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van kracht.

Dit besluit geeft regels voor het brandveilig gebruik van plaatsen indien andere regels daarin al niet voorzien. Daarom wordt de aanduiding ‘overige plaatsen’ gebruikt. Veel van de regels in dit besluit hebben uitsluitend betrekking op plaatsen waar groepen mensen bij elkaar zijn gebracht. In beginsel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid, maar zou op dergelijke plaatsen brand uitbreken, dan vormt die omstandigheid een extra risico, en daarmee een rechtvaardiging om ten aanzien van het brandveilig gebruik van dergelijke plaatsen regels te stellen.

De Woningwet en het daarop gebaseerde Bouwbesluit 2012 bevatten regels over het brandveilig gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat in relatie tot bouwwerken bepalingen over brandveiligheid. Veel van die bepalingen zullen in de toekomst een plaats vinden in de Omgevingswet, maar die zal geen betrekking hebben op het brandveilig gebruik als bedoeld in dit besluit, omdat het in dit besluit gaat om gebruik van plaatsen en van objecten die geen bouwwerk zijn, zeer tijdelijk op die plaats dienst doen en dus geen blijvende invloed hebben op de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels die voorheen te vinden waren in de gemeentelijke brandbeveiligingsverordeningen, die veelal zijn geschoeid op de leest van de desbetreffende modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maar die in de praktijk onderling verschillend werden ingevuld of uitgevoerd. Juist bij een zo essentieel aspect als brandveiligheid is, zowel voor de overheid als voor het bedrijfsleven, gewenst dat de regels uniform, duidelijk, specifiek en beperkt zijn. De regeling treedt per 1 januari 2018 in werking.

Wat betekent dit voor onze evenementen?

Centraal in het besluit staat dat de voorschriften uit dit besluit van kracht zijn op plaatsen als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de Wet Veiligheidsregio’s. Dat wil zeggen het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover daarin niet bij of krachtens enige andere wet is voorzien. Het besluit is dus van toepassing op alle evenementactiviteiten, ongeacht het aantal gelijktijdig aanwezigen.

Daarnaast is in het besluit een belangrijke rol ingenomen door een meldingsplicht voor het gebruik van plaatsen waarbij een verblijfsruimte (tent, tribune e.d.) is opgenomen voor minimaal 150 mensen tegelijkertijd, of nachtverblijf wordt verschaft voor minimaal 10 personen of op die plaats in een verblijfsruimte aan minimaal 10 personen jonger dan 12 jaar of gehandicapte personen verzorging wordt geboden.

De regeling betreft alleen de brandveiligheid en het kan dan ook niet de evenementvergunning vervangen. Nu evenementen tot en met 150 gelijktijdige aanwezige mensen meldingplichtig zijn komt de melding ingevolge dit besluit slechts aan de orde bij vergunningplichtige evenementen.

Voor de vergunningplichtige evenementen is er een uitweg om er praktisch mee om te gaan. Een melding is niet vereist als alle bij de melding verplichte gegevens al in het evenementvergunningproces worden opgevraagd en getoetst.

Artikel 2 Vergunningvrije evenementen: niet voor publiek toegankelijk en evenementen in een inrichting:

De beleidsregels zijn in beginsel niet van toepassing op evenementen of activiteiten die niet voor publiek toegankelijk zijn of in bedrijven, gebouwen en horeca-inrichtingen.

Deze ‘inrichtingen’ vallen onder het regime van het Activiteitenbesluit (hierna: het Besluit) en de gebruiksvergunning of gebruiksmelding op grond van het Bouwbesluit 2012.

Een evenement in een inrichting is daarom in beginsel vergunningvrij als deze activiteiten behoren tot de reguliere exploitatie van de inrichting of die voor een dergelijke inrichting passend zijn gezien de voorschriften van het bestemmingsplan, de Wet Milieubeheer en de gebruiksvergunning/melding.

Uit een oogpunt van deregulering wil de burgemeester dergelijke, meer incidentele activiteiten, zo veel mogelijk vrijstellen van de vergunningplicht. Hierbij is “geluid” immers vaak de enige overlast gevende factor. Ook brandveiligheid in inrichtingen is belangrijk.

Dit is gewaarborgd met toepassing van het Besluit en de gebruiksvergunning of gebruiksmelding. Daarom zijn ook meer incidentele activiteiten in inrichtingen vergunningvrij. Hiervoor gelden dus wel andere voorschriften, zoals bepaald in het Besluit en de gebruiksvergunning en gebruiksmelding. Voorbeelden zijn:

-incidentele liveoptredens, themafeesten, feestavonden en dergelijke in Drank- en Horecawet inrichtingen, zoals een café, discotheek, of een kantine van een sportvereniging (bijvoorbeeld jaarlijkse feestavond als afsluiting sportseizoen).

-amateurtoneelvoorstelling of een bridge-avond in een dorpshuis.

-een huwelijksfeest in een strandpaviljoen.

-exposities en tentoonstellingen in overheidsgebouwen en ateliers.

Een evenementvergunning is wel verplicht als, naar het oordeel van de burgemeester, andere aspecten dan geluid en brandveiligheid in het geding zijn, zoals openbare orde, overlast en dergelijke, kortom de belangen van artikel 2:25 en 1:8 Apv. Dit geldt ook als een evenement niet behoort tot de reguliere exploitatie van een inrichting of als deze voor deze inrichting niet passend zijn. Het is dus niet zo dat alle binnenevenementen evenementvergunningvrij zijn. Zo zijn de volgende binnenevenementen vergunningplichtig:

-een evenement in een inrichting die in principe niet voor deze activiteiten bedoeld is en niet passend zijn, bijvoorbeeld een theatervoorstelling in een sporthal of een live-optreden of houseparty in een landbouwschuur.

-een evenement dat geheel of gedeeltelijk buiten een horeca-inrichting plaatsvindt.

Terrassen

Op basis van het Besluit en de Drank- en Horecawet zijn terrassen onderdeel van een horeca-inrichting. De geluidsnormen uit het Besluit ( op grond van de Wet milieubeheer)

gelden voor de inrichting inclusief het terras. De 12-dagenregeling van artikel 4:3 Apv, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting. Dat heeft tot gevolg dat evenementactiviteiten

op een terras niet van een evenementenvergunning kan worden voorzien. Dat zou strijd opleveren met de Wet milieubeheer.

Naast de vergunningvrije evenementen, zoals bijvoorbeeld een besloten tuinfeest of een evenement in een gebouw, zijn er dus evenementen die op een openbare plaats plaatsvinden (en al dan niet voor publiek toegankelijk zijn) en evenementen die niet op een openbare plaats plaatsvinden maar wel voor het publiek toegankelijk zijn. Deze evenementen worden onderscheiden in meldingplichtinge en vergunningplichtige evenementen.

Artikel 3 Meldingplichtinge evenementen:

Met de inwerkingtreding van het besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen kijken we vanaf nu ook anders naar meldingplichtige evenementen. Tot nu toe was een evenement meldingsplichtig tot 250 aanwezigen over de hele evenementdag. Nu het besluit brandveilig gebruik een melding vanuit dat besluit verplicht stelt voor het gebruik van een verblijfplaats ten behoeve van minimaal 150 gelijktijdig aanwezigen willen we een wirwar aan getallencriteria voorkomen die voor de organisatoren erg verwarrend zou zijn. We zoeken in onze criteria voor meldingsplichtige evenementen dan ook aansluiting bij het besluit brandveiligheid gebruik en gaan uit van een norm van maximaal 150 gelijktijdig aanwezigen. Daarboven is het evenement vergunningplichtig. Doordat we nu van gelijktijdig aanwezigen uitgaan, vallen er meer evenementen niet meer onder de vergunningplicht.

Meldingplichtinge evenementen (tot 150 bezoekers gelijktijdig) geven in het algemeen weinig tot geen overlast voor de omgeving. Het gaat om saamhorigheid, leefbaarheid, ontspanning en vermaak op straat-, buurt- of wijkniveau. Voorbeelden zijn:

-kleinschalige) buurtfeesten

-kinderactiviteiten, zoals een straatspeeldag

-beperkte (kinder)snuffelmarkten op kleedjes

-buurtbarbecues en dergelijke

Dergelijke kleine evenementen zijn beperkt van omvang en tijd, hebben een beperkte geluidsproductie en vinden meestal overdag en/of in de vroege avonduren plaats. Organisatoren melden deze activiteiten vaak vooraf bij buurtbewoners. Gelet op de (zeer) beperkte overlast door deze activiteiten, is geen vergunning vereist. Het melden is voldoende.

Plaatsen van voorwerpen op de weg: beperkt in omvang

Bij kleine evenementen komt het vaak voor dat, in beperkte omvang, voorwerpen op de weg worden geplaatst en/of beperkte ondersteuning van de gemeente nodig is. Het plaatsen van voorwerpen, podia, tenten en dergelijke valt nu onder de bepalingen uit het besluit brandveilig gebruik. Een beperking van het aantal voorwerpen in het evenementenbeleid is dan ook niet meer nodig. Dit zijn algemene regels en de organisator dient zich daar aan te houden. Ook past het afsluiten van de weg (en het nemen van een verkeersbesluit) mits er zich geen route van een openbaarvervoersdienst op bevindt en de weg geen ontsluitingsfunctie heeft, in de meldingsregeling.

Zondagswet en kerken

De evenementactiviteiten mogen niet in strijd zijn met de Zondagswet. Dat wil zeggen dat niet ze mogen plaatsvinden voor 13.00 uur op een zondag of op een daarmee gelijkgestelde dag. Bij de inwerkingtreding van deze beleidsregels is nog niet duidelijk of en wanneer de Zondagswet wordt afgeschaft en of er lokale regels voor in de plaats komen.

Artikel 4 Vergunningplichtige evenementen:

Vergunningplichtige evenementen geven door de bezoekersaantallen, geluidsbelasting en bijvoorbeeld verkeersbewegingen meer overlast dan kleine (vergunningvrije- en meldingplichtinge) evenementen. Grote evenementen (meer dan 5.000 bezoekers) zijn evenementen waarvan op basis van de plannen van de organisator en/of uit ervaring, bekend is dat ze een grote belasting voor de omgeving vormen. Het zijn soms evenementen van bovenlokaal belang. Voorbeelden van dergelijke evenementen zijn: Visserijdagen in Bruinisse, de Havendagen in Zierikzee en Concert At Sea.

Planologische regeling van grote evenementen

Er is jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over

(noodzakelijke) planologische regeling van grote jaarlijks terugkerende evenementen.

De gemeente Schouwen-Duiveland zal, mede gelet op deze jurisprudentie, de reeds bekende grote jaarlijks terugkerende evenementen planologisch regelen, maar is geen voorstander van extra planologische procedures voor deze evenementen. Er zal dan ook in beginsel voor die evenementen niet gewerkt worden met ontheffingen in omgevingsvergunningen maar met algemene gebruiksbepalingen voor (evenementen)terreinen. Planologische regeling van dergelijke evenementen vindt plaats in het kader van de actualisatie bestemmingsplannen. Inmiddels is een dergelijke regeling al opgenomen in de bestemmingsplannen voor de kernen van Zierikzee, Burgh Haamstede en Renesse. Houdt u er rekening mee dat bij evenementen op locaties die doorgaans niet voor evenementen worden gebruikt vaak toch een omgevingsvergunning nodig is als het bestemmingsplan niet in het plaatsvinden van uw evenement voorziet op de gewenste locatie.

Evenementen in of nabij natuurgebieden-Natura 2000

Enkele van onze populaire evenementlocaties zijn als Natura 2000 gebied aangewezen, is de locatie in bezit van Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten of wordt gebruik gemaakt van een locatie waarover Rijkswaterstaat zeggenschap heeft.

Dan heeft u met meer partijen te maken dan alleen de gemeente. Wij zien in toenemende mate dat organisatoren niet weten wie op de boogde evenementlocatie zeggenschap hebben en de weg naar de verschillende partijen niet weten te vinden. Wat het nog complexer maakt is het feit dat de beslistermijnen van de verschillende partijen nogal uiteenloopt. Vaak is de beslistermijn voor de vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming langer dan die van onze gemeentelijke evenementvergunning. Zo snel mogelijk informatie inwinnen of een aanvraag indienen is dan ook gewenst. De gemeente neemt hierbij de regierol op zich. In de bijlage van deze toelichting hebben we een uitgebreide toelichting opgenomen waarmee u te maken krijgt en waar u de verschillende partijen kan benaderen.

Coördinatieteam grote evenementen en taakgroep grote evenementen

Het coördinatieteam grote evenementen coördineert de vergunningverlening. Het is aan dit team om, eventueel in overleg met andere adviserende instanties zoals de GHOR en Veiligheidsregio Zeeland, te beoordelen welke evenementen daadwerkelijk groot zijn en risico’s met zich meedragen zodat in het vergunningenproces maatwerk op het gebied van veiligheid kan worden geleverd.

In het coördinatieteam grote evenementen hebben zitting:

- Beleidsmedewerker vergunningverlening afd. Ruimte en Milieu: regie, coördinatie en vergunningverlening

- Ambtenaar Openbare Veiligheid(AOV)onderdeel evenementveiligheid: advies evenementveiligheid en projectleiding C-evenementen

- Beleidsmedewerker Integrale Veiligheid: advies algemene integrale veiligheid ten aanzien van evenementen

- Uitvoeringsbedrijf Openbare Ruimte: advies facilitaire ondersteuning

- Politie: openbare orde en veiligheid

- GHOR: advies geneeskundige hulpverlening (bij grote evenementen)

- Veiligheidsregio Zeeland: advies bereikbaarheid en brandveiligheid

- Cluster Handhaving gemeente: advies controle, toezicht en voorschriften.

- Medewerkers van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, provincie Zeeland,

Rijkswaterstaat en waterschap indien het evenement hun toestemming vereist.

De samenstelling is wisselend en afhankelijk van het type evenement en de risico’s.

Het coördinatieteam grote evenementen bepaalt aan de hand van het uitvoeringskader interdisciplinaire advisering en coördinatie grote evenementen (Veiligheidsregio Zeeland) hoe een evenement wordt geclassificeerd en maakt daarbij gebruik van een risicoanalysemodel :

- A, de eenvoudigste vorm van een evenement

- B, groot evenement met een gemiddeld risico

- C, groot evenement met een sterk verhoogd risico.

Het uitvoeringskader beschrijft hoe de gemeente de aanvraag van de evenementorganisator voor een vergunning behandelt en hoe de gemeente het evenement qua maatregelen voorbereidt. Anders dan bij de A- en B-evenementen wordt aangegeven dat de gemeente voor een C-evenement bij Veiligheidsregio Zeeland een verzoek voor een interdisciplinair advies moet indienen. Hierbij is van belang dat de Veiligheidsregio Zeeland bij een C-evenement aan de gemeente adviseert om het evenement projectmatig voor te bereiden.

In die projectgroep participeren de vertegenwoordigers van de relevante hulpdiensten, teneinde een goede interdisciplinaire afstemming van de te treffen maatregelen te waarborgen.

Het coördinatieteam verzoekt bij B-evenementen naar behoefte andere adviserende afdelingen of instanties deel te nemen in het vooroverleg (monodiciplinair) met de evenementorganisator, bijvoorbeeld de cluster milieu van Ruimte en Milieu (R&M), de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), maar het kan ook de provincie zijn als het evenement in een natura 2000 gebied plaatsvindt. De cluster milieu adviseert bijvoorbeeld over geluid, afval, bodem- en groenbescherming, energie- en waterbesparing en sanitaire voorzieningen, waarmee de milieubelasting bij een evenement wordt geminimaliseerd.Bij A-evenementen wordt de aanvraagbehandeling meestal buiten het overleg van het coördinatieteam afgehandeld.

Artikel 5 Vergunningplichtige evenementen en geluid:

Van belang is dat met het houden van een evenement en het stellen van een geluidsnorm de geluidshinder van een evenement niet onduldbaar wordt. Maar wat is dan precies onduldbare geluidshinder? In 1996 heeft het toenmalige ministerie van VROM de nota “evenementen met een luidruchtig karakter” uitgegeven.

Deze nota is een leidraad voor gemeenten bij het opstellen van geluidsnormen bij de grote(re) buitenevenementen. In deze nota wordt aan gemeenten geadviseerd om een gevelbelasting (geluid op 1 meter afstand van de woninggevel) te vergunnen van ten hoogste 70-75 dB(A) tot het tijdstip van 23.00 uur en 65-70 dB(A) na 23.00 uur. Daarboven wordt de geluidshinder onduldbaar. Ten tijde van onze eerste beleidsnota evenementen 2006 is op basis hiervan voor één algemene geluidsnorm gekozen van 75 dba op de gevel.

In de praktijk blijkt deze norm van 75 dba voor enkele buitenevenementen niet werkbaar te zijn omdat de dichtstbijzijnde gevel erg ver verwijderd is waardoor de geluidsnorm van 75 dba geen zin heeft, of omdat het bestemmingsplan of een besluit ingevolge de Wet Natuurbescherming al een geluidsnorm heeft geregeld. Daarom nemen we ook een norm op voor die situaties waarbij in de vergunningverlening voor de van toepassing zijnde norm wordt gekozen. Bij een enkel evenement zijn de geluidsbronnen erg dicht op de gevels geplaatst waardoor men eigenlijk niet aan de norm van 75dba kan voldoen. Men komt niet boven het publiekgeluid uit. In die situatie kan de burgemeester afwijken van de geluidsnorm als het bestemmingsplan dit niet in de weg staat. De organisator zal zijn verzoek voor een aangepaste geluidsnorm dan wel van een akoestisch rapport moeten onderbouwen. Indien de burgemeester van u een akoestisch rapport verlangt omdat u een ruimere geluidsnorm wenst, bijvoorbeeld omdat de dichtstbijzijnde gevoelige bestemmingen deelnemen aan het evenement, zal hij beoordelen of er sprake is van een acceptabele belasting van de directe omgeving die niet deelneemt aan het evenement.

Bij de actualisatie van bestemmingsplannen worden de evenementen ingedeeld in zes categorieën. Per categorie is naast onder andere de duur van het evenement (en op- en afbouw) en het aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is, ook het maximale geluidsniveau op de gevels van woningen vastgelegd. Voor een evenement in een lichte categorie is dit 65 dB(A) waarbij dan ook geen sprake mag zijn van versterkte muziek. Voor de overige categorieën geldt deze aanvullende bepaling niet en is het geluidsniveau vastgelegd op 75 dB(A). Dit komt overeen met het geluidsniveau dat we in het huidige evenementenbeleid kennen.

Een geluidsniveau van 75 dB(A) op de gevel betekent een geluidsniveau van maximaal 55 dB(A) binnen in de woning door de akoestische isolatie van de woning.

Met name in het hoogseizoen (juli en augustus) zijn er veel evenementen. Dit past ook binnen een sterk toeristische gemeente als Schouwen Duiveland. In het voor-, na- en laagseizoen is het aantal toegestane evenementen veel minder. De hogere belasting in het hoogseizoen wordt zo gecompenseerd met een veel lagere belasting gedurende de overige maanden van het jaar. Op deze wijze is er over het jaar gezien planologisch sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 6 Incidentele festiviteiten (12-dagenregeling)

Vooral in het hoogseizoen zijn er veel meldingen ingevolge de 12-dagenregeling, vaak direct na elkaar en soms in combinatie met evenementen. Voor de woon- en leefsituatie is dit ongewenst. Dit is geen incidenteel gebruik, waarvoor de regeling is bedoeld, namelijk: incidentele festiviteiten verspreid over het jaar. Ook de combinatie met evenementen, vooral in juli en augustus, kan tot ongewenste cumulatie van geluid leiden. Beperking van het aantal meldingen per maand voorkomt dit. Het maximum aantal meldingen is 12 per jaar en 2 per maand. Het Besluit geeft aan de gemeenteraad de bevoegdheid op verordeningsniveau de maximering eventueel verder vorm te geven. Bijvoorbeeld maximaal 8 ontheffingen per jaar of maximaal 12 per jaar maar ook maximaal 2 per maand.

Er zijn ook festiviteiten waarbij alle (horeca)ondernemers gebruikmaken van de regeling en het produceren van meer geluid algemeen is aanvaard. Een voorbeeld is Oud- en Nieuw. Het indienen en verwerken van meldingen voor deze collectieve festiviteiten kost ondernemers en gemeente onnodige rompslomp. Jaarlijkse collectieve festiviteiten in de zin van artikel 4:2 Apv zijn: Oud- en Nieuw (nacht van 31 december op 1 januari) en Koningsdag. Ondernemers hoeven hiervoor geen meldingen in te dienen. De twee collectieve dagen komen bovenop de 12 incidentele dagen.

De burgemeester houdt bij de vergunningverlening voor een evenement rekening met de genoemde combinatie met 12 dagenmeldingen. Dat kan betekenen dat een aanvraag voor vergunning voor een driedaags evenement in of bij een inrichting waarbij de 12 dagenmelding een rol speelt qua geluidsbelasting wellicht tot 2 dagen beperkt moet worden.

Artikel 7 en 8 Algemene uitgangspunten en evenementenkalender:

De algemene uitgangspunten van artikel 7 en het werken met een evenementenkalender verbeteren de spreiding van evenementen. Deze spreiding, zowel in tijd als in plaats, en het werken met een evenementenkalender is nodig om:

-in de capaciteit voor het handhaven van de openbare orde te voorzien (politie)

-in de capaciteit van de toezichtrol van de gemeente te voorzien

-organisatoren vooraf duidelijkheid te verschaffen over (het doorgaan van) het evenement

-ongewenste overlap van evenementen te voorkomen

-(potentiële) bezoekers (eigen bevolking en gasten) te informeren over het evenementenaanbod

De piek van het aantal evenementen op Schouwen Duiveland ligt elk jaar in juli en augustus, in het hoogseizoen. Ongeveer 1/3 van de evenementen bestaat uit snuffelmarkten, waaronder avondmarkten. Snuffelmarkten komen vooral voor in Zierikzee, Renesse, Brouwershaven, Scharendijke en Burgh-Haamstede. In het verleden heeft het grote aantal snuffelmarkten, vooral bij avondmarkten, tot overlast en ongewenste overlappingen geleid. Inmiddels is door de inzet van verkeersregelaars die overlast aangepakt. Toch blijft het nodig om bij met name de avondmarkten jaarlijks in de vergunningverlening en het toezicht naar verbetering van de verkeersproblematiek en veiligheid te kijken. Het coördinatieteam grote evenementen zal de samenloop van grote evenementen altijd kritisch beoordelen.

Eén gezamenlijke vergunning

Bij sommige grootschalige dorps- of stadsevenementen is het gebruikelijk dat naast de evenementvergunning voor het hoofdevenement nog enkele afzonderlijke partijen ook een evenementvergunning aanvragen voor bijvoorbeeld een muziekpodium of ontheffingen voor buitentaps bij horeca-inrichtingen. In de praktijk, bijvoorbeeld bij klachten of overlast, is het dan moeilijk duiden wie verantwoordelijk is. Ook is in het voortraject van de vergunningverlening erg veel afstemming nodig om afspraken te maken over het verloop van het evenement. We voorzien in het evenementenbeleid in de mogelijkheid om bij een dergelijk evenement alle evenementactiviteiten onder één evenementvergunning te brengen.

Hiervan maakt de burgemeester slechts gebruik als het waarborgen van de openbare orde en veiligheid hiermee is gediend. De ontheffingen op grond van de Drank en Horecawet (art. 35), die door afzonderlijke horeca-ondernemers worden aangevraagd voor het betreffende evenement, kunnen wel aan afzonderlijke ondernemers worden verstrekt. De wet biedt die mogelijkheid immers ook.

Gebruik buitentapontheffing

Tot op heden hebben we niet consequent de buitentap-ontheffinghouders bij het vooroverleg van het evenement betrokken. Mede omdat middelengebruik in ons gezondheidsbeleid meer aandacht krijgt en het project Jeugd en Alcohol in ons evenementenbeleid is geïntegreerd willen we inzetten op het structureel betrekken van de buitentap-ontheffinghouders bij het vooroverleg van de evenementenvergunning. Hierin maken we afspraken over het nakomen van de voorschriften voor het verstrekken van alcoholhoudende dranken tijdens evenementen.

Evenementen op de Brouwersdam

We erkennen dat geluid over water verder draagt dan over land en dat men daar ook eerder last van kan hebben, ook al blijft dat een subjectief gegeven en speelt vooral de windrichting een rol. We stellen vast dat eigenlijk elke week een muziekevenement op of aan de Brouwersdam zou kunnen plaatsvinden zonder verdere regulering. We beperken het aantal muziekevenementen aan of op de Brouwersdam dan ook enigszins naar maximaal 2 per maand en 6 per jaar. Hierbij zoeken we afstemming met de buurgemeente Goeree-Overflakkee. Deze regel beperkt ook het aantal mogelijke afsluitingen van de secundaire weg over de brouwersdam waarmee de belangen van de ondernemers aan de Brouwersdam zijn gebaat. Deze regeling geldt niet ten aanzien van de nu nog toekomstige ontwikkeling van Brouwerseiland. Het bestemmingsplan van Brouwerseiland kent een eigen regeling ten aanzien van evenementen.

Verbod feestballonnen

Naar schatting worden er 1 miljoen ballonnen per jaar opgelaten in Nederland. Deze dragen bij aan de plastic soup. Al 12 jaar lang monitort Stichting de Noordzee het afval op de stranden in opdracht van Rijkwaterstaat. Ballonnen en resten van ballonnen staan in de top 5 van meest gevonden afval op de Noordzeestranden. Vaak is het rubber al halfvergaan en wat overblijft zijn de kunststof sierlinten en/of plastic ventielen. Volgens onderzoek van TNO naar de ballonnen vervuiling in 2016 beland 26% van de Nederlandse opgelaten ballonnen in zee (TNO, 2016). Naar schatting zijn dit 260.000 ballonnen per jaar. Zeezoogdieren, vogels en vissen zien de ballonnen voor voedsel aan en dit kan leiden tot verstopping of ze raken verstrikt in de ballonlinten. In Nederland zijn er tal van maatschappelijke organisaties actief om het gebruik van ballonnen bij evenementen en dergelijke te ontmoedigen. Als alternatieven worden lampionnen en vliegers genoemd.

In december 2014 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het gemeenten oproept het oplaten van ballonnen te ontmoedigen vanuit het oogpunt van bescherming van natuur en milieu.

Er zijn al gemeenten die dat signaal hebben opgepakt en die het oplaten van ballonen ontmoedigen of zelfs verbieden. Wij zijn zuinig op onze mooie natuurgebieden en stranden en we hebben dan ook een dergelijk verbod in het evenementenbeleid opgenomen. In een alternatief om de milieuvriendelijke ballon wel toe te staan zien wij geen soelaas omdat daaraan vaak toch weer milieuonvriendelijke kunststof onderdelen worden verbonden. Het verbod strekt zich alleen uit op het oplaten van ballonen in evenementverband.

Artikel 9, 10 en 11 Ongeregelde en geregelde (snuffel-)markten en avondmarkten:

bescherming van de gemeentelijke markten

(Snuffel-)markten zijn geregeld of ongeregeld of bestaan uit een combinatie daarvan. Verkoop door particulieren of maatschappelijke organisaties die alleen hun tweedehands spullen (ongeregelde goederen) verkopen, is geen bezwaar. Deze snuffelmarkten zijn vaak van beperkte omvang. Om meer differentiatie in evenementen en spreiding in deze snuffelmarkten te bereiken, mede om overlast voor de omgeving te voorkomen, zijn deze wel gemaximaliseerd per kern. Is sprake van kleinschalige verkoop van ongeregelde goederen met maximaal 4 kramen, dan is dit niet als evenement of (snuffel)markt te beschouwen. Dergelijke kleinschalige verkoop van ongeregelde goederen valt onder de werking van de standplaatsvergunning. Verkoop van ongeregelde goederen op snuffelmarkten in gebouwen is ook vanuit het belang tot voorkoming en beperking van overlast voor de omgeving, geen bezwaar. Deze markten vinden niet plaats op de openbare weg en er worden geen straten afgesloten. Het is dan ook geen bezwaar dat ongeregelde snuffelmarkten in gebouwen onbeperkt zijn toegestaan hoewel de bestemming van het gebouw het evenement nog in de weg kan staan. Ter voorkoming en beperking van overlast is het aantal ongeregelde snuffelmarkten beperkt per kern, waarbij rekening is gehouden met de centrumfunctie van Zierikzee.

Geregelde snuffelmarkten

Op Schouwen-Duiveland komen steeds meer geregelde snuffelmarkten voor. Deze fungeren als distributiesysteem voor de beroepshandel en kunnen een onevenredige verstoring veroorzaken van de gemeentelijke geregelde markten. Een wildgroei aan geregelde snuffelmarkten kan een negatief effect op de gemeentelijke markten teweeg brengen, vooral omdat deze kostendekkend moeten zijn. Opengevallen plaatsen op onze gemeentelijke markt in Zierikzee worden niet meer (met branchevreemde artikelen) opgevuld, wat minder marktgeld genereert en de kwaliteit van deze markten naar beneden brengt.

Daarom ook is het belang van een gemeentelijke markt als weigeringgrond voor een standplaatsvergunning opgenomen. De gemeente wil de negatieve effecten van geregelde snuffelmarkten beperken of voorkomen.

De afgelopen jaren werden voor nagenoeg alle kernen het maximum aantal vergunningen aangevraagd en hebben we in het evenementenbeleid het aantal vergunningen al beperkt. Hierop hebben de marktcommissies van Renesse en Zierikzee en enkele van de geregelde snuffelmarktorganisatoren hun zorgen geuit en om aanpassing van het beleid gevraagd om de wildgroei verder te beteugelen. Ook wensen de marktcommissies dat de geregelde snuffelmarkten van de ondernemersverenigingen zich meer gaan onderscheiden van de gemeentelijke markten.

We stellen ook vast dat het groot aantal geregelde snuffelmarkten in de kernen van Renesse, Burgh Haamstede, Brouwershaven en Zierikzee zeer goed worden bezocht en dus in een behoefte voorziet. Er is dan ook geen reden het aantal geregelde snuffelmarkten fors te beperken. Toch willen we een extra stap zetten om onze gemeentelijke markten te beschermen. Dat willen we niet door het aantal geregelde snuffelmarkten sterk terug te brengen maar door 12 van de 13 per kern beschikbare vergunningen voor geregelde snuffelmarkten exclusief aan de ondernemersverenigingen en 1 aan de organisatoren van de Koningsdagvieringen te geven en geen markten op de dagen van onze gemeentemarkten toe te staan. Hun markten moeten dan wel nog meer onderscheidend zijn van onze eigen gemeentelijke markten door deze geheel als themamarkt (streekproducten, boekenmarkt enz.) in te laten vullen of de kramen in ieder geval deels door eigen ondernemers in te laten nemen, of het evenemententerrein deels met evenementattracties in te vullen (attractietoestellen, theater, muziek enz.). Bij het maximum aantal vergunningen gaan we uit van het huidige maximum aantal voor Zierikzee en Renesse, dat wil zeggen totaal 13 vergunningen. Op die wijze heeft elke kern dezelfde mogelijkheden. We houden de mogelijkheid voor het organiseren van kerstmarkten in stand, ook al zou het maximum van 13 markten al zijn bereikt. Hiervoor komen ook andere eilandelijke verenigingen in aanmerking.

De vergunningen voor de geregelde snuffelmarkten komen dus alleen nog de ondernemersverenigingen en Oranjeverenigingen toe. Hiermee willen wij hun rol in de leefbaarheid van de kernen versterken.

Geregelde snuffelmarkten in het buitengebied

Gelet op het grote aantal kampeerterreinen, minicampings en zomerhuizenterreinen bestaat er precedentwerking als daar (al dan niet tegen betaling) geregelde snuffelmarkten plaatsvinden. Het is niet wenselijk dat deze vorm van handel verschuift van de kernen en de gemeentelijke markten naar dergelijke terreinen. (Snuffel)markten zijn immers gratis en moeten voor iedereen toegankelijk zijn op locaties waar het grote publiek in het algemeen komt bij evenementen (de kernen). Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld circussen, waar een betalend publiek speciaal naar toe gaat. Ook op het gebied van veiligheid is het niet wenselijk dat geregelde snuffelmarkten in het buitengebied op kampeerterreinen en dergelijke plaatsvinden. Voor ongeregelde snuffelmarkten is dit minder een probleem. Deze vorm van snuffelmarkten is over het algemeen kleinschaliger.

Artikel 12 Evenementen op strand en water:

De Apv verstaat onder het begrip “weg” ook het strand. In de beleidsnota zonering en ontwikkelingskader strand staat wat bedrijfsmatige, niet bedrijfsmatige en incidentele sportactiviteiten zijn. Hiervoor is een evenementvergunning vereist. Het kan zijn dat ook toestemming nodig is van de (kust)beheerders Rijkswaterstaat of het Waterschap. Communicatie met ondernemers op het strand is belangrijk. Een evenement in een paviljoen valt in beginsel onder de werking van artikel 2.

Evenementen op het water

Evenementen op water binnen het grondgebied van de gemeente zijn ook vergunningoplichting. Dit geldt bijvoorbeeld voor een grootschalig feest met jongeren en muziek op een ‘partyboot’. Dergelijke evenementen zijn in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast en de veiligheid van personen of goederen, niet toegestaan. Door de beperking in controle en toezicht op dergelijke feesten op het water, kan de burgemeester naar alle verwachting de veiligheid van personen of goederen niet garanderen. Daarnaast is de Oosterschelde een Natura 2000 gebied. Dat betekent dat er grote beperkingen kleven aan het organiseren van een evenement in een dergelijk gebied.

Artikel 13 Circussen en autostuntshows:

Circussen

De Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen adviseert voldoende tijd te houden tussen speeldata van circussen. Spreiding en roulatie van circussen over het seizoen is gewenst om samenloop te voorkomen en seizoenverlening en variatie te stimuleren.

Het blijkt dat het seizoen voor circussen vooral de periode van juli tot en met september is.

Voorstellingen in andere maanden zijn toegestaan. Voor circussen zijn in en nabij de kernen weinig gemeentelijke terreinen. Circussen vinden daarom vaak plaats op particuliere terreinen, zoals zomerhuisterreinen, campings en maneges. Het is aan de vergunninghouder om toestemming van de rechthebbende van het evenemententerrein te verkrijgen. Als men de toestemming niet heeft kan van de vergunning geen gebruik worden gemaakt.

Artikel 4.14, eerste lid, van het besluit verbod op vertoning van wilde dieren in circussen en andere optredens en vervoer ten behoeve daarvan” bevat een verbod op de vertoning van wilde dieren in circussen en andere optredens. Om uit te sluiten dat deze dieren nog worden meegenomen ten behoeve van een circus, wordt ook het vervoeren van deze dieren verboden. Onder het verbod vallen zowel circussen die als geheel rondtrekken als circusacts of andere optredens die worden ingehuurd om in een circus of individueel op te treden, bijvoorbeeld ter opluistering van feesten of evenementen. De omstandigheden van deze dieren zijn vergelijkbaar met dieren die meereizen met een circus.

Autostuntshows

In het verleden verleende de gemeente Schouwen Duiveland elk jaar vergunning voor een of twee autostuntshow-evenementen. Die vonden dan plaats op de grotere openbare parkeerplaatsen. Sinds het autostuntshowongeluk in Haaksbergen op 28 september 2014 hebben we geen vergunningaanvragen meer ontvangen voor autostuntshows. De maatschappelijke indruk die dat ongeluk maakte heeft de organisatoren bewogen dergelijke evenementen niet meer te organiseren of overheden verleenden er alleen nog vergunning voor als deze in daarvoor bewust ingerichte locaties plaatsvonden, waarbij het publiek min of meer boven de rijbaan is geplaatst. Voor de komende beleidsperiode wil de gemeente Schouwen Duiveland helder zijn als het aankomt op een dergelijk risicovol evenement en staan we geen autostuntshow-evenementen meer toe in de openbare ruimte.

Artikel 14 en 15 Meldingplichtig evenement en aanvraag vergunningplichtig evenement:

Meldingplichtige evenementen

Omdat meldingplichtige evenementen klein van omvang zijn is een melding uiterlijk drie weken van tevoren voldoende. Ook bij een meldingplichtig evenement kan er een ongewenste overlapping met een ander evenement zijn. Ook kan de burgemeester toch een vergunning noodzakelijk vinden. Hij is daarom bevoegd een melding te weigeren of te bepalen dat toch een vergunning nodig is gelet op de belangen van artikel 1:8 en 2:25 Apv.

Vergunningplichtige evenementen

Een van de eerste stappen in het proces van vergunningverlening voor een evenement is het vaststellen van de risico-categorie. Die indeling wordt gemaakt aan de hand van een risico-scoreprotocol. Variabelen daarin zijn de locatie waar het evenement gaat plaatsvinden, het type publiek en of er wel of geen alcohol wordt geschonken. Afhankelijk van de risico-categorie wordt een behandelingsaanpak gekozen:

Categorie A: evenementen met een laag risico. De aanvraag wordt veelal schriftelijk afgehandeld. Bij sommige evenementen in deze categorie kan een vooroverleg noodzakelijk zijn.

Categorie B: evenementen met een gemiddeld hoger risico. De aanvraagprocedure wordt doorgaans met een of meer vooroverleggen en een evaluatieoverleg ingekleed. Meestal nemen ook Politie en de Veiligheidsregio Zeeland deel aan deze overleggen.

Categorie C: evenementen met een hoog risico. De aanvraagprocedure wordt in een brede projectgroep georganiseerd en de Veiligheidsregio Zeeland brengt een integraal advies uit aan de burgemeester. In de projectgroep vindt een uitgebreid aantal overleggen plaats waaronder een evaluatie.

Een aanvraag voor een groot evenement ingediend na 1 december wordt niet in behandeling genomen omdat de burgemeester, gelet op de grootschaligheid van deze evenementen en het feit dat hij de aanvraag niet tijdig heeft kunnen doorgeven aan de politie, de openbare orde en veiligheid dan in beginsel niet kan garanderen. De mogelijkheid om de aanvraag toch in behandeling te nemen en vergunning te verlenen dient om enige flexibiliteit te houden.

Indien een aanvraag voor een vergunningplichtig evenement te laat is ingediend kan de burgemeester besluiten de aanvraag niet te behandelen. De burgemeester behandelt de aanvraag in ieder geval niet als op advies van het coördinatieteam grote evenementen blijkt dat binnen een te kort tijdsbestek geen weloverwogen besluit kan worden genomen dan wel als de openbare orde en veiligheid zich hiertegen verzet. Hier spelen ook de belangen van derden een rol. Belanghebbenden bij een besluit moeten immers nog in staat worden gesteld om een bezwaarschrift of voorlopige voorziening bij de rechtbank in te dienen.

Voordat bij meerdere aanvragen voor vergunning voor dezelfde locatie wordt geloot stelt de burgemeester vast of van loting kan worden afgezien omdat één van de partijen een niet commercieel- of een historisch gegroeid evenement organiseert. Deze hebben dan voorrang op diegene die een commercieel evenement organiseert. De geregelde snuffelmarkten van de ondernemersverenigingen krijgen voorrang in de vergunningverlening en planning in de evenementenkalender op aanvragen voor vergunning van andere organisatoren. Daarbij gaan wij ervan uit dat een deel van de opbrengsten hieruit wordt geïnvesteerd in nieuwe evenementen en initiatieven ten gunste van de leefbaarheid van de kernen.

We beschrijven in ons beleid geen uitgebreide lotingprocedure meer.

Als het zich aandient wordt in aanwezigheid van de kandidaten geloot.

Facilitaire ondersteuning, zoals de aanwezigheid van dranghekken, vlaggenmasten en dergelijke, moet de organisator uiterlijk acht weken vóór het tijdstip waarop hij de voorwerpen nodig heeft, aanvragen. Dit kan met het standaardaanvraagformulier voor een vergunning.

Voor niet commerciële evenementen geldt de zgn. 10 urenregeling. Daarvoor verwijzen wij naar de toelichting op blz. 2.

Artikel 16 Risico-analyse:

Veiligheidsplan

In het proces van de evenementvergunningverlening staat de wijze waarop de veiligheid wordt gewaarborgd centraal. Het veiligheidsplan is daarbij een belangrijk document. We willen bij de voorbereiding van de vergunningverlening het risicobesef bij de organisatoren vergroten en zullen dan ook vaker het instrument van het veiligheidsplan hanteren.

De burgemeester vraagt standaard een veiligheidsplan bij grote evenementen. Dat zijn in ieder geval de B- en C-evenementen. In dit plan staan maatregelen die de organisator neemt om de veiligheid te waarborgen. Het plan voorziet bijvoorbeeld in maatregelen die de organisator neemt bij incidenten.

Bij grotere incidenten, waarbij de inzet van hulpdiensten noodzakelijk is, treden de daarvoor bestemde plannen en procedures in werking. Over het veiligheidsplan adviseert het coördinatieteam. Hoe goed ook van te voren afspraken zijn gemaakt over veiligheid, de maatregelen die in een veiligheidsplan staan zijn naar verwachting niet uitputtend. De organisator blijft altijd verantwoordelijk voor de veiligheid van bezoekers en een ordelijk verloop, ook als het plan niet voorziet in een gebeurtenis.

De burgemeester kiest er bewust voor geen scenario’s voor risico-analyse en/of crowdmanagement vast te leggen in dit beleid. Omdat dergelijke scenario’s vaak aan verandering onderhevig zijn wegens gewijzigde inzichten, laat de burgemeester de risicoanalyse over aan de deskundigen op dit gebied, zoals het coördinatieteam grote evenementen, de taakgroep grote evenementen van de Veiligheidsregio, de politie en de GHOR. Risicoanalyse is niet uitsluitend afhankelijk van het aantal deelnemers/bezoekers aan een evenement. Het bezoekersaantal is dus nooit alleen bepalend voor de inschatting van (veiligheids-)risico’s. Ook andere criteria zijn van belang om te bepalen of sprake is van een (risicovol) evenement. De locatie of de samenstelling van de doelgroep bijvoorbeeld.

De burgemeester bepaalt nadrukkelijk dat op basis van risicoanalyse, eisen aan een evenement kunnen worden aangescherpt. Zo kan een in principe vergunningvrij- of meldingplichtig evenement, toch als vergunningplichtig worden aangemerkt en kunnen aan een in principe vergunningplichtig evenement, de voorschriften van een groot evenement worden gekoppeld, zoals bijvoorbeeld de plicht voor een veiligheidsplan.

Mobiliteitsplan

Het coördinatieteam kan een mobiliteitsplan of verkeersplan eisen. In een mobiliteitsplan is meestal het volgende opgenomen.

Diverse vervoersstromen:

Openbaar vervoer, taxi’s, particulier vervoer, georganiseerd vervoer (pendelbussen, ontheffingen) fietsers en voetgangers.

Routes: inclusief calamiteitenroutes, omleidingen, afsluitingen.

Parkeerfaciliteiten: ook fietsenrekken.

Bebording Wegafsluitingen:

- aangegeven moet worden of de weg geheel autovrij (incl. parkeren) is of dat er beperkt verkeer (met ontheffing) mogelijk is,

- voor wie geldt de ontheffing (taxi, gehandicapten…) en hoe ziet die eruit?,

- hoe is de bereikbaarheid van de brandweer, GHOR en politie geregeld?,

- rijdt er openbaar vervoer over de afgesloten wegen en kan dat blijven rijden? Zo nee, tijdens welke tijden?

Parkeren:

- op welke weg(en) mogen tijdens welke tijden geen geparkeerde auto’s staan?,

- zijn er gereserveerde parkeerplaatsen nodig voor specifieke voertuigen

(materialenauto, tv-auto etc)?,

- waar worden auto’s en bussen van bezoekers/deelnemers geparkeerd?

Afzetmateriaal:

- wordt er afzetmateriaal gebruikt om plaatsen vrij van publiek/verkeer te

houden? Zo ja, welk materiaal en waar (aangeven op tekening)?

Verkeersvoorlichting:

- hoe worden bewoners/bedrijven en bezoekers voorgelicht over de afsluitingen

en andere verkeersmaatregelen?

Verkeersregelaars:

-Op welke locaties worden verkeersregelaars ingezet?

Milieuplan

Het coördinatieteam kan een milieuplan eisen op advies van de cluster milieu. Hierin staat bijvoorbeeld:

-wat wordt gedaan om zwerfafval te voorkomen.

-hoe afval wordt gescheiden.

-hoe en hoe vaak het afval wordt afgevoerd.

-hoe afvalwater wordt geloosd.

-welke energievoorzieningen worden gebruikt (gas, aggregaten).

-hoe het energieverbruik wordt beperkt.

-welke vorm van koeling wordt gebruikt en welke certificaten daarvoor voorhanden zijn

Artikel 17 Vergunning:

Afhandelingstermijn

In de afhandelingstermijn voor vergunningen is rekening gehouden met de publicatie. Met de uiterlijke termijn kan een vergunning, voordat hiervan gebruik wordt gemaakt, tijdig worden gepubliceerd, zodat belanghebbenden op de hoogte (kunnen) zijn en zo nodig voorlopige voorziening kunnen vragen. Een bezwaarschrift heeft immers geen schorsende werking.

Gebruik van de vergunning

Het komt wel eens voor dat door omstandigheden een evenement geen doorgang kan vinden. Zo kan de inschrijving op een snuffelmarkt erg tegenvallen of zijn er organisatorische problemen of overmacht. Omdat vaak wegen worden afgezet, busroutes worden verlegd en andere voorzieningen worden getroffen voor een evenement is het van belang dat bij een afgelasting zo spoedig mogelijk actie te ondernemen zodat straten kunnen worden opengesteld en eventuele gereserveerde dranghekken kunnen worden afgemeld.

Een eenmaal afgelaste en afgemeld evenement zal door de burgemeester worden bekrachtigd door intrekking van de vergunning.

Artikel 18 Nadere voorschriften aan de vergunning

Gezondheid en hygiëne

De GHOR kan adviseren (algemene) voorschriften op het gebied van gezondheid en hygiëne in de evenementvergunning op te nemen. Deze kunnen betrekking hebben op: EHBO-post(en) en minimum aantal EHBO’ers, toiletten/sanitaire voorzieningen (richtlijn GHOR: minimaal 1 toilet op 750 gelijktijdig aanwezige bezoekers), drinkwatervoorzieningen (bijvoorbeeld bij dance-, pop- en sportevenementen) of gehoorbeschermingsmiddelen. Specifieke aantallen zijn afhankelijk van de specifieke kenmerken van een evenement. Bij C-evenementen worden de geadviseerde voorschriften in een interdisciplinair advies van de Taakgroep Grote Evenementen van de Veiligheidsregio opgenomen.

Verkeersbesluiten

Vaak is, naast een evenementvergunning, voor het afsluiten van één of meer straten een verkeersbesluit nodig ingevolge artikel 15 WVW 1994. Bij afsluiting van een openbare weg voor een evenement, neemt de wegbeheerder een verkeersbesluit. Artikel 18 WVW 1994 bepaalt welke wegbeheerder dit doet. Meestal zijn dit burgemeester en wethouders en het Waterschap of Rijkswaterstaat, bij uitzondering Gedeputeerde Staten. Het plaatsen van borden is, na het van kracht worden van het verkeersbesluit, de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Alleen artikel 37 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), geeft een wegbeheerder in noodgevallen de mogelijkheid om zonder verkeersbesluit tijdelijke verkeersmaatregelen te treffen. Evenementen voldoen hier niet aan.

Om aan artikel 15 WVW 1994 te voldoen, zorgt de burgemeester er, naast de evenementvergunning, voor dat burgemeester en wethouders een verkeersbesluit nemen over de afsluiting van wegen. Tevens worden Connexxion en de hulpdiensten ingelicht.

De organisator informeert omwonenden over omleidingen en wegafzettingen. Op basis van artikel 152 van de WVW 1994 komen alle kosten van verkeerstekens die worden geplaatst of verwijderd krachtens een verkeersbesluit voor rekening van de wegbeheerder.

Verkeersregelaars

Uit het vooroverleg met de gemeente kan voortkomen dat op bepaalde locaties verkeersregelaars moeten worden ingezet.

Dat kunnen verkeersregelaars zijn die dat beroepsmatig doen of het zijn evenementverkeersregelaars die daarvoor door de burgemeester moeten worden aangesteld. Die laatste categorie van evenementverkeersregelaars dienen een instructie van via E-instructie te hebben gehad en over een instructieverklaring te beschikken. Voor de procedure van E-instructie verwijzen wij naar : www.verkeersregelaarsexamen.nl .

Een aanvraag voor de aanstelling dient uiterlijk 8 weken voor het evenement te worden ingediend. Indien men gebruikt maakt van professionele verkeersregelaars is geen aanstellingsbesluit en instructie nodig. Verkeersregelaars kunnen een aanstelling voor maximaal een jaar krijgen en kunnen binnen dat jaar ook bij andere evenementen worden ingezet. Er wordt niet meer gewerkt met een aanstellingspas.

Als u twijfelt over de noodzaak van de inzet van verkeersregelaars neemt u dan contact op met de gemeente.

Parkeercapaciteit

Indien een evenementenorganisator een evenement organiseert dient hij aan te geven waar de bezoekers kunnen parkeren. De burgemeester toetst of de parkeercapaciteit bij de evenementlocatie voldoende is. Indien het niet voldoende is kan de burgemeester de vergunning voor die locatie weigeren. Bij circussen bijvoorbeeld ligt het niet voor de hand dat bezoekers hun auto’s langs een drukke weg in de berm plaatsen, maar op het evenemententerrein zelf.

Kermisattracties en salonwagens

Bij evenementen waarbij een kermisopstelling wordt gebruikt kan de burgemeester verlangen dat de salonwagens en pakwagens van die kermis op het daarvoor ingerichte terrein aan het parkeerterrein Hatfieldpark te Zierikzee worden geplaatst. Op dat terrein zijn vuilwaterafvoervoorzieningen, water- en stroomaansluitingen aangelegd voor de gemeentelijke kermissen.

Toezicht tijdens een evenement

De organisator is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid tijdens het evenement op het evenemententerrein. Hij moet zorgen voor voldoende toezicht. Een EHBO’er is geen toezichthouder. Het exact aantal benodigde toezichthouders hangt af van de specifieke kenmerken van een evenement. De burgemeester bepaalt daarom – op advies van het coördinatieteam grote evenementen en eventueel de taakgroep grote evenementen van de Veiligheidsregio – gelet op de specifieke kenmerken van het evenement, hoeveel toezichthouders/beveiligers een evenement vereist.

Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen vrijwilligers het toezicht uitoefenen, of huurt de organisator een (door de Minister van Justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf (Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus).

Dit betekent dus niet, dat vrijwilligers verplicht zijn aan dezelfde eisen te voldoen als beveiligers van een beveiligingsbedrijf.

Een vrijwilliger die als toezichthouder fungeert is een persoon die – namens de organisator van het evenement – zorgt draagt voor een ordelijk verloop van het evenement. Dit kan ook een coördinator, aanspreekpunt of de leiding van een evenement zijn. Het gaat vooral om goede afspraken op dit punt tussen de organisator en het coördinatieteam grote evenementen. Kiest een organisator voor een beveiligingsbedrijf dat het toezicht uitvoert, dan bepaalt het coördinatieteam grote evenementen of het beveiligingsbedrijf in samenspraak met de politie een beveiligingsplan opstelt. In dit plan geeft het beveiligingsbedrijf in detail weer hoe de publieksbeveiliging tijdens het evenement is geregeld. Dit beveiligingsplan is onderdeel van het veiligheidsplan.

Ontheffing ingevolge de Drank en Horecawet ( artikel 18 lid 14)

De burgemeester hanteert de beleidsregels voor de ontheffing ingevolge artikel 35 Drank en Horecawet. Hierbij staat voorop dat het verstrekken van (zwak)alcoholische dranken buiten een horeca-inrichting tijdens evenementen op verantwoorde wijze plaatsvindt. Dat betekent onder meer dat er geen alcohol aan jongeren onder de 18 jaar wordt verkocht en dat op locaties waarbij een verbod van alcohol op de openbare weg geldt het evenemententerrein zo wordt ingericht dat de organisator door middel van toezicht kan ingrijpen teneinde te voorkomen dat de verstrekte alcoholische dranken toch op de openbare weg geraken. Ook kan de burgemeester eisen dat er voldoende toiletcapaciteit nabij de buitentap aanwezig is.

Belangrijk is ook om stil te staan bij de doelgroep van het evenement. Is een doelgroep in deels of geheel jonger dan 18 jaar dan kan het betekenen dat u geen alcohol mag verstrekken tijdens uw evenement of gedurende een programmaonderdeel.

Opbouw evenementen nabij een kerk

Indien een evenement op zondag, of daarmee gelijkgestelde dagen, plaatsvindt in de nabijheid van een kerk, moet worden voorkomen dat de bezoekers van de kerk geen hinder ondervinden van de opbouw van een evenement. De opbouw gaat meestal gepaard met de afsluiting van wegen en straten.

Evenementverzekering

De burgemeester raadt alle organisatoren, vooral die van grote evenementen, aan een evenementverzekering af te sluiten. Dit is niet verplicht. Een verzekering afsluiten geeft immers geen beperking van gevaar. Een organisator verzekert zich wel voor schade die zich als gevolg van een evenement kan voordoen. Om gevaar te voorkomen kan hij echter ook zonder verzekering maatregelen treffen.

De vrijwilligersverzekering

De Gemeente Schouwen-Duiveland heeft een vrijwilligersverzekering afgesloten bij Centraal beheer Achmea. Het doel van de verzekering is om de risico’s van vrijwilligers zo goed mogelijk af te dekken. De gemeente beoogt hiermee het maatschappelijk belang van het vrijwilligerswerk te benadrukken en de participatie van vrijwilligers te stimuleren.

Onder vrijwilliger wordt verstaan: degene die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend.

Alle vrijwilligers die vallen onder de definitie zijn verzekerd (behalve stagiaires in het kader van maatschappelijke stage, vrijwillige brandweer en vrijwillige politie).

-geen leeftijdgrens;

-ook bij eenmalige activiteiten;

-geen minimum aantal uren;

-geen urenregistratie;

-ook bij buurtactiviteiten en religieuze activiteiten.

Verzekeringspakket:

-ongevallenverzekering en persoonlijke eigendommenverzekering voor vrijwilligers;

-aansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligers (voor de vrijwilliger zelf);

-aansprakelijkheidsverzekering voor rechtspersonen (verenigingen en stichtingen);

-bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor vrijwillige bestuurders van verenigingen en stichtingen;

-verkeersaansprakelijkheidsverzekering voor de rechtspersoon (letselschade en schade motorvoertuigen van vrijwilligers);

-rechtsbijstandsverzekering voor vrijwilligers.

Wellicht ten overvloede wordt nog vermeld dat het al dan niet toekennen van een bijdrage op grond van de afgesloten verzekering is voorbehouden aan de verzekeraar en niet aan de gemeente.

Integrale vergunningen

De burgemeester integreert waar mogelijk meerdere vergunningen/ontheffingen voor een evenement, in één evenementvergunning. Wel worden de verschillende legeskosten in rekening gebracht. Dit geldt niet voor een verkeersbesluit . Ook meerdere dagen en activiteiten worden samengevoegd in één vergunning.

Artikel 19 Controle en toezicht:

Controle en toezicht op evenementen vindt plaats aan de hand van de mate van risico’s die een evenement met zich meebrengt. De gemeente voert ook tijdens avonduren en in het weekend controles uit. Zeker tijdens de piek aan evenementen (in het hoogseizoen) is personeelsbezetting belangrijk. Om calamiteiten te voorkomen krijgt preventief toezicht, controle en een goede voorbereiding van de vergunningverlening prioriteit.

De controleurs voeren de controles integraal uit, dit betekent ook dat zij milieu en geluid controleren.

Omdat kleine(re) evenementen met dit beleid vergunningvrij of meldingplichtig zijn, komt de nadruk bij evenementen meer op controle en toezicht en, indien nodig, handhaving te liggen. Het is van belang dat meldingen steekproefsgewijs worden gecontroleerd op de naleving van de meldingscriteria.

Artikel 20 Handhaving:

De afhandeling van de handhavingprocedures vindt plaats conform de algemene handhavingstrategie en de daarbij behorende protocollen.

Artikel 21 Klachten en evaluatie

Een klacht over een evenement kan bij verschillende afdelingen binnenkomen of bij de politie. In onze website is er een handige ingang voor ingericht. Deze moeten doorgestuurd worden aan R&M/Milieu. Dit cluster zit in het interne handhavingsoverleg, waarmee de link met het coördinatieteam grote evenementen is gewaarborgd en heeft al een milieuklachtenregistratie. Centrale registratie van klachten geeft informatie waarmee de gemeente in de vergunningverlening en handhaving rekening houdt. Metingen, processenverbaal, klachten en mededingen zijn de basis voor een periodieke evaluatie. De burgemeester evalueert vierjaarlijks het beleid. Eventueel volgen aanpassingen in de richtlijnen, eindtijden, geluidsnormen of aantallen evenementendagen per locatie. De beleidsmedewerker bijzondere wetten is belast met de evaluatie. Benadrukt wordt dat het andere klachten betreft dan in de zin van Hoofdstuk 9 van de Awb. Van die klachten maakt de burgemeester melding in zijn jaarverslag. Dit is dus niet het geval bij klachten over overlast door evenementen.

Afwijken van de beleidsregels evenementen

Soms wordt een aanvraag voor een evenementvergunning ingediend voor een activiteit die niet helemaal binnen het kader van de beleidsregels evenementen past maar waarvan de toegevoegde waarde voor onze gemeente wel aanwezig is. Afhankelijk van de aanvraag kan de burgemeester dan besluiten om in afwijking van zijn beleidsregels de evenementvergunning toch te verlenen. In een enkel geval kan dat onder de noemer van een pilot worden geschaard. Voor de gemeente is dat een verantwoorde wijze om te experimenteren met het beleid.