Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht

Geldend van 12-02-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

Overwegende dat met de vaststelling van het convenant ‘De Rode Loper uit’ (maart 2016), de uitbreiding van het voetgangersgebied (mei 2018) en de invoering van het raamwerk ‘Zero Emission Stadsdistributie Utrecht (ZES)’ (mei 2018) de beleidsregels voor ontheffingen aangepast en aangescherpt moeten worden,

Besluit vast te stellen de Beleidsregels verkeersontheffingen gemeente Utrecht

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

.Bestelauto: bestelauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);

  • . Aanbieder van stadsdistributie: een goederenvervoerder die gerechtigd is voor het vervoeren van goederen op grond van de Wet wegverkeer goederen;

  • . Bestelauto: bestelauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);

  • . binnenstad: gebied met postcodes 3511 en 3512;

. busbaan: busbaan als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

. busstrook: busstrook als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • . Emissieloos voertuig: voertuig zonder uitlaatemissie van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes

. eigen parkeervoorziening: eigen parkeervoorziening als bedoeld in artikel 7 van de nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht;

. gesloten gebied: bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de gemeente Utrecht, waarvan de toegang is aangeduid met het verkeersbord C1, C2, en C6 tot en met C21 van bijlage I van het RVV 1990;

  • . Gesloten gebied binnen de singels: het gele gebied zoals aangewezen in bijlage II uitgezonderd het voetgangersgebied zoals bedoeld in dit artikel

  • . Goederenvervoerder: een bedrijf dat

    • a.

      bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven, en

    • b.

      eigen goederen of goederen van derden vervoert en dient te laden en lossen

  • . Licht elektrisch voertuig: motorrijtuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/h uitgerust met een elektromotor, waarop verordening (EU) 168/2013 niet van toepassing is ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdelen c, h, i, j, en k, van die verordening;

  • . Logistieke faciliteit: een faciliteit waarin de inslag, overslag, uitslag, fijndistributie en collectie van aangeboden goederen, bestemd voor of afkomstig uit de binnenstad wordt verzorgd;

. motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

. ontheffing: ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het RVV 1990;

. organisatie: rechtspersoon;

. Raamwerk Zero Emission Stadsdistributie Utrecht (ZES): raamwerk dat vastlegt hoe in Utrecht wordt toegewerkt naar schone en efficiënte stadsdistributie in 2025, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 15 september 2017;

  • . Stadsdistributie: de distributie van goederen in de binnenstad;

. taxivervoer: taxivervoer als bedoeld in artikel 1 Wet Personenvervoer 2000;

. venstertijden: door het college van burgemeester en wethouders bij besluit vastgestelde tijden waarin het is toegestaan een gesloten gebied of voetgangersgebied in te rijden met een motorvoertuig ten behoeve van het laden en lossen van goederen, het in- en uit laten stappen van passagiers of in te rijden met een fiets;

. voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

. voetgangersgebied: bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de gemeente Utrecht, waarvan de toegang is aangeduid met het verkeersbord G7 van bijlage I van het RVV 1990;

. vrachtauto: vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • . Vrachtroutes: routes zoals aangewezen in bijlage I

. woonadres: kadastraal geregistreerde wooneenheid conform de Basisregistratie Personen.

Artikel 2 Houder van een voertuig

De aanvrager van de ontheffing wordt aangemerkt als houder van het motorvoertuig als het kenteken volgens de Rijksdienst voor het wegverkeer op naam staat van:

a. de aanvrager;

b. de partner van de aanvrager en er sprake is van huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel bekrachtigd samenlevingscontract;

c. een bedrijf of leasemaatschappij en de kentekenhouder een schriftelijke verklaring afgeeft waaruit blijkt dat de aanvrager dagelijks bestuurder is van het motorvoertuig.

Artikel 3 Aanvraag

1. Een aanvraag voor een ontheffing wordt ingediend op een door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

2. Voordat een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 17 lid 4 (aslastbeperking voor kunstwerken (o.a. bruggen) of kwetsbare infrastructuur of straten met kwetsbare werf- of straatkelders) wordt ingediend, vindt verplicht vooroverleg plaats

Artikel 4 Algemene bepalingen over de ontheffing

1. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

2. Een ontheffing wordt gesteld op naam van de persoon of organisatie en op adres van de aanvrager, en indien van toepassing op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de ontheffing is aangevraagd.

Artikel 5 Intrekken van de ontheffing

1. De ontheffing wordt ingetrokken of niet opnieuw verleend indien:

a. de ontheffinghouder niet langer voldoet aan de vereisten die voor het verkrijgen van de ontheffing zijn gesteld;

b. de ontheffinghouder dit verzoekt;

c. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking noodzakelijk wordt geacht.

2. De ontheffing kan worden ingetrokken of niet opnieuw verleend indien:

a. ter verkrijging van de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen.

Hoofdstuk 2 Ontheffingen voor het rijden in voetgangersgebieden, gesloten gebieden en over busbanen en –stroken

Artikel 6 Ontheffing voor bewoner met motorvoertuig

1. Een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied wordt verleend aan een persoon die:

a. in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres in het gesloten gebied of voetgangersgebied of op een woonadres dat uitsluitend bereikbaar is via het gesloten gebied of voetgangersgebied;

b. een eigen parkeervoorziening heeft, en

c. houder van een motorvoertuig is als bedoeld in artikel 2.

2. Een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied voor het in- en uitstappen wordt verleend aan een persoon die:

a. in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres in het gesloten gebied of voetgangersgebied of op een woonadres dat uitsluitend bereikbaar is via het gesloten gebied of voetgangersgebied, en

b. een gehandicaptenparkeerkaart, type P-passagier, heeft op basis van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.

3. Een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig in het voetgangersgebied in de binnenstad tijdens de venstertijd ’s avonds wordt verleend aan een persoon die:

a. in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres in het voetgangersgebied in de binnenstad of op een woonadres dat uitsluitend bereikbaar is via het voetgangersgebied in de binnenstad, en

b. houder van een motorvoertuig is als bedoeld in artikel 2.

4. Aan de persoon die een ontheffing aanvraagt op basis van het eerste lid wordt ten hoogste 1 ontheffing verleend per eigen parkeervoorziening in combinatie met een motorvoertuig.

5. Aan de persoon die een ontheffing aanvraagt op basis van het tweede lid wordt ten hoogste 1 ontheffing verleend.

6. Aan de persoon die een ontheffing aanvraagt op basis van het derde lid wordt ten hoogste 1 ontheffing verleend.

7. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verleend voor onbepaalde tijd.

8. Een ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verleend voor een periode van twee jaar.

Artikel 7 Ontheffing voor bewoner met een functiebeperking per fiets

1. Een ontheffing voor het rijden met en het kortdurend stallen van een fiets in een gesloten gebied of voetgangersgebied wordt verleend aan een persoon die:

a. in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres in de gemeente Utrecht, en

b. een aantoonbare beperking heeft.

2. De beperking, bedoeld in het eerste lid, onder b., is in elk geval aangetoond indien de persoon beschikt over:

a. een aangepaste fiets die is verstrekt op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning, of

b. een gehandicaptenparkeerkaart op basis van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor onbepaalde tijd.

Artikel 8 Ontheffing voor een organisatie met een eigen parkeervoorziening of voor laden en lossen

1. Een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied om een eigen parkeervoorziening te bereiken, wordt verleend aan een organisatie die:

a. bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven op een vestigingsadres in het gesloten gebied of voetgangersgebied of op een vestigingsadres dat uitsluitend bereikbaar is via het gesloten gebied of voetgangersgebied, en

b. een eigen parkeervoorziening heeft.

2. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied zonder venstertijden voor laden en lossen, kan worden verleend aan een organisatie indien:

a. de organisatie bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven op een vestigingsadres in dat gesloten gebied of voetgangersgebied of op een vestigingsadres dat uitsluitend bereikbaar is via dat gesloten gebied of voetgangersgebied, en

b. in geval het een gesloten gebied of voetgangersgebied in de binnenstad betreft, de organisatie goederen niet door een aanbieder van stadsdistributie, zoals bedoeld in artikel 10, kan laten laden en lossen.

3. Aan een organisatie die een ontheffing aanvraagt als bedoeld in het eerste lid wordt ten hoogste 1 ontheffing verleend per eigen parkeervoorziening.

4. Aan een organisatie die een ontheffing aanvraagt als bedoeld in het tweede lid wordt ten hoogste 1 ontheffing verleend per vestigingsadres.

5. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verleend voor onbepaalde tijd.

Artikel 9 Ontheffing voor goederenvervoerder voor laden en lossen

1. Een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied zonder venstertijden, wordt verleend aan een goederenvervoerder voor laden en lossen indien:

a. noodzaak aanwezig is voor de goederenvervoerder om het betreffende gebied in te rijden, en

b. in geval het een gesloten gebied of voetgangersgebied in de binnenstad betreft, het niet mogelijk is om goederen te laten vervoeren door een aanbieder van stadsdistributie als bedoeld in artikel 10.

2. Per goederenvervoerder wordt per gesloten gebied of voetgangersgebied ten hoogste 1 ontheffing als bedoeld in het eerste lid verleend.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 10 Ontheffing voor stadsdistributie

1. Aan een aanbieder van stadsdistributie, die voldoet aan de voorwaarden in het tweede en derde lid, wordt een ontheffing verleend voor het rijden met een voertuig:

a. in een gesloten gebied binnen de singels buiten de venstertijden voor laden en lossen, en

b. over busbanen en -stroken die liggen op de directe route van de logistieke faciliteit naar de binnenstad en in de binnenstad zelf.

2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend aan een aanbieder van stadsdistributie die gebruik maakt van een logistieke faciliteit en die faciliteit:

  • a.

    bereikbaar is voor al het gangbare wegtransport, waaronder ten minste wordt verstaan:

    • .

      Trekker-oplegger combinatie;

    • .

      Bakwagen (eventueel met aanhanger);

    • .

      Bestelauto;

    • .

      Auto;

    • .

      Lichte elektrische vrachtvoertuigen;

    • .

      Vrachtfietsen;

  • b.

    ligt binnen 5 kilometer van de dichtstbijzijnde afslag van een rijksweg;

  • c.

    ligt binnen 10 kilometer van de binnenstad;

  • d.

    op werkdagen minimaal zestien uur per etmaal geopend is voor het overdragen van goederen.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend aan een aanbieder van stadsdistributie die bij zijn aanvraag een bedrijfsplan overlegt, waaruit blijkt dat op een verantwoorde wijze het volgende is geregeld:

a. het in ontvangst nemen van af te leveren zendingen;

b. het in behandeling nemen van opdrachten tot afhalen van zendingen;

c. de wijze van bezorging van de aangeboden zendingen;

  • d. de overdracht van de afgehaalde zendingen aan de opdrachtgever;

  • e. de wijze van verrekening van de vracht- en overige kosten;

  • f. de wijze waarop de algehele aansprakelijkheid is geregeld;

  • g. de wijze waarop wordt voldaan aan de vervoersplicht;

    h. het toe te passen systeem van 'tracking en tracing' van zendingen, waarin minimaal de volgende elementen herkenbaar moeten zijn:

    1⁰. de vastlegging van relevante gegevens (gescheiden in voor-/nacontrole en data-entry) met betrekking tot de in-, over- en uitslag;

    2⁰. de klantenservice, en

    3⁰. de administratie;

    i. op welke wijze de aanbieder van stadsdistributie ervoor zorgt dat hij zo min mogelijk gebruik maakt van zijn ontheffing en op welke wijze gebruik wordt gemaakt van goederenuitgiftepunten rondom de binnenstad;

    j. de wijze waarop bundeling op langere afstand wordt bevorderd;

    k. de wijze waarop er actief gecommuniceerd wordt over de SDC-functie (marketingparagraaf).

    l. Nieuwe toetreders geven in het bedrijfsplan aan op welke wijze zij zorgen na twee jaar te voldoen aan de gestelde criteria voor het verkrijgen van een ontheffing

4. Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid worden voorschriften toegevoegd met betrekking tot de:

  • .

    a. Goederen die de aanbieder van stadsdistributie verplicht is aan te nemen;

    b. Hoeveelheid adressen die de aanbieder van stadsdistributie moet bedienen;

    c. Data die de aanbieder van stadsdistributie ieder half jaar moet aanleveren.

5. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt voor maximaal 5 voertuigen per vestiging, die voldoet aan de voorwaarden onder lid 2, aan dezelfde aanbieder van stadsdistributie verleend.

6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 11 Ontheffing voor het rijden over het Domplein en door de Servetstraat

1. In afwijking van de artikelen 6, 8 en 9 wordt een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig over het Domplein voor laden en lossen of in- en uitstappen verleend aan:

a. een persoon die in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres op het Domplein en houder van een motorvoertuig is, als bedoeld in artikel 2;

b. een organisatie die bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven op een vestigingsadres op het Domplein.

c. een goederenvervoerder die moet laden en lossen bij een organisatie die gevestigd is op het Domplein.

2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid onder a en b wordt verleend voor onbepaalde tijd.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid onder c wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 11a Ontheffing voor het rijden door de geslotenverklaring Catharijnesingel

  • 1.

    In afwijking van artikel 6 wordt een ontheffing voor het rijden met een motorvoertuig over de geslotenverklaring op de Catharijnesingel tussen Spoorstraat en Stationsstraat verleend aan

    • a.

      een persoon die in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een woonadres op Gildeveste (3511EA/EB), Radboudveste (3511EE/EG/EH/EJ) of Moreelsepark (3511EP) en

    • b.

      houder van een motorvoertuig is, als bedoeld in artikel 2, en

    • c.

      een parkeerrecht heeft in P1, P2, P3 of P4 van de Hoog Catharijne parkeergarages toegankelijk via de Spoorstraat en de Stationsstraat.

  • 2.

    Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor onbepaalde tijd.

Artikel 12 Ontheffing voor standplaatshouder

1. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied, wordt verleend aan een standplaatshouder indien:

a. de standplaatshouder beschikt over een vergunning voor een vaste standplaats als bedoeld in artikel 5:13, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening 2010;

b. de standplaats is gelegen in een gesloten gebied of voetgangersgebied, en

c. in geval het een voetgangersgebied met venstertijden betreft, de onmogelijkheid om binnen de venstertijden het voertuig of de verkoopwagen te verwijderen van de standplaats.

2. Een ontheffing voor het parkeren in een gesloten gebied of voetgangersgebied kan worden verleend aan de standplaatshouder indien:

a. een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, en

b. de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is op de standplaats.

  • 3. Indien aan de standplaatshouder een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, komt de standplaatshouder tevens in aanmerking voor een ontheffing van een toegestane maximum massa als bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien de standplaatshouder zonder laatstgenoemde ontheffing de standplaats niet kan bereiken.

4. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verleend voor de duur van de vergunning voor een vaste standplaats als bedoeld in het eerste lid, onder a.

  • 5. Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt, in afwijking van artikel 17, zevende lid, ook verleend voor de duur van de vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder a.

Artikel 13 Ontheffing voor marktondernemer

1. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied, wordt verleend aan een marktondernemer indien:

a. de marktondernemer beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Marktverordening gemeente Utrecht 2017, en

b. de standplaats van de marktkraam is gelegen in een gesloten gebied of voetgangersgebied.

2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid mag worden gebruikt op marktdagen voor het opbouwen en afbreken van de marktkraam buiten de geldende venstertijden.

3. Een ontheffing voor het parkeren in een gesloten gebied of voetgangersgebied kan worden verleend aan de marktkraamhouder indien:

a. een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, en

b. de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is op de standplaats van de marktkraam.

  • 4. Indien aan de marktondernemer een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, komt de marktondernemer tevens in aanmerking voor een ontheffing van een toegestane maximum massa als bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien de marktondernemer zonder laatstgenoemde ontheffing de standplaats van de marktkraam niet kan bereiken.

5. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en derde lid wordt verleend voor de duur van de vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder a.

  • 6. Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid wordt, in afwijking van artikel 17, zevende lid, ook verleend voor de duur van de vergunning als bedoeld in het eerste lid, onder a.

Artikel 14 Ontheffing voor taxi

1. Een ontheffing voor taxivervoer in een gesloten gebied of voetgangersgebied of over busbanen en -stroken wordt verleend aan een bestuurder van een voertuig bestemd voor taxivervoer indien de bestuurder beschikt over een Utrechtse taxivergunning.

2. Een ontheffing voor taxivervoer in een gesloten gebied, voetgangersgebied, busbanen en -stroken wordt verleend aan een taxivervoerder indien:

a. de taxivervoerder als zodanig geregistreerd staat bij de KvK, en

b. het kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd bij de RDW geregistreerd staat als taxi.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid voor voetgangersgebieden en gesloten gebieden is uitsluitend geldig voor het vervoer van personen van of naar een adres in die gebieden.

4. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend zonder aanvraag.

5. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid is 24 uur per dag geldig, met dien verstande dat:

a. de ontheffing voor voetgangersgebieden beperkt is tot het taxivervoer van hulpbehoevende passagiers en passagiers met bagage van enige omvang, en

b. de ontheffing voor het taxivervoer van andere passagiers in het voetgangersgebied beperkt is tot de periode van 00:00 uur tot het einde van de venstertijd 's morgens en van het begin van de venstertijd 's avonds tot 24:00 uur.

6. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor de duur van de Utrechtse taxivergunning.

7. Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 15 Ontheffing voor terugkerende activiteiten

1. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied, of het gesloten gebied binnen de singels, of voetgangersgebied of over busbanen en -stroken voor terugkerende activiteiten kan worden verleend indien er een noodzaak is.

2. Een noodzaak als bedoeld in het eerste lid is in elk geval aanwezig indien:

a. er sprake is van de uitoefening van een gemeentelijke taak of van een aan een gemeentelijk orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak, het openbaar belang dienende, zoals toezichthouden en handhaven of beheer en onderhoud van de openbare ruimte;

b. er sprake is van een calamiteit of storing die acuut opgelost moet worden;

c. er sprake is van werkzaamheden.

3. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied zonder venstertijden of over busbanen en –stroken kan worden verleend voor reguliere onderhoudsactiviteiten indien er een noodzaak is.

4. Een ontheffing voor het rijden met een fiets in een gesloten gebied of voetgangersgebied of met een motorvoertuig over busbanen en -stroken kan worden verleend aan huisartsen, verloskundigen en thuiszorgmedewerkers.

5. Een ontheffing voor het parkeren in een gesloten gebied, voetgangersgebied of op of nabij busbanen en –stroken kan worden verleend indien:

a. een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste, derde lid of vierde, en

b. de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is voor de uitvoering van de terugkerende activiteiten of reguliere onderhoudsactiviteiten.

6. Een ontheffing als bedoeld in dit artikel wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 15a Ontheffing voor het gesloten gebied met venstertijden voor emissieloze voertuigen

  • 1.

    Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied binnen de singels wordt verleend indien:

    • a.

      de ontheffing wordt aangevraagd voor een emissieloos voertuig; en

    • b.

      de aanvrager bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven.

  • 2.

    Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is geldig voor de volgende perioden: perioden maandag tot en met zondag van 11.00 uur tot 12.00 uur en van 19.00 tot 22.00 uur.

    • a.

      Vrijdag tot en met woensdag van 11.00 uur tot 12.00 uur en van 19.00 tot 22.00 uur; en

    • b.

      Donderdag van 11.00 uur tot 12.00 uur en van 21.00 uur tot 23.00 uur..

  • 3.

    De ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor bepaalde tijd en eindigt van rechtswege op 1 januari 2030.

  • 4.

    Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een voetgangersgebied met venstertijden binnen de singels wordt verleend indien:

    • a.

      de ontheffing wordt aangevraagd voor een emissieloos voertuig; en

    • b.

      de aanvrager bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven.

  • 5.

    Een ontheffing als bedoeld in het vierde lid is geldig voor de volgende perioden:

    • a.

      Vrijdag tot en met woensdag van 11.00 uur tot 12.00 uur en van 19.00 tot 22.00 uur; en

    • b.

      Donderdag van 11.00 uur tot 12.00 uur en van 21.00 uur tot 23.00 uur.

  • 6.

    De ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verleend voor bepaalde tijd en eindigt van rechtswege op 1 mei 2028.

Artikel 15b Ontheffing venstertijden gesloten gebied werkzaamheden

  • 1.

    Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied met venstertijden binnen de singels, wordt verleend indien:

    • a.

      de ontheffing aangevraagd wordt voor het uitvoeren van bouw-, installatie-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden in het gesloten gebied;en

    • b.

      de aanvrager is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel

  • 2.

    Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor de duur van twee jaar.

  • 3.

    Een ontheffing voor het parkeren in een gesloten gebied of voetgangersgebied kan worden verleend indien.

    • a.

      een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, en

    • b.

      de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is voor de uitvoering van de bouw-, installatie-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden.

  • 4.

    Een ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verstrekt voor de duur van de werkzaamheden waarvoor de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is.

Artikel 16 Ontheffing voor incidentele activiteiten

1. Een ontheffing voor het rijden met een voertuig in een gesloten gebied of voetgangersgebied voor laden en lossen of in- en uitstappen kan worden verleend voor incidentele activiteiten indien er een noodzaak is.

2. Van noodzaak als bedoeld in het eerste lid is in elk geval sprake indien het gaat om bouw-, installatie- onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, trouwplechtigheden en gehandicaptenvervoer, verhuizingen.

3. Een ontheffing voor het parkeren in een gesloten gebied of voetgangersgebied kan worden verleend indien:

a. een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, en

b. de nabijheid van het voertuig noodzakelijk is voor de uitvoering van de incidentele activiteiten.

4. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid wordt per dag verstrekt voor maximaal vijf opeenvolgende dagen.

Artikel 17 Ontheffing aslast-, breedte-, hoogte- en lengtebeperking en vrachtautoverbod

1. Een ontheffing van een breedte- of lengtebeperking of van het vrachtautoverbod of de toegestane maximum massa die lokaal wordt aangegeven met verkeersbord C21 kan worden verleend indien er een noodzaak is en er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren.

2. Een ontheffing van de aslastbeperking op (delen van) straten waaronder zich geen (kwetsbare) werf- of straatkelders bevinden of waarop zich geen kwetsbare infrastructuur of kunstwerken (o.a. bruggen) bevinden, kan worden verleend indien er een noodzaak is en er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren.

  • 3. De aanvrager toont naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders de noodzaak voor de ontheffing aan én dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren.

  • 4. Een ontheffing van de aslastbeperking voor een deel van de weg waarin kunstwerken (o.a. bruggen) of kwetsbare infrastructuur, of kwetsbare werf- of straatkelders liggen, wordt in beginsel niet verleend. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. De aanvrager toont naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders de noodzaak voor de ontheffing aan, dat er in redelijkheid geen alternatieven zijn om de bestemming te bereiken of de activiteit uit te voeren én dat er geen schade aan kunstwerken, infrastructuur of werf- en straatkelders kan ontstaan.

  • 5. Van een noodzaak als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid is in elk geval sprake indien het gaat om bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden. Alternatieven zoals bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, kunnen onder meer zijn het inzetten van kleinere of andere typen voertuigen en materieel, bevoorrading via het water van materiaal en materieel of anderszins mogelijke alternatieven om op de locatie te komen en/of de route te rijden, en/of het op alternatieve wijze uitvoeren van bouw-, installatie- of reparatiewerkzaamheden.

  • 6. Van de hoogtebeperking wordt geen ontheffing verleend.

  • 7. Een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verleend voor de duur die nodig is om de bestemming te bereiken (en weer te verlaten) en/of de activiteit uit te voeren. Wanneer sprake is van terugkerende activiteiten kan de ontheffing worden verleend voor een periode van maximaal 2 jaar.

  • 8. Een ontheffing als bedoeld in vierde lid wordt verleend voor de duur die nodig is om de bestemming te bereiken (en weer te verlaten) en/of de activiteit uit te voeren.

Artikel 17 Ontheffing vrachtroutes

  • 1.

    Een ontheffing voor het rijden op de vrachtroutes wordt verleend aan de aanvrager met een voertuig die voldoet aan de volgende vereisten:

    • a.

      Het voertuig niet zwaarder is dan de maximale aslast per route;

    • b.

      Het voertuig niet langer is dan 10 meter totale lengte van het voertuig plus eventuele aanhanger;

    • c.

      Er noodzaak aanwezig is voor de aanvrager om het betreffende gebied in te rijden, en

    • d.

      In geval het een gesloten gebied of voetgangersgebied in de binnenstad betreft, het niet mogelijk is om goederen te laten vervoeren door een aanbieder van stadsdistributie als bedoeld in artikel 10.

  • 2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van 2 jaar.

Artikel 18 Ontheffing voor musea

1. Een ontheffing voor het rijden over het Domplein met een touringcar wordt verleend aan de volgende musea:

a. Museum Catharijneconvent;

b. Universiteitsmuseum;

c. Centraal Museum;

d. Museum Speelklok;

om kwetsbare groepen naar bovengenoemde musea te brengen voor een museumbezoek.

2. Onder een kwetsbare groep wordt verstaan een groep die voor het grootste gedeelte bestaat uit:

a. leerlingen van een basisschoolklas;

b. mindervaliden; of

c. personen die ouder zijn dan zeventig jaar.

3. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor een periode van twe jaar.

Hoofdstuk 3 Plaats op de weg

Artikel 19 Ontheffing snorfiets op de rijbaan

  • 1.

    Een ontheffing van het rijden met een snorfiets op de rijbaan kan uitsluitend in uitzonderlijke gevallen, indien er sprake is van specifieke persoonlijke omstandigheden, worden verleend.

  • 2. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Artikel 20 Ontheffing speedpedelec op de rijbaan

  • 1.

    Een ontheffing van het rijden met een speedpedelec op de rijbaan wordt verleend aan de houder van een speedpedelec.

  • 2.

    De ontheffing wordt verleend voor het met de speedpedelec rijden op verplichte fietspaden (aangeduid met verkeersbord G11) en onverplichte fietspaden (aangeduid met verkeersbord G13).

  • 3.

    Aan de ontheffing wordt de voorwaarde verbonden dat de bestuurder van de speedpedelec zijn snelheid aanpast aan andere fietspadgebruikers en niet harder rijdt dan 30 km/u. Bij het niet naleven van deze voorwaarde wordt de bestuurder geacht te hebben gehandeld zonder ontheffing.

  • 4.

    Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor vijf jaar en kan ambtshalve verlengd worden.

  • 5.

    Als de monitoring van ongevallen, meldingen en klachten hier aanleiding toe geeft kunnen burgemeester en wethouders besluiten verleende ontheffingen in te trekken.

Artikel 20a Overgangsbepaling

Ontheffingen als bedoeld in artikel 20, verleend tot 1 juli 2025, worden ambtshalve verlengd tot 1 juli 2030.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 21 Intrekking

Het Reglement Ontheffingen 2015 wordt ingetrokken per 1 mei 2018.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2018.

Artikel 22a

Aanvragen zoals bedoeld in artikel 10 van deze beleidsregel die zijn ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel worden beoordeeld volgens deze beleidsregel. Op aanvragen voor een ontheffing zoals bedoeld in artikel 10 van deze beleidsregel die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijft de voorgaande versie van de beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht van toepassing.

Artikel 23 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel verkeersontheffingen gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van Utrecht, gehouden op 20 maart 2018

De secretaris, De burgemeester,

Bijlage I Vrachtroutes

Vrachtroute 1 Vredenbrug: Vanaf Sint-Jacobsstraat op de grens van Weerdsingel Westzijde tot Vredenburg op de hoogte van de Drieharingstraat.

Vrachtroute 2 Breedstraat: Van Asch van Wijcksbrug, Van Asch van Wijckstraat, Predikherenkerkhof, Breedstraat, Wijde begijnestraat, Noorderstraat, Noorderbrug

Voorkeursroute 3 Voorstraat: Wittevrouwenbrug, Lucasbolwerk, Wittevrouwenstraat, Driftbrug, Voorstraat, Lange Jansstraat, Janskerkhof, Nobelstraat, Lucasbrug.

Vrachtroute 4 Domplein: Korte Jansstraat, Domstraat, Domplein, Korte Nieuwstraat, Lange Nieuwstraat, Agnietenstraat, Nicolaaskerkhof, Nicolaasdwarsstraat, Wijde Doelen

Vrachtroute 5 Stadshuisplein: Minrebroerderstraat, Korte Minrebroederstraat, Oudkerkhof

Vrachtroute 6 Mariaplaats: Marga Klompébrug, Mariaplaats, Springweg, Visscherssteeg, Visschersplein, Boterstraat

Vrachtroute 7: Bartholomeibrug, Springweg, Geertekerkhof, Pelmolenweg, Bartholomeibrug

Vrachtroute 8 Ledig Erf: Tolsteegbrug, Twijnstraat, Nicolaasdwarsstraat, Wijde Doelen, Tolsteegbrug.

Vrachtroute 9 Servaasbolwerk: Herenbrug, Lepelenburg, Servaasbolwerk, Nieuwegracht

Vrachtroute 10 Binnenstadsas: Vanaf Sint-Jacobsstraat op de grens van Weerdsingel Westzijde tot Vredenburg, Viebrug, Potterstraat, Neude tot aan de ingang Drakenburgstraat, Neude tot aan de ingang Schoutestraat, Lange Jansstraat, Janskerkhof, Nobelstraat, Lucasbrug

Vrachtroute 11 Wijk C: Weerdsingel Westzijde, Waterstraat, Dirck van Zuylenstraat, Waterpoort, Lange Koestraat, Weerdsingel Westzijde

Bijlage II Gesloten gebied binnen de singels: het gele gebied zoals aangewezen in bijlage II uitgezonderd het voetgangersgebied zoals bedoeld in dit artikel.

afbeelding binnen de regeling

Toelichting op de artikelen

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 6

Lid 3

Bewoners op een woonadres in het voetgangersgebied in de binnenstad of op een woonadres dat uitsluitend bereikbaar is via het voetgangersgebied in de binnenstad komen in aanmerking voor een ontheffing om in de avondvenstertijd het voetgangersgebied met een motorvoertuig in te kunnen rijden, ook als zij niet rijden in schoon vervoer.

Artikel 9

Lid 1. t/m 4

Voor voetgangers- en gesloten gebieden met venstertijden worden voor het laden en lossen van goederen geen ontheffingen verleend. Deze activiteit dient plaats te vinden binnen de juist daartoe vastgestelde venstertijden.

Lid 2 onder a.

Noodzaak kan worden aangetoond met een klantenlijst of transportbrief van te bevoorraden organisaties (1 of meerdere), gevestigd binnen het voetgangers- dan wel gesloten gebied. De af te leveren goederen kunnen alleen bezorgd worden door het gebied in te rijden.

Artikel 10

Lid 2

Indien een aanbieder van stadsdistributie beschikt over meerdere logistieke faciliteiten, wordt de ontheffing als bedoeld in het eerste lid alleen verleend als één van die faciliteiten is gelegen binnen een straal van 10 kilometer van de binnenstad. De ontheffing wordt alleen verleend aan deze betreffende vestiging.

Lid 7

Een aanbieder van stadsdistributie moet voldoen aan de eisen voor schoon vervoer uit het Raamwerk Zero Emission Stadslogistiek Utrecht.

Lid 9

Het bij de aanvraag over te leggen bedrijfsplan dient een nieuw plan te zijn dan wel recentelijk geactualiseerd (niet ouder dan een jaar).

Artikel 11

Lid 1

Het college heeft op 30 januari 1996 besloten tot het instellen van een geslotenverklaring voor het Domplein Daarbij is door het college aangegeven dat bewoners woonachtig en organisaties gevestigd aan het Domplein standaard in aanmerking komen voor een ontheffing. Deze bepaling blijft onveranderd van kracht.

Ook goederenvervoerders die moeten laden en lossen bij een organisatie gevestigd aan het Domplein komen standaard in aanmerking voor een ontheffing. De goederenvervoerder dient dit wel aan te kunnen tonen met een klantenlijst of transportbrief. De goederenvervoerder dient in eerste instantie gebruik te maken van de laad- en loshavens op en nabij het Domplein. Als deze bezet zijn, kan de ontheffing worden gebruikt om alsnog op het Domplein te laden en lossen.

Artikel 12

Een beperkt aantal standplaatshouders heeft een vergunning om standplaats in te nemen op een vaste locatie in een voetgangersgebied of gesloten gebied. Voor het op de vergunde verkoopdagen plaatsen en verwijderen van de verkoopinrichting dienen zij het gebied in en uit te kunnen rijden. 

Artikel 15

Om werkzaamheden breder te interpreteren dan alleen kabels en leidingen verwijderen, is dit verwijderd. Onder werkzaamheden valt nog steeds het verwijderen, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen.

Artikel 15a

Lid 3

De extra venstertijd voor emissieloze voertuigen is een tijdelijk privilege en geldt voor alle n-voertuigen. Voor personenvoertuigen gelden de venstertijden niet in het gesloten gebied binnen de singels. Door de stijging van het aantal emissieloze voertuigen wordt het na verloop van tijd te druk met voertuigen in het gebied. Om verkeersonveilige situaties te voorkomen is de ontheffing geldig tot 1 januari 2030.

Lid 6

De extra venstertijd voor emissieloze voertuigen is een tijdelijk privilege en geldt voor alle n-voertuigen. Door de stijging van het aantal emissieloze voertuigen wordt het na verloop van tijd te druk met voertuigen in het gebied. Om verkeersonveilige situaties te voorkomen is de ontheffing geldig tot 1 mei 2028.

Artikel 15b

Lid 1

Onder bouw, - installatie-, onderhouds of reparatiewerkzaamheden vallen aannemers, loodgieters, glazenwassers etc. Als de kamer van koophandel de organisatie indeelt onder een van de genoemde categorieën, dan kan ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing geeft geen ontheffing van te betalen parkeergelden.

Lid 1

Per 1 mei 2028 wordt er een nieuw venstertijdgebied ingesteld in het gebied binnen de singels. Om zo de duurzame bereikbaarheid van dit gebied voor voetgangers, fietsers en automobilisten te verbeteren. Deze venstertijden gelden alleen voor goederenvoertuigen. De werkzaamheden van partijen in de bouw,- installatie-, onderhouds of reparatiesector kunnen niet uitgevoerd worden binnen de venstertijden. Aangezien dit gebied een andere dynamiek heeft dan het voetgangersgebied binnen de singels, is er voor deze partijen in het nieuwe gebied een ontheffingsmogelijkheid.

Artikel 17a

Lid 1

De vrachtroutes worden jaarlijks door de gemeente vastgesteld. Het kan zijn dat er door onderzoek nieuw kwetsbaar erfgoed bekend wordt, waarop de vrachtroute moet worden aangepast. Ook kan het zo zijn dat erfgoed minder kwetsbaar blijkt dan gedacht, waarop het toegestane gewicht op de route ook kan worden aangepast. Ontheffinghouders worden op de hoogte gesteld als het gewicht van een route wordt gewijzigd.

Het is ontheffinghouders niet toegestaan om zich buiten de route te begeven. Mocht een afleveradres buiten de route liggen, dan dient de vervoerder deze op een andere manier te bereiken.

De ontheffing geeft één voertuig recht op het gebruik van de routes binnen venstertijden. Mocht een vervoerder met twee of meer voertuigen tegelijk op de routes willen rijden, dan staat het de vervoerder vrij om een tweede ontheffing aan te vragen. Kentekens op een ontheffing mogen worden gewisseld tussen voertuigen.