Treasurystatuut gemeente Weesp 2015

Geldend van 31-03-2018 t/m 24-03-2022 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015

Intitulé

Treasurystatuut gemeente Weesp 2015

VOORWOORD

Op 1 januari 2001 is de Wet financiering lagere overheden (Wet filo) vervangen door de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.

De wet fido bevat instrumenten die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij lenen en beleggen. Dat vermindert de kans op ten eerste grote schommelingen in de rente die de gemeente betaalt over geleend geld en ten tweede het verlies aan ingelegd geld. Bovendien geeft het geldschieters de zekerheid dat gemeenten geen ‘gekke dingen’ doen, waardoor zij aan gemeenten een lagere rente vragen dan aan minder solide partijen; dat is gunstig voor de gemeentekas. Risicobeheersing is dus ook kostenbesparing (Bron: Platform rechtmatigheid provincies en gemeenten).

Op basis van de Wet fido heeft de gemeente Weesp in 2001 het treasurystatuut ingevoerd. Het geldende treasurystatuut, vastgesteld op 19 april 2001, dient te worden geactualiseerd. In dit gewijzigde statuut is ook rekening gehouden dat Weesp meer een geldlener is dan een verstrekker.

In het treasurystatuut is de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Bij het opstellen van dit treasurystatuut is rekening gehouden met de bepalingen van de wettelijke kaders, bovendien is aansluiting gezocht bij de door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde “Handreiking Treasury”.

Naar aanleiding van de laatste wijziging van de Wet fido (1 januari 2009) is ook de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) gewijzigd, met ingang van 1 januari 2009.

De Ruddo is aangepast als gevolg van de kredietcrisis. Hierbij gaat het om regelgeving met betrekking tot het uitzetten van middelen door decentrale overheden. Gelet op de onrust in de financiële markten zijn de regels in de Ruddo aangescherpt om nieuwe transacties van decentrale overheden in uitzettingen en derivaten beter bestand te maken tegen de risico’s in tijden van onrust op de financiële markten. Het treasurystatuut is geactualiseerd op basis van bovengenoemde wijzigingen in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden en de Ruddo. Overigens laat de financiële situatie van Weesp vooralsnog geen uitzettingen toe, maar dat kan natuurlijk veranderen.

Het treasurystatuut begint met het formuleren van het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie voor de gemeente. Deze doelstellingen worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Het accent ligt daarbij op de eenduidigheid over de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot leggen wij de uitgangspunten vast voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

Begrotingstotaal

De totale lasten op de begroting;

Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar. Voor 2015 is de kasgeldlimiet wettelijk vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel wordt voor Weesp het kasgeldlimiet weergegeven.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

Liquiditeitenplanning

Een planning waarin de inkomende en uitgaande kasstromen periodiek gemonitord en geprognosticeerd worden om inzicht te verkrijgen in het verloop ervan. Zo kan tijdig worden ingespeeld op een (verwacht) tekort of overschot van liquiditeiten;

Liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Voor 2015 is de renterisiconorm wettelijk vastgesteld op 20% van de vaste schuld.

Renterisiconorm

De Wet fido begrenst via de renterisiconorm het deel van de totale langlopende schuld dat in een gegeven jaar een renterisico mag hebben. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van de door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

Saldobeheer

Het beheren van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

Solvabiliteitsratio van 0%

Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;

Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat met name uit de volgende deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer;

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of korter. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;

Valutarisico

Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment;

Wet fido

Wet financiering decentrale overheden. In deze wet zijn bepalingen opgenomen inzake het financieringsbeleid van decentrale overheden.

Ruddo

Regeling uitzetting en derivaten decentrale overheden;

Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

  • 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 4. Het ten behoeve van de gemeente Weesp, binnen de wettelijke kaders en binnen de bepalingen van dit statuut, streven naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten;

HOOFDSTUK 2 RISICOBEHEER

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer

  • 1. Het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak;

  • 2. Aan het verstrekken van leningen en garanties kunnen nadere voorwaarden worden verbonden;

  • 3. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent (voorzichtig en verstandig) karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;

  • 4. Het gebruik van derivaten is alleen in de uiterste noodzaak toegestaan; derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s;

  • 5. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van obligaties is onder voorwaarden toegestaan.

    Uitgangspunt moet zijn een belegging in staatsobligaties of bij instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Ruddo zoals ministerieel vastgelegd op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet fido. Hierin wordt vermeld dat slechts verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten aangegaan kan worden met financiële ondernemingen die:

    • a)

      gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus en;

    • b)

      voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.

Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van de Wet fido, de Ruddo en het treasurystatuut in acht te worden genomen;

  • 1.

    Het aantrekken van gelden, zonder een specifiek financieringsdoel of object, om deze vervolgens uit te lenen, met als doel extra rente-inkomsten (near-banking) te verkrijgen, is verboden;

  • 2.

    Renterisico’s op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de kasgeldlimiet (Wet fido) tenzij (tijdelijke) ontheffing is verleend door de Toezichthouder1.

  • 3.

    Renterisico’s op de vaste schuld zijn begrensd tot de renterisiconorm (Wet fido) tenzij (tijdelijke) ontheffing is verleend door de Toezichthouder.

  • 4.

    De gemeentelijke treasuryfunctie is ondergebracht bij de afdeling Publiekszaken & bedrijfsvoering, team Financiën.

Tot de treasuryfunctie behoren:

  • a.

    Het beheer van renterisico’s en de gemeentelijke financiering, waaronder saldo- en liquiditeitenbeheer;

  • b.

    Het beheren van de portefeuilles van opgenomen- en uitgezette geldleningen en het aantrekken en uitzetten van kort- en langlopende middelen binnen de kaders van dit statuut;

  • c.

    Het beheer van de gemeentelijke bankrekeningen en de daarbij behorende dienstverleningsovereenkomst;

  • d.

    Het inrichten en beheer van een effectief en doelmatig gemeentelijk betalingsverkeer en gebruik van betaalinstrumenten.

  • e.

    Controleren of de verplichtingen, die voortkomen uit de nadere voorwaarden, nagekomen worden om de gemeente Weesp in staat te stellen om de financiële positie te monitoren en inzicht te krijgen in het risicoprofiel.

  • 1.

    Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

    Burgemeester en wethouders mogen leningen uit hoofde van de "publieke taak" uitsluitend verstrekken op voorwaarde dat:

    • a.

      Vóóraf de zienswijze van de gemeenteraad wordt gevraagd als het belang uitgaat vanaf € 250.000;

    • b.

      Financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet of beperkt mogelijk is;

    • c.

      Betaling van rente- en aflossing redelijkerwijs is verzekerd;

    • d.

      Zoveel mogelijk zekerheden worden gesteld;

    • e.

      De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt;

  • 2.

    Middelen kunnen worden uitgezet uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.

Artikel 4 Renterisicobeheer

  • 1. De gemeente zal, indien het gunstig wordt bevonden om dure leningen vervroegd af te lossen (tegen eenmalige kosten) en te vervangen voor goedkopere leningen (met lagere structurele rentelasten), overgaan tot deze aflossing.

Artikel 5 Kredietrisicobeheer (debiteurenrisico)

  • 1. Er bestaat een vaste debiteurenprocedure waarin tevens de aanmaningsprocedure is vastgelegd.

  • 2. De toepassing van de debiteurenprocedure wordt periodiek gecontroleerd.

  • 3. Bij het innen van vorderingen en het voldoen van verplichtingen, worden de meest efficiënte instrumenten gekozen.

  • 4. Het gebruik van automatische incasso voor het innen van vorderingen wordt gestimuleerd.

HOOFDSTUK 3 GEMEENTEFINANCIERING

Artikel 6 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • 2.

    en er sprake is van structurele financieringstekorten.

  • 3.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren.

  • 4.

    Het aantrekken van financiering vindt uitsluitend plaats bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB).

  • 5.

    Het aantrekken van financieringen met het oogmerk om deze winstgevend weg te zetten, is niet toegestaan;

Artikel 7 Langlopende uitzettingen

Het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 5 genoemde voorwaarden;

Artikel 8 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Voor het afsluiten van relaties met banken kunnen door de gemeente nader te formuleren voorwaarden worden gegeven.

  • 2.

    Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek beoordeeld.

  • 3.

    Voor financiële instellingen geldt dat deze onder Nederlands toezicht moeten staan, zoals de Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer.

HOOFDSTUK 4 KASBEHEER

Artikel 9 Geldstromenbeheer

Het geldstromenbeheer omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

  • a.

    In- en uitgaande geldstromen worden op elkaar afgestemd.

  • b.

    Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

Artikel 10 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • a.

    Concentratie van liquiditeiten en geldstromen vindt zoveel mogelijk plaats binnen een stelsel van hoofd- en nevenrekeningen bij een bank.

  • b.

    Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken.

  • c.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

  • d.

    Overtollige saldi worden, indien nodig, afgeroomd naar een rekening waarop de meest gunstige condities van toepassing zijn.

HOOFDSTUK 5 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE

Artikel 11. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Een duidelijke inbedding van de treasury binnen de gemeente is onder meer van belang om een adequate verdeling van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de treasuryfunctie mogelijk te maken.

Het gaat bij de treasury als organisatie dan om de volgende zaken:

  • a.

    Hiërarchische plaats van de treasury binnen de gemeente Weesp, namelijk als onderdeel van het team Financiën.

  • b.

    De personele organisatie. Minimaal twee medewerkers van het team Financiën dienen op de hoogte te zijn van de gang van zaken inzake treasury. Daarnaast zijn tenminste twee functies binnen het werkveld Financiën (i.v.m. functiescheiding) betrokken bij de financiële afwikkeling2.

Artikel 12. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

De raad is bevoegd tot het aantrekken en het verstrekken van gelden. De raad draagt deze bevoegdheid over aan het college van burgemeester en wethouders. Deze laatste mandateert middels dit statuut het afdelingshoofd Publiekszaken & bedrijfsvoering die dit vervolgens mandateert aan de concerncontroller en/of beleidsmedewerker(s) planning & control. De beslissing om gelden uit te zetten dan wel aan te trekken, wordt genomen op basis van voorstellen van het team Financiën.

De burgemeester machtigt het afdelingshoofd Publiekszaken & bedrijfsvoering om de gemeente te vertegenwoordigen bij het aantrekken en verstrekken van gelden.

Artikel 13. Informatievoorziening

Conform de Wet fido draagt het team Financiën zorg voor dat aan de provincie en het CBS de juiste informatie wordt verstrekt.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit treasurystatuut treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2015 en vervangt het gelijknamige statuut dat op 19 april 2001 was vastgesteld door de Raad van de gemeente Weesp.

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Treasurystatuut gemeente Weesp

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 16 april 2015.

De raad voornoemd,

Mw. M. Walrave

de griffier,

B.J. van Bochove,

voorzitter


Noot
1

Toezichthouder van de gemeente Weesp is de Provincie Noord-Holland

Noot
2

Uitgezonderd hierop zijn de korte termijn deposito’s bij de BNG. Deze worden rechtstreeks uitgezet, aangezien terugstorting hiervan naar de vaste tegenrekening geschiedt.